1,812 research outputs found
Getuigen Verhalen, Reis van de Razzia, interview met Wim Leer in 't Veld
Op de avond van 9 november 1944 werd er een cordon rond Rotterdam en Schiedam gelegd door het Duitse leger. Alle belangrijke bruggen en strategische punten waren afgezet, trams reden niet meer en het telefoonverkeer was geblokkeerd. Op de twee daarop volgende dagen werden ruim 52.000 Rotterdammers en Schiedammers tussen de zeventien en veertig jaar oud opgepakt en afgevoerd richting Duitsland om daar dwangarbeid te verrichten in veelal beroerde omstandigheden.
De Razzia van Rotterdam is een van de grootste klopjachten die het Duits Nationaalsocialistische regime heeft gehouden. Het verzetsblad Vrij Nederland reageerde dan ook geschokt, het schreef op 14 december 1944: ‘Vijftigduizend Nederlandse mannen laten zich als schapen wegvoeren en evenzoveel vrouwen zien toe hoe hun mannen en zoons weerloos naar Hitlers slachtbank worden geleid’.
Het project Reis van de Razzia is gebaseerd op gefilmde getuigenissen van mannen die de razzia en de daaropvolgende reis hebben meegemaakt, om een hiaat in de geschiedschrijving te vullen en om inzicht te geven in de gebeurtenissen aan de hand van het thema "Handelingsruimte van een individu in een samenleving onder druk".
Wim Leer in 't Veld
Wim Leer in 't Veld werd met een rijnaak naar Kampen gebracht. In colonne stonden ze langs de IJssel te wachten om ingeladen te worden in treinen naar Duitsland. Bij Wim stond een Joodse man met een ster op. Wim en de mannen maanden de man de ster af te doen maar dat weigerde hij. Een Duitse soldaat zag de ster, schoot de Joodse man dood en schopte hem de IJssel in, een daad die Wim diep geschokt heeft.
In de buurt van Berlijn moest Wim spoorlijnen repareren. Met zijn broer wist Wim pakjes te stelen die voor het oostfront bedoeld waren. Na zware bombardementen doorstaan te hebben, werden Wim en zijn broer bevrijd door de Russen, waarna ze werden overgedragen aan de Amerikanen. Wim wilde nooit meer op vakantie naar Duitsland en Amerikanen moest hij trouwens ook niet erg
'Recreatie tussen wal en schip?' De rol van water en Rijkswaterstaat bij waterrecreatie
Miljoenen mensen in Nederland recreëren geregeld in, op of aan het water. Daarom is het ook voor waterbeheerders noodzakelijk zich te bezinnen op de vraag hoe zij bij de waterrecreatie betrokken willen zijn. Wat Rijkswaterstaat betreft verscheen al in 1997 een inventariserend rapport over het vraagstuk rondom Waterstaat en Waterrecreatie. Dit werd gevolgd door enkele andere rapporten en door een recent onderzoek naar het economisch belang van de waterrecreatie in Nederland. In het rapport \u91Recreatie tussen wal en schip?\u92 draait het om de vraag welke rol Rijkswaterstaat kan vervullen, om bij te dragen aan een optimale ontwikkeling van de waterrecreatie in Nederland. WATERRECREATIE EN WATERBEHEER Tegen de achtergrond van het grote maatschappelijke en economische belang is het opmerkelijk, dat recreatie in het algemeen en waterrecreatie in het bijzonder voor geen enkel ministerie een kerntaak is. Wel verscheen al geruime tijd geleden onder verantwoordelijkheid van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij de beleidsnota Openluchtrecreatie 1992-2010 ('Kiezen voor recreatie'). Aangeven is dat het rijksbeleid zich in de toekomst zal richten op kerntaken. deze zijn in hoofdlijnen: visie ontwikkelen, voorwaarden scheppen en initiatieven nemen.\u94 De rijksoverheid geeft op meer afstand sturing aan ontwikkelingen en reikt de sector (overheden, particulier initiatief en bedrijfsleven) instrumenten aan ter versterking van het eigen handelen. Het rijk is verantwoordelijk voor de totstandkoming van samenhangende landelijke visies en strategieën, wet- en regelgeving, de integratie van het recreatiebelang in andere onderdelen van het rijksbeleid en de doorwerking ervan naar andere overheden.\u94 In deze nota is verder aangegeven dat in het openluchtrecreatiebeleid o.a. Nederland Waterland centraal zal staan. Het ministerie van LNV geeft áán de mogelijkheden voor waterrecreatie te willen vergroten. Het ministerie van Verkeer en Waterstaat heeft het waterrecreatiebeleid niet in het takenpakket. Deze nota onderscheidt verdere diverse waterrecreatiegebieden, waarvan de meeste worden beheerd door Rijkswaterstaat. Toch heeft recreatie in het beheer geen prioriteit. De Vierde Nota Waterhuishouding (NW4) uit 1998 noemt recreatie alleen in relatie tot de Randmeren, het Markermeer en het zuidelijk deel van het IJsselmeer. Wel beschouwt Rijkswaterstaat volgens het Beheersplan voor de Rijkswateren 2001-2004 recreatie als een vanzelfsprekend onderdeel van integraal waterbeheer. In de nota wordt het instrument \u91recreatiekansenkaarten\u92 geïntroduceerd. In Brabant is hiermee al geëxperimenteerd en binnenkort start in Limburg een proef. Ook in de provinciale waterhuishoudingsplannen heeft bij de functietoekenning voor de regionale wateren recreatie als onderdeel van integraal waterbeheer een plaats gekregen. De laatste jaren worden door diverse provincies omgevingsplannen opgesteld waar waterrecreatie een onderdeel van uitmaakt. Voor de waterbeheerder, zowel landelijk als regionaal ,is de waterrecreatie een van de belangen waarmee rekening gehouden moet worden. Naar de mening van de waterrecreatiesector komt het integrale waterbeheer echter te weinig uit de verf. Dat valt op te maken uit zowel de meest recente beleidsvisies van de Stichting Recreatietoervaart Nederland (SRN) en van de zogenaamde Kleine Waterrecreatie. In reactie hierop onderstreept de Beleidsbrief Recreatie en Toerisme van de staatssecretarissen van LNV en EZ het grote belang van de waterrecreatie. Mogelijkheden zien de bewindslieden onder meer in het kader van het beleid om meer ruimte te bieden aan de rivieren en om op het land te zoeken naar mogelijkheden voor waterberging. De beleidsbrief fungeert als bouwsteen voor het Tweede Structuurschema Groene Ruimte waarin een beleids- en actieprogramma toerisme en recreatie wordt uitgewerkt na raadpleging van alle betrokken partijen, onder meer via het Breed Overleg Recreatie (BOR). Rijkswaterstaat is in dit BOR echter niet vertegenwoordigd. Het belang van recreatie en toerisme voor de Nederlandse economie is groot: in het jaar 2000 ging het om een totaal aan bestedingen van 25 miljard euro. Hiervan is ongeveer 16% (3,9 miljard euro) watergerelateerd, zo blijkt uit de recente studie van het NRIT. Onder meer vanwege de toenemende vergrijzing mag gerekend worden met een nog groeiende omvang in de komende jaren. RANDVOORWAARDEN VOOR ONTPLOOING Wat zijn de randvoorwaarden om te komen tot een goede ontplooiing van de waterrecreatie? Uit gesprekken met medewerkers van Rijkswaterstaat en van andere partijen (bijv. watersport, de provincies, de natuurorganisaties en de beroepsvaart) komen als belangrijke punten naar voren: \u95 meer politieke en beleidsmatige aandacht, \u95 een sterkere lobby vanuit de sector, \u95 een goede afstemming tussen de diverse overheden, \u95 goed overleg tussen de overheden/beheerders en de waterrecreatiesector en ook tussen de sector en bijvoorbeeld de natuurorganisaties of beroepsvaart, \u95 een goede toegankelijkheid van het water, \u95 hoogwaardige voorzieningen, \u95 een evenwichtige balans tussen de verschillende waterfuncties, \u95 meer financiële middelen. MOGELIJKE ROLLEN WATERRECREATIE VOOR RIJKSOVERHEID Tijdens een Expertmeeting met deelnemers vanuit diverse geledingen van Rijkswaterstaat en ook vanuit andere overheden en de waterrecreatiesector is gesproken over verdeling van rollen en belangen (zie de schematic als bijlage bij dit rapport). Tevens is geïnventariseerd wat de wederzijdse verwachtingen zijn op het gebied van waterrecreatie en de verdere ontplooiing daarvan. Ten aanzien van de primaire verantwoordelijkheid voor het waterrecreatiebeleid zagen de deelnemers meerdere mogelijkheden: 1. Het ministerie van Verkeer en Waterstaat. Dit zou een belangrijke taak worden van het nieuwe Directoraat-generaal Water. De meeste geïnterviewden, afkomstig uit de waterrecreatiesector, de provincies, de beroepsvaart en de recreatieschappen, kiezen voor deze benadering op voorwaarde dat afstemming plaatsvindt met het ministerie van LNV. 2. Het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. Een deel van de respondenten, vooral uit de hoek van de ministeries en Rijkswaterstaat, pleit ervoor, dat het ministerie van LNV primair verantwoordelijk blijft, waardoor het totale recreatie- en toerismebeleid in één hand blijft. De rol van Rijkswaterstaat zou zich dan concentreren op het faciliteren van beleid (de uitvoering van maatregelen, aangestuurd door V&W). 3. Andere mogelijkheden. Enkele respondenten zien in het ministerie van Economische Zaken het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu als mogelijk primaire trekker. OPTIES UITVOERING VAN WATERRECREATIEBELEID RIJKSWATEREN Optie 1 Rijkswaterstaat als regisseur Er zijn veel voorstanders van Rijkswaterstaat als regisseur van de uitvoering van beleid. Een dergelijke rol houdt in, dat Rijkswaterstaat op basis van het vastgestelde beleid richting geeft aan de manier waarop dit beleid samen met andere actoren en in samenhang met andere waterfuncties wordt ingevuld. Als het gaat om de rijkswateren wordt die gedachte in ruime mate ondersteund door de partijen in het veld. Binnen V&W en RWS zelf bestaat nog de meeste scepsis over deze nieuwe rol. Men ziet deze regierol als iets dat komt boven op de bestaande werklast en bestaand budget. Wil Rijkswaterstaat de rol van regisseur vervullen, dan dient men wel te beschikken over: \u95 Visie op het thema waterrecreatie die wordt ingepast in de integrale benadering van het waterbeheer, \u95 medewerkers die op dat terrein goed thuis zijn, \u95 kennis van de recreatiewensen in de samenleving, \u95 de noodzakelijke contacten met de sector en met andere overheden (inclusief andere ministeries) en \u95 de noodzakelijke budgetten. Bovendien dient men aan alle rijkswateren de (neven)functie recreatie toe te kennen en zou Rijkswaterstaat het voortouw moeten nemen in het opstellen van een landelijk Waterrecreatie(uitvoerings)plan voor zowel rijks- en niet-rijkswateren. Dit plan komt tot stand in overleg met alle relevante partijen en het bestaat in ieder geval uit een globale landelijke Waterrecreatiekansenkaart en een investeringsplan. Het plan wordt verankerd in het Beheersplan voor de Rijkswateren. Op regionaal niveau vindt een zelfde exercitie plaats. Op deze wijze zal waterrecreatie mede sturend worden in de beleidsvoorbereiding. Optie 2 Rijkswaterstaat als facilitator Een keuze voor de rol als facilitator betekent, dat Rijkswaterstaat zich alleen richt op de uitvoering van door anderen opgesteld beleid. Niettemin zou RWS aan alle rijkswateren de (neven)functie recreatie toe moeten kennen. Dit is een logische vertaling van het begrip integraal waterbeleid. Hierdoor kan in een vroeg stadium in de planvorming de mogelijkheden voor recreatie worden meegenomen. Op de lange termijn is dit kostenbesparend. In het Beheersplan voor de Rijkswateren wordt een paragraaf/hoofdstuk gewijd aan waterrecreatie. Rijkswaterstaat laat hierin duidelijk zien dat recreatie als een van de waterfuncties meer prioriteit zou moeten krijgen dan nu het geval is, via het instrument van de waterrecreatiekansenkaarten. Waterrecreatie kan mede sturend worden in de beleidsvoorbereiding. WATERRECREATIE BIEDT KANSEN Een duidelijker profilering van Rijkswaterstaat op het gebied van de waterrecreatie draagt bij aan een breder draagvlak voor de andere taken, bijvoorbeeld op het gebied van veiligheid. Waterrecreatie is een populair thema bij de burger. Er liggen grote ontplooiingskansen en er is een roep op een sterke partij die in het gat springt om die kansen te benutten. De partijen in het veld gunnen Rijkswaterstaat hierin een belangrijke rol. Het is aan Rijkswaterstaat om voor zichzelf hierin een nieuwe uitdaging te ontdekken. Anders gezegd: Rijkswaterstaat zou niet alleen moeten kijken naar de aspecten \u91vlot\u92 en \u91veilig\u92, maar ook naar het aspect \u91veelzijdig\u92.WVK*NW
Getuigen Verhalen, Reis van de Razzia, interview met Theo Zonneveld
Op de avond van 9 november 1944 werd er een cordon rond Rotterdam en Schiedam gelegd door het Duitse leger. Alle belangrijke bruggen en strategische punten waren afgezet, trams reden niet meer en het telefoonverkeer was geblokkeerd. Op de twee daarop volgende dagen werden ruim 52.000 Rotterdammers en Schiedammers tussen de zeventien en veertig jaar oud opgepakt en afgevoerd richting Duitsland om daar dwangarbeid te verrichten in veelal beroerde omstandigheden.
De Razzia van Rotterdam is een van de grootste klopjachten die het Duits Nationaalsocialistische regime heeft gehouden. Het verzetsblad Vrij Nederland reageerde dan ook geschokt, het schreef op 14 december 1944: ‘Vijftigduizend Nederlandse mannen laten zich als schapen wegvoeren en evenzoveel vrouwen zien toe hoe hun mannen en zoons weerloos naar Hitlers slachtbank worden geleid’.
Het project Reis van de Razzia is gebaseerd op gefilmde getuigenissen van mannen die de razzia en de daaropvolgende reis hebben meegemaakt, om een hiaat in de geschiedschrijving te vullen en om inzicht te geven in de gebeurtenissen aan de hand van het thema "Handelingsruimte van een individu in een samenleving onder druk".
Theo Zonneveld
Theo werkte in het kader van de werkverschaffing in de Noordoostpolder, in Emst. Daar werden razzia's gehouden, wat een reden was voor Theo om via Urk terug te keren naar Rotterdam. Toen de razzia in Rotterdam werd gehouden, vertelde Theo's moeder dat hij wel kon gaan, dat kwam goed uit met de voedselvoorziening. In München gaven Theo en zijn broers zich op meubelmaker, maar er bleek geen werk te zijn, waardoor ze maar speelgoed zijn gaan maken. Dat werd af en toe geruild voor eten. Theo heeft een aantal bombardementen van dichtbij meegemaakt. Na de bevrijding werd het dorp door de dwangarbeiders en krijgsgevangenen geplunderd
Datering van essen en plaggenbodems; een archeologische onderzoeksmethode getest
De bescherming van essen krijgt steeds meer belangstelling. Voor een goede afweging bij beleidsvraagstukken is inzicht in hun ouderdom gewenst. In het artikel wordt ingegaan op de methodische problemen die aan verschillende dateringsmethoden kleven. Een van de archeologische dateringsmethoden, die van de chronostratigrafische analyse van aardewerk, lijkt het meest bruikbaar. De bruikbaarheid van deze methode is getoetst aan de hand van de resultaten van een proefonderzoek. Hieruit bleek dat, om betrouwbare conclusies te kunnen trekken, veel meer monsters genomen moeten worden dan men gewoonlijk aanneemt
Vader van de middenschool:Leon van Gelder (1913-1981)
'Ons onderwijs systeem is, het blijkt uit allerlei onderzoekingen, een elite-vormend, antidemocratisch stelsel'. In dit citaat, uit zijn polemische artikel 'Barrières in de democratesering van het onderwijs', kaartte de Groninger hoogleraar onderwijskunde Leon van Gelder het probleem aan dat kinderen in het Nederlandse onderwijssysteem al op elf- à twaalfjarige leeftijd belangrijke keuzes moesten maken voor hun schoolloopbaan, een systemm dat vooral arbeiderskinderen ernstig in de ontplooing van hun talenten zou belemmeren
Vader van de middenschool:Leon van Gelder (1913-1981)
'Ons onderwijs systeem is, het blijkt uit allerlei onderzoekingen, een elite-vormend, antidemocratisch stelsel'. In dit citaat, uit zijn polemische artikel 'Barrières in de democratesering van het onderwijs', kaartte de Groninger hoogleraar onderwijskunde Leon van Gelder het probleem aan dat kinderen in het Nederlandse onderwijssysteem al op elf- à twaalfjarige leeftijd belangrijke keuzes moesten maken voor hun schoolloopbaan, een systemm dat vooral arbeiderskinderen ernstig in de ontplooing van hun talenten zou belemmeren
Cultuurhistorische waarde Drentse essen; vijf argumenten voor een gericht beschermingsbeleid
Essen vormen al eeuwen het cultuurhistorische hart van het Drentse esdorpenlandschap. In onze tijd verdwijnen essen in hoog tempo door de aanleg van woonwijken, industriegebieden, recreatieparken en autowegen. In het artikel wordt beschreven welke cultuurhistorische waarden hierbij verloren gaan: verlies van een zeldzaam en karakteristiek landschapstype; verlies aan landschappelijke samenhang; nivellering van de schaal van het landschap; aantasting van belangrijke archeologische waarden; vernietigingvan de historische archieffunctie van plaggengronden. Deze aantastingen leiden tot de noodzaak om een gericht provinciaal beschermingsbeleid te ontwikkelen. De provincie Drenthe heeft hiertoe een eerste aanzet gegeven
Getuigen Verhalen, Reis van de Razzia, interview met Tijmen van Veen
Op de avond van 9 november 1944 werd er een cordon rond Rotterdam en Schiedam gelegd door het Duitse leger. Alle belangrijke bruggen en strategische punten waren afgezet, trams reden niet meer en het telefoonverkeer was geblokkeerd. Op de twee daarop volgende dagen werden ruim 52.000 Rotterdammers en Schiedammers tussen de zeventien en veertig jaar oud opgepakt en afgevoerd richting Duitsland om daar dwangarbeid te verrichten in veelal beroerde omstandigheden.
De Razzia van Rotterdam is een van de grootste klopjachten die het Duits Nationaalsocialistische regime heeft gehouden. Het verzetsblad Vrij Nederland reageerde dan ook geschokt, het schreef op 14 december 1944: ‘Vijftigduizend Nederlandse mannen laten zich als schapen wegvoeren en evenzoveel vrouwen zien toe hoe hun mannen en zoons weerloos naar Hitlers slachtbank worden geleid’.
Het project Reis van de Razzia is gebaseerd op gefilmde getuigenissen van mannen die de razzia en de daaropvolgende reis hebben meegemaakt, om een hiaat in de geschiedschrijving te vullen en om inzicht te geven in de gebeurtenissen aan de hand van het thema "Handelingsruimte van een individu in een samenleving onder druk".
Tijmen van Veen
Tijdens de razzia zag Tijmen de V2's naar Londen overvliegen. Hij heeft aan een nicht van zijn vrouw zijn verlovingsring mee kunnen geven terwijl andere vrouwen hysterisch met de colonne mee liepen. Op het IJsselmeer schoot een soldaat op een overvliegend vliegtuig en kreeg op zijn kop van de officier. Tijmen werd tewerkgesteld bij de spoorwegen, waar hij gebombardeerde treinen weer op de rails moest helpen zetten. Nederlanders hadden het beter dan Russen en Polen die als derderangs burgers werden behandeld. Tijmen kreeg desondanks buiktyfus en moest doodskoortsen doorstaan in een ziekenhuis. Via een boodschapper in Rotterdam kregen zijn ouders de indruk dat Tijmen overleden was. Aangekomen in Rotterdam dachten mensen dat hij als soldaat van het front kwam, zo slecht zag hij eruit. Tijmen leest een brief voor die hij aan zijn voormalige werkgever heeft geschreven om het bedrijf aan het verleden te helpen herinneren
Getuigen Verhalen, Reis van de Razzia, interview met Henk van der Pols
Op de avond van 9 november 1944 werd er een cordon rond Rotterdam en Schiedam gelegd door het Duitse leger. Alle belangrijke bruggen en strategische punten waren afgezet, trams reden niet meer en het telefoonverkeer was geblokkeerd. Op de twee daarop volgende dagen werden ruim 52.000 Rotterdammers en Schiedammers tussen de zeventien en veertig jaar oud opgepakt en afgevoerd richting Duitsland om daar dwangarbeid te verrichten in veelal beroerde omstandigheden.
De Razzia van Rotterdam is een van de grootste klopjachten die het Duits Nationaalsocialistische regime heeft gehouden. Het verzetsblad Vrij Nederland reageerde dan ook geschokt, het schreef op 14 december 1944: ‘Vijftigduizend Nederlandse mannen laten zich als schapen wegvoeren en evenzoveel vrouwen zien toe hoe hun mannen en zoons weerloos naar Hitlers slachtbank worden geleid’.
Het project Reis van de Razzia is gebaseerd op gefilmde getuigenissen van mannen die de razzia en de daaropvolgende reis hebben meegemaakt, om een hiaat in de geschiedschrijving te vullen en om inzicht te geven in de gebeurtenissen aan de hand van het thema "Handelingsruimte van een individu in een samenleving onder druk".
Henk (Hendrik) van der Pols
Henk van der Pols werd in 1943 opgeroepen voor de Arbeitseinsatz, maar besloot aan die oproep geen gehoor te geven. Op 10 november 1944 was Henk alleen thuis met zijn twee zusjes. Henks vader was al in 1942 overleden en zijn moeder lag in het ziekenhuis. Zijn jongste zus maande hem te gehoorzamen aan de Duitsers uit angst dat het huis in brand gestoken zou worden of dat Henk doodgeschoten zou worden. Henk voegde zich daarom maar bij de groep mannen uit de straat die al klaar stonden.
In een rijnaak die vuil was van kolenstof is Henk naar Amsterdam gevaren en vandaar over het IJsselmeer naar Wezep. Vanuit Wezep is hij met een trein naar Duitsland vervoerd. Een aantal jongens wisten te ontsnappen door vanuit de trein door de raampjes in de Gelderse IJssel te springen, levensgevaarlijke pogingen die een aantal mannen mogelijk het leven gekost hebben.
Bij Bad Zwischenahn liep de trein op een tegenligger, een ongeluk waarbij 31 doden vielen. Daar waren jongens bij uit de buurt met wie Henk had gevoetbald. In een goederenwagon zonder eten of drinken gingen ze verder tot ze in het Rijnland aankwamen. In een barakkenkamp werd Henk tewerkgesteld: hij moest de spoorlijnen repareren die telkens opnieuw kapot gebombardeerd werden.
Op een nacht viel er een dusdanige klap dat het leek alsof er een bom was gevallen. Het bleek een pak papier te zijn met pamfletten wat niet was opengegaan. Henk moest vanwege de schade elders worden ondergebracht en dat werd een voormalige Duitse vredeskolonie. Daar werd na een aantal maanden een vreemd autootje waargenomen dat deel bleek uit te maken van de voorhoede van de Canadezen.
Na een lange terugreis moest Henk zich in Rotterdam in Diergaarde Blijdorp melden, waar hij getuige was van een confrontatie tussen een man die voor de Arbeitseinsatz naar Duitsland had moeten gaan en een beambte. De beambte beschouwde de man als vrijwilliger, waar deze niet van gediend was, omdat hij de Arbeitseinsatz als dwangarbeid had ervaren. Thuis waren Henks moeder, zijn zusjes en zijn broer de oorlog goed doorgekomen, onder andere door de voorraad shag en sigaretten van Henk die hij had opgespaard om later te kunnen gebruiken als ruilmiddel voor levensmiddelen.
Henk van der Pols is op 20 augustus 1945 lid geworden van de SDAP en een jaar later van de Partij van de Arbeid. Uiteindelijk is hij, na bij een aantal werkgevers gewerkt te hebben, wethouder van Rotterdam geworden, een functie die hij tot 1986 heeft vervuld
Getuigen Verhalen, Reis van de Razzia, interview met Koos van Geenen
Op de avond van 9 november 1944 werd er een cordon rond Rotterdam en Schiedam gelegd door het Duitse leger. Alle belangrijke bruggen en strategische punten waren afgezet, trams reden niet meer en het telefoonverkeer was geblokkeerd. Op de twee daarop volgende dagen werden ruim 52.000 Rotterdammers en Schiedammers tussen de zeventien en veertig jaar oud opgepakt en afgevoerd richting Duitsland om daar dwangarbeid te verrichten in veelal beroerde omstandigheden.
De Razzia van Rotterdam is een van de grootste klopjachten die het Duits Nationaalsocialistische regime heeft gehouden. Het verzetsblad Vrij Nederland reageerde dan ook geschokt, het schreef op 14 december 1944: ‘Vijftigduizend Nederlandse mannen laten zich als schapen wegvoeren en evenzoveel vrouwen zien toe hoe hun mannen en zoons weerloos naar Hitlers slachtbank worden geleid’.
Het project Reis van de Razzia is gebaseerd op gefilmde getuigenissen van mannen die de razzia en de daaropvolgende reis hebben meegemaakt, om een hiaat in de geschiedschrijving te vullen en om inzicht te geven in de gebeurtenissen aan de hand van het thema "Handelingsruimte van een individu in een samenleving onder druk".
Koos van Geenen
Koos is op 12 mei 1943 aan de dood ontsnapt, toen een neergeschoten bommenwerper een paar meter over het dak van zijn huis vloog en vervolgens neerstortte. De brand die daardoor ontstond, deed de verf van de kozijnen bladderen.
Tijdens de razzia wilde de stiefvader van Koos dat hij met de Duitsers mee ging. De stiefvader wilde niet dat zijn eigendommen gevaar liepen om door de Duitsers gevorderd te worden. Lopend werd Koos afgevoerd richting Gouda, bewaakt door jonge SS’ers. Koos liep met een groepje bekenden van de AJC (Arbeiders Jeugd Centrale) en kwam zo via Utrecht in Kamp Amersfoort. Later werden ze in de buurt van het kamp gelegerd. Daar was ook Huub Kok, leider van de AJC en lid van het zangduo ‘De Spelbrekers’.
In Hamersveld moesten de mannen werk doen waarvan de bedoeling volkomen onduidelijk was: ze moesten zand graven en wegbrengen. Het eten werd aangevuld met knolletjes die ze van een akker roofden. Op een dag stond de zus van Koos plotseling voor de poort om zijn vuile wasgoed op te halen, en ze bracht ook een rugzak voor hem mee.
Koos werd zogenaamd ziek en met zijn vrienden besloot hij te ontsnappen. In totaal ontsnapten er die nacht 25 mannen. In groepjes van 7 man gingen ze lopend op weg naar huis. Koos had geen papieren en geen bonkaarten, en daarom waren ze thuis in Rotterdam niet zo blij met hun teruggekeerde zoon. Koos is ondergedoken bij zijn vriendinnetje Romy. Later kreeg hij zijn pas terug van mensen die met hem in Amersfoort hadden gezeten en die ook waren teruggekeerd.
Koos trouwde met Romy op 30 april 1947. Om geld uit te sparen gingen ze met de tram naar het stadhuis, ondanks de sneeuw
- …
