10,868 research outputs found
Verzuring van vennen : een tijdsverschijnsel
Changes in chemistry, particularly pH, of a number of soft-water moorland pools in The Netherlands are described. Several groups of organisms, including diatoms, and direct measurements are used to infer past pH values. Diatoms were studied from preserved samples from the beginning of the 20th century, from recent samples and from sediment cores. Old data about chemistry, macrophytes and human impact were obtained from published and unpublished documents.In isolated pools in nature reserves the pH declined to c. 4 from initial values between 4 and 6 at the beginning of this century. Small inputs of nutrients by agriculture, fisheries or swimming retards acidification. The diversity and dissimilarity of diatom assemblages decrease by acidification, particularly in clear water pools. Acidification boosts the growth of the diatom Eunotiaexigua .Sulphate concentrations were extremely high in 1977 and 1978 in two clear water pools where more than half of the bottom surface was exposed to the atmosphere during the extremely dry summer of 1976 and decreased afterwards, parallel to Juncusbulbosus . E.exigua decreased with a delay. Apparently reduced sulphur compounds, which accumulated in the bottom due to atmospheric deposition in the decades before, were oxidized in the dry summer of 1976. No such changes were seen after the dry summer of 1921. In these two pools the pH declined from 5-6 in 1920 to c. 4 in c. 1980. In a brown water pool, where only a small fraction of the bottom was exposed in 1976, changes by the drought were small. Also the decline of pH in this pool since 1920 (c. 0.5 unit) was relatively small.Palaeolimnological studies were conducted in three pools, which were supposed to be pristine. However, it appeared both from coring results and documented evidence that these pools had pH values between 4 and 5 in the early 19th century and became subsequently more alkaline by nutrient enrichment. After 1900 the pools were acidified because anthropogenic enrichment was finished and acid atmospheric deposition increased.To follow the effect of future changes of acid atmospheric deposition and understand the processes involved, chemical and biological monitoring should continue. Input of buffering substances in some moorland pools could maintain weakly acid conditions in Dutch surface waters.</p
Beschrijving van het dispergeren op een mengwals 2
Omdat het mengen van polymeren op moleculaire schaal vaak niet mogelijk is zal er een dispersie ontstaan. In dit onderzoek is getracht de dispersiegrootte die onstaat bij het mengen van modelvloeistoffen op een rollenwals te voorspellen. Grace [12] heeft opbreekexperimenten gedaan met een newtonse vloeistof in een newtonse matrix in afschuif- en elongatiestroming. Bentley en Leal [13] hebben dezelfde experimenten uitgevoerd in een gecombineerde afschuif/elongatiestroming. Als het stromingsveld tussen de walsrollen bekend is kan met behulp van deze opbreekcriteria een maximale druppelgrootte berekend worden. Boerstoel [2] heeft maximale druppelgroottes berekend met behulp van een analytische oplossing van het stromingsveld en deze vergeleken met experimenten. Bij viscositeitsverhoudingen (matrix t.o.v. gedispergeerde fase) van 0.02 - 4 bleken de experimenten goed met de theorie overeen te komen. Bij hogere viscositeitsverhoudingen en bij het gebruik van vico-elastische vloeistoffen bleken de berekeningen sterk af te wijken. In dit onderzoek is het stromingsveld tussen de walsrollen berekend met de eindige elementen methode. Er zijn mengexperimenten uitgevoerd met newtonse vloeistoffen bij vier viscositeitsverhoudingen van 1 tot 8. Van deze mengsels werden monsters genomen en met een Image Analyser werd de deeltjesgrootteverdeling bepaald. Vooral bij de hoogste viscositeitsverhouding werd een groot verschil geconstateerd tussen theorie en praktijk. Een mogelijke verklaring hiervoor zou kunnen zijn dat de druppels niet lang genoeg bepaalde maximale krachten ondervinden om daadwerkelijk op te breken. Grace [12] heeft experimenteel een relatie opgesteld voor de opbreektijd van druppels in een stromingsveld. Met berekeningen wordt aangetoond dat de opbreektijd van de druppels in de experimenten een factor 10 ä 50 te laag is. Een andere verklaring is dat de afschuifsnelheid dwars op de stromingsrichting sterk verandert over een afstand, die overeenkomt met de diameter van de gemeten druppels.Applied SciencesTechnologie van Macromoleculaire stoffe
Hydrodynamica en morfodynamica van de monding van het Haringvliet
Onder de rook van het Rotterdamse havengebied ligt het Haringvliet. Het Haringvliet is het bovenste estuarium van de Nederlandse rivierendelta en is in 1970 met een dam afgesloten. Deze Haringvlietdam is uitgevoerd met spuisluizen. Het gebied aan de zeezijde van de dam, de monding van het Haringvliet, is door deze ingreep sterk veranderd en is een interessant natuurgebied geworden. Door de steeds wisselende waterbewegingen is een dynamisch kustgebied ontstaan met geulen, platen, slikken en schorren. Tevens is het gebied een veel bezocht recreatiegebied. Duinen en strand langs de kust van Goeree, Rockanje en Voome dienen zowel voor recreatie, natuur als primaire waterkering. Door het Slijkgat en NoordPampus loopt de vaargeul waardoor de haven van Stellendam bereikbaar is. Met het huidige spuibeheer van de Haringvlietsluizen (LPH84) wordt tijdens laagwater zoet rivierwater in de monding van het Haringvliet geloosd. Momenteel worden plannen ontwikkeld om de Haringvlietsluizen voor een deel voortdurend open te zetten. De morfodynamische ontwikkelingen, die ten gevolge van het openen van de Haringvlietsluizen in de monding van het Haringvliet zullen plaatsvinden, zijn onderzocht met behulp van een computermodel. Met behulp van DELFT2D-MOR, dat door het Waterloopkundig Laboratorium ter beschikking is gesteld, is een 2D-morfodynamisch model van de monding van het Haringvliet ontwikkeld. Het Haringvliet-model heeft een voldoende toegesneden resolutie, zodat de processen in het gebied goed kunnen worden gesimuleerd. Hierbij zijn de handelingen, die nodig zijn bij de ontwikkeling van een model, als aanvulling op bestaande handleidingen, uitgebreid vastgelegd. Ten einde inzicht te verkrijgen in de mogelijkheden en de beperkingen van de modellering van een intergetijdebekken met DELFT2D-MOR, is het model kwalitatief aan een validatie en gevoeligheidsanalyse onderworpen. Hierbij zijn diverse variabelen zoals de korrelgrootte, de windopzet, het getijverschil en verschillende vormen van golf-stroominteractie onderzocht. Met name de korrelgrootte, die in het model uniform is verdeeld, en de golfstroominteractie bepalen de nauwkeurigheid van het resultaat. Met het ontwikkelde model zijn berekeningen met het huidige spuibeheer en het GETEMD GETIJ spuibeheer uitgevoerd. De berekeningen zijn getoetst aan metingen, aan een conceptueel model en aan de resultaten van het gevoeligheidsonderzoek. Het model laat onder gemiddelde omstandigheden een brede varieteit aan in de natuur geobserveerde bodemveranderingen zien. In de Bijker-transport formule, die in deze studie is toegepast, wordt dwarstransport van sediment door golfasymmetrie niet berekend. Het ontbreken van dwarstransport door golfasymmetrie en de uniform verdeelde korrelgrootte verklaren de grote verschillen met de metingen. Met behulp van de resultaten van de berekeningen en het validatie- en gevoeligheidsonderzoek zijn voorspellingen gedaan met betrekking tot de ontwikkeling van de monding van het Haringvliet onder invloed van het GETEMD GETIJ spuibeheer. Door het openen van de sluizen treedt er een verruiming van de geulen en een uitbouw van de Haringvlietdelta op. De veranderingen strekken zich tot de NAP -7.5 meter dieptelijn.Hydraulic EngineeringCivil Engineering and Geoscience
Developments on Spectral Characterizations of Graphs
In [E.R. van Dam and W.H. Haemers, Which graphs are determined by their spectrum?, Linear Algebra Appl. 373 (2003), 241-272] we gave a survey of answers to the question of which graphs are determined by the spectrum of some matrix associated to the graph. In particular, the usual adjacency matrix and the Laplacian matrix were addressed. Furthermore, we formulated some research questions on the topic. In the meantime some of these questions have been (partially) answered. In the present paper we give a survey of these and other developments.2000 Mathematics Subject Classification: 05C50Spectra of graphs;Cospectral graphs;Generalized adjacency matrices;Distance-regular graphs
Het onderhoud van het Oostelijk Banjir Kanaal om Jakarta
Deel I: Gegeven is het Oostelijk Banjir Kanaal zoals beschreven in "Explanatory note on the design of the Eastern Banjir Cahal", (P.B.J.R., 1974). Gevraagd wordt: Door berekening de sedimentatie in het Oostelijk Banjir Kanaal te schatten naar grootte en naar plaats. Uitgaande van deze schatting moet gezocht worden naar de meest economische onderhoudsmethode voor het kanaal. De verwachting is, dat de grote hoeveelheden fijn sediment die door de riviertjes in het kanaal gebracht zullen worden problemen gaan opleveren. Daarom moet getracht worden om, uitgaande van bestaande rekenprogramma's, te komen tot een beschrijving van het gedrag van het fijnere sediment, dat niet momentaan op verandering van de hydraulische omstandigheden reageert. Deel II ontbreekt. Deel III: Het rapport is het Hydrologisch Deelontwerp dat "Het verkrijgen van een aantal hoogwatergolven en hun herhalingstijden waarmee één moessonperiode geschematiseerd beschreven kan worden'. Om dit doel te bereiken zijn er een aantal oplossingsmethoden die gevolgd kunnen worden. Echter uit oogpunt van bewerkelijkheid of door ontbreken van de nodige gegevens was het niet mogel ijk de bestaande methoden toe te passen met uitzondering van de methode van het looptijdsbeginsel die in beperkte mate bruikbaar is gebleken. Om deze redenen is er een andere methode omtwikkeld, die gebruik maakt van de aanwezige (sumiere) gegevens. Het uitwerken van deze methode beslaat een groot gedeelte van dit deel van het verslag. Hierdoor heeft er een accent-verschuiving plaats gevonden van het vinden van een duidel ijke oplossing voor het probleem naar het beschrijven van een oplossingsmethode.Hydraulic EngineeringCivil Engineering and Geoscience
Wereldverbeteraars:Een geschiedenis van fair trade
Vijftig jaar geleden werd de beweging voor fair trade geboren. Sinds 1968 waaiert de beweging vanuit Nederland uit over de hele wereld. Van wereldwinkels tot keurmerkkoffie – vrijwel alle belangrijke initiatieven zijn in Nederland gelanceerd. Tegenwoordig ligt fair trade in de schappen van elke supermarkt. Peter van Dam deed jarenlang onderzoek naar de vergeten geschiedenis van fair trade. De beweging voor eerlijke handel blijkt niet alleen ouder dan vaak wordt gedacht. Wereldverbeteraars laat ook zien dat Nederland de bakermat van de beweging was. Dit verhaal over gewone burgers die de wereld wilden veranderen laat zien dat de erfenis van de jaren zestig nog springlevend is. Zo helpt Wereldverbeteraars ook de wereld van nu beter te begrijpen.<br/
'Een stukje ellende in uw eigen wereldje': Solidariteit met de derde wereld in de Nederlandse vakbeweging
- …
