1,721,051 research outputs found
De turbulente stroming over de zeereep
Doel van het project "Fysische modellering zeereepontwikkeling" is de ontwikkeling van een model waarmee effecten van beheersmaatregelen op de morfologische ontwikkeling van de zeereep kunnen worden voorspeld, teneinde daarmee het zeereepbeheer te optimaliseren. Dit model bestaat uit een tweetal deelmodellen. Een stromingsmodel berekend de luchtstroming over de zeereep en de effecten van topografie en vegetatie op deze turbulente stroming. Een zandtransportmodel berekend op grond van de resultaten van het stromingsmodel de mate van zandtransport, de plaatsen waar erosie en waar depositie optreedt en de nieuwe vorm van de zeereep. Ais de vorm van de zeereep significant veranderd wordt het stromingsmodel opnieuw aangeroepen. Op grond van een eerdere haalbaarheidsstudie was aan het licht gekomen dat het stromingsmodel op een aantal punten verbeterd moest worden: Het model diende niet meer vast te lopen op recirkulatiewervels, de snelle redistributie van turbulente kinetische energie moest verbeterd worden, een fout in de berekening van de laterale wind moest verwijderd worden, de effecten van de kromming van de stroomlijnen op de turbulentie moesten opgenomen worden, de uitvoer moest geschikt gemaakt worden voor het SCOPE-model en het interpolatiealgoritme dat gebruikt werd voor de ruwheidslengte moest gewijzigd worden. Bovendien diende een validatie plaats te vinden op grond van meetgegevens. Alle genoemde wijzigingen zijn uitgevoerd en hebben de betrouwbaarheid van het model aanzienlijk verbeterd. Een gevoeligheidsstudie laat zien dat het model voor een aantal parameters gevoelig is. Het zou aan te raden zijn een meer gedetailleerde gevoeligheidsstudie uit te voeren. Bij deze studie bleek de impulsflux op enige hoogte (tussen 10 en 1000 m) onderschat werd door het model. De oorzaak hiervan is zeer waarschijnlijk een procedure voor het vereffenen van het impulsfluxprofiel. Dit zal moeten worden gewijzigd. Bij de validatie op grond van over Nederlandse zeerepen gemeten windprofielen bleek dat de windprofielen aan de zeewaartse zijde en op de top van het duin redelijk worden benaderd. Het is niet duidelijk in hoeverre afwijkingen te wijten zijn aan de onjuist gemodelleerde impulsflux. De vertraging van de stroming aan de lijzijde van de zeereep wordt door het model onderschat. Hieraan is gezien de geringe relevante voor het berekende zandtransport weinig aandacht besteed. De gevoeligheidsstudie zien dat voor een goede validatie van het model ook gegevens nodig zijn omtrent de impulsflux of de wrijvingssnelheid, daar deze laatste de belangrijkste invoerparameter is voor de berekening van het zandtransport.TAW/EN
Weerzien op de Wadden, dertig jaar weer en klimaatonderzoek in het Waddengebied [Review of: H.F. Vugts (2002) Weerzien op de Wadden, dertig jaar weer en klimaatonderzoek in het Waddengebied]
Oud weer [Review of: D. Heijboer, J. Nellestein (2002) Klimaatatlas van Nederland, de normaalperiode 1971-2000]
Baggerspecieberging lokatie Ketelmeergebied; sedimenttransport door de wind vanaf de zandopslag
Wind Velocity and Algal Crusts in Dune Blowouts
In two saucer-shaped blowouts wind velocity was measured at 0.18 m height and compared to the wind velocity data from the nearest standard meteorological station at Valkenburg about 3.5 km to the northeast. In blowout 1 relative velocities are highest when the wind blows from directions between E and SSE. In blowout 2 winds blowing from directions between S and WSW are relatively stronger. In general the wind speed increases as its moves along the surface inside the blowout, because the aerodynamic roughness of the blowout surface is less than that of the surrounding area. Less important are the influence of the configuration of the terrain surrounding the blowout and the influence of the slopes within the blowout. The frequency distribution of the general wind at Valkenburg is analysed and combined with the horizontal wind velocity pattern within blowouts. A simulation model, producing the spatial distribution of the wind power shows that the prevalence of algal crusts at the SW side of blowouts agrees well with the location which reaches the lowest wind power values. In other parts of the blowouts algal crusts are damaged by moving sand at times of high wind velocity
- …
