232 research outputs found
Grafheuvels Ommen - Stegeren
Digitale opnamen van veldtekeningen en van de uitwerkingstekeningen van het project Ommen - Stegeren - Brandheuveltjes (opgraving Van Giffen 1930).
Niet gepubliceerd door van Giffen, uit Van Giffen's lijst van opgravingen : Grafheuvel I-II, IV, VII en 24 grafheuvels.
Aan de dataset is een PDF toegevoegd van het artikel dat Roy van Beek op grond van deze data heeft geschreven: 'Van Giffen langs de Overijsselse Vecht. Onderzoek naar een vergeten tumuliveld met brandheuvels in Hoogengraven.' (2012
Relief in Tijd en Ruimte. Interdisciplinair onderzoek naar bewoning en landschap van Oost-Nederland tussen vroege prehistorie en middeleeuwen.
Proefschrift verschenen in het kader van een interdisciplinair onderzoek naar bewoning en landschap van Oost-Nederland tussen vroege prehistorie en middeleeuwen ('Oost-Nederland-project'). Dit onderzoek is uitgevoerd door Wageningen Universiteit en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, binnen het NWO-stimuleringsprogramma 'Bodemarchief in Behoud en Ontwikkeling'. Het proefschrift geeft een landschapsbiografie voor Overijssel en de Achterhoek, gebruik makend van archeologische, historisch-geografische, fysisch-geografische en paleobotanische bronnen.
Integrating conventional system views with function-behaviour-state modelling
Organised by: Cranfield UniversityThe main contribution of this paper lies in the observations done in industry resulting in an approach of
integrating the Function-Behaviour-State (FBS) model with user workflow and interface models to create
complex system overview. On one side of the spectrum it focuses on modelling the usage of the system,
while on the other side it considers the modelling and managing of interfaces. The choice for both these
views is based on an industrial experience with the clinical Magnetic Resonance (MR) imaging system to
manage design complexity. The paper gives a real example of the approach.Mori Seiki – The Machine Tool Compan
Grafheuvels Ommen - Stegeren
Digitale opnamen van veldtekeningen en van de uitwerkingstekeningen van het project Ommen - Stegeren - Brandheuveltjes (opgraving Van Giffen 1930).Niet gepubliceerd door van Giffen, uit Van Giffen's lijst van opgravingen : Grafheuvel I-II, IV, VII en 24 grafheuvels.Aan de dataset is een PDF toegevoegd van het artikel dat Roy van Beek op grond van deze data heeft geschreven: 'Van Giffen langs de Overijsselse Vecht. Onderzoek naar een vergeten tumuliveld met brandheuvels in Hoogengraven.' (2012
'T Graavschap Holland en Sticht van Utrecht nevens de voornaamste delen van Gelderland in haar minder verdeling op niews verbetert
Deze kaart van Holland is gekopieerd naar de kaart 'Hollandiae Comitatus' van Nicolaas Visscher II (ca. 1690, zie elders in de collectie gedigitaliseerde kaarten van Holland en Utrecht). In het oosten is echter een iets groter gebied afgebeeld, terwijl een noordelijk stuk ontbreekt. Dit heeft de maker van de kaart, Caspar Specht, op de hier afgebeelde eerste staat trachten te compenseren door opname van het inzetkaartje linksboven met daarop de waddeneilanden Texel en Vlieland. Desondanks ontbrak een kleine strook met het zuidelijke deel van Wieringen. Op de tweede staat is dit gecorrigeerd (zie elders in de collectie gedigitaliseerde kaarten van Holland en Utrecht). Inhoudelijk is de kaart van Visscher verder getrouw nagevolgd, met uitzondering van de provincie Utrecht. Met name in de Gelderse Vallei zijn wijzigingen aangebracht, berustend op de nieuwe kaart van Utrecht door Bernard du Roy, in de uitgave van Nicolaas Visscher II. Zo is de Schoonderbeekse Grift afgebeeld, evenals de kanalen in de Veenendaalse veengebieden. De loop van de Luntersche Beek is veranderd. Ten westen van de stad Utrecht zijn nieuw gegraven kanalen aangegeven en ook ten zuiden van de Lek treft men nieuwe weteringen aan. Geheel origineel is de opname van het Liesbos met de bijbehorende dreven ten westen van Breda en gedeeltelijk in de kaderrand. Van de kaart bestaat ook nog een derde staat met het adres van de weduwe J. Ottens en Zoon en daterend uit de periode 1765-circa 1780
Kaart van 't Graafschap Holland naauwkeurig afgedeelt in zyne heemraadschappen, baljuwschappen en waarden, nevens verscheide andere minder afdeelingen en onderhorige landen als mede van de Heerlykheit Utrecht en het grootste gedeelte van Gelderlandt
Deze kaart van Holland is gekopieerd naar de kaart 'Hollandiae Comitatus' van Nicolaas Visscher II (ca. 1690, zie elders in de collectie gedigitaliseerde kaarten van Holland en Utrecht). In het oosten is echter een iets groter gebied afgebeeld, terwijl een noordelijk stuk ontbreekt. Dit heeft de maker van de kaart, Caspar Specht, op de eerste staat uit 1704 trachten te compenseren door opname van het inzetkaartje linksboven met daarop de waddeneilanden Texel en Vlieland. Desondanks ontbrak een kleine strook met het zuidelijke deel van Wieringen (zie elders in de collectie gedigitaliseerde kaarten van Holland en Utrecht). Op de hier afgebeelde tweede staat uit circa 1725 is dit gecorrigeerd. Inhoudelijk is de kaart van Visscher verder getrouw nagevolgd, met uitzondering van de provincie Utrecht. Met name in de Gelderse Vallei zijn wijzigingen aangebracht, berustend op de nieuwe kaart van Utrecht door Bernard du Roy, in de uitgave van Nicolaas Visscher II. Zo is de Schoonderbeekse Grift afgebeeld, evenals de kanalen in de Veenendaalse veengebieden. De loop van de Luntersche Beek is veranderd. Ten westen van de stad Utrecht zijn nieuw gegraven kanalen aangegeven en ook ten zuiden van de Lek treft men nieuwe weteringen aan. Geheel origineel is de opname van het Liesbos met de bijbehorende dreven ten westen van Breda en gedeeltelijk in de kaderrand. Van de kaart bestaat ook nog een derde staat met het adres van de weduwe J. Ottens en Zoon en daterend uit de periode 1765-circa 1780
Reliëf in tijd en ruimte : interdisciplinair onderzoek naar bewoning en landschap van Oost-Nederland tussen vroege prehistorie en middeleeuwen
In dit proefschrift wordt de landschapsgeschiedenis van Oost-Nederland onderzocht, dat vanwege de sterk gefragmenteerde landschapsstructuur wel als een ‘eilandenrijk’ wordt omschreven, en wel vanuit verschillende wetenschappelijke disciplines. Archeologische bronnen vormen de rode draad. De titel van dit proefschrift refereert aan de doelstelling om de bewonings- en landschapsontwikkeling van Oost-Nederland in onderlinge samenhang te reconstrueren, zowel in diachroon als in ruimtelijk perspectief. De factoren tijd en ruimte verwijzen niet alleen naar het landschapsbiografisch perspectief dat wordt gehanteerd, maar ook naar eventuele regionale en locale verschillen in bewonings- en landschapsontwikkeling die binnen het onderzoeksgebied herkenbaar zij
Reliëf in tijd en ruimte : interdisciplinair onderzoek naar bewoning en landschap van Oost-Nederland tussen vroege prehistorie en middeleeuwen
Proefschrift Wageningen Universitei
Reaction mechanisms of phosphate with Al(OH)3 and a sandy soil
Al(OH) 3 is a very effective sorbent for orthophosphate especially at low pH. At low phosphate concentration c p , phosphate is adsorbed by an exchange mechanism with singly coordinated OH(H) groups residing on the surface of the Al(OH) 3 . In chapters 2 and 3 experiments are described using a well defined gibbsite (crystalline Al(OH) 3 ) as sorbent. A rate equation isselected that describes the adsorption reaction for a fractional coverage (amount adsorbed/maximum adsorption capacity) between 0.5 and 1.0. At intermediate and high c p values the sorption can easily exceed the maximum exchange-adsorptioncapacity. The maximum adsorption capacity of the gibbsite used was estimated with the help of shadowed electron micrographs. The sorption beyond the exchange adsorption maximum is identified as a precipitation process, i.e. it only occurs in supersaturated system . The rate of this precipitation reaction is shown to increase with increasing supersaturation and to decrease with in creasing amounts sorbed. Evidence is presented that indicates that the decrease of the reaction rate with increasing sorption is caused by the formation of coatings of a (K)-Al-phosphate on the gibbsite particles. The activation energy of this reaction is determined. The ratio of the OH that is produced during this sorption reaction and the phosphate sorption isfound to be independent of the extent of the reaction, for certain reaction conditions. A so called phosphato-stat (c p -stat) has been constructed that provides for both a constant pH and c p during the sorption reaction. The amount precipitated is found proportional with the square root of reaction time for the condition of constant supersaturation.The relative contribution of precitation and adsorption has been calculated as a function of c p and reaction time. It is furthermore shown that the nature and concentration of the accompanying cation has an effect on the precipitation rate (constant total electrolyte concentration).In chapter 4 experiments are described using X-ray amorphous Al(OH) 3 and αAl 2 O 3 as sorbent. A pure phosphate solution and a so called inorganic synthetic sewage water medium are used as electrolyte solution. There is sow effect of the electrolyte medium on the sorption rate as expected. The gene ral characteristics of the sorption reaction described in this chapter are similar to the results as found with gibbsite; in the initial stage of the reaction adsorption is the dominant reaction mechanism, whereas precipitation dominates the kinetics for longer reaction times.In chapter 5 experiments are described that make use of columns either filled with quartz sand or quartz sand mixed with X-ray amorphous Al(OH) 3 . Raw domestic sewage water (pH ≈8) was added to the columns once every two weeks during 10 months. It is shown that the sorption of phosphate from sewage water in the Al-containing column is higher than would be expected from pure inorganic system experiments. Evidence is presented that indicates that a CaAl-phospate has been formed in the Al-containing sand column (Ca was absent in the pure system experiments to prevent the complication of the formation of calciumphosphates). The quartz sand columns acted as a sieve for solid compnents of the sewage water only.Experiments using an acid sandy soil with a low organic matter content as sorbent for phosphate are described in chapter 6. The main characteristics of the sorption reaction as determined from the experiments using Al(OH) 3 were also found in the sorption experiments using this soil. Use has been made of the phosphato-stat to provide conditions of constant supersaturation during the reaction. It is shown beyond doubt that the reaction rate continuously decreases at constant supersaturation as the reaction proceeds. The components of the soil that are active in the phosphate sorption process are most probably the (amorphous) aluminum-iron-oxides-hydroxides of the soil. The amount of extractable iron and aluminum was determined.The mechanism of the phosphate sorption reaction using metal oxides as sorbent is compared with the oxidation mechanism of metals.The phosphato-stat method may be used in combination with a (micro) computer, facilitating the collection of phosphate sorption rate data on a somewhat larger scale for practical applications.<p/
- …
