79 research outputs found
Guarded Fragments with Constants
We prove ExpTime-completeness of the satisfiability problem for (loosely) guarded first-order formulas with a bounded number of variables and an unbounded number of constants. Guarded fragments with constants are interesting because of their connection to hybrid logic
Participants in Action: The Interplay of Aspectual Meanings and Thematic Relations in the Semantics of Semitic Morphology
This work aims to demonstrate that event structure and thematic relations are closely intertwined. Specifically, we show that in Modern Hebrew the choice of a morphological template has profound effects on the event structure of derived verbs. These effects are correlated with the thematic features marked by the templates, and are mediated by the aspectual classification of the lexical material provided by roots
Expressing Ignorance or Indifference
The article presents a formal analysis in the framework of bi-directional optimality theory of the free choice, ignorance and indifference implicatures conveyed by the use of indefinite expressions or disjunctions. Ignorance is expressed by standard means of epistemic logic. To express indifference we use Groenendijk and Stokhof’s question meanings. To derive implicature, Grice’s conversational maxims, and an additional principle expressing preferences for minimal models, are formulated as violable constraints used to select optimal candidates out of a set of alternative sentence-context pairs. The implicatures of an utterance of φ are then defined as the sentences which are entailed by any optimal context for φ (but not by φ itself). Entailment is defined in a version of update semantics where contextual updates are derived by competition among contexts. Free choice and other modal implicatures of disjunctions and indefinites will follow, but also scalar implicatures and exhaustification
Focus and ‘Only’ in Hungarian
The main of this paper to investigate Hungarian focus interpretations. Hungarian has a special pre-verbal position for focussed constituents, which receive an exhaustive interpretation. Since the focus sensitive particle, ‘only’ goes together with this exhaustive focus, ‘only’ seems to be redundant or superfluous. For this reasons, we will investigate focus and ‘only’ in answers and multiple focus constructions and propose an analysis where exhaustivity-operator and only-operator are distinct
Abscission of flower bud pedicels in begonia
De in dit proefschrift beschreven experimenten zijn in 5 artikelen samengevat.De inleiding geeft een literatuuroverzicht betreffende de abscissie, welke vooral aan verouderende organen, zoals stelen van bladeren en vruchten, is bestudeerd. Abscissie blijkt in het algemeen met de veroudering van het afvallende orgaan te zijn gecorreleerd. In hoeverre veroudering noodzakelijk voor abscissie is, is nog niet zeker, daar soms ook jonge organen afvallen. De abscissie van jonge organen komt o.a. in een aantal Begonia variëteiten veel voor. Deze variëteiten bloeien overvloedig, maar laten ook veel bloemknoppen vallen. De stelen der bloemknoppen, pedicellen, zijn jonge organen, die zich nog in hun strekkingsfase bevinden. In de teelt en handel van Begonia's is de bloemknopabscissie dan ook een probleem.In dit proefschrift is de hormonale regulatie van de bloemknopval bestudeerd m.b.v. 3 geselecteerde klonen van de kruising ( Begonia cinnabarina Hook.x B. micranthera Griessl) x B. davisii Veitch, welke hetzelfde uiterlijk hebben, alleen mannelijke bloemen vormen, maar in verschillende mate hun bloemknoppen laten vallen; en m.b.v. een hybride van de eenhuizige kruising Begonia fuchsioides Rook. x B. foliosa HB et K. waarvan de mannelijke bloemknoppen in het algemeen afvallen terwijl de vrouwelijke bloemen zich volledig ontwikkelen.In deel I worden de effecten van exogeen toegediende plantenhormonen bij de 3 B. davisii klonen vergeleken bij pedicellen aan de plant ( in vivo ) met en zonder bloemknoppen en bij geïsoleerde pedicellen ( in vitro ) met en zonder bloemknoppen. Auxine (IAA) remt de abscissie van de knoppen en de pedicellen in vivo en in vitro , ethyleen bevordert, terwijl abscisinezuur (ABA) alleen in vitro bevordert. Cytokininen (kinetine) en gibberellinen (gibberellinezuur) hebben geen effect. De bloemknoppen geven een stof aan de onderliggende abscissiezone af, waardoor deze niet afvallen. Waarschijnlijk is deze stof IAA, daar IAA de remmende werking van de knoppen voor een deel kan vervangen. Uit de plant worden abscissie-bevorderende stoffen naar de abscissiezone gevoerd, waarschijnlijk assimilaten, daar glucose de bevorderende werking van de plant kan vervangen. Uit de vergelijking van de in vivo en in vitro verrichte experimenten blijkt dat de pedicel-abscissie van explantaten de bloemknopabscissie aan de plant redelijk representeert. De verschillen in tendens tot bloemknopval tussen de 3 klonen is gecorreleerd met verschillen in abscissietijd van de pedicellen.In deel II worden de interacties tussen IAA, ABA en ethyleen dan ook m.b.v. pedicelexplantaten nader onderzocht. IAA, ABA en ethyleen beïnvloeden de abscissie onafhankelijk van elkaar. In het abscissieproces van explantaten kan een IAA-gevoelige periode onderscheiden worden, gevolgd door een ethyleen-gevoelige periode. ABA moet gedurende de IAA-gevoelige periode toegediend worden, het heeft een optimale tijd van toediening maar oefent zijn effect waarschijnlijk gedurende de ethyleen-gevoelige periode uit.Daar in deel I was gebleken dat de verschillende tendens in knopval van de 3 klonen correspondeert met verschillen in de abscissietijd van pedicelexplantaten, wordt in deel III de anatomie van de abscissiezone gedurende het abscissieproces in de 3 klonen bestudeerd. De scheiding vindt plaats doordat de intacte cellen, beginnend in de cortex, van elkaar loslaten. Dit suggereert, dat de scheiding het gevolg is van de oplossing van de middenlamel. Tevens blijkt dat de door IAA, ABA, of H 2 O beïnvloede abscissie anatomisch niet van elkaar verschillen. Ook de 3 klonen vertonen anatomisch geen verschillen.In deel IV wordt de hormonale regulatie van de bloemknopval geanalyseerd door middel van hormoonbepalingen in pedicellen en knoppen. De knoppen van de B. davisii -klonen bevinden zich continu in een abscissie-inducerende omstandigheid, doordat ethyleen continu in abscissie-bevorderende concentratie in de pedicellen aanwezig is. ABA is in hoge concentraties in de bloemknoppen aanwezig.Het induceert de abscissie echter niet, omdat de knoppen van de 3 klonen geen significant verschil vertonen in hun ABA gehalte en de pedicellen weinig gevoelig voor ABA zijn.Het IAA-gehalte in de vrouwelijke knoppen van de eenhuizige B. fuchsioides -hybride is ± 100 maal zo hoog als in de mannelijke knoppen, hetgeen gecorreleerd is met hun respectievelijke knopval. In de D. davisii -hybriden is de correlatie tussen knopval en IAA-gehalte ingewikkelder. In de winter vallen meer bloemknoppen af, gecorreleerd met een lager IAA-gehalte, dan in de zomer. Echter, de bloemknoppen van kloon 3, welke samen met kloon 2 de meeste knoppen laat vallen, bevatten het meeste IAA, terwijl de gehalten in bloemknoppen van kloon 1 en 2 niet veel verschillen. Het blijkt dat de IAA-export uit bloemknoppen en bloemen omgekeerd evenredig is met het IAA-gehalte. Hieruit volgt dat behalve het IAA-gehalte de uitvoer uit de bloemknoppen de abscissie bepaalt. Tevens geven deze resultaten een verklaring voor het feit dat ondanks de in de pedicellen aanwezige abscissiebevorderende ethyleen-concentratie de bloemknoppen niet afvallen, daar in hoofdstuk II is gebleken dat IAA het weefsel ongevoelig voor ethyleen houdt. Ook zijn nog enkele experimenten beschreven betreffende het transport van radio-actief gemerkt IAA, IAA-1- 14C, door pedicelsegmenten. De IAA-transportcapaciteit is afhankelijk van de diameter van het pedicel. De snelheid van het IAA-transport bedraagt 4-6 mm/uur en is dezelfde in jonge en oude pedicelsegmenten. ABA noch ethyleen remmen het IAA-transport. De aard van de verschillende tendens in knopval van de 3 klonen is nog niet geheel opgelost. Waarschijnlijk wordt deze veroorzaakt door een complex van factoren: o.a. IAA-produktie enafgifte door de bloemknop en de omzetting ervan in de bloemsteel.Tenslotte is in deel V de rol van de eiwitsynthese in het abscissieproces en de aard van de celwandoplossing onderzocht. Eiwitsynthese blijkt nodig voor de abscissie te zijn, daar cycloheximide deze zeer effectief remt. Echter, de informatie voor celwandafbrekende enzymen moet reeds in het cytoplasma aanwezig zijn, daar actinomycine D (AMD) de abscissie slechts in geringe mate remt. De abscissieremming door AMD kan door remming van de energievoorziening veroorzaakt zijn, daar chlooramphenicol en 2, 4-dinitrophenol de abscissie ongeveer gelijkelijk remmen.De scheiding is gecorreleerd met een stijging van oplosbare pectinen. Echter de pogingen om de enzymen hiervoor aan te tonen waren niet succesvol. Pectinemethylesterase-activiteit is zowel in de intercellulaire ruimte als in de cellen van de abscissiezone aanwezig, terwijl activiteiten van polygalacturonase, pectinezuurtranseliminase en pectinetranseliminase volledig afwezig waren. Cellulase, een enzym dat in het algemeen positief met de abscissie van petiolen en vruchtstelen is gecorreleerd, volgt de abscissie van Begonia pedicellen wanneer deze bijna voltooid is, de afbraak van de primaire celwand volgt dus na het scheiden van de cellen door oplossing van de middenlamel.</p
- …
