1,725,361 research outputs found

    Identification of the Kna/Knb polymorphism and a method for Knops genotyping

    No full text
    DNA mutations resulting in the McCoy and Swain-Langley polymorphisms have been identified on complement receptor 1 (CR1)-a ligand for rosetting of Plasmodium falciparum-infected RBCs. The molecular identification of the Kna/Knb polymorphism was sought to develop a genotyping method for use in the study of the Knops blood group and malaria

    Archeologisch bureauonderzoek en IVO-O verkennende fase door middel van boringen Bongaarderweg-Bongerdplein te Bocholtz, gemeente Simpelveld AA200006.R01v1.0.ARG199 Archeologische Rapporten Geonius 199

    No full text
    In opdracht van gemeente Simpelveld heeft Geonius Archeologie in maart 2020 een archeologisch bureauonderzoek en IVO-O in de vorm van een verkennend booronderzoek uitgevoerd voor het plangebied Bongerdplein te Bocholtz, gemeente Simpelveld. Aanleiding voor het uitvoeren van het bureauonderzoek is de aanvraag van een omgevingsvergunning ten behoeve van de herinrichting van de Bongerdplein en De Pomerio. In 2007 is reeds door Becker en Van de Graaf een bureauonderzoek uitgevoerd in het plangebied. De gemeente wil echter een nieuw rapport hebben van een bureauonderzoek inclusief booronderzoek. Het plangebied ligt in het noorden van Bocholtz, iets ten zuidoosten van kasteel de Bongard. Het is gesitueerd in een droogdal en in het noordwesten op de grens met een beekdal. Het beekdal is ontstaan door de Bocholtzerbeek, die tegenwoordig niet meer in het plangebied stroomt. Volgens de bodemkaart ligt het gebied in een niet gekarteerd deel, maar uit extrapolatie kan worden aangenomen dat er sprake is van een poldervaaggrond met colluvium in het dal. Ergens tussen 1960 en 1970 is het terrein opgehoogd ten behoeve van de aanleg van een sportveld, omdat het terrein voorheen te nat was. Historisch gezien heeft de Bocholtzerbeek door het plangebied gestroomd en lagen naast deze beek weilanden en fruitweiden. Bocholtz bevond zich op een hoger gelegen gebied in het oosten, naast het droogdal. In het plangebied zijn geen archeologische waarden bekend. Op de gemeentelijke archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart heeft het plangebied een lage tot middelhoge archeologische verwachting. Voor het plangebied is een lage verwachtingswaarde vastgesteld op het voorkomen van vindplaatsen uit alle perioden. Wel kunnen zogenaamde off-site sporen voorkomen alsmede dumplocaties

    Archeologische quickscan en IVO-O karterende vorm door middel van boringen Dienstweg Noord Maastricht Aachen Airport te Beek, gemeente Beek

    No full text
    Aanleiding voor het uitvoeren van het onderzoek is de aanvraag van een omgevingsvergunning ten behoeve van de renovatie en gedeeltelijke verplaatsing van de Dienstweg Noord op het terrein van Maastricht Aachen Airport. Volgens de archeologische advieskaart van de gemeente Beek zal het nieuw aan te leggen wegdeel met een lengte van 480 m worden aangelegd in een gebied met een hoge archeologische verwachting (categorie 4). Volgens de Nota Archeologisch beleid Gemeente Beek zijn gebieden met een hoge verwachting archeologisch gezien kansrijk. De daadwerkelijke aanwezigheid van archeologische resten is echter nog niet vastgesteld, daarom is ervoor gekozen een quickscan en IVO-O karterende vorm door middel van boringen uit te voeren

    Are current management recommendations for saproxylic invertebrates effective? A systematic review

    Get PDF
    Conservation management recommendations for saproxylic invertebrates advocate the continuous provision of the dead and decayingwood microhabitats that they require for survival. Accepted site-based management practices include leaving fallen dead and decaying wood in situ, providing supplementary coarse woody material (CWM), inducing decay in mature trees and strategic planting in order to maintain a balanced age structure of trees in both space and time. Here we examine the empirical evidence regarding the effectiveness of such interventions using rigorous systematic reviewmethodology. Systematic searching yielded 27 studies containing pertinent information. The evidence presently available is insufficient to critically appraise the utility of any specific intervention for conserving saproxylic species, or assemblages, in the long-term. However, there are a range of studies, conducted over relatively short periods of time,which do describe changes in saproxylic fauna in response to management practices. In the absence of robust, high quality evidence, recommendations relating to the use of specific site-based conservation interventions should only be regarded as speculative. Nonetheless, general proposals for the maintenance of suitable microhabitats, such as the protection of veteran trees within the landscape, are based on sound ecological principles and should be encouraged even though experimentally controlled and replicated evidence is lacking. Further primary research and long-term monitoring are required to fill the gaps in our ecological knowledge that potentially weaken the case for the effectiveness of current saproxylic invertebrate conservation action and would enable practitioners to make better informed decisions with regard to dead wood protection and provision

    Archeologisch bureauonderzoek en IVO-O verkennende fase d.m.v. boringen Rolduckerveld te Kerkrade, gemeente Kerkrade AA200003.R01v1.0.ARG211 Archeologische Rapporten Geonius 211

    No full text
    In opdracht van gemeente Kerkrade heeft Geonius Archeologie in maart en april 2020 een archeologisch bureauonderzoek en IVO-O verkennende vorm dor middel van boringen uitgevoerd voor het plangebied Rolduckerveld te Kerkrade, in de gelijknamige gemeente. Aanleiding voor het uitvoeren van het onderzoek is de aanvraag van een omgevingsvergunning ten behoeve van de herinrichting van de woonwijk. Het plangebied ligt in de op een oud Maasterras, het Terras van Simpelveld II, dat is ontstaan in het Tiglien (ca. 2,4 - 1,8 miljoen jaar geleden). In de bodem heeft zich waarschijnlijk een radebrikgrond ontwikkeld in siltige leem. Ter hoogte van het droogdal in het oosten ligt mogelijk een dun colluviumpakket. Op het Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN) is zichtbaar dat het terrein relatief vlak is. In het oosten is de bodem op kleine schaal afgegraven. Voor zover bekend is het plangebied in ieder geval vanaf 1778 in gebruik geweest als bouwland. De woonwijk Rolduckerveld is in de jaren ’60 van de vorige eeuw gerealiseerd. Bij deze werkzaamheden is de bodem geëgaliseerd, waardoor de bodem sterk kan zijn verstoord. Een deel van de bebouwing is reeds gesloopt. Binnen de grenzen van het plangebied zijn vondsten gedaan uit de Romeinse tijd. In de directe omgeving zijn twee (mogelijke) Romeinse villa’s bekend, waarvan één grenst aan het oosten van het plangebied. Ten zuidoosten ligt de oude Abdij van Rolduc, waarvan de oudste fase dateert uit de 12e eeuw. Op basis van het bureauonderzoek heeft het plangebied een lage archeologische verwachting op het voorkomen van vindplaatsen uit het Paleolithicum en Mesolithicum, een lage tot middelhoge op het voorkomen van vindplaatsen uit het Neolithicum, Bronstijd, Middeleeuwen en Nieuwe tijd en een hoge voor vindplaatsen uit de IJzertijd en Romeinse tijd

    Bureauonderzoek en IVO-O Noodstraat 7 te Sprundel, gemeente Rucphen. AA200032.R01.v1.0 Archeologische Rapporten Geonius 215

    No full text
    In opdracht van de familie Huijben heeft Geonius Archeologie in mei 2020 een archeologisch bureauonderzoek en IVO-O door middel van boringen uitgevoerd voor het plangebied Noodstraat 77 te Sprundel, gemeente Rucphen. Aanleiding voor het uitvoeren van het bureauonderzoek is de aanvraag van een omgevingsvergunning ten behoeve van de bouw van een woning. Volgens het vigerende bestemmingsplan ‘Rucphen Buitengebied 2020’ geldt een dubbelbestemming archeologische verwachtingswaarde hoog, derhalve dient archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden. Het plangebied ligt op een zone met terrasafzettingswelvingen en volgens de Bodemkaart van Nederland komen binnen het plangebied hoge zwarte enkeergronden en laarpodzolgronden voor

    Bureauonderzoek en IVO-O verkennende vorm door middel van boringen steenfabriek VanderSanden te Beek, gemeente Beek. AA200046.R01.v1.0.ARG222 Archeologische Rapporten Geonius 222

    No full text
    In opdracht van VanderSanden Steenfabriek BV heeft Geonius Archeologie in juni 2020 een archeologisch bureauonderzoek en IVO-O verkennende vorm door middel van boringen uitgevoerd voor het plangebied Steenfabriek VanderSanden te Beek, gemeente Beek. Aanleiding voor het uitvoeren van het bureauonderzoek is de aanvraag van een omgevingsvergunning ten behoeve van aan te brengen verharding op twee percelen. Het bureauonderzoek heeft uitgewezen dat het plangebied ligt op het Terras van Caberg 1, ter plaatse van een lösswand. Aan de hand van de Bodemkaart van Nederland worden binnen het plangebied ooivaaggronden met roest beginnend dieper dan 80 cm, ontwikkeld in siltige leem verwacht

    Archeologisch bureauonderzoek Emmastraat te Nieuwenhagen, gemeente Landgraaf AA200079.R01.v2.0.ARG237 Archeologische Rapporten Geonius 237

    No full text
    Aanleiding voor het uitvoeren van het bureauonderzoek is de aanvraag van een omgevingsvergunning ten behoeve van de ontwikkeling van een woon-zorgcomplex. Vanwege de ligging van het plangebied in een gebied dat volgens het vigerende bestemmingsplan gedeeltelijk een dubbelbestemming waarde archeologie heeft dient een archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden, alvorens de omgevingsvergunning kan worden verkrege

    Archeologisch bureauonderzoek en IVO-O verkennende fase d.m.v. boringen Scherpenseeler Veeweg 2 te Landgraaf, gemeente Landgraaf AA210125.R01v1.0.ARG380

    No full text
    In opdracht van dhr. T. Ancion heeft Geonius Archeologie in januari 2022 een archeologisch bureauonderzoek en IVO-O verkennende fase d.m.v. boringen uitgevoerd voor het plangebied Scherpenseeler Veeweg 2 te Landgraaf, in de gelijknamige gemeente. Aanleiding voor het uitvoeren van het onderzoek is de aanvraag van een omgevingsvergunning ten behoeve van de uitbreiding van het paardencentrum. Het plangebied is gesitueerd op de rand van een plateauterras en een lösswand. Tentallen meters naar het oosten ligt een droogdal. In de ondergrond komen grindafzettingen van de Oostmaas voor. Hierop is een eolisch leempakket afgezet. In dit leempakket heeft zich een daalbrikgrond en radebrikgrond ontwikkeld. Dit zijn gronden waarin zich een Bt-horizont heeft ontwikkeld. Voor zover bekend is het plangebied in ieder geval vanaf de 19e eeuw in gebruik geweest als bouwland. In het begin van de 20e eeuw was het plangebied voor een korte periode in gebruik als boomgaard en vervolgens als weide. Rond 1980 is de huidige manege gesticht. Hierbij zijn verschillende paardenstallen gebouwd en velden aangelegd, waardoor de bodem in onbekende mate is verstoord. In het plangebied kunnen nederzettingsresten voorkomen uit het paleolithicum tot en met de Romeinse tijd, gezien de ligging op de rand van een plateauterras nabij een droogdal. Indien het droogdal in het verleden watervoerend is geweest, zal het een aantrekkelijke bewoningslocatie zijn geweest. Tevens kunnen resten van off site activiteiten voorkomen. Nederzettingsresten uit de middeleeuwen en nieuwe tijd worden niet verwacht omdat het plangebied niet in de buurt ligt van een beekdal

    Archeologisch bureauonderzoek en IVO‐O verkennende fase door middel van boringen De Wendelstraat 55 te Landgraaf , gemeente Landgraaf AA210111.R01v1.0.ARG403

    No full text
    Op 30‐3‐2022 is door Thuys B.V. aan Geonius Archeologie te Geleen opdracht verleend voor het uitvoeren van een archeologisch onderzoek voor de locatie De Wendelstraat 55 te Landgraaf in de gelijknamige gemeente. Aanleiding tot uitvoering van het onderzoek vormt de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de bouw van een bedrijfspand. Vanwege de ligging van het plangebied in een gebied dat volgens het vigerende bestemmingsplan gedeeltelijk een dubbelbestemming waarde archeologie heeft dient een archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden, alvorens de omgevingsvergunning kan worden verkregen. Het archeologisch onderzoek heeft tot doel het opstellen van een gespecificeerde verwachting. Het resultaat is voorliggend rapport, op basis waarvan het bevoegd gezag een beslissing kan nemen over een eventuele vervolgstap in de AMZ (Archeologische Monumenten Zorg) cyclus.
    corecore