5,028 research outputs found

    B&G rapport 925

    No full text
    Becker & Van de Graaf heeft in april 2010 een Archeologisch Bureauonderzoek en een Inventariserend Veldonderzoek (IVO) verkennende fase door middel van boringen uitgevoerd in verband met de geplande (her)ontwikkeling van een plangebied aan de Zomerzorgerlaan 2 te Bloemendaal. Gezien de ligging op een strandvlakte omsloten door strandwallen heeft het plangebied een hoge verwachting voor archeologische resten vanaf de Midden Bronstijd tot en met de Nieuwe tijd. Uit historisch onderzoek is gebleken dat het plangebied sinds eind 16e eeuw deel uit heeft gemaakt van het erf en de tuinen van een blekerij, later boerderij, logement, rusthuis en woonhuis. Uit het booronderzoek blijkt dat het plangebied inderdaad op een strandvlakte ingesloten door strandwallen ligt. Waarschijnlijk lag er in de strandvlakte een klein duin of een verhoging die niet afgedekt werd oor de veenvorming op de rest van de strandvlakte. De top van het veen in het plangebied is veraard en op de top van het mogelijke kleine duin heeft zich een bodem gevormd. Op de top van het veen en in deze bodem kunnen eventuele archeologische resten bewaard zijn daterend tussen de Midden Bronstijd en de Vroege Middeleeuwen. In het pakket duinzand wat hier boven op is afgezet kunnen archeologische resten voorkomen uit de Late Middeleeuwen en de Nieuwe tijd

    B&G rapport 987

    No full text
    In opdracht van de gemeente Amstelveen heeft archeologisch adviesbureau Becker & Van de Graaf een Inventariserend Veldonderzoek (IVO) door middel van proefsleuven uitgevoerd aan de Handweg te Amstelveen, gemeente Amstelveen. Het onderzoek heeft plaatsgevonden op 24 en 25 juli 2010. De aanleiding voor het onderzoek zijn enerzijds de plannen om in het gebied huizen te bouwen en anderzijds de conclusie van het bureau- en booronderzoek waaruit gebleken is dat er archeologische resten in het plangebied aangetroffen kunnen worden

    B&G rapport 876

    No full text
    Becker & Van de Graaf bv heeft in januari 2010 een archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (IVO) verkennende fase uitgevoerd in verband met de geplande (her)ontwikkeling van het plangebied aan de Uitgeesterweg 3 in Limmen, gemeente Castricum. Op basis van het bureauonderzoek heeft het plangebied een middelhoge tot hoge kans op het aantreffen van archeologische resten vanwege de verwachte ligging op een strandwal. Archeologische resten in het plangebied kunnen dateren vanaf de periode dat de strandwal is ontstaan in het Laat Neolithicum tot en met de Late Middeleeuwen. Tijdens het veldonderzoek is een antropogene vondstlaag aangetroffen met archeologische indicatoren die gedateerd zijn tussen de Vroege Middeleeuwen C/Late Middeleeuwen B (8e t/m 15e eeuw) ) tot en met de Nieuwe tijd AB (16e t/m 19e eeuw). Deze indicatoren wijzen erop dat binnen het plangebied mogelijk een archeologische vindplaats uit deze perioden aanwezig kan zijn wat direct aansluit op de periode waarin Limmen ontstaan is en een bloeiperiode kende

    B&G rapport 1103

    No full text
    In opdracht van Hervex BV heeft archeologisch onderzoeksbureau Becker & Van de Graaf bv op 2 december 2010 een Inventariserend Veldonderzoek (IVO) door middel van proefsleuven uitgevoerd op de hoek van de Stiftstraat en de Middelweg in Molenhoek, gemeente Mook en Middelaar. De aanleiding voor dit onderzoek is het voornemen in het plangebied vijf woningen te bouwen. Uit een eerder uitgevoerd bureauonderzoek werd echter geconcludeerd dat de vorming van een esdek ervoor heeft gezorgd dat eventuele archeologische resten goed beschermd zijn in de bodem, waardoor de kans op het voorkomen van deze resten hoog is. Het proefsleuvenonderzoek, waarbij circa 10% van het totale plangebied is onderzocht, heeft geen archeologisch relevante resten opgeleverd. Er is één vlak aangelegd in de top van de C-horizont. Aanvankelijk zijn drie sporen aangetroffen in werkput 1, maar deze zijn na het couperen als natuurlijke vlekken geïnterpreteerd. Er is geen vindplaats aangetroffen. Op basis van de resultaten van het Inventariserend Veldonderzoek door middel van proefsleuven adviseert Becker & Van de Graaf bv om in het plangebied geen archeologisch vervolgonderzoek uit te (laten) voeren

    B&G rapport 1068

    No full text
    In opdracht van de Kerkvoogdij Hersteld Hervormde Gemeente Spijk heeft archeologisch onderzoeksbureau Becker & Van de Graaf, onderdeel van de IDDS Groep, een archeologisch bureauonderzoek en een Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase uitgevoerd aan de Zuiderlingedijk 189 te Spijk, gemeente Lingewaal. De aanleiding voor dit onderzoek is het voornemen om op het achterterrein aan de Zuiderlingedijk 189 een onderkomen voor kerkelijke activiteiten te bouwen. Dit gebouw zal een oppervlakte van circa 200 m2 in beslag nemen. Tijdens het onderzoek is geconstateerd dat er in het het plangebied archeologische resten vanaf de Romeinse tijd verwacht mogen worden. Becker & Van de Graaf adviseert om ter hoogte van de eigenlijke ontgraving een archeologisch vervolgonderzoek uit te laten voeren in de vorm van een proefsleuf van 200 m2

    B&G rapport 843

    No full text
    Becker & Van de Graaf in november 2009 een archeologisch bureauonderzoek en een Inventariserend Veldonderzoek (IVO) door middel van boringen uitgevoerd in verband met de geplande (her)ontwikkeling van het plangebied aan de Beverwijkerstraatweg 6 in Castricum, gemeente Castricum. Op basis van de resultaten van het onderzoek is de verwachting dat er in het plangebied archeologische resten in situ aanwezig kunnen zijn klein. Tot aan de Bronstijd lag het plangebied in een rivierdal en onder zeespiegelniveau en was dus totaal ongeschikt voor bewoning. Met het verlanden van het zeegat bij Castricum veranderde het plangebied in een kweldersysteem dat regelmatig overstroomde en daardoor ook niet geschikt zal zijn geweest voor bewoning. De boringen tonen verder aan dat de toplaag, die op het kweldersysteem ligt, in zijn geheel verstoord is door afgravingen en/of egalisatie. Aangetroffen aardewerkfragmenten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd zijn vermoedelijk daarvan afkomstig. Vervolgens is ten behoeve van bollenteelt of agrarisch gebruik een toemaakdek aangebracht. Gezien de afgravingen die reiken tot in de kwelderafzettingen en gezien de ongunstige landschappelijke locatie van het plangebied, is de kans klein dat archeologische waarden aanwezig zijn in het plangebied

    Inventariserend Veldonderzoek door middel van proefsleuven

    No full text
    Archeologisch onderzoeksbureau Becker & Van de Graaf bv op 2 december 2010 een Inventariserend Veldonderzoek (IVO) door middel van proefsleuven uitgevoerd op de hoek van de Stiftstraat en de Middelweg in Molenhoek, gemeente Mook en Middelaar. De aanleiding voor dit onderzoek is het voornemen van de bouw van vijf woningen. Uit een eerder uitgevoerd bureauonderzoek werd echter geconcludeerd dat de vorming van een esdek ervoor heeft gezorgd dat eventuele archeologische resten goed beschermd zijn in de bodem, waardoor de kans op het voorkomen van deze resten hoog is. Het proefsleuvenonderzoek, waarbij circa 10% van het totale plangebied is onderzocht, heeft geen archeologisch relevante resten opgeleverd

    B&G rapport 909

    No full text
    Bij het eerder uitgevoerde bureauonderzoek was de verwachting dat het deel van het plangebied buiten de contouren van de huidige rioolwaterzuiveringsinstallatie intact was. De verwachting is dat de ondergrond bestaat uit pleistocene afzettingen waarin archeologische resten voor kunnen komen vanaf het Laat Paleolithicum tot en met de Nieuwe tijd. In het naar verwachting niet-geroerde deel van het plangebied is een karterend booronderzoek uitgevoerd. Het overgrote deel van de ondergrond van dit deel bleek modern geroerd. Alleen in het uiterste zuidwesten van het plangebied was een restant van de oorspronkelijke bodem aanwezig. In de boringen zijn geen indicatoren aangetroffen die wijzen op archeologische waarden in de ondergrond

    B&G rapport 833

    No full text
    In opdracht van de afdeling Openbare Werken van de gemeente Noordwijk heeft archeologisch onderzoeksbureau Becker & Van de Graaf bv een archeologisch onderzoek uitgevoerd ter plaatse van een toekomstig rioolretentiebassin op de hoek van de Van Panhuysstraat en de Duinweg in Noordwijk, gemeente Noordwijk. Het onderzoek bestond uit een archeologische opgraving die is uitgevoerd van 1 oktober tot en met 8 november 2007. De aanleg voor dit onderzoek is de geplande bouw van een rioolretentiebassin. Vooronderzoek in de vorm van een archeologisch bureau- en booronderzoek had uitgewezen dat in het plangebied op vier verschillende niveaus een middelhoge verwachting gold voor archeologische resten vanaf de Brons- of IJzertijd tot aan de Late Middeleeuwen. De archeologische opgraving heeft de verwachting bevestigd en op vier niveaus archeologische resten opgeleverd. Het diepst gelegen archeologische niveau bevat sporen en vondsten uit de Late IJzertijd of Vroeg Romeinse tijd. Op dit niveau zijn tevens enkele vondsten uit de Vroege en Midden IJzertijd gedaan, die zouden kunnen aangeven dat minimaal één van de sporen, een mogelijke kuil, uit deze periode stamt. De IJzertijd vindplaats bestaat uit een complex van greppels en kuilen. Het onderzoek heeft niet met zekerheid kunnen uitwijzen wat de functie van de vindplaats was. In minstens één van de greppels stond licht brak water. Mogelijk dienden de greppels en kuilen voor de ontwatering van het gebied of als drinkwaterkuilen voor vee. Ook een functie als percelering is mogelijk. De sporen kunnen worden geïnterpreteerd als off-site sporen die horen bij een nederzetting die waarschijnlijk hoger heeft gelegen, bijvoorbeeld op de strandwal ten noordwesten van het plangebied. Waarschijnlijk bestaat er een relatie tussen deze vindplaats en de vindplaats die 70 m naar het zuidoosten aan de Van Panhuysstraat is aangetroffen. Op die vindplaats werden eveneens een akkerlaag, greppels, paalgaten (zonder structuur) en eergetouwsporen aangetroffen. Na het in onbruik raken van het systeem van greppels en kuilen is het plangebied in gebruik genomen als akker. Vondsten uit de akkerlaag geven aan dat deze beakkering mogelijk ook in de Late IJzertijd of Vroeg Romeinse tijd heeft plaatsgevonden. Deze akker bevond zich alleen in het zuidoosten van het plangebied, ten zuiden van greppel 54. Greppel 54 vormde mogelijk een begrenzing en deze greppel en de greppels ten noorden er van kunnen dus zodanig gelijktijdig zijn geweest met de akker of met het systeem van greppels en kuilen. Dwars door het plangebied loopt een geul. Het onderzoek heeft niet met zekerheid kunnen aantonen of de geul gelijktijdig is met de sporen uit de Late IJzertijd of Vroeg Romeinse tijd of pas is ontstaan na het in onbruik raken van het terrein. De aanwezigheid van kleine visdammen die middels 14Cdatering zijn gedateerd in de Vroege of Midden Romeinse tijd geeft echter aan dat de geul in deze periode actief was. De kreekgeul is twee maal actief geweest met tussen de actieve periodes een periode van veenvorming. Tijdens de tweede actieve periode, mogelijk in de Middeleeuwen, is het grootste deel van het veen weer geërodeerd. Na het wederom verlanden van de geul is op de zandige kleiafzettingen een akker bestaande uit ruggen en laagten aangelegd. Van deze akker zijn alleen graafsporen waargenomen in de profielen. Deze akker is met jong duinzand overstoven. De sporen op het hoogste archeologische niveau dateren uit de Nieuwe tijd A en B. Er zijn een grote waterput, drie kleine tonputten, enkele kuilen en een aantal concentraties van paalsporen aangetroffen. In de paalsporen zijn geen structuren herkend. De sporen hangen vermoedelijk samen met een boerderij die buiten het plangebied stond; op de kaart van het hoogheemraadschap van begin 17e eeuw staat aangegeven dat aan deze zijde van de Duinweg huisplaatsen aanwezig waren

    B&G rapport 834

    No full text
    In opdracht van Rijkswaterstaat Noord-Holland heeft archeologisch onderzoeksbureau Becker & Van de Graaf bv op 12 oktober 2009 een Archeologische begeleiding (AB) uitgevoerd aan de Koningsweg in Westerland, gemeente Wieringen. De aanleiding hiervoor betreffen de geplande infrastructurele werkzaamheden bij de Koningsweg en de N99. De archeologische begeleiding vond plaats bij het uitgraven van een wegcunet. Tijdens het onderzoek is een intact bodemprofiel met een podzolbodem aangetroffen. Opvallend is de sterke bioturbatie. Het vlak is aangelegd in de top van het dekzand. Er zijn geen archeologische vondsten of sporen aangetroffen
    corecore