26,541 research outputs found
Microdata on stature, ethnicity, occupation, religion, migration in Indonesia (1890-2000)
Microdata on Indonesia by, inter alia, region, age, education, occupation, religion.
Please cite:
*Bas van Leeuwen and Peter Foldvari, "Economic Mobility in a Colonial and Postcolonial Economy: Indonesia," Journal of Interdisciplinary History, Vol. 47 (2), pp. 171-191.
*Péter Földvári, József Gáll, Daan Marks, and Bas van Leeuwen, 'Indonesia’s regional welfare development, 1900-1990: new anthropometric evidence ,' Economics & Human Biology , Vol. 11 (1) 2013, pp. 78-89
Resultaten conflictindicatoren vertalen naar maatregelen ter verbetering van de verkeersveiligheid
Het doel van dit onderzoek is om de resultaten van de conflictindicatoren door te vertalen naar maatregelen ter verbetering van de verkeersveiligheid op kruispunten. Hiervoor werd er in eerste instantie nagegaan wat de kritische succesfactoren zijn van verschillende type maatregelen. Met behulp van softwareprogramma’s werd er vervolgens onderzocht wat de effecten zijn van deze maatregelen op de doorstroming en het aantal kritische conflictpunten. Ten slotte is er ook gezocht naar een correlatie tussen de resultaten van de analyse uit de softwareprogramma’s en de werkelijke ongevallen op de gegeven kruispunten. In dit onderzoek is er gebruik gemaakt van de literatuur, beeldopnames van twee verschillende kruispunten en de softwareprogramma’s DataFromSky, PTV Vissim en SSAM3.
Met behulp van de bevindingen uit de literatuurstudie en de software-analyses werd een beslissingsboom opgesteld en werden er kritische succesfactoren meegedeeld die het aantal kritieke conflictpunten van de conflictindicatoren kunnen reduceren. Daarnaast werd er geconcludeerd dat de softwareprogramma’s nog niet volledig op punt staan. Zowel DataFromSky als SSAM3 leveren nog te veel foute registraties om de verkeersveiligheidsanalyses volledig automatisch uit te voeren. Het geeft echter wel een goede indicatie waar er zich mogelijke “conflict-hotspots” bevinden
Resultaten conflictindicatoren vertalen naar maatregelen ter verbetering van de verkeersveiligheid
Het doel van dit onderzoek is om de resultaten van de conflictindicatoren door te vertalen naar maatregelen ter verbetering van de verkeersveiligheid op kruispunten. Hiervoor werd er in eerste instantie nagegaan wat de kritische succesfactoren zijn van verschillende type maatregelen. Met behulp van softwareprogramma’s werd er vervolgens onderzocht wat de effecten zijn van deze maatregelen op de doorstroming en het aantal kritische conflictpunten. Ten slotte is er ook gezocht naar een correlatie tussen de resultaten van de analyse uit de softwareprogramma’s en de werkelijke ongevallen op de gegeven kruispunten. In dit onderzoek is er gebruik gemaakt van de literatuur, beeldopnames van twee verschillende kruispunten en de softwareprogramma’s DataFromSky, PTV Vissim en SSAM3.
Met behulp van de bevindingen uit de literatuurstudie en de software-analyses werd een beslissingsboom opgesteld en werden er kritische succesfactoren meegedeeld die het aantal kritieke conflictpunten van de conflictindicatoren kunnen reduceren. Daarnaast werd er geconcludeerd dat de softwareprogramma’s nog niet volledig op punt staan. Zowel DataFromSky als SSAM3 leveren nog te veel foute registraties om de verkeersveiligheidsanalyses volledig automatisch uit te voeren. Het geeft echter wel een goede indicatie waar er zich mogelijke “conflict-hotspots” bevinden
O projeto epistemológico empirista de Bas Van Fraassen: empirismo construtivo, epistemologia voluntarista, e empirismo estrutural
Dissertação (mestrado) - Universidade Federal de Santa Catarina, Centro de Filosofia e Ciências Humanas. Programa de Pós-Graduação em Filosofia, Florianópolis, 2013O presente trabalho versa sobre o projeto empirista de Bas van Fraassen, cuja obra é referência obrigatória no quadro das teorias empiristas contemporâneas não apenas na filosofia da ciência, mas também na filosofia em geral. Projeto esse que abrange três momentos fundamentais: o empirismo construtivo, o empirismo como atitude, e o empirismo estrutural. Assim, inicialmente no delineamento de nossa problemática de pesquisa, esquadrinhamos a história da filosofia da ciência do século XX, de forma que encontramos no empirismo lógico - em particular, nas contribuições de Rudolf Carnap e de Hans Reichenbach - o precedente teórico da noção de 'análise lógica da ciência', subsumida na definição de 'reconstrução racional'. A saber, o programa neopositivista para a filosofia da ciência tencionava realizar uma epistemologia analítica com exemplos científicos, uma 'análise lógica da ciência', ideia esta firmemente contestada por van Fraassen e por outros autores instrumentalistas - no caso, Larry Laudan. Depois, passamos para o exame pormenorizado e crítico das mencionadas teorias empiristas de van Fraassen. Isto é, sua teoria da ciência, o empirismo construtivo, sustenta que a ciência pode ser interpretada à maneira de uma busca por adequação empírica, não pela verdade, entendendo-se essa a correta e fidedigna descrição dos fenômenos observáveis. Quanto à formulação empirista de van Fraassen para além da filosofia da ciência, o empirismo como atitude, este parte da crítica à metafísica para a defesa dos aspectos volitivos na cognição humana, donde, o nome de epistemologia voluntarista, por esta se centrar nas atitudes, e não em doutrinas ou teorias factuais. Já o empirismo estrutural, que é uma atualização do empirismo construtivo, visa à descrição da estrutura dos fenômenos observáveis, com base na abordagem semântica das teorias, e.g., conjunto de modelos semânticos. Assente isso, nos debruçamos em aspectos específicos do empirismo construtivo, ou seja, a já referida abordagem semântica, a própria concepção de modelo, e os conceitos cruciais, no bojo dessa teoria da ciência: adequação empírica e observabilidade. Então, argumentamos que a interpretação da adequação empírica, tal qual uma versão da teoria correspondencial da verdade, é equivocada, por comprometer ontologicamente o empirismo construtivo. Ademais, no tocante à observabilidade, examinamos os seus limites gerais e específicos, mostrando que esse é um ponto muito delicado do empirismo construtivo, visto que van Fraassen endossa um naturalismo tópico, o qual se torna mais um problema do que uma solução para as críticas e dificuldades teóricas. Por exemplo, a circularidade, o regresso infinito, e a arbitrariedade da distinção observável/inobservável. Enfim, a partir das propostas de Nancy Cartwright e de Arthur Fine, esboçamos uma resolução para tais impasses em uma chave instrumentalista e pragmatista.Abstract : The present investigation deals with the theoretical empiricist program of Bas van Fraassen, whose legacy is an obligatory reference in the context of contemporary empiricist theories, not only in philosophy of science but also in philosophy in general. That project covers three key elements: constructive empiricism, empiricism as attitude (or empirical stance), and structural empiricism. Initially, in the design of our research problem, we search within the history of philosophy of science of the twentieth century, so that we find the logical empiricism - in particular, the contributions of Rudolf Carnap and Hans Reichenbach - whom are the precedents of theoretical notion 'logical analysis of science', subsumed in the definition of 'rational reconstruction'. Namely, the logical positivist project to the philosophy of science intended to conduct an analytical epistemology with scientific examples, such as 'logical analysis of science', however, this idea was firmly opposed by van Fraassen and other instrumentalists philosophers, e.g., Larry Laudan. Subsequently, we move to the detailed critical examination of van Fraassen's theories. Namely, his theory of science, constructive empiricism, which he argues that science can be interpreted in the manner of empirical adequacy, and not the within the truth. For instance, empirical adequacy being understood as a correct and reliable description of observable phenomena. Regarding the van Fraassen's empiricist work, it goes beyond the philosophy of science, it is empiricism as attitude, therefore, this part of the critique of metaphysics to defend the volitional aspect in human cognition, is called 'voluntarist epistemology', which focus on attitudes, and not on factual theories or doctrines. Regarding structural empiricism, this is an update of constructive empiricism that aims to describe the structure of the observable phenomena, based on the semantic approach of theories, i.e., a set of semantic models. Based on this, we concentrate on specific aspects of constructive empiricism: the aforementioned semantic approach that carries the concept model, and the key concepts in the core of this theory of science: empirical adequacy and observability. Hence, we argue the following: the interpretation of empirical adequacy, like a version of the correspondence theory of truth, is mistaken by compromising constructive empiricism ontologically. Moreover, concerning observability, we examine their general and specific limits, showing that this is a very problematic point of constructive empiricism, as van Fraassen had endorsed a topic naturalism, which becomes more of a problem than a solution to the critical and theoretical difficulties. For instance, circularity, infinity regression, and arbitrariness of observable/unobservable distinction. Finally, from proposals by Nancy Cartwright and Arthur Fine, we outline a resolution to such dilemmas in an instrumentalist and pragmatist ways as key of our research
Intra-operative bacterial contamination : control and consequences
Een combinatie van gedragsmaatregelen en een beter luchtinblaassysteem in de operatiekamer leidt tot een afname van het aantal bacteriën bij plaatsing van een knie- of heupprothese. Hierdoor neemt de kans af op infectie van de prothese en op problemen met wondgenezing na de operatie. Dit blijkt uit onderzoek van Bas Knobben, uitgevoerd bij de afdeling Orthopedie en de vakgroep Biomedical Engineering van het Universitair Medisch Centrum Groningen. Deze bevindingen kunnen ertoe bijdragen dat gewrichtsprothesen minder vaak infecteren en vervangen moeten worden. Hij promoveert op 26 april 2006 op zijn onderzoek aan de Rijksuniversiteit Groningen.
In elke operatiekamer kunnen ondanks strenge hygiënische maatregelen bacteriën voorkomen die een mogelijk risico vormen voor infectie van prothesen en problemen met wondgenezing na de operatie. Tot nu toe was de omvang hiervan onduidelijk. Uit het onderzoek van Knobben blijkt dat bij 36 procent van de plaatsingen van heupprothesen bacteriën aanwezig waren op het instrumentarium en op verwijderde botsnippers bij het inbrengen van de prothesen. Ook bleek er een verband te zijn tussen het vóórkomen van deze bacteriën en het optreden van verstoorde wondgenezing en infectie van de prothesen.
Gedragsmaatregelen
Knobben onderzocht of gedrags- en technische maatregelen, aanvullend op de gebruikelijke hygiënerichtlijnen, de kans op bacteriële besmetting tijdens de operatie verkleinen. Uit zijn onderzoek blijkt dat de combinatie van deze maatregelen in een operatiekamer de kans op aanwezigheid van bacteriën deed afnemen van 34 procent naar 8 procent. Tegelijk nam de kans op infectie van prothesen, verstoorde wondgenezing en wondinfectie beduidend af.
De gedragsmaatregelen die onder andere werden genomen, zijn het beperken van het spreken en het in- en uitlopen van de operatiekamer door het operatiekamerpersoneel, het gecontroleerd bewegen, het juiste gebruik van het neus-/mondkapje en een beter gebruik van het gebied onder de luchtstroom. Een van de technische maatregelen betrof het gebruik van een beter luchtinblaassysteem (laminaire airflow). Hierbij vindt een constante aanvoer van schone lucht plaats boven het operatiegebied en worden bacteriën via verticale luchtstromen afgevoerd.
Kosteneffectief
Met dit onderzoek toont Knobben aan dat gedragsmaatregelen en een beter luchtinblaassysteem in de operatiekamer infecties van prothesen en problemen met wondgenezing kunnen voorkomen. De maatregelen zijn bovendien kosteneffectief: de gemiddelde totale kosten per patiënt met een eerste (primaire) prothese zonder infectie zijn ongeveer € 15.000, zo’n 3,5 keer lager dan die van een patiënt met een geïnfecteerde prothese (ongeveer € 52.000). De resultaten van dit proefschrift hebben ertoe geleid dat het Universitair Medisch Centrum Groningen de aanvullende gedrags- en technische maatregelen toepast bij het plaatsen van prothesen.
Verdubbeling
In Nederland zijn in 2004 ongeveer 25.000 heup- en 20.000 knieprothesen geplaatst. De belangrijkste indicatie voor het plaatsen hiervan is gewrichtsslijtage. De verwachting is dat door vergrijzing het aantal mensen dat in aanmerking komt voor deze operaties de komende twintig jaar zal verdubbelen. Bij ongeveer één tot vier procent van de patiënten treedt na plaatsing een bacteriële infectie op.
Crack Monitoring in Dapped-End Beams: A Study of Sensor Technologies under Corrosive Conditions and Numerical Modelling of Crack Formation
Verouderende bruginfrastructuur brengt aanzienlijke veiligheidsrisico’s met zich mee, vooral door corrosie die scheuren veroorzaakt in balken met een inkeping aan het uiteinde. Traditionele monitoringssystemen werken vaak onbetrouwbaar in corrosieve omgevingen, wat de noodzaak voor duurzame sensortechnologieën benadrukt die scheur- en roestvorming op lange termijn kunnen detecteren.
Als eerste stap is er een literatuuronderzoek uitgevoerd naar sensortechnologieën die bestand zijn tegen corrosie. Dit leidde tot de keuze voor Fiber Bragg Grating- (FBG) sensoren, vanwege hun hoge precisie, stabiliteit op lange termijn en weerstand tegen corrosieve omgevingen. Als tweede richt dit onderzoek zich op het monitoren van corrosie-geïnduceerde scheuren in balken met een inkeping aan het uiteinde door het ontwikkelen van DIANA-eindige-elementenmodellen. Acht verschillende modellen werden ontwikkeld, elk met een andere treksterkte van de wapening volgens de Eurocode-classificaties en een verschillende wapeningsconfiguratie.
De analyse toont aan dat de scheurpatronen grotendeels overeenkomen, maar het theoretische model faalt eerder en vertoont meer kleine scheuren door de lagere betonsterkte.
Dit onderzoek biedt een basis voor het beoordelen van de nauwkeurigheid van scheurvoorspellingen en de integratie van corrosiebestendige sensoren. Dit is essentieel vanwege de beperkte kennis van dit soort balken, vooral wat betreft structurele berekeningen en scheurgedrag, die cruciaal zijn voor het verbeteren van de veiligheid
Crack Monitoring in Dapped-End Beams: A Study of Sensor Technologies under Corrosive Conditions and Numerical Modelling of Crack Formation
Verouderende bruginfrastructuur brengt aanzienlijke veiligheidsrisico’s met zich mee, vooral door corrosie die scheuren veroorzaakt in balken met een inkeping aan het uiteinde. Traditionele monitoringssystemen werken vaak onbetrouwbaar in corrosieve omgevingen, wat de noodzaak voor duurzame sensortechnologieën benadrukt die scheur- en roestvorming op lange termijn kunnen detecteren.
Als eerste stap is er een literatuuronderzoek uitgevoerd naar sensortechnologieën die bestand zijn tegen corrosie. Dit leidde tot de keuze voor Fiber Bragg Grating- (FBG) sensoren, vanwege hun hoge precisie, stabiliteit op lange termijn en weerstand tegen corrosieve omgevingen. Als tweede richt dit onderzoek zich op het monitoren van corrosie-geïnduceerde scheuren in balken met een inkeping aan het uiteinde door het ontwikkelen van DIANA-eindige-elementenmodellen. Acht verschillende modellen werden ontwikkeld, elk met een andere treksterkte van de wapening volgens de Eurocode-classificaties en een verschillende wapeningsconfiguratie.
De analyse toont aan dat de scheurpatronen grotendeels overeenkomen, maar het theoretische model faalt eerder en vertoont meer kleine scheuren door de lagere betonsterkte.
Dit onderzoek biedt een basis voor het beoordelen van de nauwkeurigheid van scheurvoorspellingen en de integratie van corrosiebestendige sensoren. Dit is essentieel vanwege de beperkte kennis van dit soort balken, vooral wat betreft structurele berekeningen en scheurgedrag, die cruciaal zijn voor het verbeteren van de veiligheid
Biogeochemical redox proxies in sediments from Schandelah during the Toarcian (Early Jurassic)
Author contributions:
The sampling was led by Bas van de Schootbrugge and measurements performed by Nina Papadomanolaki, with supervision of Niels A. G. M. van Helmond and Caroline P. Slomp. Measurements were gathered, processed and analysed by Itzel Ruvalcaba Baroni
Intrinsic functional connectivity in families genetically enriched for social anxiety disorder - an endophenotype study
Intrinsic functional connectivity in families genetically enriched for social anxiety disorder - an endophenotype study. Janna Marie Bas-Hoogendam, Henk van Steenbergen, Kathrin Cohen Kadosh, P. Michiel Westenberg,Nic J.A. van der Wee. 202
Provincial Human and Physical Capital Formation in China (1920 – 2009)
This dataset contain, by province, data on human capital, physical capital, population and GDP for China. Please cit as: Van Leeuwen, B., Van Leeuwen-Li, J. and Foldvari, P. (2017). Human Capital in Republican and New China: regional and long-term trends. Economic History of Developing Regions, 32 (1), 1 - 36
- …
