274 research outputs found

    House for the city Haarlem

    No full text
    Het ontwerp van een cultureel centrum binnen een nieuw masterplan voor de stad Haarlem en een uitgebreide bouwtechnisch uitwerking van het architectonische concept.Architectural EngineeringArchitectureArchitectur

    Raaks III, Haarlem, Gemeente Haarlem.

    No full text
    In opdracht van HBB Groep heeft archeologisch onderzoeksbureau IDDS Archeologie op 9 en 10 september 2019 een inventariserend veldonderzoek d.m.v. proefsleuven, uitgevoerd in het plangebied Raaks III in Haarlem, gemeente Haarlem. De aanleiding voor dit onderzoek is de geplande realisatie van twee appartementengebouwen met in totaal 34 woningen, twee bedrijfsruimten en een ondergrondse fietsparkeergarage voor circa 1000 fietsen. Voor het gebouw de Lantaarn zal ca. 0,75 m onder maaiveld worden gegraven. Voor het gebouw de Veste, waaronder de fietsenparkeergarage wordt aangelegd, zal ca. 3,75 m onder maaiveld worden gegraven. Het plangebied ligt verdeeld over de bestemmingsplannen Oude Stad en Vijfhoek /Heiliglanden – De Kamp en heeft daarop een dubbelbestemming Waarde – Archeologie 1b. Bij bodemingrepen die dieper reiken dan 0,30 m onder het maaiveld dient een waardestellend archeologisch rapport te worden overlegd. Het doel van het proefsleuvenonderzoek was het aanvullen en toetsen van de gespecificeerde archeologische verwachting, zoals geformuleerd in het bureauonderzoek, waarbij vooral aandacht moest zijn voor de stadmuur. Het gaat daarbij om het bepalen van de exacte loop, de begrenzing en opbouw van de stadsmuur, of er aan de stadszijde van de muur nog sprake is van resten van historische bebouwing (vanaf de 15e eeuw of mogelijk nog ouder) en wat de archeologische potentie is van de stadsgracht. Tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn voornamelijk funderingen vervaardig van baksteen aangetroffen. De sporen zijn toegeschreven aan twee vindplaatsen. Vindplaats 1 betreft sporen die te relateren zijn aan de stadsmuur, maar de stadsmuur zelf is niet aangetroffen. Deze sporen dateren vermoedelijk in de 17e/18e eeuw en worden tot de oudste fase van de vindplaats gerekend. Ook de gracht en bijbehorende beschoeiingen worden tot vindplaats 1 gerekend. De gracht is wel eerder aangelegd dan de 18e eeuw, maar tijdens het onderzoek zijn alleen de dempingslagen aangetroffen, welke een datering in de 19e eeuw hebben. Vindplaats 2 omvat de bebouwingsresten uit de 19e en 20e eeuw. Het gaat om funderingsresten van de gasfabriek en de school. Zowel vindplaats 1 en 2 zijn niet behoudenswaardig geacht, maar in het deelgebied Oude Zijlvest zouden mogelijk nog resten van de stadsmuur aanwezig kunnen zijn. Daarom wordt geadviseerd om de diepere bodemverstorende werkzaamheden in het deelgebied Oude Zijlvest onder archeologische begeleiding te laten plaatsvinden

    Archeologische begeleiding, protocol opgraven Bakenessergracht, Haarlem Gemeente Haarlem

    No full text
    IDDS Archeologie heeft van 10 maart tot en met 20 maart 2014 een archeologische begeleiding, protocol opgraven, uitgevoerd van de aanleg van een nieuwe riolering aan de Bakenessergracht te Haarlem, gemeente Haarlem

    Haarlem Spaarnwoude Transferium

    No full text
    A new sponge connecting three dislocated area's in one unified building which host the new Transferium for Haarlem Spaarnwoude with 550 parking places, a Children's daycare center, An information center, A restaurant, A giftshop, A outdoor theatre and the renewed hotel which was present at the existing location. All these functions will be connected with a 23.000m2 public landscape bridging the river "Liede" and forming a new gateway to explore the beautiful surroundings of Haarlem.ArchitectureArchitectural EngineeringArchitectur

    De gevolgen van zelfrijdende auto’s voor de stad

    No full text
    Op 16 januari 2018 schreven Roger van Boxtel, president-directeur van de NS, acht wethouders Verkeer van Almere, Amsterdam, Delft, Den Haag, Leiden, Rotterdam, Utrecht en Zoetermeer (waarom ontbreken Haarlem, Dordrecht, Zaanstad en Amersfoort?), en vier OV-vervoersdirecteuren een ingezonden stuk in NRC Handelsblad onder de kop ‘Investeer nu in lightrail om verkeersinfarct te voorkomen’. Het was niet voor het eerst dat werd gepleit voor lightrail-verbindingen in de Randstad. Het nieuwe is dat nu niet zozeer wordt gepleit voor de realisatie van afzonderlijke verbindingen, zoals destijds de omstreden Rijn-Gouwelijn, maar meer voor een stedelijke georiënteerd lightrail-systeem dat stadskernen in de Randstad met elkaar verbindt

    Reconstructie van de ontwikkeling van de Hollandse kust in de laatste 2500 jaar

    No full text
    Onderzoekskader In het kader van het KUST*2000 programma van Rijkswaterstaat wordt onder meer onderzoek gedaan naar de grootschalige en lange-termijn ontwikkeling van de Nederlandse kust. Een goed begrip van de lange-termijn ontwikkeling van onze huidige kust in het verleden is essentieel voor het inzicht in de gevolgen van grootschalige ingrepen in de kustzone. Het doel van het hier gerapporteerde onderzoek is het in detail vaststellen van de grootschalige en lange-termijn trend in de ontwikkeling van de Hollandse kust tussen Zandvoort en Den Haag gedurende de afgelopen 2500 jaar. De volgende vragen zijn hierbij van belang: 1. Wat is de natuurlijke lange-termijn ontwikkeling van de Hollandse kust gedurende de afgelopen 2500 jaar: netto aanzanding of netto erosie? Wat is de omvang in tijd van de fluctuaties rond deze grootschalige trend? 2. Wat zijn de sturende factoren en belangrijkste processen die hierin een rol spelen? 3. Kunnen we de conclusies met betrekking tot de lange-termijn ontwikkeling van de kust bij Haarlem extrapoleren naar de rest van de Hollandse kust? 4. Past de ontwikkelingstrend van de laatste 30 jaar in deze natuurlijke ontwikkeling of is het effect van menselijk ingrijpen hierin dominant? Activiteiten In het kader van dit project zijn de volgende activiteiten uitgevoerd: 1. Integratie van de kennis van de ontwikkeling van de strandwallenkust tussen Haarlem en Monster door middel van literatuurstudie; 2. Aanvulling en verfijning van het tijdsframe van de afzettingen van de uitbouwende Hollandse kust, met name voor de laatste 2500 jaar, door middel van nieuwe boringen en dateringen; 3. Aanvulling van deze gegevens met grondradaronderzoek waarmee de werkelijke opbouw van de ondergrond vast te stellen is. Resultaten -Lange termijn ontwikkeling Gedurende de laatse 2500 jaar komt er een einde aan de uitbouw (en dus netto aanzanding) van de kust van Holland. De kust moet in de Romeinse tijd of kort daarna zijn meest westelijke ligging bereikt hebben. Hierna begon de terugtrekking, waarbij zeewaarts uitstekende delen van de kust opgeruimd werden. Het begin van grootschalige duinvorming vanaf de 8e eeuw doet vermoeden dat de erosie van de Hollandse kust toen begonnen is of veel aanzienlijker geworden is dan daarvoor. De oorzaak voor deze erosie is niet duidelijk. Het Jonge Duinzand is rijk aan schelpgruis, hetgeen suggereert dat dit zand afkomstig moet zijn van de onderwateroever. Rond 1300 AD was de deha van de Oude Rijn bij Katwijk opgeruimd, hetgeen gepaard ging met een forse erosie. Ten zuiden van Katwijk was de terugtrekking minder, zij het niet verwaarloosbaar. Ten noorden van Katwijk was de afslag klein tot nihil. Het einde van de Jonge Duinvorming wordt rond 1600 AD geplaatst. Nadien zijn er slechts locale en kleinschalige veranderingen opgetreden. Registraties van de kustligging over ca. de afgelopen eeuw tonen een uitbouw van de gemiddeld laagwaterlijn tussen Egmond en Scheveningen. Gedurende deze periode trad er op de hele onderwateroever van de Hollandse kust beneden NAP- 8m zandverlies op, met uitzondering van de omgeving van IJmuiden en Scheveningen (effect havendammen). Het overgrote deel van dit verlies vindt plaats ten noorden van IJmuiden. Ten zuiden van IJmuiden zijn de zandverliezen gering en is de kust min of meer stabiel. Fluctuaties op de ontwikkelingstrend van de kust blijken onder meer uit afzettingen van zo'n 300 tot 400 jaar voor heden direct onder de huidige strandafzettingen. Rond die tijd heeft een aanzienlijk erosie van het strand plaatsgevonden (de hoogwaterlijn lag toen 100 tot 200 m verder zeewaarts), waarna er weer verticale opbouw plaatsvond. -Factoren en processen De erosie van de onderwateroever van de terugtrekkende kust was grotendeels voltooid vóór de uitbouw van de strandwallen. Dit houdt in dat de opbouw van de strandwallen gevoed moeten zijn met zand uit een andere bron. Waarschijnlijk speelt langstransport hierbij een belangrijke rol. In de afzettingen van de uitbouwende kust bij Haarlem neemt de omwerking van de afzettingen in met name de brandingszone toe in zeewaartse richting. Dit hangt waarschijnlijk samen met de afname in uitbouwsnelheid. De afwisseling van strandwallen en strandvlaktes tijdens de uitbouw van de kust kan wijzen op schommelingen in de aanvoer van sediment per tijdseenheid. Het voorkomen van transgressieve elementen in de uitbouwende serie, zoals bijv. washovers, duidt op schommelingen rond de trend van uitbouw. Het gaat hier waarschijnlijk echter om kleinschalige en kortdurende gebeurtenissen, veroorzaakt door bijvoorbeeld stormen. -Uniformiteit ontwikkeling Hollandse kust Uit vergelijking van de profielen bij Haarlem en Wassenaar blijkt dat de ontwikkeling van beide gebieden niet direct vergelijkbaar is. De ontwikkelingen bij Wassenaar staan onder invloed van de ontwikkeling van de monding van de Oude Rijn. De uitbouw ging hier aanzienlijk sneller. Nadien is hier een sterke erosie opgetreden, samenhangend met het opruimen van de Oude Rijn delta. De ontwikkeling van het gebied bij Haarlem verloopt langzamer. De uitbouw van de kust is hier aanzienlijk langer doorgegaan. Vervolgens is er veel minder erosie opgetreden dan bij Wassenaar. -Rol menselijke ingrijpen Gedurende de laatste 30 jaar is de kustnabije zone van het hier beschouwde deel van de Hollandse kust ten noorden van Katwijk min of meer stabiel of aanzandend, terwijl het deel ten zuiden van Katwijk eroderend is. Dit is in overeenstemming met het beeld dat naar voren komt uit de ontwikkeling over de laatste 2500 jaar. Lokaal verstoren de effecten van met name de aanleg van havendammen dit beeld. Daarnaast leidt het vasthouden van de waterlijn en de zeereep, door middel van respectievelijk strandsuppleties en beplanting, waarschijnlijk tot een verstoring van het natuurlijk kustprofïel.005.60044/01.03 Programma Kust 200

    Haarlem canal pavilion

    No full text
    Haarlem Canal Pavilion is a multi-functional pavilion built on Haarlem canal which is around 30meters wide and in between the Haarlem train station and city center. The project provides a landscape architecture above water and changes the typical landscape experience of Dutch canal. It also generates the large and adjustable interior space for cultural and commercial function to the neighbourhood. Beside the landscape and function, the basic target of the design is to explore a solution of a customized parametric building system, and to create the non-standard prefabricated structure. The building could be fully fabricated by CNC and easily assembled on the site without special locator device and complex construction process. The design process is separated as three parts, customized form finding, parametric generation of the structure , fabrication and construction.Architecture EngineeringarchitectureArchitectur

    Van boven naar beneden: Renovatie en groot onderhoud van corporatieflats te Haarlem

    No full text
    Een verouderde flat weer nieuw leven inblazen lijkt soms onbegonnen werk. Maar met de nodige ervaring en nieuwe vormen van samenwerking zijn mooie resultaten te boeken, zoals in Haarlem waar de nadruk onder andere ligt op het verbeteren van de relatie tussen flat en omgeving

    Flexibel werken in Dynamischkantoor Haarlem

    No full text
    Dynamischkantoor Haarlem biedt onderdak aan zes VROM-diensten. Een dienst van het Ministerie van LNV is er te gast. Op initiatief van de Rijksgebouwendienst is een innovatief kantoorconcept toegepast: een combikantoor met flexibele, activiteitgerelateerde werkplekken en een centraal archief met trolleys voor persoonlijke archieven. Een klein deel is opgezet als satellietkantoor. Kenmerkend van het nieuwe kantoor is de openheid (open verbindingen, veel glas). Een uitgebreide evaluatie toont aan dat het nieuwe gebouw vooralsnog niet aan de hooggespannen verwachtingen voldoet. De communicatie is weliswaar verbeterd en de voorzieningen worden positief gewaardeerd, maar geconcentreerd werken blijkt moeilijk. Er is sprake van een “transparantieparadox”: de openheid behoort tot de meest gewaardeerde aspecten (licht, ruim) en geeft tegelijkertijd aanleiding tot klachten over teveel afleiding en gebrek aan privacy. Het implementatieproces blijkt een kritische succesfactor.Accepted manuscriptReal Estate Managemen

    Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. Proefsleuven Raaks III, Haarlem Gemeente Haarlem

    No full text
    Archeologisch onderzoeksbureau IDDS Archeologie heeft op 9 en 10 september 2019 een inventariserend veldonderzoek d.m.v. proefsleuven, uitgevoerd in het plangebied Raaks III in Haarlem, gemeente Haarlem. De aanleiding voor dit onderzoek is de geplande realisatie van twee appartementengebouwen met in totaal 34 woningen, twee bedrijfsruimten en een ondergrondse fietsparkeergarage voor circa 1000 fietsen. Voor het gebouw de Lantaarn zal ca. 0,75 m onder maaiveld worden gegraven. Voor het gebouw de Veste, waaronder de fietsenparkeergarage wordt aangelegd, zal ca. 3,75 m onder maaiveld worden gegraven. Het plangebied ligt verdeeld over de bestemmingsplannen Oude Stad en Vijfhoek /Heiliglanden – De Kamp en heeft daarop een dubbelbestemming Waarde – Archeologie 1b. Bij bodemingrepen die dieper reiken dan 0,30 m onder het maaiveld dient een waardestellend archeologisch rapport te worden overlegd. Het doel van het proefsleuvenonderzoek was het aanvullen en toetsen van de gespecificeerde archeologische verwachting, zoals geformuleerd in het bureauonderzoek, waarbij vooral aandacht moest zijn voor de stadmuur. Het gaat daarbij om het bepalen van de exacte loop, de begrenzing en opbouw van de stadsmuur, of er aan de stadszijde van de muur nog sprake is van resten van historische bebouwing (vanaf de 15e eeuw of mogelijk nog ouder) en wat de archeologische potentie is van de stadsgracht. Tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn voornamelijk funderingen vervaardig van baksteen aangetroffen. De sporen zijn toegeschreven aan twee vindplaatsen. Vindplaats 1 betreft sporen die te relateren zijn aan de stadsmuur, maar de stadsmuur zelf is niet aangetroffen. Deze sporen dateren vermoedelijk in de 17e/18e eeuw en worden tot de oudste fase van de vindplaats gerekend. Ook de gracht en bijbehorende beschoeiingen worden tot vindplaats 1 gerekend. De gracht is wel eerder aangelegd dan de 18e eeuw, maar tijdens het onderzoek zijn alleen de dempingslagen aangetroffen, welke een datering in de 19e eeuw hebben. Vindplaats 2 omvat de bebouwingsresten uit de 19e en 20e eeuw. Het gaat om funderingsresten van de gasfabriek en de school. Zowel vindplaats 1 en 2 zijn niet behoudenswaardig geacht. IDDS Archeologie adviseert daarom het plangebied, voor wat betreft het aspect archeologie, vrij te geven voor de voorgenomen civieltechnische werkzaamheden. Dit advies is slechts ten dele overgenomen door het bevoegd gezag. Hieronder worden de aanbevelingen per deelgebied weergegeven. • Deelgebied De Lantaarn (west): geen archeologisch vervolgonderzoek; • Deelgebied De Veste (oost): geen archeologisch vervolgonderzoek; • Deelgebied Oude Zijlvest (midden): archeologische begeleiding van het graven van de boomplantgaten en de rioleringswerkzaamheden in het zuiden van het deelgebied
    corecore