1,321 research outputs found
Computer-assisted cardiovascular disease management: Better implementation of care, but no improvement in clinical outcomes
Huisartsgeneeskunde: van alledaagse romantiek naar academische praktijk
Ik heb de ontwikkeling van de huisartsgeneeskunde geschetst en de functie van de huisarts als poortwachter in de Nederlandse gezondheidzorg aan u verduidelijkt. Om deze rol in de toekomst te kunnen blijven vervullen moet de huisartsgeneeskunde zich voorbereiden op maatschappelijke veranderingen die voor de deur staan. Vooral de vergrijzing, de veranderende rol van de patiënt en samenwerking tussen de eerste en de tweede lijn vragen om aanpassing van de organisatie en de inhoud van het zorgaanbod van de huisarts. Universitaire afdelingen huisartsgeneeskunde kunnen vanuit hun onderzoeks- en onderwijsopdracht een belangrijke bijdrage aan die aanpassing leveren. Zij moeten daartoe meer de onderzoeksagenda coördineren, samen met de wetenschappelijke vereniging. Een betere academische inbedding van de opleiding tot huisarts is van belang om ook in de toekomst huisartsen op te leiden die hun belangrijke rol in de gezondheidszorg doeltreffend kunnen vervullen. Tot slot heb ik gewezen op het belang en het potentieel van academische huisartspraktijken, zoals onder meer in Utrecht ingericht, bij het ontwikkelen en evalueren van zorginnovatie. Wij gaan hiermee in de komende jaren druk aan de slag, samen met onze regionale partners in de eerste en tweede lijn en onze collega’s van andere afdelingen van het UMC Utrecht
How the dispersion of a droplet cloud depends on its initial size
A cloud of droplets evolves under the influence of strong turbulence. The droplets are made from a phosphorescent fluid. From this cloud we select at t = 0 a narrow line by exciting the droplets with a UV laser, which causes them to glow for a few milliseconds. The dispersion of this line is followed in time using a fast intensified camera. A large range of droplet sizes (Stokes number St) was measured. It appears that lines with St \approx 1 disperse faster than a line of fluid tracers. Lines of droplets which are narrowest initially, spread fastest
Receiver function analysis of crustal and upper mantle structure beneath Southern Africa
Bibliography: leaves 101-111
El Archipiélago Malayo como campo de estudio etnológico. Antropología. Boletín Oficial del Instituto Nacional de Antropología e Historia: Mesoamérica y la discusión de áreas culturales. Num. 82 Nueva Época (2008) abril-junio
Eickstedt, Egon von, Rassenkunde und Rassengeschichte der Menschheit [Tratado e historia de las razas de la humanidad], Stuttgart, Ferdinand Enke, 1934.Hazeu, G.A.J., Bijdrage tot de kennis van het Javaansche toneel [Una contribución al estudio del teatro javanés], Leiden, E.J. Brill, 1897.Krom, N.J., Inleiding tot de Hindoc-Javaansche Kunst [Introducción al arte indo-javanés, segunda edición], ’s-Gravenhage, Martinus Nijhoff, 1923.———, Hindoe-Javaansche geschiedenis [Historia indo-javanesa, segunda edición] Gravenhage, Martinus Nijhoff, 1931.Luttig, H.G., The religious system and social organization of the Herero: A study in Bantu Culture, Utrecht, Kemink en Zoon, 1930.Ossenbruggen, F.D.E. van, “De oorsprong van het Javaansche begrip montja-pat, in verband met primitieve classificatie” [El origen del concepto javanés de monca-pat y su conexión con los sistemas primitivos de clasificación], en Verslagen en Mededeelingen der Koninklijke Akademie van Wetenschappen, Afdeling Letterkunde, 5-3, 1918, pp. 6-44.———, “Het oeconomisch-magische element in Tobasche verwantschapsverhoudingen” [Los aspectos económicos y mágicos del parentesco Toba-Batak], en Mededelingen der Koninklijke Akademie van Wetenschappen, Afdeling Letterkunde, 80-B-3, 1935, pp. 63-125.Pijper, G.F., Fragmenta Islamica. Studiën over het Islamisme in Nederlandsch-Indië [Estudios sobre el Islam en las Indias Holandesas], Leiden. E.J. Brill, 1934.Radcliffe-Brown, A.R., “The social organization of Australian tribes”, en Oceania, Melbourne núm. 1, 1931, pp. 34-63, 206-256, 322-341, 426-456.Rassers, W.H., De Pandji-roman [El romance de Panji], Antwerpen, De Vos-van Kleef, 1922.———, “Over den zin van het Javaansche drama” [Acerca del significado del drama javanés], en Bijdragen tot de Taal-, Land-en Volkenkunde, núm. 81, 1925, pp. 311-384.———, “G, iwa en Boeddha in den Indische Archipel” [Siva y Buda en el Archipiélago de las Indias Orientales], en Gedenkschrift uitgegeven ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde, ’s-Gravenhage, Martinus Nijhoff, 1926, pp. 222-253.———, “Over den oorsprong van het Javaansche toneel” [El origen del teatro javanés], en Bijdragen tot de Taal-, Land- en Volkenkunde, núm. 88, 1931, pp. 317-450.———, Panji, the Culture Hero: a structural study of religion in Java, The Hague, Martinus Nijhoff, 1959. Incluidos en la traducción al inglés de Rassers 1959: 1925, 1926 y 1931.Snouck Hurgronje, C., De Atjèhers [Los Acehnesios], Batavia, Landsdrukkerij y Leiden, E.J. Brill, 1893.———, The Achehnese, Leyden, E. J. Brill, 1906. [Traducción de Snouck Hurgronje, 1893].———, Het Gajoland en zijne bewoners [El territorio Gayo y sus habitantes], Batavia, Landsdruk-kerij, 1903.———, Verspreide Geschriften?Gesammelte Schriften, [Escritos compilados-obras completas], vol. IV, 1 y 2, Bonn, Leipzig, Kurt Schroeder & Leiden, E. J. Brill, 1924.Vergouwen, J.C., Het rechtsleven der Toba-Bataks, ’s-Gravenhage, Martinus Nijhoff, 1933. [Traducido al inglés como:———, The social organization and customary law of the Toba-Batak of northern Sumatra, La Haya, Martinus Nijhoff, 1964].Wilken, G.A., Verspreide Geschrifften [Escritos compilados, 4 vols.], Semarang, Soerabaja, Bandoeng, ’s-Gravenhage, G.C.T. van Dorp, 1912.Wouden, F.A.E. van, Sociale structuurtypen in de Groote Oost, Leiden, J. Ginsberg, 1935. [Traducida al inglés como:———, Types of social structure in Eastern Indonesia, La Haya, Martinus Nijhoff, 1968]
De visuele waarneming van de gebouwde omgeving
In dit boek wordt de waarnemingspsychologie toegepast op het ontwerpen van gebouwen. Het laat zien hoe het contrast of de samenhang van de onderdelen van een gebouw vergroot of verkleind kunnen worden, en waarom sommige gebouwen er complex uitzien en andere eenvoudig. Het behandelt de perceptie van vormen, van richtingen en van de ruimte en de denotatieve en connotatieve betekenis van vormen. De waarneming wordt in dit boek opgevat als een proces van informatieverwerking.Delft University of Technolog
The genus Phytophthora; phylogeny, speciation and host specificity
Pormotie-onderzoek naar de fylogenie, soortsvorming en waardplantspecificiteit in het geslacht Phytophthora
Soils and grassland types of the Serengeti Plain (Tanzania) : their distribution and interrelations
De Serengeti Plain maakt deel uit van een zeer oude versneden hoogvlakte die tijdens het Pleistoceen overdekt is door aeolische afzettingen van vulkanische assen met een sterk alkalisch karakter; de assen waren afkomstig van de Ngorongoro Highlands.Het klimaat is semi-aride en wordt gekenmerkt door een droge en natte tijd.De jaarlijkse neerslag varieert van ca 400 mm in het zuid oostelijk tot ca 800 mm in het noord-westelijk deel van de Serengeti Plain. Lokale verschillen in regenval in combinatie met de bijzondere aard van het moedermateriaal hebben geresulteerd in een aanzienlijk aantal verschillende bodemtypen met bijzondere eigenschappen zoals thixotropie, hoge omwissel capaciteit van de kleifracties, hoge zoutconcentraties in vele profielen, vorming van calcic en petrocalcic horizonten.De Serengeti Plain is bedekt door grasland waarin vrijwel geen bomen voorkomen. Binnen het grasland kunnen, op basis van de graslengte en botanische samenstelling, 3 hoofdzones worden onderscheiden, te weten het zogenaamde korte, halflange en lange grasland.De grenzen van deze hoofdzones bleken in grote lijnen overeen te komen met die tussen drie belangrijke, zogenaamde bodemlandschappen.In de hoofdstukken 2.1, 2.2 en 2.3 van deel II zijn een aantal bodem eigenschappen zoals textuur, structuur, physische en chemische eigenschappen van de gronden binnen de drie bodemlandschappen uitvoerig beschreven. Uit de overzichten is gebleken dat de factor regenval, van zeer grote invloed is op de bodemgesteldheid; samenhangend met de verschillen in regenval blijken gronden in het zuidoosten lemig, zwak ontwikkeld, zout en alkalisch en kalkrijk te zijn; in het noordwesten zijnde gronden kleiig, minder zout en alkalisch en tot flinke diepten ontkalkt en vertonen een sterke profiel ontwikkeling.De factorenverzouting (mate en type) en alkaliteit bleken van grote invloed op de botanische samenstelling van het grasland te zijn Naast belangrijke regionale verschillen -zoals bijvoorbeeld tussen de drie bodemlandschappen komen veelvuldig belangrijke verschillen in de verzoutingstoestand op korte afstand voor, waarbij de ligging van de betreffende profielen binnen een toposequentie van groot belang bleek. Binnen de drie hoofdzones van het grasland worden dan ook velerlei patronen aangetroffen.Een veel voorkomend patroon is dat van scherp omgrensde plekken van langere en kortere grassen of van graslandtypen met een hoge bedekkingsgraad of een lage bedekkingsgraad. De mate van verzouting en/of alkaliteit van de ondergrond bleek hier duidelijk gecorreleerd met genoemde patronen: kort gras en/of lagere bedekkingsgraad doorgaans bij hogere zoutgehaltes, terwijl het tegengestelde zich voordeed bij lage zoutconcentraties.De over korte afstand gevonden verschillen in verzouting bleken vaak samen te hangen met termietenactiviteit. Een uitvoerige beschrijving van dit verschijnsel is gegeven in hoofdstuk 3.Ook de productie van de diverse graslandtypen is vermoedelijafhankelijkk in hoge mate direct of indirect afhankelijk van mate van verzouting en alkaliteit.Het ligt in de bedoeling in deel III (in voorbereiding) aandacht aan dit aspect te besteden.Het laatste hoofdstuk betreft de bodem classificatie; classificatie geschiedde aan de hand van het Amerikaanse systeem (Soil Taxonomy).Hierbij deden zich diverse moeilijkheden voor, welke een gevolg waren van- het in onvoldoende mate rekening houden (in Soil Taxonomy) met het voorkomen van prairiegronden in tropische streken;- de aard van het moedermateriaal, dat in een aantal opzichten duidelijk afwijkt van vulkanische assen elders in de wereld.<p/
- …
