33 research outputs found

    Hoe centrale groepsuitbreidingen ontstaan uit oppervlaktes van driehoeken

    No full text
    In deze scriptie volgen we de lijn die in W. van Est in “A group theoretic interpretation of area in the elementary geometries” heeft uitgezet, maar we gaan grondiger in op de stof en bewijzen de meeste claims die door Van Est worden gedaan. We kijken naar wat triviale en nontriviale centrale groepsuitbreidingen zijn, wat die te maken hebben met cocykels en coranden en cohomologieklassen. We zien dat iedere cocykel een corresponderende homogene cocykel heeft. Aan de hand van het oppervlaktebegrip in een tweedimensionale ruimte kunnen we een homogene cocykel definiëren en daarmee kunnen we dan een centrale groepsuitbreiding construeren van de symmetriegroepen op het tweedimensionale hyperbolische, euclidische en elliptische vlak. We zien dat die uitbreidingen niet triviaal zijn, maar dat wanneer we ieder van deze uitbreidingen verheffen naar hun universele overdekking, de uitbreiding op de symmetriegroep van het hyperbolische vlak triviaal wordt, in tegenstelling tot die van het euclidische vlak

    Samen kennis aanboren : Verkenning van kennis en opvattingen over ultradiepe geothermie

    No full text
    De Nederlandse regering ziet geothermie als een veelbelovende optie om ons land van duurzame warmte te voorzien en de afhankelijkheid van aardgas af te bouwen. Het belang van warmte in de energievoorziening is groot: ongeveer 38% van de primaire energieconsumptie bestaat uit de vraag naar warmte. In veel provincies en gemeenten worden de mogelijkheden voor deze technologieverkend. Bij geothermie, ook wel aardwarmte genoemd, wordt heet water uit de diepe ondergrond omhoog gepompt en via een warmtewisselaar gebruikt als warmtebron voor huizen en tuinbouwkassen, voor de industrie of als bron voor elektriciteitsproductie. In juli 2017 telde Nederland veertien geothermieprojecten met een diepte van twee à drie km, alle in de glastuinbouw.Green Deal Geothermie BrabantIn april 2016 sloten het ministerie van Economische Zaken, het ministerie van Infrastructuur en Milieu en 16 Brabantse partners de Green Deal Geothermie Brabant, met als doel versnelling van de ontwikkeling van geothermie in de provincie Noord-Brabant. De provincie is zich er terdege van bewust dat de ontwikkeling van geothermie alleen kans van slagen heeft als ze op voldoendemaatschappelijk draagvlak kan rekenen. De provincie wil hierover dan ook de dialoog aangaan met relevante maatschappelijke partijen. In dit verband heeft de provincie Noord-Brabant (i.h.b. het Cluster Natuur, Water en Milieu), het Rathenau Instituut verzocht een uitgebreide stakeholderanalyse over (ultra)diepe geothermie uit te voeren.Ultradiepe geothermieDe focus van dit onderzoek ligt op ultradiepe geothermie. Er bestaan hoge verwachtingen over deze vorm van geothermie, die nog nieuw is in Nederland. TNO spreekt van ultradiepe geothermie als de bron dieper is dan 4 km en een temperatuur boven de 120°C levert. Door de hoge temperatuur is deze warmtebron bruikbaar voor de industrie. De restwarmte kan vervolgensgebruikt worden door andere warmtevragers zoals glastuinbouw of woningen aangesloten op een warmtenet. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) 3 noemt ultradiepe geothermie zelfs als enige realistische optie voor grootschalige verduurzaming van de warmtevoorziening van de Nederlandse industrie.Verkenning van kennis en opvattingen over ultradiepe geothermieHet doel van deze verkenning is om de mogelijkheid en wenselijkheid van een maatschappelijke dialoog over ultradiepe geothermie in kaart te brengen. Aan de hand van interviews laat deze studie zien wat de betrokkenen verstaan onder ultradiepe geothermie, wat hun opvattingen zijn over ultradiepe geothermie, welke vragen zij erover hebben en hoe zij aankijken tegen een maatschappelijke dialoog over ultradiepe geothermie. In het najaar van 2016 en het voorjaar van 2017 zijn gesprekken gevoerd met 17 betrokken partijen van binnen en buiten de Green Deal Geothermie Brabant. Daarnaast schetst het rapport op basis van een literatuurstudie de stand vanzaken op het gebied van (ultra)diepe geothermie: ervaringen met geothermie, kansen en risico’s van (ultra)diepe geothermie en bestaande regelgeving

    A Low-Power Microcontroller in a 40-nm CMOS Using Charge Recycling

    No full text
    A 40-nm microcontroller featuring voltage stacked memory and logic is presented. This involved connecting the power domains of the memory and logic in series, such that the ground of one power domain is connected to the positive supply rail of the other. In this paper, an ARM Cortex-M0+ and its peripherals are powered from 0 V to VDD, while its 4-kB ROM and the 16-kB SRAM are powered from VDD to 2 VDD. Since the memory and logic will, in general, draw different supply currents, the midrail VDD is provided by an on-chip switched capacitor voltage regulator (SCVR). To allow a direct comparison of voltage stacking with a conventional single supply, it can be turned off by configuring the SCVR to power both the memory and logic from 0 V and VDD. Turning on voltage stacking results in 96% power conversion efficiency, while the active converter area is reduced by 2.6 ×. Despite the use of a smaller SCVR, the voltage stacking reduces the supply noise by 3.4 dB and the output voltage drops from 58 to 36 mV.Accepted Author ManuscriptMicroelectronic

    Watersysteem en stadsvorm in Holland : Een verkenning in kaartbeelden: 1575, 1680, 1900 en 2015

    No full text
    In 1901, the Polderkaart van de landen tusschen Maas en IJ (Polder map of the lands between Maas and IJ) appeared in print. This large coloured wall map was the work of W.H.Hoekwater of Charlois, a teacher by profession.The map had an educational purpose: Hoekwater wanted to show just what a ‘singular country’ this low-lying area of the Netherlands was, built and maintained through the ‘sheer willpower and genius of earlier and current inhabitants’. His explanatory notes consist of a brief technical introduction and, most notably, a summary and description of the storage drainage systems and associated hydraulic engineering works, with tables showing the different water levels. Hoekwater had two versions of his explanatory notes printed, one for municipal, polder and water boardadministrators and one for school children.Hoekwater’s map showed the hydraulic engineering works in the area between the rivers Maas and IJ, and how those entities discharged into the waters outside the dyke system. Hoekwater had drawn the map on his own initiative, without having been commissioned to do so by a district water board or any other organisation. Since the sixteenth century, large wall maps of various water board districts had been made at the behest of dyke and polder boards. Those older maps show the territory of the relevant water board complete with watercourses and the main ngineering works under its control. None of those maps transcends the level of scale of a single water board district. But it is not just its scale that makes Hoekwater’s unique. Hoekwater depicts the entire water system and its operation in an innovative way, using colour schemes to enable viewers to follow the flow of water. Erratum Rowin van Lanen is erroneously not listed as author of 'Water system and city form in Holland'. Note 1 on page 47 should read: This research was a collaboration between the Cultural Heritage Agency and the Faculty of Architecture at Delft University of Technology. The texts were written by Jaap Evert Abrahamse, Menne Kosian and Reinout Rutte; they serve as explanatory notes to the maps, which were compiled by Otto Diesfeldt and Iskandar Pané on the basis of a historical GIS created by Menne Kosian and Rowin van Lanen, and expanded under the supervision of Yvonne van Mil by Thomas van den Brink and Arnoud de Waaier. The writing of this text would not have been possible without the cooperation of Guus J. Borger, who provided critical comments on an earlier version, of which grateful use was made.In 1901 verscheen de Polderkaart van de landen tusschen Maas en IJ in druk. Deze monumentale gekleurde wandkaart was vervaardigd door W.H. Hoekwater, afkomstig uit Charlois, van beroep onderwijzer. De kaart had een educatief doel: Hoekwater wilde laten zien hoezeer laag Nederland ‘een eigenaardig land’ was, aangelegd en in stand gehouden door ‘wilskracht en genie der vroegere en tegenwoordige bewoners’. In zijn toelichting geeft Hoekwater een korte technische inleiding, maar vooral een opsomming en beschrijving van de boezemsystemen en bijbehorende kunstwerken, met tabellen van de verschillende waterstanden. Hoekwater had twee versies van zijn toelichting laten drukken, één voor gemeente-, polder- en waterschapsbesturen en één voor scholieren.Op zijn kaart liet Hoekwater onder meer zien uit welke waterstaatkundige eenheden het gebied tussen Maas en IJ bestond en hoe die eenheden uitboezemden op de uitenwateren. Hoekwater had de kaart op eigen initiatief getekend, zonder opdracht van een hoogheemraadschap of enige andere organisatie. Sinds de zestiende eeuw zijn van diverse hoogheemraadschappen grote wandkaarten gemaakt in opdracht van de colleges van dijkgraaf en heemraden. Die oudere kaarten tonen het grondgebied van het betreffende hoogheemraadschap met de daarin gelegen waterlopen en de belangrijkste kunstwerken die het in beheer had. Geen van die kaarten overstijgt het schaalniveau van een enkel hoogheemraadschap. Maar de kaart van Hoekwater is niet alleen vanwege zijn schaal een uniek document. Hoekwater laat het complete watersysteem en het functioneren ervan zien op een innovatieve manier. Via de kleurschakeringen op de kaart is de loop van het water te volgen.  Erratum Rowin van Lanen is abusievelijk niet vermeld als auteur van ‘Watersysteem en stadsvorm in Holland’. Noot 1 op pagina 47 moet luiden: Dit onderzoek was een samenwerking tussen de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en de Faculteit Bouwkunde van de Technische Universiteit Delft. De teksten zijn geschreven door Jaap Evert Abrahamse, Menne Kosian en Reinout Rutte; deze dienen als toelichting bij de kaarten, die werden samengesteld door Otto Diesfeldt en Iskandar Pané op basis van een historisch GIS dat werd gemaakt door Menne Kosian en Rowin van Lanen, en onder leiding van Yvonne van Mil uitgebreid door Thomas van den Brink en Arnoud de Waaier. Het schrijven van deze tekst was niet mogelijk geweest zonder de medewerking van Guus J. Borger, die een eerdere versie van kritisch commentaar voorzag, waarvan dankbaar gebruik is gemaakt

    Immunity analysis of an LDO using identification of operating region transitions

    No full text
    DC operating point shifts due to Electromagnetic Interference (EMI) are a major cause of EM immunity failures. Accurate analysis of such nonlinear effects demands the use of time-consuming simulations that are not practical for large-scale circuits. A method is presented that points to the causes of immunity failures by identifying devices that show strongly nonlinear behavior as a result of operating region transitions. It does this without using time-consuming simulations. To further relax the requirements on computational power of the simulator, the method splits the circuit into smaller sub-circuits that are each characterized by small-signal linear models. Using these models, interference propagation through the chip can be estimated. A tool based on the proposed method is implemented and applied to a large-scale test circuit of a Low-Dropout (LDO) regulator

    Measurement of MOSFET LF Noise Under Large Signal RF Excitation

    No full text
    A new measurement technique is presented that allows measurement of MOSFET LF noise under large signal RF excitation. Measurements indicate that MOSFETS exhibit a reduction in LF noise when they are cycled from inversion to accummulation and that this reduction does not depend on the frequency of excitation for excitation frequencies of up to 3 GHz. The measurement results are significant because MOSFET LF noise is important in the design of RF CMOS circuits such as oscillators and mixers, where large signal swings occur. Additionally, the measurement results give new insights into the LF noise generating mechanisms in MOSFETs

    Identifying EMC-critical devices by monitoring and classifying operating region transitions

    No full text
    In many nonlinear circuits, DC operating points may shift when the circuit is subjected to Electromagnetic Interference (EMI), leading to Electromagnetic Compatibility (EMC) failures. Analysis of such failures is classically done using a transient simulation of the whole circuit. For large circuits, this method is not practical due to computational limitations. This paper proposes a computationally inexpensive method that is able to analyze very large-scale circuits and to identify the devices that suffer from strongly nonlinear behavior in the presence of EMI. It does so by checking which devices suffer from operating region transitions. Next, it classifies these transitions to prioritize the devices in terms of their contribution to the EMI problem. The method is demonstrated to work well on a level shifter circuit, a representative case that is widely used in commercial products

    Blockchain innovation and framing in the Netherlands: How a technological object turns into a ‘hyperobject’

    No full text
    Blockchain emerged as a well-defined technological object with limited applicability applications (e.g. Bitcoin). Embraced by more and more ‘stakeholders’, Blockchain has turned into a bounty of possibilities and promises. This raises the question whether Blockchain is turning into an overextending, affective ‘hyperobject’. Adopting a post-ANT topological perspective, and using mixed-methods analysis, this paper traces Blockchain's recent developments in the Netherlands. A media analysis of newspaper items shows a telling divide between stakeholders (including incumbents) stressing Blockchain's radicalising prospects and those (notably involved knowledge and policy workers) warning of its overhyping and lack of governance capacities. A detailed analysis of strategies and operations of the key enabler, the Dutch Blockchain Coalition, reveals how much effort has gone into face-to-face encounters and communication to frame and script the object. Yet, this also causes Blockchain to proliferate in all kinds of directions, turning into a hyperobject beyond the reach of intellectual and practical grasp.Accepted Author ManuscriptScience Education and CommunicationApplied Science
    corecore