1,720,996 research outputs found
Cleanliness, Civility, and the City in Medieval Ideals and Scripts
Collective identities and transnational networks in medieval and early modern Europe, 1000-180
Ethnic Identification and Stereotypes in Western Europe, circa 1100–1300
Contains fulltext :
133096.pdf (Publisher’s version ) (Closed access)21 p
Introduction
Collective identities and transnational networks in medieval and early modern Europe, 1000-180
Jan van Boendale: pro-flagellantismen of antisemitisme
Een analyse van de werken van Jan van Boendale met betrekking tot zijn houding tegenover flagellanten en joden
''Oec sloeghen si die joden doot'' - De jodenvervolgingen van 1309 in het hertogdom Brabant.
The 1309 persecutions of jews in the duchy of Brabant were not solely, as proposed by most historians, caused by the call for crusade by pope Clement V in 1308 and the precarious position of jews in medieval Christendom, but also the result of an urban anti-ducal revolt in several towns in Brabant, which was repressed violently by duke John II in 1305-1308. For the vindictive rebels, the close fiscal and legal relationship between jews and their aristocratic patrons in medieval European society, in this case the duke, created an opportunity to attack John II indirectly by killing local jews. Therefore, these persecutions were not only a symptom of an intolerant, violent and anti-jewish society, but also driven by groups consciously persuing their political interests
Alfred de Grote: Culturele en intellectuele hervormingen en de perceptie van Rome in Angelsaksisch Engeland
Alfred de Grote (848-899) wordt vaak gezien als de grondlegger van Engeland en als de grootste regent die Engeland ooit heeft gekend. In de eeuwen na de val van het Romeinse rijk gingen vorsten zoals Alfred de Grote continuïteit zoeken met het Romeinse verleden. Hoe Alfred dit deed en of hem dit lukte zijn vragen die dit onderzoek vorm hebben gegeven
Interdict over Engeland. Argumenten van paus Innocentius III verwijzend naar geestelijke en wereldlijke macht.
Als gevolg van een conflict tussen paus Innocentius III (r. 1198-1216) en de Engelse koning Jan zonder Land (r. 1199-1216) omtrent het recht van investituur, plaatste eerstgenoemde in 1208 een interdict over Engeland. Deze studie behandelt de vraag welke argumenten de paus in aanloop naar, en ten tijde van het interdict gebruikte om deze actie te rechtvaardigen. Aan de hand van de pauselijke correspondentie wordt aangetoond dat het recht van investituur volgens hem onder de libertas ecclesiae viel. Hij baseerde dit op het canoniek recht, het Evangelie van Mattheüs en de theorie van de paus als Vicarius Christi. Het interdict moet worden gezien als een maatregel om de kerkelijke belangen te beschermen. Middels het canoniek recht kon het interdict hiervoor worden gerechtvaardigd. Innocentius III erkende een onderscheid tussen de geestelijke en wereldlijke machtssfeer, waarbij de geestelijkheid over de geestelijke machtssfeer verantwoordelijkheid droeg. De geestelijkheid diende de libertas ecclesiae te verdedigen
The wilderness of Holland: from hunting ground to well-administered part of the domains
Collective identities and transnational networks in medieval and early modern Europe, 1000-180
Alien tactis? An examination of the Roman military heritage in the "Military Revolution" (1560-1660).
- …
