1,721,361 research outputs found
Plangebied Bedrijfsweg, gemeente Lopik; archeologisch vooronderzoek: een bureau en inventariserend veldonderzoek
Coordinaten:126.188/444.512
Datum einde onderzoek:
Projectmedewerkers: S.Warning, F. van der Wal
Complextype(n):NX
Datering:BRONS-ROM
Diversen: Warning, S., Plangebied Bedrijfsweg, gemeente Lopik; archeologisch vooronderzoek: een bureau en inventariserend veldonderzoek. RAAPnotitie 3005 (WEESP, 2008)
In verband met de uitbreiding van een bestaand bedrijventerrein wordt door RAAP Archeologisch Adviesbureau een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd
Plangebied Driehoek Bentwoud, Benthuizen, gemeente Rijnwoude; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek.
Coordinaten :97.965/453.456
Datum einde onderzoek:12 augustus 2008, rapportage: 29-08-2008
Projectmedewerkers: F. van der Wal
Complextype(n):XXX
Datering:XXX
Diversen: Warning, S., Plangebied Driehoek Bentwoud, Benthuizen, gemeente Rijnwoude; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek. RAAPnotitie 2865 (WEESP, 2008)
In verband met de realisatie van een voetbal complex wordt door RAAP Archeologisch Adviesbureau een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd
Plangebied Groenoordhallen, gemeente Leiden; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek
Opdrachtgever: Groenoord cv
Coordinaten: 93.900/465.100
Datum einde onderzoek: 13 mei 2008 rapportage: 2 september 2008
Projectmedewerkers: drs. E van der Laan & drs. R.W. de Groot
Complextype(n):xxx
Datering:IJZ
Diversen: Warning, S.,Plangebied Groenoordhallen, gemeente Leiden; archeologisch vooronderzoek: een
bureau- en inventariserend veldonderzoek, RAAPrapport 1735 (WEESP, 2008
Plangebied Oudelandsedijk te West-Graftdijk, gemeente Graft-De Rijp; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek
Opdrachtgever: Bureau Buitenweg
Coordinaten: 114.776/508.520
Datum einde onderzoek: 25 maart 2009
Projectmedewerkers: S. Warning, J. van Roemburg
Complextype(n): xxx
Datering: xxx
Diversen: Warning, S., Plangebied Oudelandsedijk te West-Graftdijk, gemeente Graft-De Rijp; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek RAAPnotitie 3112 (WEESP,2009)
Het betreft een archeologisch booronderzoek (verkennend en karterend) m.b.t. plangebied Oudelandsdijk te West-Graftdijk. Op de locatie wordt een melkveehouderij gebouwd
archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennende fase)
RAAP Archeologisch Adviesbureau heeft in juni 2011 een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd in verband met de geplande werkzaamheden in de gemeente Haarlem.
Op basis van het bureauonderzoek geldt voor het gehele plangebied een middelhoge archeologische verwachting voor vindplaatsen (archeologische overblijfselen) uit de periode Midden Neolithicum t/m Romeinse tijd. Voor de zone met strandwal geldt voor dezelfde periode een hoge archeologische verwachting. Hierbij kan het gaan om resten van prehistorische nederzettingsterreinen, gebruiksvoorwerpen en eventuele overblijfselen. Voor de Late Middeleeuwen geldt een middelhoge archeologische verwachting en voor de Nieuwe tijd een hoge archeologische verwachting voor een boerderij.
Op basis van het veldonderzoek wordt geconcludeerd dat in het grootste deel van het plangebied het oorspronkelijke maaiveld dieper ligt dan de geplande ontgravingsdiepte van 1,8 m -NAP. In het plangebied is een strandwal afgedekt met Oude Duinen aangetroffen. De top van het Oud Duinzand is in de boringen 18 en 20 op respectievelijk 1,05 en 1,19 m -NAP aangetroffen. In deze boringen ligt de top van het Oud Duinzand binnen de geplande ontgravingsdiepte. In boring 19 is de top van het Oud Duinzand op 2,59 m -NAP aangetroffen en zal dus niet verstoord worden door de geplande graafwerkzaamheden. Boring 26 is direct ten zuiden van een op de kadastrale minuut aangegeven boerderij, ter hoogte van een dijk, gezet. In deze boring is het oude maaiveld op 1,34 m -Mv aangetroffen
Plangebied Vroonlandseweg, gemeente Kapelle; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek
Coordinaten:56.322/389.374 (NW) 56.536/389.386 (NO) 56.569/389.252 (ZO) 56.274/389.183 (ZW)
Datum einde onderzoek: juni 2009, rapportage: 30 september 2009
Projectmedewerkers: drs. F. Stevens, T.E Lyklema MA & R. Bakx
Complextype(n): kasteel
Datering: LME/ NT
Diversen: Warning, S., Plangebied Vroonlandseweg, gemeente Kapelle; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek, RAAPrapport 1963 (WEESP, 2009
Plangebied 2Y2, Praktijkschool Pro Almere, gemeente Almere
RAAP Archeologisch Adviesbureau heeft in juni 2008 een inventariserend veldonderzoek, verkennende fase uitgevoerd in verband met voorgenomen bodemingrepen in plangebied 2Y1 Praktijkschool Pro Almere, gemeente Almere.
Tijdens het verkennend onderzoek zijn in totaal 9 boringen verricht, 1 boring is vervallen in verband met de aanwezigheid van een leiding in de ondergrond.
In het lagere deel van het dekzandlandschap is de top van het dekzand bijna overal in meer of mindere mate geërodeerd. De aantasting van het dekzand maakt de kans klein dat in de laagte behoudenswaardige archeologische resten aanwezig zijn.
In het hogere deel van het dekzandlandschap is de bodem intact waardoor een eventuele vindplaats vermoedelijk goed geconserveerd is. Duidelijke aanwijzingen voor de aanwezigheid van vindplaatsen zijn in deze fase niet aangetroffen. Het onderzoek was hier ook niet op gericht.RAAP Archeologisch Adviesbureau heeft in augustus 2008 een bureau- en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd in verband met voorgenomen bodemingrepen in plangebied 2Y1, Praktijkschool Pro Almere, gemeente Almere.
Tijdens het karterend onderzoek zijn in totaal 21 boringen uitgezet . De boringen 28 en 29 zijn vervallen aangezien deze op een privéterrein gezet zijn en dus buiten het plangebied vallen. De boringen zijn ingemeten met behulp van een LRK-GPS. De boringen zijn gezet met een Avegaarboor met een diameter van 14,5 cm.
Tijdens het karterend booronderzoek is een relatief intact dekzandlandschap in kaart gebracht. In alle boringen is het dekzand afgedekt met een laag veen. In boring 23 is een humeuze laag in het dekzand aangetroffen op 1,95 m onder de top van het dekzand (9,64 m -NAP). Mogelijk vormt de humeuze laag de scheiding tussen Jong Dekzand I en Jong Dekzand II.
In alle dekzandmonsters is houtskool aangetroffen. De meeste monsters bevatten veel houtskoolpartikels. Er zijn geen duidelijk begrensde concentraties te onderscheiden.
In twee dekzandmonsters (boringen 19 en 24) zijn fragmenten verbrande hazelnoot herkend. In boring 24 zijn relatief veel fragmenten verbrande hazelnoot aangetroffen. Verbrande hazelnoot kan samenhangen met antropogene activiteiten in het verleden.RAAP Archeologisch Adviesbureau heeft in november 2008 een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd in verband met voorgenomen bodemingrepen in plangebied 2Y2, Praktijkschool Pro Almere, gemeente Almere. Het veldonderzoek bestond uit een karterende en een waarderende fase.
Tijdens het karterend onderzoek is het perceel direct ten oosten van het bestaande plangebied onderzocht. Voor de uitvoering van het karterend veldonderzoek zijn in totaal 21 boringen geprojecteerd in een grid van 20 x 17,3
archeologisch vooronderzoek
RAAP Archeologisch Adviesbureau heeft in juni 2008 een bureau- en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd in verband met voorgenomen bodemingrepen in plangebied 3A, Blok 11, Centrum Buiten, gemeente Almere.
Tijdens het verkennend veldonderzoek is door middel van 3 boringen op rij, 40 m uit elkaar, het pleistocene oppervlak in kaart gebracht. Daaruit bleek dat de bodemopbouw in het plangebied grotendeels intact is.
Tijdens het karterend veldonderzoek zijn door middel van 9 boringen in een grid van 20 bij 17,3 m eventueel aanwezige archeologische resten opgespoord. Bij het karterend booronderzoek is in drie boringen een gerijpt, ontkalkt traject in de Oude Getijde Afzettingen aangetroffen. In een monster uit dit traject is bewerkt vuursteen aangetroffen.
Binnen het plangebied is een grotendeels intact dekzandlandschap in kaart gebracht. In het oostelijke deel van het plangebied zijn archeologische indicatoren aangetroffen. Het gaat om bewerkt vuursteen en mogelijk bewerkt vuursteen. De resten zijn aangetroffen in een ongestoorde context op circa 7,75 tot 8,63 m -NAP. Op grond van de hoogteligging van het dekzand en de relatieve zeespiegelstijging zijn de resten ouder dan 6000 BP (4900 voor Chr.). Na deze periode zal het dekzand geleidelijk aan te nat zijn geworden voor bewoning en met veen overgroeid zijn geraakt. Dit laatste is onder meer af te leiden uit het veen dat in veel boringen is herkend als afdekkende laag van het dekzand.
Er is in het plangebied sprake van twee niveaus waarop archeologische resten kunnen worden aangetroffen.RAAP Archeologisch Adviesbureau heeft in september 2008 een bureau- en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd in verband met voorgenomen bodemingrepen in plangebied 3A, Blok 11, Centrum Buiten, gemeente Almere.
Tijdens het waarderend onderzoek zijn in totaal 24 boringen uitgezet in een zone rondom boring 9.
Bij het waarderend booronderzoek is in 16 boringen een gerijpt, ontkalkt traject in de Oude Getijde Afzettingen aangetroffen. Tevens is op een dieper niveau tijdens het waarderend onderzoek een grotendeels intact dekzandlandschap in kaart gebracht. Er zijn geen relevante archeologische indicatoren aangetroffen tijdens het waarderend onderzoek.
Uit de resultaten van het karterend onderzoek zijn twee verschillende niveaus archeologische resten aangetroffen. In de top van de Oude Getijde Afzettingen is in boring 9 antropogeen vuursteen aangetroffen. In de top van het dekzand is in de boringen 5 en 9 antropogeen aangetroffen en in boring 10 mogelijk antropogeen vuursteen
RAAP-RAPPORT 1691
RAAP Archeologisch Adviesbureau heeft in augustus en september 2007 een archeologische begeleiding uitgevoerd in verband met het graven van een recreatievijver in Oostkapelle, gemeente Veere. Het betreft het vervolg op een eerdere fase van het inventariserend onderzoek dat bestond uit een karterend booronderzoek (Ras, 2004).
Tijdens de archeologische begeleiding is geconstateerd dat de top van het veen geërodeerd is. Er is geen sterk geoxideerd veen aangetroffen en de top is of brokkelig en verspoeld of de overgang naar de erboven liggende afzettingen is scherp en abrupt met veenbrokjes in de erboven liggende afzettingen. Het is niet bekend hoeveel er van het veen is verdwenen.
Er zijn tijdens de archeologische begeleiding 5 sporen aangetroffen, waarvan 1 met vondsten. Er zijn 3 greppeltjes, één onduidelijk spoor (wat we een kuil hebben genoemd) en een moerneringsput aangetroffen. In de kuil zijn aardewerk, bakstenen, bot en een houten schot aangetroffen. De top van het veen, waarin de greppels zijn aangetroffen, is brokkelig en verspoeld. Het is niet bekend hoeveel er van de grondsporen is verdwenen.
De datering van de basis van de kwelderafzettingen is 680 ± 115 na Chr. Daarmee wordt het begin van de sedimentatie in de Vroege Middeleeuwen geplaatst. De greppels in het veen kunnen daarmee in de Romeinse tijd of Late IJzertijd gedateerd worden. Als een parallel getrokken wordt naar de in Serooskerke aangetroffen greppels in het veen, is hier waarschijnlijk sprake van greppels uit de Late IJzertijd of Vroege Romeinse tijd met een functie als veenontwatering of erfindeling
- …
