406 research outputs found
2018-05/11
In onderzoeksgebied Oorgat 92-94 te Edam is in mei 2018 een archeologische begeleiding uitgevoerd conform BRL SIKB 4000, protocol opgraven 4004 (variant AB). De bouwput is in een dijk gegraven. De veertiende eeuwse dijk is in latere tijden steeds verder opgehoogd. Een eerder uitgevoerd inventariserend archeologisch onderzoek heeft archeologische vondsten opgeleverd. Ook bleken de ophogingslagen van de dijk aanwezig. In het rapport van het inventariserend archeologisch veldonderzoek is geadviseerd om tijdens de ondergrondse sloop en het uitgraven van de bouwput het graafwerk archeologisch te laten begeleiden. De gemeente Edam-Volendam heeft het advies overgenomen.
Onder de gesloopte bebouwing bevinden zich onder andere enkele funderingsresten en waterkelders. Het oudst aangetroffen aardewerk dateert tussen 1400 en 1550; het jongste tussen 1850 en nu.
Advies (door senior KNA-archeoloog drs. C. Tulp)
Uit de archeologische begeleiding van het uitgraven van het bouwblok is gebleken dat de ophogingslagen van de dijk grotendeels intact zijn. Sporen van laatmiddeleeuwse bewoning zijn niet aangetroffen, wel sporen uit de nieuwe tijd. Omdat het onderzoeksgebied in een terrein van hoge archeologische waarde ligt, evenals de rest van de terreinen rond het Oorgat, wordt geadviseerd bij toekomstig graafwerk in deze omgeving opnieuw archeologisch onderzoek te laten uitvoeren.
De gemeente (e-mail d.d. 23 april 2019 van mevrouw A. Hoekstra) volgt het advies met betrekking tot selectie en deselectie
2019-05/05
Op 20 mei 2019 is aan de Hoogehaar 6 te Dalen een bouwvlak onderzocht door middel van archeologisch grondboringen (inventariserend archeologisch onderzoek – verkennende en karterende fase). De aanleiding is de geplande uitbreiding van de huidige jongveestal naar een ligboxenstal met mestkelders. Het terrein heeft een dubbelbestemming Waarde – Archeologie 3, vanwege de ligging op een gekarteerde zandkop. Het onderzoeksgebied ligt aan de rand van een dekzandkop met in het oosten een beekdal. Zowel op dezelfde dekzandkop als in het nabijgelegen oude beekdal zijn vindplaatsen bekend van bewerkt vuursteen, vooral uit de periode mesolithicum – neollithicum.
Er zijn zes boringen uitgevoerd die tot in het dekzand zijn doorgezet. Naar aanleiding van de resultaten hiervan kan het plangebied in twee delen worden onderverdeeld. Het oostelijke deel bestaat uit een verrommelde bouwvoor met een abrupte overgang naar de C-horizont. Op dit terrein is in het verleden grond afgegraven. De rest van het bouwvlak bevat lagen opgebrachte grond, gevolgd door de C-horizont. Er is in geen van de boringen een intact bodemprofiel aangetroffen. Eveneens zijn er in de gezeefde grond geen archeologische indicatoren gevonden.
Selectie-advies door senior KNA archeoloog / senior KNA prospector drs. C. Tulp.
Aangezien de bodem niet meer intact is en er geen archeologische indicatoren zijn aangetroffen, is de kans op archeologische waarden zeer klein. Daarom adviseren wij om geen nader archeologisch onderzoek uit te voeren en het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ingrepen.
In alle gevallen geldt dat indien bij toekomstig graafwerk toch archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, hiervan direct melding dient te worden gemaakt bij de minister conform de Erfgoedwet 2015, artikelen 5.10 & 5.11. Wij adviseren dit te doen bij de gemeente Coevorden.
De gemeente Coevorden volgt dit selectie-advies (email d.d. 17 september 2019)
Godlinze, Provincialeweg 11, Gemeente Delfzijl (Gr.). Archeologische Begeleiding
In een plangebied aan de Provincialeweg te Godlinze, gemeente Delfzijl (provincie Groningen) is een uitbreiding van een stal gepland. In plangebied Provincialeweg nummer 11 heeft vroeger de borg Rengerda gestaan. De huidige onderzoekslocatie bevindt zich ter hoogte van één van de voormalige grachten van de borg. De bodem van het terrein bestaat uit een kalkarme poldervaaggrond in lichte zavel; het terrein is gelegen op een kwelderwal.
In september en november 2008 is door De Steekproef bv een archeologische begeleiding uitgevoerd aan de Provincialeweg 11(Tulp 2008) als vervolg op een eerder uitgevoerd bureauonderzoek door Libau (Molema 2008). De aanleiding voor deze onderzoeken was de bouw van een stal. Tijdens de 2008 begeleiding is alleen een verstoorde laag, leidingen en recent puin waargenomen.
In 2014 werd een bestaande stal uitgebreid en bleek er weer een archeologische begeleiding nodig. Voor dit vervolgonderzoek is door drs. P.J. Baak van De Steekproef een Programma van Eisen (PvE) opgesteld, dat in september 2014 door drs. J. Molema van Steunpunt Libau is goedgekeurd (Baak 2014).
De archeologische begeleiding is uitgevoerd op 8 en 9 september 2014. De gedempte borggracht is aangetroffen. Deze bleek alleen recent materiaal te bevatten. Hier zijn dan ook geen monsters van genomen en er is geen materiaal verzameld.
Het uitgraven van het terrein voor de staluitbreiding stal is archeologisch begeleid en gedocumenteerd. De onderzoekslocatie is hierna vrijgegeven. Op overige delen van het voormalige borgterrein kunnen nog archeologische resten aanwezig zijn en wij adviseren dan ook om toekomstige graafwerkzaamheden op het borgterrein archeologisch te laten begeleiden
2015-09/04
Aan de Hoofdstraat te Westerbork, gemeente Midden-Drenthe (provincie Drenthe), is een woonzorgcomplex gepland. In 2014 is een bureauonderzoek en een archeologisch booronderzoek uitgevoerd (Bongers 2014). Dit onderzoek resulteerde in een proefsleuvenonderzoek in hetzelfde jaar (Dijk 2014). Deze onderzoeken zijn alle uitgevoerd door De Steekproef bv. Naar aanleiding van de resultaten van het proefsleuvenonderzoek in 2014 is geadviseerd om het terrein vlakdekkend op te graven. De gemeente Midden-Drenthe (bevoegde overheid) heeft dit advies voor het te graven bouwblok overgenomen. Voor dit vlakdekkende onderzoek is een Programma van Eisen (PvE) opgesteld door dhr. D.A. Dijk van De Steekproef bv, dat op 20 augustus 2014 door de gemeente Midden-Drenthe, vertegenwoordigd door drs. M. Montforts van Libau is goedgekeurd (Dijk 2014). Het voorliggend onderzoek is uitgevoerd op basis van dat PvE. Het veldwerk is uitgevoerd in september 2015. Er is circa 0,1 hectare vlakdekkend opgegraven in twee grote werkputten. De maximale diepte van het onderzoek bedraagt 1,4 meter beneden maaiveld. Tijdens de graafwerkzaamheden bleek de bodem deels verstoord te zijn. In het noordelijke deel zijn twee esdekken aangetroffen. In het zuidelijke deel is nagenoeg geen eslaag meer aanwezig. In het centrale deel van het onderzoeksgebied zijn grote verstoringen veroorzaakt door saneringen. Er bleken echter nog wel archeologische grondsporen aanwezig te zijn: kuilen, greppels, een waterput, paalgaten en paalkuilen. In totaal zijn restanten van vijf gebouwen ontdekt, daterende in de late middeleeuwen. Het onderzoek op de geplande locatie van het woonzorgcomplex is afgerond. Gezien de middeleeuwse plattegronden doorlopen buiten de opgegraven zone, wordt bij toekomstige graafactiviteiten die buiten de nu opgegraven zone vallen, vervolgonderzoek geadviseerd
Steekproefrapport 2017-08/06
Dit rapport is verslag van de resultaten van een proefsleuvenonderzoek aan de Ericasestraat te Erica, gemeente Emmen, provincie Drenthe. Dit onderzoek is het vervolg op een inventariserend booronderzoek uit juli 2017 (Bongers 2017). De aanleiding voor het archeologische onderzoek is de geplande bouw van twee woningen in het plangebied aan de Ericasestraat en nabijheid van begraafplaatsen uit het neolithicum tot ijzertijd. Sporen van begravingen kunnen in het plangebied aanwezig zijn. Het doel van het proefsleuvenonderzoek is om vast te stellen of er archeologische resten aanwezig zijn in het plangebied.
Op 29 en 30 november 2017 werden er in het plangebied vier proefsleuven gegraven. Twee sleuven lagen in het noordelijk deel van het plangebied en twee lager in het zuidelijk deel. Op basis van voorafgaand onderzoek was de kans op het aantreffen van archeologie in deze gebieden het hoogst.
Tijdens het onderzoek is vastgesteld dat de bodem in het plangebied in het recente verleden is geëgaliseerd en dat er zand is gewonnen. Het gevolg hiervan was dat de bodem in de proefsleuven tot in het gele zand en soms tot in de keileem verstoord was. De kans op het aantreffen van intacte archeologische grondsporen was hierdoor klein. Alleen in het westelijk deel van put 2 was nog een restant van een podzol bewaard gebleven. Hier zijn echter geen sporen aangetroffen en geen vondsten gedaan. De sporen die in put 1 werden aangetroffen bleken recente of natuurlijke sporen te zijn. Archeologische sporen zijn tijdens het onderzoek niet aangetroffen. De vondsten bleken modern of natuurlijk. Er zijn dan ook geen aanwijzingen gevonden voor een vindplaats in het plangebied.
Het selectie advies van drs. C. Tulp (senior KNA-archeoloog / prospector) luidt: 'Er is tijdens het proefsleuvenonderzoek geen archeologische vindplaats aangetroffen. De bodem is tot diep in het gele zand of zelfs tot in het keileem verstoord. De kans dat er nog intacte archeologische sporen in het niet door proefsleuven onderzochte gebied bevinden is erg klein. Archeologisch vervolgonderzoek zal ons inziens niet of nauwelijks meer informatie opleveren. Geadviseerd wordt het onderzoeksgebied vrij te geven.
De gemeente Emmen heeft op 17 april 2018 aangeven akkoord te zijn met dit advies. Tenslotte geldt voor al het toekomstig graafwerk dat als archeologische grondsporen worden aangetroffen en/of vondsten worden gedaan, dat deze conform de Erfgoedwet 2015, artikel 5.10 & 5.11 direct dienen te worden gemeld. Wij adviseren dit te doen bij de gemeente Emmen en bij de provincie Drenthe.
2019-08/10
In augustus 2019 is voor een plangebied aan het Fransepad 25 in Blaricum, gemeente Blaricum, provincie Noord-Holland, een archeologisch bureau- en inventariserend veldonderzoek (verkennende en karterende fase) uitgevoerd. De aanleiding voor dit onderzoek was de geplande nieuwbouw op het perceel. Hoewel het nieuwe huis grotendeels binnen de huidige bebouwing zou komen, wordt aan de zuidwestelijke en noordwestelijke zijde uitgebreid en eveneens wordt het nieuwe gebouw onderkelderd tot 3,5 meter onder maaiveld.
Voorafgaand aan het veldwerk is een archeologisch verwachtingsmodel opgesteld voor het gebied. Hieruit blijkt dat in het plangebied kans is op archeologische waarden uit de steentijd tot en met de nieuwe tijd.
In totaal zijn er tijdens het onderzoek zes boringen geplaatst. Hierdoor is op het terrein van 1040 m2 een gemiddelde boordichtheid bereikt van 57,7 boringen per hectare. De boringen zijn uitgevoerd tot maximaal 1,7 meter onder het maaiveld. Hieruit blijkt dat een in het verleden opgebrachte bovenlaag aanwezig is van 60 tot 100 centimeter dikte met daaronder een podzolbodem. Drie van de zes boringen laten een niet intacte bodem zien (boringen 3 tot en met 5). Er zijn enkele archeologische indicatoren aangetroffen in de opgebrachte bovenlaag (enkeerdgrond), die deze laag dateren in de periode midden tot late nieuwe tijd. In de lagen daaronder zijn geen archeologische indicatoren gevonden. Het verwachtingsmodel is daarom naar beneden toe bijgesteld.
Selectie-advies door senior KNA archeoloog / senior KNA prospector drs. C. Tulp
Op basis van de afwezigheid van relevante archeologische indicatoren in de podzolbodem achten wij de kans op de aanwezigheid van archeologische waarden in het plangebied Blaricum, Fransepad 25 klein. In de bodem van het gebied zijn geen aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van een archeologische vindplaats. Daarnaast zijn er binnen een straal van 600 meter rond het gebied geen archeologische vindplaatsen bekend. Daarom adviseren wij geen nader archeologisch onderzoek uit te voeren en het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ingrepen. Het is aan de gemeente Blaricum om dit advies al dan niet over te nemen.
In alle gevallen geldt dat indien bij toekomstig graafwerk toch archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, hiervan direct melding dient te worden gemaakt bij de minister conform de Erfgoedwet 2015, artikelen 5.10 & 5.11. Wij adviseren dit te doen bij de gemeente Blaricum.
De gemeente heeft laten weten bovenstaand advies te volgen (vergunningverlening d.d. 24 oktober 2019)
Steekproefrapport 2017-06/02
In plangebied Dorpsstraat 12 te Nunspeet, gemeente Nunspeet (provincie Gelderland) was een aanbouw aan de noordzijde van de historische dorpskerk gepland. Na een bureauonderzoek en booronderzoek werd voorgesteld alle graafwerkzaamheden onder archeologische begeleiding te laten plaatsvinden. Deze vond plaats in juni en juli 2017 en is uitgevoerd conform BRL SIKB 4000, protocol 4004 variant AB.
Hoewel de bodem in het plangebied sterk verstoord was, bleken onder de verstoorde lagen in de C-horizont nog archeologische sporen aanwezig te zijn. Deze sporen zijn vooral te dateren in de nieuwe tijd. In het zuidoosten van het plangebied zijn nog enkele intacte graven aangetroffen; dit deel ligt ook binnen het terrein van de begraafplaats die tot 1840 in gebruik was.
Advies (door senior KNA-archeoloog drs. C. Tulp)
Uit de archeologische begeleiding is gebleken dat de ten westen van het plangebied nog graven aanwezig kunnen zijn, evenals bewoningssporen ten noorden en oosten van het nu onderzochte terrein. Er wordt daarom aanbevolen bij toekomstige graafwerkzaamheden rondom de kerk opnieuw archeologisch onderzoek te laten uitvoeren
2018-06/09
In juni 2018 is voor een plangebied aan de Hoogeweg aan de oostzijde van Baflo, gemeente Winsum, provincie Groningen, een archeologisch bureau- en inventariserend veldonderzoek (verkennende en karterende fase) uitgevoerd. De aanleiding voor dit archeologisch onderzoek is de geplande bouw van een loods en een waterberging op een kwelderwal. Het plangebied is circa 0,175 hectare groot. De verwachte verstoringsdiepte is 30 tot 40 centimeter onder het huidige maaiveld. Het plangebied ligt op een kwelderwal buiten de dorpswierde van Baflo die uit de ijzertijd dateert. Onder de bouwvoor en een vermengde laag eronder beginnen tussen 40 en 60 centimeter diepte intacte lagen kwelderafzettingen. Er zijn geen cultuurlagen, ophogingslagen of afvallagen in de boringen waargenomen. In enkele boringen is wat fijn baksteenpuin (een enkele puinspikkel) aangetroffen. De enige archeologische indicator is een kleine scherf aardewerk met een datering in de periode ijzertijd tot en met middeleeuwen. Deze scherf is in een intacte kwelderafzettingslaag aangetroffen op een diepte van circa 85 centimeter. Hoogstwaarschijnlijk is deze scherf verspoeld (waarschijnlijk van de wierde Baflo). De geplande verstoringen van de bouw van de loods zullen deze diepte niet bereiken.
Selectieadvies door senior KNA archeoloog / senior KNA prospector drs. C. Tulp Uit het booronderzoek bleek dat de bodem hier intact is. Tussen 40 tot 60 centimeter diepte beginnen de kwelderafzettingen. Vanwege het kleine oppervlak van het plangebied is een gemiddelde boordichtheid bereikt van 34 boringen per hectare. Tijdens het veldwerk zijn geen archeologische lagen ontdekt. Archeologische indicatoren bestaan uit enkele spikkels fijn baksteenpuin in de bovenlagen en bij boorlocatie 4 tot een diepte van een meter. In boring 2 is rond 85 centimeter diepte een kleine scherf aardewerk aangetroffen die hoogstwaarschijnlijk is aangespoeld vanaf de dorpswierde Baflo. De kans op intacte archeologische waarden binnen het plangebied achten wij klein. De bodemingrepen zullen net niet in de kwelderafzettingen komen. Wij adviseren geen archeologisch vervolgonderzoek
Steekproefrapport 2016-06/11
De Steekproef bv heeft in juli 2016 een archeologische begeleiding conform protocol opgraven uitgevoerd aan de Wilkemaweg 11, te Startenhuizen (gemeente Eemsmond, provincie Groningen; Figuur 1). De aanleiding voor het archeologisch onderzoek was de voorgenomen sloop en nieuwbouw. De huidige bebouwing, de Wilkemaheerd, zal gesloopt worden en ter vervanging zal een nieuwe woning met schuur worden gebouwd. De nieuwbouw wordt kleiner in oppervlak dan de bestaande bouw en bevindt zich ter plaatse van de grote schuur (zie Figuur 1). Binnen het plangebied kunnen archeologische resten worden verwacht die gerelateerd zijn aan de bewoning van de wierde en de historische boerderijplaats in de (late) middeleeuwen en nieuwe tijd. Het onderzoek bestond uit het begeleiden van de sloop van de oude funderingen en het uitgraven van de sleuven voor de nieuwe fundering.
Tijdens het onderzoek bleek dat de bodem ter plaatse van put 1 (locatie van de kleine schuur) sterk verstoord was. Er waren zeer veel recente funderingsresten, een betonplaat en een smeerkelder aanwezig. Op een tweetal locaties zijn verstoorde resten van een wierdepakket waargenomen. In put 2 (locatie van de grote schuur) is de bodem tijdens de ontgraving van de oude funderingen eveneens grotendeels verstoord. Op een aantal locaties is een wierdelaagje aangetroffen. In put 3 (locatie van het woonhuis) is de bodem eveneens grotendeels verstoord. Aan de noord- en westkant van put 3 bestonden de huisfunderingen uit losliggende (hergebruikte) kloostermoppen. Aan de zuid- en oostkant bestonden de funderingen uit recente, hardgebakken bakstenen. Aan de noordzijde van put 3, ter plaatse van de voormalige kelder, is een vloertje aangetroffen bestaande uit halve kloostermoppen met daarbovenop groengeglazuurde plavuizen. Aan de zuidoostzijde van werkput 3 zijn twee dunne wierdelagen waargenomen. Tijdens de ontgraving van de nieuwe funderingssleuven zijn enkele archeologische sporen en een intacte bodem ontdekt. De sporen bestonden uit twee laatmiddeleeuwse waterputten (waarvan één met plaggenwand), een wierdeophogingslaag en twee verkleuringen.
Het vondstmateriaal bestaat voor het overgrote merendeel uit kogelpotaardewerk (52 stuks). Verder zijn onder meer fragmenten roodbakkend aardewerk, een fragment steengoed (mogelijk afkomstig uit Frechen), een fragment handgevormd romeins aardewerk, acht stuks bouwkeramiek (zeven bakstenen en een plavuis) en twee maalsteenfragmenten aangetroffen. Het kogelpotaardewerk dateert uit de late middeleeuwen, het steengoed, het roodbakkend aardewerk en het bouwkeramiek uit de late middeleeuwen tot nieuwe tijd.
Geadviseerd wordt om voorafgaand aan en/of tijdens toekomstige graafwerkzaamheden in en rondom het plangebied opnieuw archeologisch onderzoek uit te laten voeren. De adviseur van de gemeente Eemsmond heeft dit advies overgenomen
2018-04/01
Voor een plangebied aan de Kerkstraat te Hoogkerk (Groningen, provincie Groningen) is een verkennend archeologisch onderzoek middels proefsleuven uitgevoerd. De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen nieuwbouw van vier twee-onder-een-kapwoningen. Op 17 april 2018 zijn op de bouwlocaties twee proefsleuven gegraven en een derde proefsleuf is ten oosten ervan aangelegd. Tijdens het onderzoek zijn geen archeologische grondsporen aangetroffen, noch zijn er vondsten gedaan. De vlakken zijn aangelegd op ongeveer een meter beneden het maaiveld, in het keizand. In put 2 zijn twee grote ronde zwerfstenen in het keizand aangetroffen en ingetekend. Per put/sleuf zijn twee profielkolommen gedocumenteerd. Er is geen archeologische vindplaats aangetroffen.
Selectie advies drs. C. Tulp (senior KNA-archeoloog)
Het onderzoek op de locatie van de geplande nieuwbouw is afgerond. Een groot deel van de bouwblokken is uitgegraven door het onderzoeken van proefsleuven 1 en 2. Er zijn geen archeologische waarden aangetroffen. Archeologisch vervolgonderzoek is ons inziens niet nodig. Geadviseerd wordt het onderzoeksgebied vrij te geven. Het is aan de gemeente Groningen om dit advies over te nemen.
De archeologisch adviseur van de gemeente Groningen, de heer R. Kruisman, heeft op 7 mei 2018 per e-mail laten weten dit selectie-advies over te nemen
- …
