1,720,957 research outputs found
Reconciling information exchange and confidentiality. A formal approach
Het thema van de bescherming van persoonsgegevens is actueler dan ooit. Een paradoxale eigenschap van persoonsgegevens
is dat zowel het geheim houden, als het uitwisselen ervan gedaan kan worden onder het argument van `veiligheid'. Het
geheim houden van persoonsgegevens verhoogt veiligheid doordat deze gegevens niet misbruikt kunnen worden. Het
uitwisselen van persoonsgegevens verhoogt veiligheid omdat het opsporingsdiensten helpt criminelen en terroristen te
vangen. Zowel de argumenten voor het geheim houden van gegevens, als die voor het uitwisselen van gegevens zijn
valide.
Het probleem is helder: het uitwisselen van gegevens en het geheim houden van gegevens lijkt niet, of althans
moeilijk, samen te kunnen gaan.
Dit is niet alleen een probleem in de discussie tussen de voorvechters van privacy en de voorstanders van verregaande
opsporingsbevoegdheden. Ook opsporingsdiensten zelf worstelen met het spanningsveld van uitwisseling versus
geheimhouding: het
is makkelijker een subject (bijvoorbeeld een verdachte) in de gaten te houden als hij of zij daar niet op
beducht is. Wanneer het subject weet dat hij onderwerp van onderzoek is, kan hij of zij bijvoorbeeld mogelijk
bezwarende bewijzen
vernietigen. Hoe meer mensen binnen een opsporingsorganisatie weet hebben van een lopend onderzoek, hoe groter de kans
is dat er gelekt wordt naar het subject. Aan de andere kant, hoe meer mensen binnen opsporingsdienst weet hebben
van een lopend onderzoek, hoe meer mensen kunnen meehelpen met dat onderzoek.
Het hoofddoel van dit proefschift is om te onderzoeken of het mogelijk is om oplossingen voor dit spanningsveld te
vinden. De resultaten van het onderzoek zijn van fundamentele en praktische waarde. Aan de fundamentele kant
laten we zien, dat een een aantal problemen überhaupt oplosbaar is. Aan de praktische kant laten we zien dat deze
oplossingen niet slechts theoretisch zijn, maar ook zonder al te veel problemen kunnen worden toegepast om bestaande,
praktische problemen op te lossen. De oplossingen die gepresenteerd worden in dit proefschift bieden
beleidsmakers de ruimte om de bescherming van privacy enerzijds, en het uitwisselen van persoonsgegevens voor
terrorismebestrijding anderzijds, goed samen te laten gaan. In plaats van of/of, is er de mogelijkheid voor en/en,
als de beleidsmakers het willen.
Enige relativering is hierbij wel op zijn plaats. Niet *alle* problemen rondom privacy en uitwisseling van
persoonsgegevens kunnen worden opgelost, slechts *enkele*. Er is echter geen enkele reden om te veronderstellen
dat dit proefschrift de mogelijkheden om dit type problemen op te lossen, heeft uitgeput. Dit proefschift is slechts
een begin: we laten zien dat het überhaupt mogelijk is dit type problemen op te lossen; toekomstig onderzoek kan het
palet van oplossingen verder uitbreiden.
Reconciling information exchange and confidentiality. A formal approach
Het thema van de bescherming van persoonsgegevens is actueler dan ooit. Een paradoxale eigenschap van persoonsgegevens is dat zowel het geheim houden, als het uitwisselen ervan gedaan kan worden onder het argument van `veiligheid'. Het geheim houden van persoonsgegevens verhoogt veiligheid doordat deze gegevens niet misbruikt kunnen worden. Het uitwisselen van persoonsgegevens verhoogt veiligheid omdat het opsporingsdiensten helpt criminelen en terroristen te vangen. Zowel de argumenten voor het geheim houden van gegevens, als die voor het uitwisselen van gegevens zijn valide. Het probleem is helder: het uitwisselen van gegevens en het geheim houden van gegevens lijkt niet, of althans moeilijk, samen te kunnen gaan. Dit is niet alleen een probleem in de discussie tussen de voorvechters van privacy en de voorstanders van verregaande opsporingsbevoegdheden. Ook opsporingsdiensten zelf worstelen met het spanningsveld van uitwisseling versus geheimhouding: het is makkelijker een subject (bijvoorbeeld een verdachte) in de gaten te houden als hij of zij daar niet op beducht is. Wanneer het subject weet dat hij onderwerp van onderzoek is, kan hij of zij bijvoorbeeld mogelijk bezwarende bewijzen vernietigen. Hoe meer mensen binnen een opsporingsorganisatie weet hebben van een lopend onderzoek, hoe groter de kans is dat er gelekt wordt naar het subject. Aan de andere kant, hoe meer mensen binnen opsporingsdienst weet hebben van een lopend onderzoek, hoe meer mensen kunnen meehelpen met dat onderzoek. Het hoofddoel van dit proefschift is om te onderzoeken of het mogelijk is om oplossingen voor dit spanningsveld te vinden. De resultaten van het onderzoek zijn van fundamentele en praktische waarde. Aan de fundamentele kant laten we zien, dat een een aantal problemen überhaupt oplosbaar is. Aan de praktische kant laten we zien dat deze oplossingen niet slechts theoretisch zijn, maar ook zonder al te veel problemen kunnen worden toegepast om bestaande, praktische problemen op te lossen. De oplossingen die gepresenteerd worden in dit proefschift bieden beleidsmakers de ruimte om de bescherming van privacy enerzijds, en het uitwisselen van persoonsgegevens voor terrorismebestrijding anderzijds, goed samen te laten gaan. In plaats van of/of, is er de mogelijkheid voor en/en, als de beleidsmakers het willen. Enige relativering is hierbij wel op zijn plaats. Niet *alle* problemen rondom privacy en uitwisseling van persoonsgegevens kunnen worden opgelost, slechts *enkele*. Er is echter geen enkele reden om te veronderstellen dat dit proefschrift de mogelijkheden om dit type problemen op te lossen, heeft uitgeput. Dit proefschift is slechts een begin: we laten zien dat het überhaupt mogelijk is dit type problemen op te lossen; toekomstig onderzoek kan het palet van oplossingen verder uitbreiden
Reconciling information exchange and confidentiality. A formal approach
Het thema van de bescherming van persoonsgegevens is actueler dan ooit. Een paradoxale eigenschap van persoonsgegevens is dat zowel het geheim houden, als het uitwisselen ervan gedaan kan worden onder het argument van `veiligheid'. Het geheim houden van persoonsgegevens verhoogt veiligheid doordat deze gegevens niet misbruikt kunnen worden. Het uitwisselen van persoonsgegevens verhoogt veiligheid omdat het opsporingsdiensten helpt criminelen en terroristen te vangen. Zowel de argumenten voor het geheim houden van gegevens, als die voor het uitwisselen van gegevens zijn valide. Het probleem is helder: het uitwisselen van gegevens en het geheim houden van gegevens lijkt niet, of althans moeilijk, samen te kunnen gaan. Dit is niet alleen een probleem in de discussie tussen de voorvechters van privacy en de voorstanders van verregaande opsporingsbevoegdheden. Ook opsporingsdiensten zelf worstelen met het spanningsveld van uitwisseling versus geheimhouding: het is makkelijker een subject (bijvoorbeeld een verdachte) in de gaten te houden als hij of zij daar niet op beducht is. Wanneer het subject weet dat hij onderwerp van onderzoek is, kan hij of zij bijvoorbeeld mogelijk bezwarende bewijzen vernietigen. Hoe meer mensen binnen een opsporingsorganisatie weet hebben van een lopend onderzoek, hoe groter de kans is dat er gelekt wordt naar het subject. Aan de andere kant, hoe meer mensen binnen opsporingsdienst weet hebben van een lopend onderzoek, hoe meer mensen kunnen meehelpen met dat onderzoek. Het hoofddoel van dit proefschift is om te onderzoeken of het mogelijk is om oplossingen voor dit spanningsveld te vinden. De resultaten van het onderzoek zijn van fundamentele en praktische waarde. Aan de fundamentele kant laten we zien, dat een een aantal problemen überhaupt oplosbaar is. Aan de praktische kant laten we zien dat deze oplossingen niet slechts theoretisch zijn, maar ook zonder al te veel problemen kunnen worden toegepast om bestaande, praktische problemen op te lossen. De oplossingen die gepresenteerd worden in dit proefschift bieden beleidsmakers de ruimte om de bescherming van privacy enerzijds, en het uitwisselen van persoonsgegevens voor terrorismebestrijding anderzijds, goed samen te laten gaan. In plaats van of/of, is er de mogelijkheid voor en/en, als de beleidsmakers het willen. Enige relativering is hierbij wel op zijn plaats. Niet *alle* problemen rondom privacy en uitwisseling van persoonsgegevens kunnen worden opgelost, slechts *enkele*. Er is echter geen enkele reden om te veronderstellen dat dit proefschrift de mogelijkheden om dit type problemen op te lossen, heeft uitgeput. Dit proefschift is slechts een begin: we laten zien dat het überhaupt mogelijk is dit type problemen op te lossen; toekomstig onderzoek kan het palet van oplossingen verder uitbreiden
Reconciling information exchange and confidentiality. A formal approach
Het thema van de bescherming van persoonsgegevens is actueler dan ooit. Een paradoxale eigenschap van persoonsgegevens is dat zowel het geheim houden, als het uitwisselen ervan gedaan kan worden onder het argument van `veiligheid'. Het geheim houden van persoonsgegevens verhoogt veiligheid doordat deze gegevens niet misbruikt kunnen worden. Het uitwisselen van persoonsgegevens verhoogt veiligheid omdat het opsporingsdiensten helpt criminelen en terroristen te vangen. Zowel de argumenten voor het geheim houden van gegevens, als die voor het uitwisselen van gegevens zijn valide. Het probleem is helder: het uitwisselen van gegevens en het geheim houden van gegevens lijkt niet, of althans moeilijk, samen te kunnen gaan. Dit is niet alleen een probleem in de discussie tussen de voorvechters van privacy en de voorstanders van verregaande opsporingsbevoegdheden. Ook opsporingsdiensten zelf worstelen met het spanningsveld van uitwisseling versus geheimhouding: het is makkelijker een subject (bijvoorbeeld een verdachte) in de gaten te houden als hij of zij daar niet op beducht is. Wanneer het subject weet dat hij onderwerp van onderzoek is, kan hij of zij bijvoorbeeld mogelijk bezwarende bewijzen vernietigen. Hoe meer mensen binnen een opsporingsorganisatie weet hebben van een lopend onderzoek, hoe groter de kans is dat er gelekt wordt naar het subject. Aan de andere kant, hoe meer mensen binnen opsporingsdienst weet hebben van een lopend onderzoek, hoe meer mensen kunnen meehelpen met dat onderzoek. Het hoofddoel van dit proefschift is om te onderzoeken of het mogelijk is om oplossingen voor dit spanningsveld te vinden. De resultaten van het onderzoek zijn van fundamentele en praktische waarde. Aan de fundamentele kant laten we zien, dat een een aantal problemen überhaupt oplosbaar is. Aan de praktische kant laten we zien dat deze oplossingen niet slechts theoretisch zijn, maar ook zonder al te veel problemen kunnen worden toegepast om bestaande, praktische problemen op te lossen. De oplossingen die gepresenteerd worden in dit proefschift bieden beleidsmakers de ruimte om de bescherming van privacy enerzijds, en het uitwisselen van persoonsgegevens voor terrorismebestrijding anderzijds, goed samen te laten gaan. In plaats van of/of, is er de mogelijkheid voor en/en, als de beleidsmakers het willen. Enige relativering is hierbij wel op zijn plaats. Niet *alle* problemen rondom privacy en uitwisseling van persoonsgegevens kunnen worden opgelost, slechts *enkele*. Er is echter geen enkele reden om te veronderstellen dat dit proefschrift de mogelijkheden om dit type problemen op te lossen, heeft uitgeput. Dit proefschift is slechts een begin: we laten zien dat het überhaupt mogelijk is dit type problemen op te lossen; toekomstig onderzoek kan het palet van oplossingen verder uitbreiden
Reconciling information exchange and confidentiality. A formal approach
Het thema van de bescherming van persoonsgegevens is actueler dan ooit. Een paradoxale eigenschap van persoonsgegevens is dat zowel het geheim houden, als het uitwisselen ervan gedaan kan worden onder het argument van `veiligheid'. Het geheim houden van persoonsgegevens verhoogt veiligheid doordat deze gegevens niet misbruikt kunnen worden. Het uitwisselen van persoonsgegevens verhoogt veiligheid omdat het opsporingsdiensten helpt criminelen en terroristen te vangen. Zowel de argumenten voor het geheim houden van gegevens, als die voor het uitwisselen van gegevens zijn valide. Het probleem is helder: het uitwisselen van gegevens en het geheim houden van gegevens lijkt niet, of althans moeilijk, samen te kunnen gaan. Dit is niet alleen een probleem in de discussie tussen de voorvechters van privacy en de voorstanders van verregaande opsporingsbevoegdheden. Ook opsporingsdiensten zelf worstelen met het spanningsveld van uitwisseling versus geheimhouding: het is makkelijker een subject (bijvoorbeeld een verdachte) in de gaten te houden als hij of zij daar niet op beducht is. Wanneer het subject weet dat hij onderwerp van onderzoek is, kan hij of zij bijvoorbeeld mogelijk bezwarende bewijzen vernietigen. Hoe meer mensen binnen een opsporingsorganisatie weet hebben van een lopend onderzoek, hoe groter de kans is dat er gelekt wordt naar het subject. Aan de andere kant, hoe meer mensen binnen opsporingsdienst weet hebben van een lopend onderzoek, hoe meer mensen kunnen meehelpen met dat onderzoek. Het hoofddoel van dit proefschift is om te onderzoeken of het mogelijk is om oplossingen voor dit spanningsveld te vinden. De resultaten van het onderzoek zijn van fundamentele en praktische waarde. Aan de fundamentele kant laten we zien, dat een een aantal problemen überhaupt oplosbaar is. Aan de praktische kant laten we zien dat deze oplossingen niet slechts theoretisch zijn, maar ook zonder al te veel problemen kunnen worden toegepast om bestaande, praktische problemen op te lossen. De oplossingen die gepresenteerd worden in dit proefschift bieden beleidsmakers de ruimte om de bescherming van privacy enerzijds, en het uitwisselen van persoonsgegevens voor terrorismebestrijding anderzijds, goed samen te laten gaan. In plaats van of/of, is er de mogelijkheid voor en/en, als de beleidsmakers het willen. Enige relativering is hierbij wel op zijn plaats. Niet *alle* problemen rondom privacy en uitwisseling van persoonsgegevens kunnen worden opgelost, slechts *enkele*. Er is echter geen enkele reden om te veronderstellen dat dit proefschrift de mogelijkheden om dit type problemen op te lossen, heeft uitgeput. Dit proefschift is slechts een begin: we laten zien dat het überhaupt mogelijk is dit type problemen op te lossen; toekomstig onderzoek kan het palet van oplossingen verder uitbreiden
Going Beyond Counting First Authors in Author Co-citation Analysis
The present study examines one of the fundamental aspects of author co-citation analysis (ACA) - the way co-citation
counts are defined. Co-citation counting provides the data on which all subsequent statistical analyses and mappings
are based, and we compare ACA results based on two different types of co-citation counting - the traditional type that
only counts the first one among a cited work's authors on the one hand and a non-traditional type that takes into
account the first 5 authors of a cited work on the other hand. Results indicate that the picture produced through this non-traditional author co-citation counting contains more coherent author groups and is therefore considerably clearer. However, this picture represents fewer specialties in the research field being studied than that produced through the traditional first-author co-citation counting when the same number of top-ranked authors is selected and analyzed. Reasons for these effects are discussed
Variations on the Author
“Variations on the Author” discusses two of Eduardo Coutinho’s recent films (Um Dia na Vida, from 2010, and Últimas Conversas, posthumously released in 2015) and their contribution to the general question of documentary authorship. The director’s filmography is characterized by a consistent yet self-effacing form of authorial self-inscription: Coutinho often features as an interviewer that rather than express opinions propels discourses; an interviewer that is good at listening. This mode of self-inscription characterizes him as an author who is not expressive but who is nonetheless markedly present on the screen. In Um Dia na Vida, however, Coutinho is completely absent form the image, while Últimas Conversas, on the contrary, includes a confessional prologue that moves the director from the margins to the center of his films. This article examines the ways in which these works stand out in the filmography of a director who offers new insights into the notion of cinematic authorship
Appropriate Similarity Measures for Author Cocitation Analysis
We provide a number of new insights into the methodological discussion about author cocitation analysis. We first argue that the use of the Pearson correlation for measuring the similarity between authors’ cocitation profiles is not very satisfactory. We then discuss what kind of similarity measures may be used as an alternative to the Pearson correlation. We consider three similarity measures in particular. One is the well-known cosine. The other two similarity measures have not been used before in the bibliometric literature. Finally, we show by means of an example that our findings have a high practical relevance.information science;Pearson correlation;cosine;similarity measure;author cocitation analysis
Dispelling the Myths Behind First-author Citation Counts
We conducted a full-scale evaluative citation analysis study of scholars in the XML research field to explore just how different from each other author rankings resulting from different citation counting methods actually are, and to demonstrate the capability of emerging data and tools on the Web in supporting more realistic citation counting methods. Our results contest some common arguments for the continued
use of first-author citation counts in the evaluation of scholars, such as high correlations between author rankings by first-author citation counts and other citation
counting methods, and high costs of using more realistic citation counting methods that are not well-supported by the ISI databases. It is argued that increasingly available digital full text research papers make it possible for citation analysis studies to go beyond what the ISI databases have directly supported and to employ more
sophisticated methods
- …
