1,722,356 research outputs found
Geographica
[Strabo] ; [tr.: Guarinus Veronensis, Gregorius Tiphernas] ; [ed: Johannes Andreas, episcopus Aleriensis]Bl. 1 leer; Bl. 2a Textbeginn: [G]eographica multos scripsisse novimus Pater Beatissime Paule II Venete Pont.Impressum: Ort und Drucker nach Kolophon in Gedichtform; Jahr nach ISTCBesitzervermerk: Bibl. Cartus., Jo. de Lapide, auf dem Vorblatt, wiederholt auf Blatt 3b und am Schlus
Codex Rheigaugensis LXXIII
plan (drawing), Plan of the Church of the Holy Sepulchre by Walafrid Strabo from the Codex Rheingaugensis LXXIII, folio 5r (Zentralbibliothek Zürich
Strabo , Geographica , Guarinus Veronensis interpres
Numérisation effectuée à partir d'un document original.Strabo, Geographica , traduction latine de Guarino de Vérone.Offert à Louis XI par Jean Jouffroy ; passé au roi Charles VIII ; entré sous Louis XII dans la Librairie royale de Blois: inventaires de la Librairie royale à Blois en 1518 : « Strabo de situ orbis » (Omont n° 847) et en 1544 : « Strabo de situ orbis, de veloux vert » (Omont n° 1117) et de la Bibliothèque du roi à Paris à la fin du XVIe s. : « Silvius de situ et memoralibus orbis » (Omont n° 2184).Lieu de copie : Florence
Rapportage archeologisch onderzoek Nederweert-Midden-paleoliticum (1978-1985) Locatie Sarsven
Tussen 1978 en 1985 werd een negental middenpaleolitische artefacten uit een aantal amateurcollecties gedetermineerd. Alle objecten zijn gevonden als toevalsvondsten, verspreid over het hele grondgebied van de gemeente Nederweert. Enkele exemplaren destijds zijn destijds gepubliceerd in de archeologische literatuur en/of gemeld in de database van de ROB/RCE. Desondanks ontbreken enkele in de studie van Deeben en Hiddink et al (1998) over de middenpaleolitische objecten van Nederweert-Rosveld, waarin ook de hen bekende andere artefacten uit het Land van Weert worden genoemd.
De Nederweerter middenpaleolitische artefacten vertonen zonder uitzondering een bijzonder sterk tweezijdig glanspatina hetgeen er op wijst dat zij langdurig hebben blootgesteld gestaan aan verweringsprocessen door weer, wind en ijsfrictie (cryoturbatie). Geen van alle zal daarom in situ zijn gevonden, hoewel hun verspreidingspatroon wel bijdraagt aan de kennis over, en de verwachtingswaarde van, middenpaleolitische vindplaatsen in relatie tot de geologische gesteldheid van de ondergrond in Nederweert.
Eén van de beschreven objecten, een hartvormige vuistbijl (biface cordiforme) is weliswaar in Nederweert gevonden, maar blijkt na onderzoek een herkomst in de gemeente Helden te hebben. Vanwege zijn opmerkelijke verplaatsingsgeschiedenis én desondanks een herkomst in de nabijheid van het beschreven gebied, is dat curieuze verhaal opgenomen in deze rapportage
Rapportage archeologisch onderzoek Nederweert-Midden-paleoliticum (1978-1985) Locatie De Banen
Tussen 1978 en 1985 werd een negental middenpaleolitische artefacten uit een aantal amateurcollecties gedetermineerd. Alle objecten zijn gevonden als toevalsvondsten, verspreid over het hele grondgebied van de gemeente Nederweert. Enkele exemplaren destijds zijn destijds gepubliceerd in de archeologische literatuur en/of gemeld in de database van de ROB/RCE. Desondanks ontbreken enkele in de studie van Deeben en Hiddink et al (1998) over de middenpaleolitische objecten van Nederweert-Rosveld, waarin ook de hen bekende andere artefacten uit het Land van Weert worden genoemd.
De Nederweerter middenpaleolitische artefacten vertonen zonder uitzondering een bijzonder sterk tweezijdig glanspatina hetgeen er op wijst dat zij langdurig hebben blootgesteld gestaan aan verweringsprocessen door weer, wind en ijsfrictie (cryoturbatie). Geen van alle zal daarom in situ zijn gevonden, hoewel hun verspreidingspatroon wel bijdraagt aan de kennis over, en de verwachtingswaarde van, middenpaleolitische vindplaatsen in relatie tot de geologische gesteldheid van de ondergrond in Nederweert.
Eén van de beschreven objecten, een hartvormige vuistbijl (biface cordiforme) is weliswaar in Nederweert gevonden, maar blijkt na onderzoek een herkomst in de gemeente Helden te hebben. Vanwege zijn opmerkelijke verplaatsingsgeschiedenis én desondanks een herkomst in de nabijheid van het beschreven gebied, is dat curieuze verhaal opgenomen in deze rapportage
Herziene versie
Bij de St. Lambertuskerk in Nederweert, heeft op de eerste week van januari 2003 een gedetailleerde archeologische verkenning plaatsgevonden. Deze verkenning is uitgevoerd door de plaatselijke archeologische stichting STRABO, in samenwerking met en me voorafgaande toestemming van de aannemer van het bouwproject, firma Scheijven.
De verkenning werd uitgevoerd, nadat reeds in november daaraan voorafgaand archivalische en archeologische sonderingswerkzaamheden hadden plaatsgevonden. Op de plek van de beoogde nieuwbouw waren voor kerstmis 2002 door de aannemer reeds waarnemingsputten gegraven in het kader van onderzoek naar de funderingstoestand van het terrein en belendend kerkgebouw. Dit maakte de archeologische waarnemingen aanzienlijk gemakkelijker, zodat niet of nauwelijks graafwerk van betekenis hoefde te worden uitgevoerd.
Bij de verkenning zijn alle gevonden grondsporen van hoge archeologische waarde blootgelegd, gefotografeerd, opgemeten en ingetekend
Rapportage aanpassing archeologische beleidscontourenkaart Nederweert (2016) Schans Leveroy
In de gemeente Nederweert bevonden zich oudtijds vier zogenaamde vluchtschansen of boerenschansen. Dat waren door grachten, wallen en ophaalbrug omringde terreinen in het open terrein. De oppervlakte bedroeg circa een hectare en de hoeken waren in enkele gevallen voorzien van bastions. In Nederweert gaat het om de schansen van Uliker (Ospel), Kreijel (Ospel), Roeven en Leveroy.
De aanleg dateert uit de eerste decennia van de 17e eeuw. De oudste archivalische meldingen dateren uit de periode 1625-1635. Ze werden gebouwd om have en goed te beschermen tijdens de oorlogstroebelen uit die tijd. De binnenterreinen waren verkaveld en bebouwd met huisjes of hutjes. Het gebruik was aan strenge reglementen onderworpen en het toezicht op gebruik en beheer stond onder een schansbestuur en een schansmeester. Van de schans van Kreijel is ook het schansreglement bewaard gebleven.
Aan het begin van de 19e eeuw verloren de schansen hun functie en werden de terreinen, die tot dan gemeentelijk eigendom waren, geprivatiseerd. De schans van Kreijel (Ospel) heeft in de 19e eeuw nog lange tijd plaats geboden aan een lagere school. De Roeventerschans werd deels bebouwd met woningen en die van Uliker werd doorsneden door een weg, de Nieuwstraat.
Bovengronds zijn er geen relicten van bewaard en ook archivalische gegevens zijn schaars. Ondergronds mogen nog de resten van de grachten verwacht worden. Enkele jaren geleden is de schans van Laar (gemeente Weert) gereconstrueerd.
Het cultuurhistorische, landschappelijke en archeologische belang van de schansterreinen is groot. Het zijn daarnaast herinneringen aan turbulente tijden uit de Tachtigjarige Oorlog, oorlogstroebelen, gemeenschapzin en collectivisme.
Hun huidige status op de archeologische beleidskaart van Nederweert is minimaal of zelfs ontbrekend. Op verzoek is daarom in dit rapport een voorstel geformuleerd voor het leggen van contouren om deze objecten, en een archeologische beschermingsstatus die recht doet aan hun cultuurhistorische waarde.
Een object van geheel andere aard is het terrein van de voormalige grenskerk aan de Booldersdijk, een pendant van het huidige Grenskerkmonument in het Weerterbos. Het betreft hier een kerkplaats voor katholieken uit de Meijerij, die hier vanaf 1650 enkele decennia op Spaans gebied ter kerke gingen. De geschiedenis van dit terrein is onder andere beschreven in: A. Bruekers, De grenskerk aan de Booldersdijk, in: Nederweerts Verleden, de kerk in het midden (Nederweert 1987) p. 163-166. Dit object ontstijgt het lokale belang en is van grote importantie als overblijfsel van de godsdienstige situatie op nationaal nivo.
Ook dit terrein wordt voorgedragen voor opname op de beleidskaart, volgens de contour die hierna beschreven wordt.
Hierna worden de terreinen beschreven en gegeorefereerd, per object in twee kaartjes: allereerste de kadastrale minuutkaart van 1844, en daaronder de voorgestelde aanpassing van de beleids-contourlijnen (terreinen van hoge archeologische waarde) op de (uitsnede van de) vigerende archeologische beleidsadvieskaart
Rapportage aanpassing archeologische beleidscontourenkaart Nederweert (2016) Schans Roeven
In de gemeente Nederweert bevonden zich oudtijds vier zogenaamde vluchtschansen of boerenschansen. Dat waren door grachten, wallen en ophaalbrug omringde terreinen in het open terrein. De oppervlakte bedroeg circa een hectare en de hoeken waren in enkele gevallen voorzien van bastions. In Nederweert gaat het om de schansen van Uliker (Ospel), Kreijel (Ospel), Roeven en Leveroy.
De aanleg dateert uit de eerste decennia van de 17e eeuw. De oudste archivalische meldingen dateren uit de periode 1625-1635. Ze werden gebouwd om have en goed te beschermen tijdens de oorlogstroebelen uit die tijd. De binnenterreinen waren verkaveld en bebouwd met huisjes of hutjes. Het gebruik was aan strenge reglementen onderworpen en het toezicht op gebruik en beheer stond onder een schansbestuur en een schansmeester. Van de schans van Kreijel is ook het schansreglement bewaard gebleven.
Aan het begin van de 19e eeuw verloren de schansen hun functie en werden de terreinen, die tot dan gemeentelijk eigendom waren, geprivatiseerd. De schans van Kreijel (Ospel) heeft in de 19e eeuw nog lange tijd plaats geboden aan een lagere school. De Roeventerschans werd deels bebouwd met woningen en die van Uliker werd doorsneden door een weg, de Nieuwstraat.
Bovengronds zijn er geen relicten van bewaard en ook archivalische gegevens zijn schaars. Ondergronds mogen nog de resten van de grachten verwacht worden. Enkele jaren geleden is de schans van Laar (gemeente Weert) gereconstrueerd.
Het cultuurhistorische, landschappelijke en archeologische belang van de schansterreinen is groot. Het zijn daarnaast herinneringen aan turbulente tijden uit de Tachtigjarige Oorlog, oorlogstroebelen, gemeenschapzin en collectivisme.
Hun huidige status op de archeologische beleidskaart van Nederweert is minimaal of zelfs ontbrekend. Op verzoek is daarom in dit rapport een voorstel geformuleerd voor het leggen van contouren om deze objecten, en een archeologische beschermingsstatus die recht doet aan hun cultuurhistorische waarde.
Een object van geheel andere aard is het terrein van de voormalige grenskerk aan de Booldersdijk, een pendant van het huidige Grenskerkmonument in het Weerterbos. Het betreft hier een kerkplaats voor katholieken uit de Meijerij, die hier vanaf 1650 enkele decennia op Spaans gebied ter kerke gingen. De geschiedenis van dit terrein is onder andere beschreven in: A. Bruekers, De grenskerk aan de Booldersdijk, in: Nederweerts Verleden, de kerk in het midden (Nederweert 1987) p. 163-166. Dit object ontstijgt het lokale belang en is van grote importantie als overblijfsel van de godsdienstige situatie op nationaal nivo.
Ook dit terrein wordt voorgedragen voor opname op de beleidskaart, volgens de contour die hierna beschreven wordt.
Hierna worden de terreinen beschreven en gegeorefereerd, per object in twee kaartjes: allereerste de kadastrale minuutkaart van 1844, en daaronder de voorgestelde aanpassing van de beleids-contourlijnen (terreinen van hoge archeologische waarde) op de (uitsnede van de) vigerende archeologische beleidsadvieskaart
Rapportage archeologisch onderzoek Nederweert-Midden-paleoliticum (1978-1985) Locatie Bloemerstraat
Tussen 1978 en 1985 werd een negental middenpaleolitische artefacten uit een aantal amateurcollecties gedetermineerd. Alle objecten zijn gevonden als toevalsvondsten, verspreid over het hele grondgebied van de gemeente Nederweert. Enkele exemplaren destijds zijn destijds gepubliceerd in de archeologische literatuur en/of gemeld in de database van de ROB/RCE. Desondanks ontbreken enkele in de studie van Deeben en Hiddink et al (1998) over de middenpaleolitische objecten van Nederweert-Rosveld, waarin ook de hen bekende andere artefacten uit het Land van Weert worden genoemd.
De Nederweerter middenpaleolitische artefacten vertonen zonder uitzondering een bijzonder sterk tweezijdig glanspatina hetgeen er op wijst dat zij langdurig hebben blootgesteld gestaan aan verweringsprocessen door weer, wind en ijsfrictie (cryoturbatie). Geen van alle zal daarom in situ zijn gevonden, hoewel hun verspreidingspatroon wel bijdraagt aan de kennis over, en de verwachtingswaarde van, middenpaleolitische vindplaatsen in relatie tot de geologische gesteldheid van de ondergrond in Nederweert.
Eén van de beschreven objecten, een hartvormige vuistbijl (biface cordiforme) is weliswaar in Nederweert gevonden, maar blijkt na onderzoek een herkomst in de gemeente Helden te hebben. Vanwege zijn opmerkelijke verplaatsingsgeschiedenis én desondanks een herkomst in de nabijheid van het beschreven gebied, is dat curieuze verhaal opgenomen in deze rapportage
- …
