1,721,078 research outputs found

    Police interviews with child witnesses: a conversation analysis

    No full text
    Contains fulltext : 214618.pdf (Publisher’s version ) (Open Access)Radboud University, 15 januari 2020Promotor : Spooren, W.P.M.S. Co-promotor : Stommel, W.J.P.246 p

    “Geruststelling bij deze” Conversatieanalytisch onderzoek naar de afsluiting van specialistische consulten met SOLK-patiënten.

    No full text
    Dit onderzoek beschrijft de interactionele activiteiten tussen specialisten en SOLK-patiënten aan het einde van het gesprek. Er is door middel van conversatieanalyse het einde van specialistische consulten met SOLK-patiënten geanalyseerd, aangezien dit het moment is dat laat zien of er overeenstemming is bereikt. Dit is onderzocht door het bestuderen van 25 video-opnamen van specialistische consulten met SOLK-patiënten. Twee fenomenen blijken een belangrijke rol te spelen bij het einde van het gesprek, namelijk: claims van geruststelling en het gebruik van contrasteringen, welke het positieve resultaat van de onderzoeken benadrukken

    ‘Wow, jouw uitspraak kan echt niet!’ Hoe Facebookgebruikers metacommunicatie inzetten om online discussies te managen

    No full text
    In dit onderzoek wordt een kwalitatieve discourseanalyse uitgevoerd om te achterhalen hoe Facebookgebruikers metacommunicatie inzetten om online discussies te managen. Onder metacommunicatie wordt het beoordelen en monitoren van andermans taalgebruik en het eigen taalgebruik verstaan (Caffi, 2006). De manier waarop Facebookgebruikers elkaars taalgebruik beoordelen en de communicatie monitoren, vertelt iets over hoe ze met elkaar interacteren en welke relaties onderling worden aangegaan. Er zijn in totaal 500 reacties uit tien verschillende hoofdberichten onderzocht die geplaatst zijn op de Facebookpagina van het nieuwsmedium Hart van Nederland. Uit de resultaten kwam naar voren dat Facebookgebruikers voornamelijk elkaars taalgebruik beoordeelden om de relevantie van elkaars reacties in de discussies te achterhalen. Tevens wordt metacommunicatie ingezet om discussies te organiseren. Wanneer gesprekken door elkaar heen lopen of het niet duidelijk is wat er wordt bedoeld, zorgt metacommunicatie ervoor dat de communicatie (weer) soepel verloopt. De interactie bevat over het algemeen niet alleen maar oneliners en beledigend taalgebruik zoals werd gesuggereerd in eerder onderzoek van Hille en Bakker (2013). Facebookgebruikers interacteren juist veel met elkaar. Hart van Nederland houdt zich daarentegen als moderator opvallend afzijdig. Vervolgonderzoek zou moeten uitwijzen of andere nieuwsmedia zich ook afzijdig houden en welke invloed dat heeft op de communicatie

    Storytelling in Whatsapp: hoe verhalen in Whatsapp geco-construeerd zijn

    No full text
    In dit onderzoek is het vertellen van verhalen via Whatsapp onderzocht. Waarom worden die verhalen verteld en wat is de rol van de ontvanger bij de totstandkoming ervan? De Whatsappverhalen zijn onder te verdelen in twee groepen op basis van de context waarin ze voorkomen: verhalen die verteld worden om de tijd te doden en verhalen die iets nieuws melden dat interessant is voor de ontvanger. Daarnaast is er gebleken dat ieder verhaal een reactie van de ontvanger veroorzaakt. Die reactie kan vroeg of laat verzonden worden – er kómt een antwoord. In Whatsappgesprekken kan het antwoord dus op zich laten wachten; in tegenstelling tot bel- of face-to-facegesprekken

    Van linguïstiek naar interactiviteit? Een exploratief onderzoek naar de samenhang tussen linguïstische kenmerken van interactiviteit en tweets van wijkagenten.

    No full text
    Verschillende linguïstische kenmerken blijken samen te hangen met de mate van interactiviteit in een gespreksvoering (onder meer Mazeland, 2003; Antaki, 2011; Sidnell & Stivers, 2012; Fox, Thompson, Ford & Couper-Kuhlen, 2012). Het is interessant om te onderzoeken of de verschillende linguïstische kenmerken voor interactiviteit samenhangen met het taalgebruik van een wijkagent op Twitter. De volgende onderzoeksvraag staat centraal: „Welke linguïstische kenmerken van interactiviteit komen voor in een tweet van een wijkagent?‟ Binnen dit onderzoek is er een corpusanalyse uitgevoerd. Op basis van een geaggregeerd databestand is de frequentie van de zes linguïstische kenmerken van interactiviteit, ingezet door wijkagenten, berekend. Verder zijn er opvallende linguïstische patronen per wijkagent geanalyseerd. Vervolgens is er gekeken naar de samenhang tussen de door wijkagenten ingezette linguïstische kenmerken van interactiviteit. Als laatste is er een kwalitatieve follow-up studie uitgevoerd waarin vijf geselecteerde tweets met een hoog en een laag aantal linguïstische kenmerken van interactiviteit geanalyseerd zijn op basis van conversatieanalytische patronen en linguïstische kenmerken van interactiviteit. De resultaten tonen aan dat alle zes de linguïstische kenmerken van interactiviteit voorkomen in het totaal aan geanalyseerde tweets van wijkagenten (N = 625). Wijkagenten blijken in meer dan de helft van hun tweets de linguïstische kenmerken van Twittermarkeerders toe te passen. In een derde van de tweets passen wijkagenten de engagementmarkeerders toe. Ook blijkt uit dit onderzoek dat wijkagenten in hun taalgebruik op Twitter een gering aantal twijfel-/afstandmarkeerders en zekerheidsmarkeerders inzetten. De follow-up studie toont aan dat hoog interactieve tweets meer retweets, likes en reacties ontvangen dan laag interactieve tweets. Hoog interactieve tweets kenmerken zich tevens door een hoger aantal beurtwisselingen tussen de wijkagent en de volger. De overeenkomst tussen laag en hoog interactieve tweets is dat wijkagenten in veel gevallen niet reageren op reacties van volgers, waardoor er geen conversatie ontstaat. Dit betekent dat een hoog aantal linguïstische kenmerken in een tweet van een wijkagent niet altijd tot conversatie leidt. Het verrichten van onderzoek naar de linguïstiek van wijkagenten op Twitter, in combinatie met het ontstaan of verloop van een conversatie met volgers, maakt dit onderzoek vernieuwend. Tot slot is de toepassing van het operationeel model uit dit onderzoek, eventueel in combinatie met de theorie van de interactionele ordeningsprincipes en gespreksopening en -afsluiting, geschikt voor verscheidene interessante vervolgonderzoeken

    Hoe kinderen uiting geven aan het begrip "afterlife" aan de hand van het prentenboek "Altijd Dichtbij" van Mark Janssen.

    No full text
    In dit onderzoek is onderzocht in hoeverre het prentenboek ‘Altijd Dichtbij’ van Mark Janssen kan bijdragen aan het begrip dat kinderen hebben van afterlife en de dood. Uit eerder onderzoek is gebleken dat prentenboeken een hulpvolle methode kunnen zijn voor het beter helpen bij begrip van lastige onderwerpen bij kinderen. Door het afnemen van 12 interviews bij kinderen tussen de 10 en 11 jaar oud is getracht te deze onderzoeksvragen te bevestigen. Uit de resultaten is gebleken dat het lastig is om een directe conclusie te trekken over hoe kinderen uiting geven aan deze concepten. Sommige factoren zoals religie hebben wel invloed op de manier waarop kinderen uiting geven, maar hier is geen algemene conclusie uit te trekken. Wel is de hypothese bevestigd dat prentenboeken een handig middel kunnen zijn om lastige onderwerpen zoals de dood te bespreken. Voor vervolgonderzoek zou het nuttig zijn om kinderen voor een langere tijd te volgen tijdens het bespreken van deze onderwerpen, zodat het beeld wat kinderen hierbij hebben duidelijker kan worden

    Verdeeldheid over mondgezondheid.

    No full text
    In dit tweeledig onderzoek is gekeken naar hoe argumenten over het gebruik van fluoridetandpasta door discussianten geëvalueerd worden, wanneer deze argumenten tegen het ingenomen standpunt van de discussianten ingaan. Als eerste is een corpusanalyse uitgevoerd om te achterhalen welke argumenten op fora worden genoemd om het gebruik van fluoridetandpasta te verdedigen of juist af te raden. Aan de hand van deze resultaten zijn twee voorlichtingsteksten opgesteld die tijdens diepte-interviews zijn voorgelegd aan zowel voor- als tegenstanders van fluoridetandpasta. Het doel van de interviews was om te achterhalen hoe de argumenten die tegen het door de participanten ingenomen standpunt ingingen werden geëvalueerd. De resultaten van de corpusanalyse toonden dat op fora voornamelijk argumentatie op basis van regels werd gebruikt. Daarnaast maakten de voorstanders veel gebruik van argumentatie op basis van regelmaat en de tegenstanders van pragmatische argumentatie. Uit de diepte-interviews kwam naar voren dat alle participanten pragmatische argumentatie als meest overtuigend beoordeelden. Daarbij evalueerden tegenstanders van fluoridetandpasta de argumenten kritischer dan de voorstanders

    Participatie van naasten in een medisch videoconsult en face-to-face consult: een exploratief onderzoek.

    No full text
    Onderzoek naar de communicatie in medische videoconsulten heeft zich tot nu toe enkel gericht op de arts en patiënt, terwijl patiënten vaak begeleid worden door een naaste die ook deelneemt aan het gesprek. In deze scriptie wordt het verschil tussen de participatie van naasten in videoconsulten en face-to-face consulten onderzocht. Dit werd gedaan door een kwalitatieve conversatieanalyse van consulten in beide condities en een kwantitatieve vergelijking van het aantal geproduceerde woorden van naasten, patiënten en artsen in beide gespreksvormen De analyse heeft aangetoond dat een naaste volgens verschillende rollen kan participeren: de naaste als stille getuige, actieve luisteraar, souffleur van de patiënt, actieve gesprekspartner of als primaire gesprekspartner van de arts. De manieren waarop naasten deze rollen aannemen, laten subtiele verschillen zien tussen videoconsulten en face-to-face consulten

    “IT’S DIFFICULT, DON’T TALK ABOUT IT, COMPLICATED AND A CHORE ” A comparison on the occurrence of death taboo between online forums for bereavement after suicide or loss of a partner

    No full text
    The present paper integrated concepts and methods from death studies, discursive psychology, and communication sciences to provide an interdisciplinary perspective on the matter of online mourning. Previous research on online communities in mourning found that these were not that different from offline communities, in the sense that both help form communal bonds. In the case of online mourning after suicide specifically, studies show contradictions and inconsistencies, however. Combining concepts and methods from death studies, discursive psychology, and communication sciences, two descriptive analysis were conducted on a social media forum for grieving after suicide and for grieving after the loss of a partner. A top-down analysis, based on identified topics by Malik and Coulson (2010) and Pawelzyk (2013), showed that users interact differently on both forums. These differences may be explained by the different cause of death, the relationship to the deceased, and the introduction at the top of the forum. A bottom-up analysis, unbiased by prior categories but influenced by notions from discursive psychology, complemented the top-down analysis to disambiguate problematic categorisations, such as dividing the broad notion ‘requesting information or advice’ into separate the question categories ‘asking to relate’, ‘request for empathy’, ‘how are you?’, and ‘request for information’, and to define utterances that did not fit in any pre-existing category, such as describing negative traits of the deceased

    The Use of the Politeness Strategies when Implicating a Third Person: A Case study of Indonesian Au Pairs in the Netherlands.

    No full text
    Many studies have evaluated politeness strategies between speakers and hearers in general, but not many have investigated the politeness strategies in which a third person addressee is implicated in the utterances, especially in a sociolinguistic interview. This study looks at how Indonesian au pairs employ politeness strategies when interviewed regarding their perception of their host parents and when they talk about the host parents. The data was collected from interviewing two Indonesian au pairs who have stayed in the Netherlands for at least four months. The participants were asked some questions relating to the host parents in a semi-structured sociolinguistic interview. The findings show that the au pairs use not only independence strategies, but also involvement strategies. Both of the politeness strategies are employed when implicating the host parents in different ways. It is concluded that the au pairs use co! mplex pol iteness strategies when responding to questions in a semi-structured sociolinguistic interview and their choice of strategy appears to be directly contingent on the context given and individual situational relationship
    corecore