135 research outputs found

    Onderzoek naar de verkeersafwikkeling in parkeergarages

    No full text
    Naar het afstudeerwerk van ir. J.J.M. Paumen vakgroep betonkonstrukties T.H. Delft 1975.Design & ConstructionCivil Engineering and Geoscience

    Adaptieve Temperatuurgrenswaarden: Praktijkonderzoek naar de nieuwe Nederlandse richtlijn voor de beoordeling van het thermische binnenklimaat in kantoorgebouwen

    No full text
    In Nederland kan sinds maart 2004 gebruik worden gemaakt van een nieuwe richtlijn voor het thermische binnenklimaat, gepresenteerd in de ISSO publicatie 74, “Thermische behaaglijkheid. Eisen voor de binnentemperatuur in gebouwen”, waarin op grond van omvangrijk internationaal veldonderzoek grenzen voor de binnentemperatuur, de ‘Adaptieve TemperatuurGrenswaarden’ (ATG), zijn opgesteld. Deze grenzen laten hogere binnentemperaturen toe indien de (gewogen gemiddelde) buitentemperatuur eveneens hoger is. Op deze wijze is het adaptieve vermogen van de mens, welke uit het veldonderzoek naar voren is gekomen, in de eisen verdisconteerd. Hierbij wordt onderscheidt gemaakt in twee type gebouwen, te weten gebouwen van het klimaattype Alpha, waarin de gebruikers goede mogelijkheden hebben het binnenklimaat te beïnvloeden en ramen te openen, en gebouwen van het klimaattype Bèta, waarin de gebruikers deze mogelijkheden niet of in mindere mate hebben. Voor gebouwen van het Alpha-type neemt de hoogte van de toegestane binnentemperatuur sneller toe bij stijgende buitentemperatuur dan voor gebouwen van het Bèta-type. Daarnaast worden bij deze methode drie kwaliteitsklassen onderscheiden, waarbij 90%, 80% dan wel 65% van de personen gedurende 100% van de werktijd (er worden geen overschrijdingen van de grenswaarden toegestaan) tevreden is. Deze nieuwe methode om het thermische binnenklimaat te beoordelen is de beoogde opvolger voor de momenteel gebruikelijke Gewogen TemperatuurOverschrijdingen methode (GTO), welke aan de hand van klimaatkameronderzoek uit de jaren ’70 is opgesteld. Bij deze methode mag een binnentemperatuur van circa 25,5°C in de zomerperiode gedurende een aantal uren overschreden worden. Hierbij wordt een weegfactor toegepast die groter wordt naarmate de binnentemperatuur de grens verder overschrijdt. Het maximaal toegestane aantal gewogen overschrijdingsuren is voor gebouwen met een niet geheel gesloten gevel gesteld op 150. Op deze wijze wordt er naar gestreefd dat gedurende 90% van de tijd 90% van de mensen tevreden is. In aanvulling hierop eist de Rijksgebouwendienst dat in gebouwen met ‘niet vrijelijk te openen’ ramen of een geheel gesloten gevel, een operatieve binnentemperatuur van 25,5°C niet overschreden mag worden tot een maximum buitentemperatuur van 28°C.Design and ConstructionCivil Engineering and Geoscience

    KlimaatPlusWonen, te mooi om waar te zijn: Studie naar het energetisch gedrag van kaswoningen met nieuwe innovatieve warmtewisselaars

    No full text
    In dit rapport is het gebruik van de nieuwe innovatieve warmtewisselaars Fiwihex en Smart Skin in combinatie met warmteopslag bij individuele kaswoningen onderzocht. Door het combineren van deze warmtewisselaars, een kas en bodemopslag kan zonnewarmte worden gewonnen voor ruimteverwarming. In de zomer wordt de kasruimte met koud water gekoeld, waarbij het water opwarmt en wordt opgeslagen. In de winter wordt dit opgeslagen warme water gebruikt om de kas en de woning te verwarmen. Het water dat gebruikt wordt om de kas te verwarmen koelt af en kan in de zomer weer worden gebruikt om de kas te koelen. Hiermee herhaalt de cyclus zich. Op deze wijze moet het gebruik van fossiele brandstoffen voor ruimteverwarming worden teruggebracht. Het ontwerp voor de KlimaatPlusWoningen in Amsterdam is de aanleiding van dit onderzoek. Men wil dit systeem van warmtewinning toepassen om het gebruik van fossiele brandstoffen voor ruimteverwarming aanzienlijk terug te brengen. Door dit concept te combineren met opwekking van duurzame elektrische energie wil men woningen realiseren die netto elektrische energie produceren. Dit ontwerp is de aanleiding van dit onderzoek, dat zich richt op kaswoningen met Fiwihex en Smart Skin in het algemeen. Er is in dit rapport een formule afgeleid om het vermogen dat de Fiwihex levert te berekenen. Vergeleken met andere warmtewisselaars is de Fiwihex niet efficiënter. Wel is de verhouding tussen de hoeveelheid geleverde hulpenergie en het geleverde vermogen redelijk gunstig. Het geringe geluidsniveau, kostenoverwegingen en comfort kunnen redenen om toch te kiezen voor de Fiwihex. Deze aspecten zijn in dit rapport echter niet nader onderzocht. De Smart Skin is nog in ontwikkeling. Uit de beschikbare meetgegevens is het gedrag van de Smart Skin lastig te analyseren. Ook is het lastig om parameters af te leiden voor simulatie, de Smart Skin is dan ook niet opgenomen in de simulaties. De vermogens die dit systeem aan de ruimte levert zijn in de beschouwde meetsituatie behoorlijk. Ook de energie die wordt gewonnen door middel het water in de leidingen is substantieel. Het is lastig te bepalen hoe dit is op andere momenten. Wel moet opgemerkt worden dat de temperatuur van het water in de buisjes maar een beperkte invloedslengte heeft over het glas. De warmteoverdracht tussen het water en de lucht wordt effectiever als men de tussenafstand kleiner maakt. Het optreden van oppervlaktecondensatie op het glas is zeer waarschijnlijk. Als er geen warmtewisselaars in de kas worden ingezet worden er bij grote instraling relatief hoge temperaturen bereikt. In de winter kunnen de temperaturen relatief laag worden. Als warmtewisselaars in de kas worden geplaatst kan de kastemperatuur beter beheerst worden, toch blijven er in de onderzochte situatie incidentele pieken en dalen in de kastemperatuur. De periode dat de kas gebruikt kan worden als verblijfsruimte is beperkt. Uit analyse van de warmtestromen blijkt dat bij de uitgangspunten en aannames van dit onderzoek met twee warmtewisselaars in de kas kan worden voorzien in de warmtevraag van de woning. Het temperatuurverschil dat het water in de Fiwihex ondergaat is relatief klein. Als er meer warmtewisselaars worden ingezet wordt het temperatuurverschil kleiner.Design and ConstructionCivil Engineering and Geoscience

    Optimalisatie van zonne-energiegebruik voor woningen met een opslagsystemen

    No full text
    Tegenwoordig zijn de omstandigheden voor de toepassing van zonne-energiesystemen enorm verbeterd. In de toekomst zullen deze omstandigheden waarschijnlijk alleen nog maar beter worden. Het toepassen van zonne-energieopslagsystemen is vooralsnog niet of nauwelijks direct gerelateerd aan de energiebehoefte van huishoudens. De keuze voor een zonne-energiesysteem wordt voornamelijk bepaald door wat er gemiddeld geldt voor een woningtype. De belangrijkste vraag op voorhand is of er significant verschil zou zijn met de huidige manier van ontwerpen, als het zonne energieopslagsysteem afgestemd wordt op de energievraag van het specifieke huishouden waar het systeem geïnstalleerd zal worden. Het gaat hier dus om de invloed van huishoudelijk gedrag voor energiegebruik op de configuratie van een algemeen of veelvoorkomend opslagsysteem. Om de voorgaande materie goed te beschouwen zijn probleemstellingen opgesteld. In eerste instantie leidt het feit dat een bepaald type woning geen eenduidig energievraagpatroon heeft (de omstandigheden per huishouden verschillen enorm) tot de eerste probleemstelling. De eerste probleemstelling stelt hier de vraag: is het mogelijk om met het gedrag van een huishouden een bepaling te maken voor het patroon van de energiebehoefte? Het doel hierbij is het ontwikkelen van een model dat de continue energiebehoefte van een bepaald huishouden en woningtype kan bepalen.Design and ConstructionCivil Engineering and Geoscience

    Analyse van een aantal gegevens uit het informatiesysteem bodemsanering

    No full text
    Door de uitvoering van de interimwet bodemsanering (I.B.S.) zijn verschillende gegevensstromen tussen particulieren, (semi-)overheden en bedrijven tot stand gekomen. Aangezien de sanering van de verontreinigde bodem behalve een bestuurlijke ook een economische aktiviteit is, is sinds 1986 een informatiesysteem operationeel. Dit rapport heeft als doel om een actuele samenvatting van de aanwezige saneringsgegevens te presenteren. Geconcludeerd kan worden dat het informatiesysteem voldoende marktgericht informatie bevat. Ten aanzien van de aanwezige saneringsgegevens kan geconcludeerd worden dat voornamelijk verontreinigde zand- en kleigronden en verontreinigd grondwater worden aangetroffen. Afgraven en storten (eventueel in het buitenland) of tijdelijke opslag is voor grond de meest voorkomende saneringsmethode (67% van alle partijen grond). De aangetroffen verontreinigingen zijn veelal zware metalen (25%), totaal complex cyanide (8%), benzeen en totaal aromaten (beiden 7%), totaal PAK (11%) en minerale olie (13%). Afzonderlijke organische verontreinigen worden nauwelijks aangemeld, vermoedelijk mede ten gevolge van dure en gecompliceerde analysetechnieken.Water ManagementCivil Engineering and Geoscience

    Uitloogonderzoek op een met koper en nikkel verontreinigde grond ten behoeve van een grondwatersanering

    No full text
    In opdracht van het adviesbureau BKR is in de periode juli tot en met september 1990 een uitloogonderzoek uitgevoerd, ten behoeve van een grondwatersanering. Dit onderzoek omvatte kolomproeven volgens het voorschrift NVN 2508, uitgevoerd op van de verontreinigde lokatie genomen grondmonsters. Bij het onderzoek is het uitlooggedrag bij doorspoeling met synthetisch grondwater in duplo en bij doorspoeling met aangezuurd demiwater (pH=4) in enkelvoud onderzocht. Het poriënvolume in de kolommen is 200 tot 240 keer ververst. De kolommen I en II vertoonden een duidelijk duplo-gedrag in de resultaten. Bij alle kolommen is na circa 60 keer doorspoelen de afname van de koperconcentratie in de eluaten nog maar minimaal. De koperconcentratie van de eluaten, nadat het doorspoelen was onderbroken, waren slechts minimaal toegenomen ten opzichte van de koperconcentratie voor de onderbreking. Aan de hand van de analyseresultaten van de eluaten kon berekend worden, dat uit alle kolommen circa 1% van de hoeveelheid koper was uitgeloogd. De analyses van de verontreinigde grond en de grond na uitvoering van de kolomproef wezen echter uit, dat circa 25% van de hoeveelheid koper was uitgeloogd. Het bleek niet mogelijk om dit verschil afdoende te verklaren.Water ManagementCivil Engineering and Geoscience

    Unconventional Monetary Policy and Auction Cycles of Eurozone Sovereign Debt

    No full text
    We provide evidence that the European Central Bank (ECB's) unconventional monetary policy dampens yield cycles in secondary markets for Eurozone sovereign debt around new sovereign debt auctions. This dampening effect tends to be larger when market volatility is higher. Cycles caused by domestic auctions and the role of market volatility are largest for countries with low credit ratings. Auctions by these countries also generate significant auction cycles in other countries. Such cycles can have a nonnegligible effect on debt-servicing costs, but these can be limited through central bank purchases in turbulent periods, debt issuance in tranquil periods, and coordination of national auction calendars
    corecore