100,382 research outputs found
Opgraving - variant archeologische begeleiding. Aanleg leidingen diverse locaties Noordhornerweg en Frijtumerweg te Niehove: Antea Group Archeologie 2017/154
Antea projectnummer 419284
In september en oktober 2017 heeft Antea Group een archeologische begeleiding uitgevoerd ter plaate van een gasleidingtracé in de omgeving van Niehove (gemeente Zuidhorn): twee wierdeterreinen bij Frytum, één bij Enuma en een tracé langs de Noordhornerweg waar een 12e- en 15-eeuwse dijk ligt.
Te Frytum zijn (geroerde en verstoorde) wierdelagen uit de middeleeuwen aangesneden. In Frytum-Noord zijn ook enkele scherven (niet nader te dateren) terpaarde werk en een kuil met gruis van terpaardewerk gevonden. Te Enuma is zowel resten van terpaardewerk uit de ijzertijd-Romeinse tijd als middeleeuws aardewerk aangetroffen. Aan de Noordhornerweg zijn de middeleeuwse dijken niet aangesneden maar 20e-eeuwse uitbreidingen ervan wel. Ook zijn vegetatiehorizonten aanwezig
Opgraving - variant archeologische begeleiding. Aanleg kabels aan de Oosterweg te Pieterburen, gemeente Het Hogeland.: Antea Group Archeologie 2019/125
Antea Projectnummer 436792.
In april 2019 heeft Antea Group Archoelogie een archeologisch veldonderzoek (Opgraving, variant archeologische begeleiding) uitgevoerd op een locatie langs de Oosterweg te Pieterburen (afb. 1). Aanleiding is de aanleg van een laagspanningskabel.
Op basis van een quickscan is aanbevolen het grootste deel van het tracé vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling; met uitzondering van het tracédeel binnen een AMK-terrein. Hier is een archeologische begeleiding uitgevoerd van de open ontgravingen. Dit tracédeel ligt net ten zuiden van Molen de Vier Winden (Rijksmonument nr. 14560, gebouwd in 1846). De verwachting was om eventuele resten van (een) eerdere molen(s), behuizing of erf aan te treffen.
Conform PvE is tijdens de archeologische begeleiding in de leidingsleuf een profiel aangelegd en gedocumenteerd. Er zijn geen sporen aangetroffen die in direct verband gebracht kunnen worden met een oudere molen of het molenaarshuis. Wel zijn ten zuidoosten van de molen twee bakstenen fundamenten aangetroffen die ongeveer 1,5 m uit elkaar liggen. Het zou kunnen gaan om de fundamenten van een bijgebouwtje, dat vermoedelijk niet ouder is dan de 19e eeuw. In de zwartgrijze kleilaag (S1000) is op verschillende plekken in de sleuf een baksteenverharding aangetroffen. Dit is vermoedelijk een oud pad uit de 19e eeuw. Onder dit pad is een ophogingslaag gevonden (S1001). Het is mogelijk dat voorafgaand aan de bouw van de eerste molen een molenbergje is aangelegd, waarvan deze ophogingslaag het restant is
Antea Group Archeologie 2019/125
Antea Projectnummer 436792.
In april 2019 heeft Antea Group Archoelogie een archeologisch veldonderzoek (Opgraving, variant archeologische begeleiding) uitgevoerd op een locatie langs de Oosterweg te Pieterburen (afb. 1). Aanleiding is de aanleg van een laagspanningskabel.
Op basis van een quickscan is aanbevolen het grootste deel van het tracé vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling; met uitzondering van het tracédeel binnen een AMK-terrein. Hier is een archeologische begeleiding uitgevoerd van de open ontgravingen. Dit tracédeel ligt net ten zuiden van Molen de Vier Winden (Rijksmonument nr. 14560, gebouwd in 1846). De verwachting was om eventuele resten van (een) eerdere molen(s), behuizing of erf aan te treffen.
Conform PvE is tijdens de archeologische begeleiding in de leidingsleuf een profiel aangelegd en gedocumenteerd. Er zijn geen sporen aangetroffen die in direct verband gebracht kunnen worden met een oudere molen of het molenaarshuis. Wel zijn ten zuidoosten van de molen twee bakstenen fundamenten aangetroffen die ongeveer 1,5 m uit elkaar liggen. Het zou kunnen gaan om de fundamenten van een bijgebouwtje, dat vermoedelijk niet ouder is dan de 19e eeuw. In de zwartgrijze kleilaag (S1000) is op verschillende plekken in de sleuf een baksteenverharding aangetroffen. Dit is vermoedelijk een oud pad uit de 19e eeuw. Onder dit pad is een ophogingslaag gevonden (S1001). Het is mogelijk dat voorafgaand aan de bouw van de eerste molen een molenbergje is aangelegd, waarvan deze ophogingslaag het restant is
Antea Group Archeologie 2017/154
Antea projectnummer 419284
In september en oktober 2017 heeft Antea Group een archeologische begeleiding uitgevoerd ter plaate van een gasleidingtracé in de omgeving van Niehove (gemeente Zuidhorn): twee wierdeterreinen bij Frytum, één bij Enuma en een tracé langs de Noordhornerweg waar een 12e- en 15-eeuwse dijk ligt.
Te Frytum zijn (geroerde en verstoorde) wierdelagen uit de middeleeuwen aangesneden. In Frytum-Noord zijn ook enkele scherven (niet nader te dateren) terpaarde werk en een kuil met gruis van terpaardewerk gevonden. Te Enuma is zowel resten van terpaardewerk uit de ijzertijd-Romeinse tijd als middeleeuws aardewerk aangetroffen. Aan de Noordhornerweg zijn de middeleeuwse dijken niet aangesneden maar 20e-eeuwse uitbreidingen ervan wel. Ook zijn vegetatiehorizonten aanwezig
Letter, [Author unclear] to Paulina T. Merritt
Handwritten letter to Paulina Merritt from an unknown author, October 1, 1876.
Handwritten biographical information on Paulina T. McClung Merritt
A handwritten biography of Paulina T. McClung Merritt by an unknown author, 1892.
Heterogeneous and tissue-specific regulation of effector T cell responses by IFN-gamma during Plasmodium berghei ANKA infection.
IFN-γ and T cells are both required for the development of experimental cerebral malaria during Plasmodium berghei ANKA infection. Surprisingly, however, the role of IFN-γ in shaping the effector CD4(+) and CD8(+) T cell response during this infection has not been examined in detail. To address this, we have compared the effector T cell responses in wild-type and IFN-γ(-/-) mice during P. berghei ANKA infection. The expansion of splenic CD4(+) and CD8(+) T cells during P. berghei ANKA infection was unaffected by the absence of IFN-γ, but the contraction phase of the T cell response was significantly attenuated. Splenic T cell activation and effector function were essentially normal in IFN-γ(-/-) mice; however, the migration to, and accumulation of, effector CD4(+) and CD8(+) T cells in the lung, liver, and brain was altered in IFN-γ(-/-) mice. Interestingly, activation and accumulation of T cells in various nonlymphoid organs was differently affected by lack of IFN-γ, suggesting that IFN-γ influences T cell effector function to varying levels in different anatomical locations. Importantly, control of splenic T cell numbers during P. berghei ANKA infection depended on active IFN-γ-dependent environmental signals--leading to T cell apoptosis--rather than upon intrinsic alterations in T cell programming. To our knowledge, this is the first study to fully investigate the role of IFN-γ in modulating T cell function during P. berghei ANKA infection and reveals that IFN-γ is required for efficient contraction of the pool of activated T cells
- …
