149 research outputs found
Archeologisch Bureauonderzoek. Poelkampstraat - 't Haagje - Schoonmansmolenweg te Eerbeek, Gemeente Brummen.
Archeologisch bureauonderzoek naar de aanwezigheid van bekende en verwachte archeologische waarden ter plaatse van een tracé voor de aanleg van middenspanningskabels
Archeologisch Bureauonderzoek. Poelkampstraat - 't Haagje - Schoonmansmolenweg te Eerbeek, Gemeente Brummen.
Archeologisch bureauonderzoek naar de aanwezigheid van bekende en verwachte archeologische waarden ter plaatse van een tracé voor de aanleg van middenspanningskabels
Watertoevoer Kwakpolder, gemeente Albrandswaard
Archeologisch bureauonderzoek naar de aanwezigheid van bekende en verwachte archeologische waarden ter plaatse van de Watertoevoer Kwakpolder, gemeente Albrandswaard
Archeologisch Bureauonderzoek. Transformatorstation, Harderwijk.
Doel van het archeologisch bureauonderzoek is het verwerven van informatie, aan de hand van bestaande bronnen, over bekende of verwachte archeologische waarden, binnen het omschreven gebied, om daarmee te komen tot een gespecificeerd, archeologische verwachtingsmodel. Op basis van dit model en in combinatie met informatie over de door de opdrachtgever geplande bodemverstorende activiteiten, is een beargumenteerd advies gegeven voor wat betreft eventueel noodzakelijk archeologisch vervolgonderzoek, de locatie daarvan, het onderzoeksdoel en de onderzoeksstrategie die hiervoor het meest geschikt zou zijn
T&A Survey
Archeologische bureauonderzoek naar de aanwezigheid van bekende en verwachte archeologische waarden ter plaatse van Amsterdamseweg 40, gemeente Amstelveen
Archeologisch Bureauonderzoek en Verkennend Booronderzoek. NABO Almen 'Wandelbuis Hulzerdijk'.
Archeologisch Bureauonderzoek en Verkennend Booronderzoek ten behoeve van een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel en een aangevuld en gecontroleerd door de resultaten van het verkennend booronderzoek, op basis waarvan een advies ten aanzien van eventueel vervolgonderzoek kon worden opgesteld
Bureauonderzoek archeologie. Windpark op het Spuisluiseiland te IJmuiden.
Eneco Wind gevestigd te Rotterdam is voornemens een windpark aan te leggen op het Spuisluiseiland te IJmuiden, gemeente Velsen. Op een zestal locaties zullen windmolens worden gebouwd. De geplande werkzaamheden waarbij grond zal worden verzet, vormen
een bedreiging voor de mogelijke archeologische waarden in de ondergrond. In het kader daarvan is een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd.
Op basis van het uitgevoerde bureauonderzoek kan gesteld worden dat binnen het plangebied een grote kans bestaat op de aanwezigheid van archeologische waarden uit de periode van de IJzertijd tot en met de Middeleeuwen. Indien aanwezig zullen deze bestaan uit organische lagen en of (restanten van) oude loopoppervlakken in de laag met
Duinafzettingen met daarin mogelijk nederzettingssporen of andere aanwijzingen voor menselijke activiteit. De aanwezigheid alsook de diepte van de lagen zijn op basis van een bureauonderzoek niet vast te stellen. Vast staat dat indien aanwezig, de voorgenomen aanleg van het windpark, deze eventueel aanwezige waarden zeker zal vernietigen.
T&A Survey en ADC ArcheoProjecten adviseren de bevoegde overheid, de provincie Noord-Holland, op basis van de verkregen resultaten archeologisch vervolgonderzoek op die delen van het plangebied die ontgraven gaan worden en waar het huidige maaiveld boven 0,8 m
+NAP is gelegen. Voorgesteld voor dit vervolgonderzoek uit de volgende stappen te laten bestaan:
Grondradar onderzoek
Proefputten (indien nodig)
Definitieve opgraving (indien nodig)
Doel van het grondradar onderzoek is het in kaart brengen van duinvalleien/kommen enhet opsporen van oude bodemlagen. Nadat met behulp van grondradar de bodem in kaart is gebracht, dient op die locaties waar op basis van de resultaten van dit onderzoek rekening moet worden gehouden met de aanwezigheid van oude bodems vervolg onderzoek plaats te vinden. Aanbevolen wordt om dit te doen in de vorm van proefputten. Indien sprake is van behoudenswaardige archeologische waarden wordt vanuit het oogpunt van efficiëntie en kostenbesparing aanbevolen om direct over te gaan op een definitieve opgraving binnen de grenzen van het te verstoren gebied. Doel van een definitieve opgraving betreft het ex-situ behouden van de aanwezige archeologische waarden voor zover deze bedreigd worden door de voorgenomen ontwikkeling.
Voor het proefsleuvenonderzoek en de eventueel daarop aansluitende opgraving dient de exacte invulling van de werkzaamheden te worden vastgelegd in een door de bevoegde overheid goed te keuren Programma van Eisen (PvE).
T&A Survey en ADC ArcheopProjecten adviseren de delen van Spuisluiseiland en de 2e Rijksbinnenhavenweg waarvan het huidige maaiveld lager is gelegen dan 0,8 m +NAP met betrekking tot archeologie vrij te geven voor verdere ontwikkeling. Het is echter niet volledig uit te sluiten dat binnen deze terreindelen toch nog archeologische resten
voorkomen. Het verdient daarom aanbeveling om de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht archeologische vondsten te melden bij het bevoegd gezag, zoals aangegeven in artikel 53 van de Monumentenwet
Bureauonderzoek archeologie. Kanaal Omval-Kolhorn, gemeente Hollands Kroon.
Dura Vermeer Beton-en Waterbouw BV is voornemens op zes bruglocaties over het kanaal traject tussen Verlaat en Kolhorn werkzaamheden te verrichten ten behoeve van de versterking, verbreding en/of het volledig vervangen van de brug. De geplande werkzaamheden waarbij grond zal worden verzet, vormen een bedreiging voor de mogelijke archeologische waarden in de ondergrond.
Op basis van het uitgevoerde bureauonderzoek kan gesteld worden dat binnen het plangebied een grote kans bestaat op de aanwezigheid van archeologische waarden uit de periode van het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd. Indien aanwezig kunnen deze bestaan uit nederzettingsgerelateerde waarden, zoals huisplattegronden, cultuurlagen, afvalkuilen en overige resten van materiële cultuur, maar ook oude dijken of dijkjes, kades en overige (watergerelateerde) structuren. Vast staat dat indien aanwezig, de voorgenomen werkzaamheden op de bruglocaties, afhankelijk van de mate van bodemverstoring, deze waarden mogelijk zullen vernietigen.
T&A Survey en ADC ArcheoProjecten adviseren de bevoegde overheid, de provincie Noord- Holland, op basis van de verkregen resultaten:
Leierbrug – Westerbrug – Bomerbrug – Scheidersbrug
Geen archeologisch vervolgonderzoek op basis van de omvang van de voorgenomen ingreep, circa 450 m2, in combinatie met de richtlijnen volgens de archeologische beleidskaart van de gemeente Niedorp. Dit op basis van de aanname dat tijdens de grote veenontginningen in dit gebied in de Late Middeleeuwen en Nieuw tijd de eventueel oorspronkelijk onder dit veenpakket aanwezige archeologische waarden zijn vernietigd.
Wel moet middels een gedetailleerde werkbeschrijving kunnen worden aangetoond dat ter hoogte van de Bomerbrug, door de geplande werkzaamheden geen aantasting zal plaatsvinden van het naastgelegen Provinciale monument, de Westermolen. Daarbij verdient het aanbeveling om de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht archeologische vondsten te melden bij het bevoegd gezag, zoals aangegeven in artikel 53
van de Monumentenwet.
Mientbrug
Hier kunnen archeologische waarden uit alle perioden zich voordoen, maar worden vooralrestanten uit de Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd verwacht. Aanbevolen wordt daaromarcheologisch onderzoek in de vorm van een archeologische begeleiding volgens protocol proefsleuven. Dit omdat de gangbare vervolgstappen, verkennend- en karterend boren,
zich hier niet goed lenen voor het beantwoorden van de onderzoeksvraag, namelijk of onder de huidige kunstmatige, recente ophogingen sprake is van de aanwezigheid van oudere dijken. Het verschil tussen oude en ‘recente’ ophogingen laat zich namelijk niet of nauwelijks in een boor herkennen. Indien tijdens de werkzaamheden archeologische vindplaatsen worden aangetroffen, die niet in situ behouden kunnen worden, dient hierover direct contact opgenomen te worden met het bevoegd gezag zodat kan worden bepaald of er moet worden overgegaan tot een definitieve opgraving. Voor de archeologische begeleiding en de eventueel daarop aansluitende opgraving dient de exacte invulling van
de werkzaamheden te worden vastgelegd in een door de bevoegde overheid goed te keuren Programma van Eisen (PvE).
Braakbrug
Archeologisch inventariserend onderzoek naar de opbouw en ouderdom van de West-Friese Omringdijk in de vorm van een booronderzoek aan beide zijden van het water. Hiertoe dient in eerste instantie, daar waar de bodemverstoring plaats zal vinden, het wegdek (asfalt) te worden verwijderd. Geadviseerd wordt om in ieder geval aan iedere zijde één
of meer raaien dwars op de ligging van de dijk te zetten. Zo kan een goed inzicht worden verkregen in de stratigrafie en ouderdom van de dijk. Daarnaast dient het booronderzoek een inzicht te geven in de intactheid van de bodemopbouw onder en naast de dijk, in relatie tot de verwachte sporen van menselijke activiteit en/of bewoning vanaf het Laat-
Neolithicum tot en met de Late Middeleeuwen. Bij het eventueel inrichten van werkterreinen voor de opslag en stalling van materieel of bouwketen e.d. dient rekening te worden gehouden dat deze niet ter plaatse van de AMKterreinen of molenlocaties worden gepland
Bureauonderzoek archeologie. Vervanging duikers Inlaagpolder, gemeente Haarlemmerliede
Hoogheemraadschap van Rijnland (“opdrachtgever”) heeft T&A Survey (“T&A”) op 26 juli 2017 schriftelijk opdracht verleend voor het uitvoeren van een archeologisch bureauonderzoek.
Doel van dit bureauonderzoek is het in kaart brengen van de bekende en verwachte archeologische waarden binnen het onderzoeksgebied om op basis daarvan te komen tot een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel. Op basis daarvan zal een onderbouwd advies worden gegeven ten aanzien van eventueel noodzakelijk vervolgonderzoek.
Op basis van het uitgevoerde bureauonderzoek kan gesteld worden dat binnen het plangebied een middelhoge kans bestaat op de aanwezigheid van archeologische waarden uit de periode van de IJzertijd en Romeinse tijd. Indien aanwezig zullen deze bestaan uit organische lagen en of (restanten van) oude loopoppervlakken in de verschillende veenlagen met daarin mogelijk nederzettingssporen of andere aanwijzingen voor menselijke activiteit. Gezien de relatief hoge grondwaterstanden in de Inlaagpolder is met name organisch materiaal mogelijk goed geconserveerd. De aanwezigheid van de lagen zijn op basis van een bureauonderzoek niet vast te stellen, maar deze zullen zich bevinden tussen circa 95 -330 cm –MV. Vast staat dat, indien aanwezig, de voorgenomen graafwerkzaamheden in het kader van de aanleg van een nieuwe duiker op de westelijke locatie van het plangebied en de verplaatsing van een waterleiding op de oostelijke locatie van het plangebied, deze eventueel aanwezige waarden zeker zal vernietigen.
Een hoge verwachting op archeologische resten uit de Late Middeleeuwen geldt waar de grond ongestoord is. Gezien de verwachte verstoring door de aanleg van duikers en waterleiding is deze hoge verwachting voor de locaties van de huidige bodemingrepen waarschijnlijk niet van toepassing, mits de ondergrond verstoord is. Bij een ongestoord maaiveld blijft de hoge verwachting van toepassing.
De aanwezigheid van oude bodems/loopoppervlakken en de mate van verstoring van de bodemopbouw kan door middel van enkele verkennende boringen onderzocht worden. Echter, beide plangebieden zijn dusdanig vervuilt, dat met bevoegd gezag reeds overeengekomen is, dat een booronderzoek niet tot de mogelijkheden behoort.
T&A Survey adviseert daarom voor de delen van het plangebied waar grondroering plaats gaat vinden, dieper dan de bestaande verstoring (westlocatie; 1,58 m –NAP, oostlocatie: 1,87 m –NAP) archeologisch onderzoek te laten doen in de vorm van een archeologische begeleiding volgens protocol proefsleuven.
Dit betekent dat voor beide locaties van het plangebied geldt, dat archeologen aanwezig zijn bij de graafwerkzaamheden en deze op de voet volgen. De archeologische begeleiding vindt plaats vanaf het onverstoorde niveau;
• Westelijke locatie vanaf circa 1,58 m -NAP (circa 1 m –MV)
• Oostelijke locatie vanaf circa 1,87 m –NAP (circa 1,29 m –MV)
Echter, indien de graafwerkzaamheden reeds vanaf het maaiveld ten dele in ongeroerde grond plaats vinden, dient ook dit te gebeuren onder archeologische begeleiding.
De graafwerkzaamheden dienen tijdens de archeologische begeleiding uitgevoerd te worden met een graafmachine met een smalle bak met gladde snede. Er dient zoveel mogelijk laagsgewijs verdiept te worden in een horizontaal vlak. Tijdens de werkzaamheden dient de archeologische uitvoerder de mogelijkheid te krijgenwaarnemingen te doen en de eventueel aanwezige archeologische sporen te documenteren. Verder geldt dat voor het uitvoeren van de archeologische begeleiding volgens protocol proefsleuven de richtlijnen in de KNA 4.0 en de BRL4000 worden gevolgd.
Ten aanzien van het gebied direct ten oosten van het plangebied, op de locatie HASP23A, geldt dat archeologische waarden uit de Late Middeleeuwen aanwezig zijn. Gezien de geringe diepte waarop deze restanten vermoedelijk aanwezig zijn, wordt geadviseerd hiermee rekening te houden bij de inrichting van het werkterrein en de logistiek van de werkzaamheden. Voorkomen moet worden dat op de locatie zwaar (rijdend) materieel de bovenlaag te diep verstoord en/of verdrukt
Design for Wellbeing, Happiness and Health
The chairs' editorial for the theme track of SIGWELL, the Design Research Society's Special Interest Group (SIG) focusing on Design for Wellbeing, Happiness and Health.Human-Centered Desig
- …
