314,580 research outputs found

    Kaart van het Ryk van Bantam, Jacatra & Cheribon, op het Eiland Java [cartographic material]

    No full text
    Map of the three most easterly provinces of Java (Bantam, Jacatra [Jakarta] and Cheribon [Cirebon]), showing highways, local roads, towns and villages. Relief shown by hachures and bathymetric soundings. Includes a legend.; Plate 3 from: Atlas der Overzeesche Bezittingen : van Zijne Majesteit den Koning der Nederlanden aan hoogst den zelven opgedragen / door Js van den Bosch, Generaal Majoor, Ridder der 3de. Klasse van de Militaire Willems Orde ; S. Andegent, script. ; J.C. Visser, sculpt. s'Gravenhage en Amsterdam : Bij de Gebroeders van Cleef, 1818.; Also available online http://nla.gov.au/nla.map-ra94-s3.Translated title: Map of the kingdom of Bantam, Jacatra & Ceribon, on the island of Jav

    Kaart van de Goud-Kust of Kust van Guinea [cartographic material]

    No full text
    Map of the Gold Coast (Ghana) showing approximate areas of provincial control, including Assantyn (Ashanti), Dinkira, Adom, Acani, and Akim. Relief hsown by hachures.; Plate 12 from: Atlas der Overzeesche Bezittingen : van Zijne Majesteit den Koning der Nederlanden aan hoogst den zelven opgedragen / door Js van den Bosch, Generaal Majoor, Ridder der 3de. Klasse van de Militaire Willems Orde ; S. Andegent, script. ; J.C. Visser, sculpt. s'Gravenhage en Amsterdam : Bij de Gebroeders van Cleef, 1818.; Also available online http://nla.gov.au/nla.map-ra94-s12.Translated title: Map of the Gold Coast or Coast of Guine

    Kaart van het Eiland Madura en de Oost hoek van het Eiland Java [cartographic material]

    No full text
    Map of Madura and eastern Java, showing highways and local roads, towns and villages. Includes a legend. The ancillary map shows the extent of the harbour leading to the town of Sourabaya [i.e. Surabaya]. Relief shown by hachures and bathymetric soundings.; Plate 5 from: Atlas der Overzeesche Bezittingen : van Zijne Majesteit den Koning der Nederlanden aan hoogst den zelven opgedragen / door Js van den Bosch, Generaal Majoor, Ridder der 3de. Klasse van de Militaire Willems Orde ; S. Andegent, script. ; J.C. Visser, sculpt. s'Gravenhage en Amsterdam : Bij de Gebroeders van Cleef, 1818.; Also available online http://nla.gov.au/nla.map-ra94-s5. Ancillary map: Kaart van de Haven van Sourabaija.Ancillary map translated title: Map of the harbour of Sourabaya.Translated title: Map of the island Madura and the eastern portion of the island of Jav

    Kaart van het Eiland Amboina [cartographic material] /

    No full text
    Map of Ambon island, showing settlements and fortifications. Relief shown by hachures.; Vignette: Gezicht van het Dorp in de Pas Baguala en het Blokhuis Middelburg / Gegraveerd door A.L. Zeelander.; Plate no. VII from: Atlas der overzeesche bezittingen van Zijne Majesteit den Koning der Nederlanden aan Hoogst den Zelven opgedragen door Js. van den Bosch ...; Koeman, v.d.B1.; Also available in an electronic version via the Internet at: http://nla.gov.au/nla.map-rm1436; Library holds the atlas at Ra94 (Map Section).Translated title: Map of the Ambon Islan

    Archeologische opgraving

    No full text
    In juni 2008 heeft Becker & Van de Graaf bv in opdracht van BOCOM Infra bv een archeologische opgraving uitgevoerd aan weerszijden van de Burgemeester Middelaerstraat in Breda, stadsdeel Ginneken. Het plangebied heeft de projectnaam “Maycretewoningen” en bestaat uit locatie A ten oosten van de Burgemeester Middelaerstraat en locatie C ten westen. In het plangebied was in 2007 een vooronderzoek uitgevoerd, waarbij op locatie C een huisplattegrond (structuur 1) van het type Dommelen A1, een deel van een mogelijke tweede huisplattegrond, een vierpalige spieker en een waterput waren aangetroffen. Op locatie A werd een greppel aangetroffen. Alle sporen dateren waarschijnlijk in de Volle Middeleeuwen (11e-12e eeuw). Het huidige onderzoek bestond uit het volledig opgraven van locatie A en het volledig onderzoeken van de waterput op locatie C

    Atlas der Overzeesche Bezittingen [cartographic material] : van Zijne Majesteit den Koning der Nederlanden aan hoogst den zelven opgedragen /

    No full text
    Includes maps of Dutch colonies in Indonesia, Suriname, Curaçao and Ghana.; This atlas is part of the publication: Nederlandsche bezittingen in Azië, America en Africa : wijsgerig, staathuishoudkundig en geographisch beschouwd met eenen atlas van kaarten. 's-Hage en Amsterdam : de Gebroeders van Cleef, 1818.; Engraved title page.; All individual maps marked: Gegraveerd door C. van Baarsel en Zoon.; Some maps have been engraved by: A.L. Zeelander.; National Library of Australia's copy of the text volumes catalogued and shelved separately. ANL; Koeman, v. d. B 1 (bk. II); Also available online http://nla.gov.au/nla.map-ra94.Atlas der Nederlandsche overzeesche bezittingenAtlas part of publication entitled: Nederlandsche bezittingen in Azië, America en Africa : wijsgeerig, staathuishoudkundig en geographisch beschouwd met eenen atlas van kaarten.Translated title: Atlas of Dutch overseas possessions : of His Majesty the King of the Netherlands dedicated to himself by J.S. van den Bosch, Major General, Knight 3rd Class of the Williams Military Orde

    Havendammen van IJmuiden, modelonderzoek

    No full text
    De Bouwdienst van Rijkswaterstaat heeft WL Delft Hydraulics opdracht gegeven voor het uitvoeren van 2D fysisch modelonderzoek ten behoeve van een mogelijke renovatie van de havendammen van IJmuiden. Het betreft enerzijds modelonderzoek om meer inzicht te verkrijgen in mogelijk optredende schademechanismen bij de huidige constructie (Proevenserie A) en anderzijds modelonderzoek ten behoeve van de afweging tussen drie verschillende overlagingsvarianten (Proevenserie B). De mogelijke schade mechanismen die zijn onderzocht in Proevenserie A zijn: \u95 Het bepalen van de stabiliteit van de huidige teenconstructie. \u95 Het meten van waterdrukken op de bodem ten behoeve van het bepalen van interne verhangen in het filtermateriaal en de kern, om mogelijke uitspoeling van zand te kunnen beoordelen. \u95 Het meten van opwaartse krachten onder de asfaltlaag. Ten behoeve van de onderlinge afweging van overlagingsvarianten zijn drie varianten getest: 1. Variant 3b; Nieuwe toplaag bestaande uit een enkele laag hoge dichtheid kubussen, waarbij de ruimte tussen de oude toplaag en de nieuwe toplaag is uitgevuld met breuksteen. 2. Variant 4; Nieuwe toplaag bestaande uit een dubbele laag hoge dichtheid kubussen, waarbij de ruimte tussen de oude toplaag en de nieuwe toplaag is uitgevuld met breuksteen 3. Nieuwe toplaag bestaande uit een dubbele laag hoge dichtheid kubussen, waarbij de ruimte tussen de oude toplaag en de nieuwe toplaag niet is uitgevuld. Het belangrijkste doel van de modelproeven voor de overlagingsvarianten was om de stabiliteit van de toplaag, de teen en de bodembescherming van de drie varianten te vergelijken.IJmuiden, Havenda

    Modellering zandtransport zeereep: Windrichting, vegetatiegroei en seizoensvariatie

    No full text
    Rekenmodel om effect van vegetatie op zandtransport door wind in rekening te brengen.TAW/EN

    Waterstandsverloop Markermeer: Hydraulische randvoorwaarden t.b.v. grondmechanische toetsing van dijken

    No full text
    AANLEIDING VOOR HET ONDERZOEK Rijkswaterstaat RIZA is aan GeoDelft gevraagd een methode voor te stellen om waterstandsverlopen voor het Markermeer te karakteriseren ten behoeve van de geotechnische toetsing van de dijken rond het Markermeer. Aanleiding was een vraag van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Bij de toetsing van de Markermeerdijken zijn de vigerende randvoorwaarden toegepast (randvoorwaardenboek 2001, toetspeilen 2006 [HR 2001 ]). Dit leidde bij de toetsing tot afkeuringen, die omvangrijker waren dan eerder werd verwacht op basis van een verkennende studie door Infram [DWW/lnfram 2000]. Dit leidde in het MER-traject tot kritiek (van Infram) welke zich toespitste op de vraag of de gehanteerde hydraulische randvoorwaarde bij de toetsing (conform het randvoorwaardenboek) wel realistisch was. Het toetspeil is gebaseerd op (een combinatie van) de gebeurtenissen "hoog meerpeil" (door onvoldoende gelegenheid tot spuien) en windopzet. Deze twee gebeurtenissen lijken elkaar kansmatig uit te sluiten (de kans is klein dat langdurend hoog meerpeil bij westenwind en relatief kort durende windopzet bij de Noord-Hollandse dijken bij zuiden en zuidwestenwind samengaan). Voorgesteld werd om bij het vaststellen van toetspeilen onderscheid te maken tussen deze situaties. Een verkennende analyse wees uit dat het gescheiden behandelen van deze situaties praktisch niet erg veel invloed heeft op het toetsresultaat en de beslissing om te versterken, mede ook gelet op ongewenste versnippering van te versterken delen van de dijkstrekkingen [Fugro 2004]. Echter de principiële vraag bleef bestaan of en hoe met het opstellen van het randvoorwaarden boek 2006 (toetspeilen 2011) dit onderscheid in oorzaken voor hoge waterstand voor Marker- en Ijsselmeer kan worden meegenomen. TIJDSAFHANKELIJKHEID BIJ GRONDMECHANISCHE TOETSING VAN DIJKEN Tijdseffecten in de waterspanningsrespons in dijken, als gevolg van waterstandsverloop, worden bij de geotechnische toetsing van dijken slechts in beperkte mate meegenomen. De praktijk is dat tijdsafhankelijke respons doorgaans alleen berekend wordt voor waterspanningen in de watervoerende zandlaag onder de dijk en voor de indringing van waterspanning onder in de klei/veenlaag boven de watervoerende zandlaag. Vanwege de aanpassingstijd (1 of hooguit enkele etmalen) van het geohydrologische systeem is dat alleen zinvol bij verlopen van de buitenwaterstand waarvan de top een beperkte duur heeft. Voor de indringing van stijghoogte in het klei/veen-pakket vanuit de onderliggende watervoerende zandlaag wordt vaak uitgegaan van vaste waarden voor de indringingshoogte, afhankelijk van het type waterkering (zeedijk, rivierdijk). Voor meerdijken zou onderscheid gemaakt moeten worden naar type belasting: langdurige meerpeilen 3 m en kortdurende windopzet 1 m. Bij de freatische respons is vermoedelijk sprake van een langere aanpassingstijd, echter, vanwege onzekerheden in de berekening van freatische waterspanningen wordt in de praktijk doorgaans gekozen voor een empirisch vastgestelde schematisering waarin tijdseffecten geen rol spelen. Een ruwe schatting is overigens dat de aanpassingstijd voor freatische waterspanning in de orde van 1 week ligt. Geconcludeerd wordt dat bij de karakterisering van het waterstandsverloop van het Markermeer het feitelijke verloop van de meerpeilcomponent als stationair mag worden geschematiseerd terwijl de windopzetcomponent als tijdafhankelijk moet worden geschematiseerd. SPECIFIEKE SITUATIE BIJ HET TOETSEN VAN MARKERMEERDIJKEN De geotechnische toetsing van de Markermeerdijken is door Fugro uitgevoerd op basis van het vigerende voorschrift voor de hydraulische randvoorwaarde. Voor windopzet gedomineerde toetspeilen wordt een waterstandsverloop voorgeschreven, opgebouwd uit een component meerpeil en een component windopzet. Voor de hoogte van de component meerpeil wordt uitgegaan van het 1/10.000 meerpeil en voor de component windopzet van het verschil tussen het toetspeil volgens Hydra-M en het 1/10.000 meerpeil. Aan de meerpeilcomponent wordt een langzaam verloop toegekend, aan de windopzetcomponent een relatief snel verloop (standaard 35-uur verloop voor een storm). Op basis van deze toetsing werden meer dijken afgekeurd dan op basis van een eerdere inventariserende studie verwacht werd [DWW/lnfram 2000]. Dit heeft geleid tot de kritiek dat onvoldoende rekening is gehouden met de specifieke aard van het hydraulische systeem in het Markermeer. Hierbij moet onderscheid gemaakt worden tussen een toestand met extreeem meerpeil en een toestand met extreme windopzet (voor die locaties langs de dijken waar dit relevant is), die elkaar min of meer uitsluiten, of waarvan de kans op samenvallen in de tijd erg klein is. De vigerende hydraulische randvoorwaarde is dus conservatief en leidt, aldus de kritiek, tot onnodig afkeuren van grote delen van de Markermeerdijken. Voor een realistische toetsing moet onderscheid gemaakt worden tussen een toestand met extreem meerpeil en een toestand met extreme windopzet, maar waarbij een "normaal" meerpeil heerst. Deze toestanden moeten apart worden beschouwd ("gesplitste randvoorwaarden"). VOORGESTELDE KARAKTERISERING VAN RANDVOORWAARDEN VOOR (GRONDMECHANISCHE) TOETSING Tegemoet komend hieraan zijn verschillende voorstellen voor het werken met gesplitste randvoorwaarden geopperd door dijkbeheerders van Marker en IJsselmeerdijken (Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier en de Regionale Directie IJsselmeergebied van Rijkswaterstaat) en door GeoDelft. Deze voorstellen zijn door GeoDelft voorgelegd aan RIZA om de haalbaarheid te toetsen (zowel vanuit een oogpunt van veiligheid als vanuit een oogpunt van werkbaarheid en de benodigde inspanning om het programma Hydra-M aan te passen). Hierbij kwam naar voren dat de geopperde voorstellen niet zonder meer haalbaar zijn. In het verlengde hiervan is door RIZA een voorstel gedaan voor het opstellen van gesplitste randvoorwaarden, dat tegemoet komt aan de bezwaren bij de eerdere voorstellen. Dit voorstel wordt niet gezien als ideale werkwijze, maar lijkt gezien de mogelijkheden en beperkingen, het best haalbare. GeoDelft deelt die conclusie met RIZA en denkt dat hiermee voor een belangrijk deel tegemoet wordt gekomen aan de bezwaren tegen het vigerende conservatieve randvoorwaardenvoorschrift. Dit voorstel is als volgt: 1. Bij het berekende toetspeil met Hydra-M wordt, als het toetspeil wordt bepaald door windopzet (en dat is afhankelijk van de locatie), het waterstandsverloop aangenomen: conform onderstaande figuur S.1 waarbij: - de top van het windopzetverloop wordt gevormd door het toetspeil en - als drempel (de horizontale lijn waar het windopzetverloop op wordt gesuperponeerd) wordt het 90-percentiel van het meerpeil "gegeven overschrijden van het toets peil" genomen. Dit peil noemen we hier Mgo% en het is dus de 90 % bovengrens van de conditionele kansverdeling van de meerpeilen, gegeven dat het toetspeil wordt overschreden. Onder bepaalde omstandigheden kan Mgo% hoger zijn dan het toetspeil. Bijvoorbeeld, indien het toetspeil volledig bepaald wordt door de meerpeilstatistiek, is Mgo% de 90% bovengrens van de conditionele kansverdeling van meerpeilen gegeven dat het 1/10.000 meerpeil wordt overschreden. In dat geval is Mgo% dus per definitie hoger dan het toetspeil. Daarom wordt de beperking ingevoerd dat de drempelwaarde waar de windopzet op wordt gesuperponeerd nooit hoger is dan het toetspeil zelf. In gevallen waarin de windopzet domineert in het toetspeil zal Mgo% aanzienlijk lager zijn dan het 1/10.000 meerpeil. 2. Naast dit waterstandsverloop wordt de geotechnische toetsing ook uitgevoerd met een in de tijd constante waterstand gelijk aan het 1/10.000 meerpeil. Het Mgo% peil wordt niet door Hydra-M berekend. Echter de inspanning voor het berekenen van het Mgo% peil is waarschijnlijk redelijk beperkt en kan desgewenst door RWS RIZA uitgevoerd worden. De dijkbeheerder kan hiervoor RWS RIZA benaderen. Als voor de gebieden waarvan de dijken getoetst moeten worden een andere veiligheidsnorm geldt dan 1/10.000, geldt dat in bovenstaande voor 1/10.000 gelezen moet worden de voor dat gebied geldende gebiedsnorm (1/4.000, enz.). Hoewel exacte getallen nog niet zijn te geven is een voorlopige schatting dat met deze methode de drempelwaarde voor het waterstandsverloop, voor locaties met een toetspeil dat sterk door windopzet wordt bepaald, in de orde van NAP-0,1 0 m ligt. In dat geval is het voorgestelde waterstandsverloop voor de geotechnische toetsingen aanzienlijk gunstiger dan volgens de vigerende regel (namelijk het waterstandsverloop rond toetspeil door windopzet combineren met het 1/10.000 meerpeil als drempel). Voor locaties waar zowel meerpeil als wind belangrijk zijn, is de verwachting dat Mgo% substantieel hoger zal zijn dan het normale meerpeil (het streefpeil) en het meerpeil uit het illustratiepunt bij de belangrijkste windrichting, zoals berekend met Hydra-M. Deze peilen waren eerder voorgesteld als drempelwaarden voor het verloop van de windopzet

    Van optelsom van bouwmaatstaven naar strategisch vastgoedmanagement

    No full text
    Toenemende marktwerking in de zorg noodzaakt tot strategisch denken en handelen bij het ontwikkelen en beheren van vastgoed. Kosten en opbrengsten en kansen en risico’s moeten zorgvuldig tegen elkaar worden afgewogen, proactief en voor de gehele levensduur. Een beschouwing over vastgoedmanagement op basis van inzichten uit het domein van Corporate Real Estate Management.Accepted Authors ManuscriptReal Estate Managemen
    corecore