13 research outputs found
Plangebied omleiding Wijbosch, gemeente Schijndel : een inventariserend archeologisch onderzoek
Lit.opg. en verklarende woordenlijst
Ruilverkaveling Zondereigen, gemeenten Baarle-Hertog, Merksplas, Turnhout en Hoogstraten : een archeologisch-cultuurhistorisch vooronderzoek
Lit.opg. en verklarende woordenlijst
Plangebied Hulsfort : gemeente Venlo : een inventariserend archeologische onderzoek
Met lit. op
Gemeente Sittard-Geleen: een archeologische verwachtings- en advieskaart
Gemeentelijke archeologische verwachtings- en advieskaart.
- Deelrapport I: De archeologische verwachtings- en advieskaart;
- Deelrapport II: Toelichting op de kaartbijlagen 1 t/m 4;
- Deelrapport III: Catalogus van vindplaatsen.
In opdracht van de gemeente Sittard-Geleen heeft RAAP Archeologisch Adviesbureau voor het grondgebied van de gemeente Sittard-Geleen een archeologische verwachtings- en advieskaart vervaardigd. Het grondgebied van de gemeente Sittard-Geleen ligt in het midden van Limburg en heeft een oppervlakte van circa 8.148 ha. Het grondgebruik binnen de gemeente kan deels getypeerd worden als landelijk (in de vorm van land- en tuinbouw) en deels als stedelijk gebied. Binnen de gemeente zal doorlopend (nieuwe) planvorming tot stand komen. Bij de realisatie van deze plannen zullen graafwerkzaamheden plaatsvinden, die kunnen leiden tot verstoring en vernietiging van archeologische vindplaatsen. Het doel van het opstellen van de archeologische verwachtings- en advieskaart is om ten behoeve van toekomstige planvorming en planuitvoering inzicht te verschaffen in de aanwezigheid en het karakter van de archeologische resten in de gemeente Sittard-Geleen.
Bij aanvang van het onderzoek was binnen het grondgebied van de gemeente reeds een groot aantal archeologische vindplaatsen bekend. Een groot deel van deze archeologische resten bleek onderbelicht, waardoor inzicht in de aanwezigheid en het karakter ervan niet beschikbaar was.
Voor het opstellen van de archeologische verwachtings- en advieskaart heeft in eerste instantie een inventarisatie plaatsgevonden van deze reeds bekende archeologische vindplaatsen en de landschappelijke en bodemkundige gegevens van het grondgebied. Tevens zijn reeds uitgevoerde archeologische onderzoeken geïnventariseerd en heeft een literatuuronderzoek plaatsgevonden.
In die zones waarvan nog geen vindplaatsgegevens bekend waren, is een kleine gebiedsgerichte oppervlaktekartering uitgevoerd.
Op grond van analyse van de resultaten van de inventarisaties is een verwachtingsmodel opgesteld. Uit het model blijkt dat het effect van locatiekeuzen van jager-verzamelaars en landbouwers op de vormgeving van het landschap groot is en dat de ligging van archeologische vindplaatsen derhalve in hoge mate gerelateerd is aan het natuurlijke landschap waarin ze zich bevinden. De archeologische verwachting voor jager-verzamelaars is in hoge mate gekoppeld aan het reliëf van het paleo-landschap dat in het pleistocene lösslandschap in grote lijnen overeenkomt met het huidige reliëf. Om uitspraken te kunnen doen over de archeologische verwachting van een gebied, vormt de analyse van het paleo-landschap daarom een belangrijk uitgangspunt. Uitgangspunt voor het verwachtingsmodel voor landbouwers is de geschiktheid van de (binnen een grondgebied) aanwezige bodemeenheden voor (prehistorische) akkerbouw. De archeologische verwachting is daarmee in de eerste plaats een weerspiegeling van de kans op aanwezigheid van geschikte akkerarealen en in tweede instantie van de bijbehorende nederzettingen. Uit het verspreidingspatroon van de bekende archeologische vindplaatsen blijkt dat enkele delen van het gemeentelijk grondgebied opvallend leeg zijn. Op grond van de geologische opbouw van het grondgebied bevat de bodem naar verwachting nog talrijke niet ontdekte resten. Vooral in de oude binnenstad van Sittard, maar ook in en langs de beekdalen in het lössgebied en in het holocene rivierkleigebied, worden talrijke waardevolle archeologische resten verwacht.
Gezien de omvang van het grondgebied van de gemeente bleek het niet mogelijk om voor alle afzonderlijke vindplaatsen een waardestelling te formuleren en zijn archeologische verwachtingszones gedefinieerd. Door aan de verwachte en bekende archeologische waarden een concreet beleidsadvies te koppelen, vormt de verwachtings- en advieskaart een eerste praktisch handvat bij de inpassing van de archeologie in de vroege fase van planvorming in de gemeente Sittard-Geleen
Essay: The role of sirtuins on the regulation of longevity.
De begeleider en/of auteur heeft geen toestemming gegeven tot het openbaar maken van de scriptie.
The supervisor and/or the author did not authorize public publication of the thesis.
Forecast horizon of 5th – 6th – 7th long wave and short-period of contraction in economic cycles
The purpose of this essay is to determine the forecast horizon of the fifth, sixth and seventh long wave. As the period of each long wave can change according to the data, it has been used a deterministic approach, based on historical chronologies of USA and UK economies worked out by several scholars, to determine average timing, period and forecast error of future long waves. In addition, the analysis shows that long waves have average upwave period longer than average downwave one. This result is also confirmed by US Business Cycles that have average contractions shorter than expansions phase over time.Forecast Horizon, Long Waves, Kondratieff Waves, Business Cycles, Asymmetric Path
Possible technological determinants and primary energy resources of future long waves
The purpose of this paper is to conjecture the possible underlying technological determinants of future long waves, based on prominent studies of scholars and leading forecasting companies; in particular, this research assumes the converging of nano-bio-info-cogno technologies to be the foundation of 5th and 6th economic cycles, whereas the future technological revolution that may underpin the 7th long wave is assumed to be Faster-Than-Light technologies. The positive effects of these future technological revolutions on worldwide economic system are a high increase of productivity, employment rate, consumption and economic growth that lead to longer, happier, and healthier living as well as general well-being.Long Waves, Technological Revolution, Forecasting, Foresight
Evidence for lateral transfer of genes encoding ferredoxins, nitroreductases, NADH oxidase, and alcohol dehydrogenase 3 from anaerobic prokaryotes to Giardia lamblia and Entamoeba histolytica
Author Posting. © American Society for Microbiology, 2002. This article is posted here by permission of American Society for Microbiology for personal use, not for redistribution. The definitive version was published in Eukaryotic Cell 1 (2002): 181-190, doi:10.1128/EC.1.2.181-190.2002.Giardia lamblia and Entamoeba histolytica are amitochondriate, microaerophilic protists which use fermentation enzymes like those of bacteria to survive anaerobic conditions within the intestinal lumen. Genes encoding fermentation enzymes and related electron transport peptides (e.g., ferredoxins) in giardia organisms and amebae are hypothesized to be derived from either an ancient anaerobic eukaryote (amitochondriate fossil hypothesis), a mitochondrial endosymbiont (hydrogen hypothesis), or anaerobic bacteria (lateral transfer hypothesis). The goals here were to complete the molecular characterization of giardial and amebic fermentation enzymes and to determine the origins of the genes encoding them, when possible. A putative giardia [2Fe-2S]ferredoxin which had a hypothetical organelle-targeting sequence at its N terminus showed similarity to mitochondrial ferredoxins and the hydrogenosomal ferredoxin of Trichomonas vaginalis (another luminal protist). However, phylogenetic trees were star shaped, with weak bootstrap support, so we were unable to confirm or rule out the endosymbiotic origin of the giardia [2Fe-2S]ferredoxin gene. Putative giardial and amebic 6-kDa ferredoxins, ferredoxin-nitroreductase fusion proteins, and oxygen-insensitive nitroreductases each tentatively supported the lateral transfer hypothesis. Although there were not enough sequences to perform meaningful phylogenetic analyses, the unique common occurrence of these peptides and enzymes in giardia organisms, amebae, and the few anaerobic prokaryotes suggests the possibility of lateral transfer. In contrast, there was more robust phylogenetic evidence for the lateral transfer of G. lamblia genes encoding an NADH oxidase from a gram-positive coccus and a microbial group 3 alcohol dehydrogenase from thermoanaerobic prokaryotes. In further support of lateral transfer, the G. lamblia NADH oxidase and adh3 genes appeared to have an evolutionary history distinct from those of E. histolytica.This work was supported by NIH grants (AI33492 to J.S., AI43273
to M.L.S., and AI46516 to B.J.L.). Additional support was provided by
the G. Unger Vetlesen Foundation and LI-COR Biotechnology
