1,133 research outputs found
Het hart in de war in een verwarrende tijd
In zijn oratie gaat Rienstra in op de situatie als het hart in de war is bij een patiënt, als er sprake is van een hartritmestoornis zoals atriumfibrilleren, of als er sprake is van hartfalen. Hij beschouwt de consequenties daarvan voor het hart als orgaan, maar ook de impact die dat heeft op het leven van patiënten, vaak letterlijk een verwarrende tijd. Rienstra bespreekt de aanstaande ontwikkelingen binnen de Klinische Cardiologie, het vakgebied waar patiëntenzorg en wetenschappelijk onderzoek samenkomen om diagnosestelling en behandeling van atriumfibrilleren met en zonder hartfalen verder te verbeteren. Rienstra verwacht dat vooral het herontdekken van bestaande medicijnen, technologische ontwikkelingen en artificiële intelligentie om atriumfibrilleren sneller en beter te diagnosticeren en te behandelen, en intensieve samenwerking met andere medisch specialismen en huisartsen belangrijk zullen zijn om de ziektelast voor hartpatiënten zoveel mogelijk verlagen. Verder gaat Rienstra in op de organisatie van zorg en onderzoek want die bepaalt, samen met medisch handelen, de kwaliteit van de zorg. Ondanks dat de kwaliteit, toegankelijk en betaalbaarheid van de Nederlandse gezondheidszorg goed is, kent de organisatie van zorg en onderzoek veel complexe en vaak zelfs verwarrende uitdagingen. Zeker in de huidige verwarrende tijd. Aan de hand van uiteenlopende voorbeelden, waaronder HartNet Noord-Nederland, stelt Rienstra dat om de ingewikkelde uitdagingen in de organisatie van zorg en onderzoek te ontwarren het van groot belang is te werken op basis van vertrouwen, een leidende rol te geven aan artsen en verpleegkundigen, en het wegnemen van verwarring over doelen door te veel focus op het perfectioneren van methoden
The right ventricle in heart failure with preserved ejection fraction
Het klassieke beeld van hartfalen betreft patiënten met een verminderde pompfunctie van de linker hartkamer. Echter, ongeveer de helft van alle patiënten met hartfalen heeft een behouden pompfunctie. Symptomen van hartfalen in deze patiënten worden vooral veroorzaakt door een stugge linker hartkamer die niet goed ontspant. Het sterftecijfer in deze groep patiënten is hoog en op dit moment zijn er geen bewezen therapieën die dit verbeteren. De behandeling van deze groep patiënten is lastig, omdat het een zeer heterogeen ziektebeeld betreft met meerdere bijkomende factoren zoals oudere leeftijd, hoge bloeddruk, overgewicht en suikerziekte. Naast dat deze patiëntengroep vooral een probleem in de linkerkamer heeft, blijkt uit het promotieonderzoek van Thomas Gorter dat daarnaast een verminderde functie van de rechter hartkamer opvallend vaak voorkomt. Ook blijkt dat het hebben van een verminderde rechterkamer functie geassocieerd is met een fors verminderd inspanningsvermogen en met een slechte prognose. De belangrijkste oorzaak hiervoor is de aanwezigheid van een verhoogde bloeddruk in de longen, wat leidt tot langdurige overbelasting van de rechter hartkamer en tot frequentere ziekenhuisopnames vanwege hartfalen. Verder zijn suikerziekte, aderverkalking en boezemfibrilleren sterk geassocieerd met een verminderde rechterkamer functie in deze vorm van hartfalen. Gorter stelt dat het essentieel is om deze patiënten intensief te monitoren en met adequate plasmedicatie te behandelen, om verdere achteruitgang van de rechterkamer te remmen en de kans op ziekenhuisopnames te verminderen. Daarnaast worden er enkele specifieke medicijnen genoemd die de bloeddruk in de longen mogelijk kunnen verlagen in patiënten met een ernstige verhoging van de longvaatweerstand
Atrial fibrillation, underlying heart disease and prognosis
Boezemfibrilleren is een veel voorkomende hartritmestoornis. Eén op de vier mensen boven de 40 jaar krijgt ermee te maken. Hierbij kunnen ernstige complicaties optreden, zoals hartfalen of een herseninfarct, maar ook de dood. De aandoening is geassocieerd met tal van onderliggende (hart)ziekten, zoals hoge bloeddruk, coronairlijden, hartfalen, suikerziekte of kleplijden.
Er zijn twee behandelstrategieën. Bij "rate control" wordt met medicijnen geprobeerd de hartfrequentie te verlagen en complicaties te voorkomen. Bij "rhythm control" wordt getracht het hartritme te herstellen en te behouden. Grote klinische studies hebben de afgelopen jaren aangetoond dat deze behandelstrategieën vergelijkbaar effectief zijn. Tot op heden was echter onduidelijk welke patiënt het meeste baat heeft bij welke behandeling.
Uit onderzoek van promovendus Michiel Rienstra blijkt dat niet het ritme maar de onderliggende hartziekte de prognose bepaalt. De keuze voor de behandeling moet dus, behalve op basis van de leeftijd en de klachten van de patiënt, gemaakt worden op basis van de onderliggende hartziekte. Uit het onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat patiënten met hoge bloeddruk en vrouwen veel meer complicaties hebben bij een rhythm control behandeling. Bij deze patiëntengroepen heeft rate control behandeling waarschijnlijk de voorkeur.
Towards reflexive land and water management in Iran : linking technology, governance and culture
Key words: Qanat, land and water, sustainability, Industrial and reflexive modernity This PhD thesis is concerned with the causes and consequences of the environmental crisis and explores possible trajectories towards sustainable land and water management in Iran and other countries of the Middle East and North Africa (MENA). The basic assumption underlying the conceptual framework of this thesis is that soil and water technologies, social institutions and environmental mentalities are strongly interconnected; they co-evolve, shaping and reshaping one another in the process. The main research question concerns the changes within this network of technologies, institutions and mentalities that are required for a successful transition from industrial modernity to what sociologists like Ulrich Beck, Anthony Giddens and Scott Lash have called ‘reflexive’ modernity. In order to examine the possibilities and problems of a reflexive turn in land and water management in Iran and other MENA-countries, large-scale empirical studies were conducted among farmers and village informants, soil and water experts, and policymakers. </p
Catheter‐based ablation to improve outcomes in patients with atrial fibrillation and heart failure with preserved ejection fraction: Rationale and design of the CABA ‐ HFPEF ‐ DZHK27 trial
Abstract Aims Atrial fibrillation (AF) is common in heart failure (HF) and negatively impacts outcomes. The role of ablation‐based rhythm control in patients with AF and HF with preserved (HFpEF) or mildly reduced ejection fraction (HFmrEF) is not known. The CABA‐HFPEF‐DZHK27 (CAtheter‐Based Ablation of atrial fibrillation compared to conventional treatment in patients with Heart Failure with Preserved Ejection Fraction) trial will determine whether early catheter ablation for AF can prevent adverse cardiovascular outcomes in patients with HFpEF or HFmrEF. Methods CABA‐HFPEF‐DZHK27 (NCT05508256) is an investigator‐initiated, prospective, randomized, open, interventional multicentre strategy trial with blinded outcome assessment. Approximately 1548 patients with paroxysmal or persistent AF diagnosed within 24 months prior to enrolment and HFpEF or HFmrEF will be randomized to early catheter ablation within 4 weeks after randomization or to usual care. All patients receive anticoagulation, rate control, and HF management according to current guideline recommendations. Usual care can include rhythm control in symptomatic patients. Patients will be followed until the end of the trial for the primary outcome, a composite of cardiovascular death, stroke, and total unplanned hospitalizations for HF or acute coronary syndrome. The safety outcome comprises complications of catheter ablation and death. The trial is powered for a rate ratio of 0.75 (two‐sided alpha = 0.05, 1‐beta = 0.8). Conclusion CABA‐HFPEF‐DZHK27 will define the role of systematic and early catheter ablation in patients with AF and HFpEF or HFmrEF
Atrial fibrillation, underlying heart disease and prognosis
Boezemfibrilleren is een veel voorkomende hartritmestoornis. Eén op de vier mensen boven de 40 jaar krijgt ermee te maken. Hierbij kunnen ernstige complicaties optreden, zoals hartfalen of een herseninfarct, maar ook de dood. De aandoening is geassocieerd met tal van onderliggende (hart)ziekten, zoals hoge bloeddruk, coronairlijden, hartfalen, suikerziekte of kleplijden. Er zijn twee behandelstrategieën. Bij "rate control" wordt met medicijnen geprobeerd de hartfrequentie te verlagen en complicaties te voorkomen. Bij "rhythm control" wordt getracht het hartritme te herstellen en te behouden. Grote klinische studies hebben de afgelopen jaren aangetoond dat deze behandelstrategieën vergelijkbaar effectief zijn. Tot op heden was echter onduidelijk welke patiënt het meeste baat heeft bij welke behandeling. Uit onderzoek van promovendus Michiel Rienstra blijkt dat niet het ritme maar de onderliggende hartziekte de prognose bepaalt. De keuze voor de behandeling moet dus, behalve op basis van de leeftijd en de klachten van de patiënt, gemaakt worden op basis van de onderliggende hartziekte. Uit het onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat patiënten met hoge bloeddruk en vrouwen veel meer complicaties hebben bij een rhythm control behandeling. Bij deze patiëntengroepen heeft rate control behandeling waarschijnlijk de voorkeur
Atrial fibrillation, underlying heart disease and prognosis
Boezemfibrilleren is een veel voorkomende hartritmestoornis. Eén op de vier mensen boven de 40 jaar krijgt ermee te maken. Hierbij kunnen ernstige complicaties optreden, zoals hartfalen of een herseninfarct, maar ook de dood. De aandoening is geassocieerd met tal van onderliggende (hart)ziekten, zoals hoge bloeddruk, coronairlijden, hartfalen, suikerziekte of kleplijden. Er zijn twee behandelstrategieën. Bij "rate control" wordt met medicijnen geprobeerd de hartfrequentie te verlagen en complicaties te voorkomen. Bij "rhythm control" wordt getracht het hartritme te herstellen en te behouden. Grote klinische studies hebben de afgelopen jaren aangetoond dat deze behandelstrategieën vergelijkbaar effectief zijn. Tot op heden was echter onduidelijk welke patiënt het meeste baat heeft bij welke behandeling. Uit onderzoek van promovendus Michiel Rienstra blijkt dat niet het ritme maar de onderliggende hartziekte de prognose bepaalt. De keuze voor de behandeling moet dus, behalve op basis van de leeftijd en de klachten van de patiënt, gemaakt worden op basis van de onderliggende hartziekte. Uit het onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat patiënten met hoge bloeddruk en vrouwen veel meer complicaties hebben bij een rhythm control behandeling. Bij deze patiëntengroepen heeft rate control behandeling waarschijnlijk de voorkeur
Risk factors for atrial fibrillation incidence and progression
During atrial fibrillation (AF) irregular activation of the hearts atria occur, causing an irregular heart rate and altered blood flow. AF is the most common heart rhythm disorder, causing stroke, heart failure, dementia, reduced quality of life and high health care expences. AF is diagnosed increasingly frequent, at increasingly young age. Treatment requires knowledge on factors that may cause AF, which may help prevent occurence of AF and AF progression. AF progression is the proces by which scar tissue forms in the atria, which goes hand-in-hand with increased episodes of AF and AF-related complications. Examples of traditional risk factors for AF are hypertension, heart infarction and heart failure. However risk factors are changing because of improved treatment, increasing age of the population and changing lifestyle. We investigated risk factors for AF incidence and progression. We found that obesity nowadays has become an important risk factor for atrial fibrillation occurrence, at both younger age (<60 years) and older age. At younger age heritable factors seem to be more important than at older age, conversely, some traditional risk factors are less important at younger age. Furthermore, presence of AF related symtoms (e.g. shortness of breath) may be a sign of present risk factors, more AF related complications and therefore AF progression. Finally, we found that even in young patients with AF and obesity, atrial function is reduced, which is an early sign of scar tissue formation. This again underlines that AF treatment should embrace lifestyle change and weightloss
- …
