1,721,230 research outputs found
Localized study of organic monolayers used as model corrosion inhibitors
Dit proefschrift bevat een overzicht, interpretatie en bespreking van de verkregen
resultaten tijdens een doctoraatsproject gesitueerd in het domein van de
materiaalfysica. Het hoofddoel van dit project is het bestuderen van het zelfassemblagegedrag evenals de nanomechanische eigenschappen en corrosieinhibitieprestaties van organische moleculen die in aanmerking komen voor
toepassing als corrosie-inhibitoren op metalen. Talrijke industrieel toepasbare
metalen zijn complexe legeringen of zijn gebaseerd op reactieve elementen zoals
ijzer of aluminium. Koper kan als uitzondering worden beschouwd, omdat het
relatief inert en edel is en in veel technische toepassingen wordt gebruikt.
Het beschermen van metalen componenten in apparaten en constructies is
essentieel. De nood aan alternatieven voor sommige bestaande strategieën, zoals
het afzetten van chroom vanuit chromaatoplossingen, vergroot het
wetenschappelijke en economische belang om kosteneffectieve oplossingen te
vinden om hun levensduur te verlengen en ernstige schade te voorkomen. De
markt biedt een aantal oplossingen om corrosie-effecten te verminderen, maar
tegenwoordig neemt de vraag naar goedkope en tegelijkertijd milieuvriendelijke
methoden toe.
Doorheen de jaren zijn verschillende soorten corrosie geïdentificeerd, waarbij we
hier vooral de breed relevante natte of elektrochemische corrosie bij
omgevingstemperatuur beschouwen. Verschillende soorten lokale corrosie
behoren echter tot de gevaarlijkste corrosieprocessen, aangezien ze niet
gemakkelijk kunnen worden geïdentificeerd en vaak al gevaarlijk worden tijdens
de eerste stadia van corrosie. Het begrijpen van deze fenomenen speelt dus een
sleutelrol bij het ontwerpen van preventie- en beschermingsmethoden, zowel met
het oog op levensduur of duurzaamheid als op betrouwbaarheid of veiligheid.
Zelf-geassembleerde organische monolagen (SAM's) worden gebruikt en
bestudeerd omdat ze zeer goed gedefinieerde homogene monolaagfilms vormen.
SAM's kunnen hierbij ook effectief toegepast worden om de effecten van corrosie
te verminderen en af te remmen. Dergelijke monolaagfilms van inhibitormoleculen bedekken uiteindelijk het volledige metalen substraatoppervlakken,
maar bevatten doorgaans veel defecten zoals domeingrenzen, lokale onzuiverheden of structurele wanorde op atomaire schaal (nabij
substraatstapranden of filmgrenzen geassocieerd met onvolledige dekking). Als
uitgangspunt van dit proefschrift heeft eerder werk van Neupane en Renner
aangetoond dat microcontact-printen (µ-cp) kan worden gebruikt om bepaalde
soorten defecten en structurele wanorde in SAM's te beheersen en te creëren, om
zo de corrosie van edelmetaallegeringen te beïnvloeden, zoals aangetoond voor
Cu3Au. Zowel metalen als inhibitor-moleculen met meer technische relevantie zijn
tot nu toe niet aan bod gekomen in deze benadering. Daarom is het doel van dit
werk om corrosie-inhibitie effecten van geselecteerde organische moleculen
(d.w.z. van enkele gevestigde, realistische -in de zin van commerciële productencorrosiewerende moleculen) op technisch relevant koper te bestuderen, en om de
nanomechanische stabiliteit van de gerelateerde organische SAM-films
rechtstreeks te rapporteren. Zuiver koper is hier gekozen als modelsysteem, maar
deze studie is bijgevolg ook relevant voor andere relevante legeringen waarbij
koper de hoofdcomponent is. De studie van inhibitor SAM's omvat hun gedrag op
het referentiesysteem goud, aangezien de overgrote meerderheid van de
beschikbare literatuur over SAM's werd uitgevoerd op goud.
Het eerste hoofdstuk van dit proefschrift geeft een algemene inleiding tot
corrosiefenomenen, de corrosiefenomenen op koper, zelf-geassembleerde
monolagen als referentiesysteem op goud, evenals hun toepassingen in corrosieinhibitie en studies van mechanische eigenschappen. Hoofdstuk 2 geeft een
overzicht van de materialen en technieken die in dit werk worden gebruikt, terwijl
hoofdstuk 3 de inhoud van dit proefschrift in meer detail presenteert.
Hoofdstuk 4 presenteert de studie van het zelfassemblagegedrag van corrosieinhibitoren op Au bestudeerd door een AFM. De nanometrische AFM-tip biedt zowel
beeldvorming als krachtmetingen. Deze benadering biedt een nanomechanisch
oogpunt, in termen van adhesiekrachten en visgedrag, in zowel homogene films
als films met patronen. Dit hoofdstuk weerspiegelt in feite een gepubliceerd
artikel. Hoofdstuk 5 bespreekt het corrosie-inhibitiegedrag van geprinte
alkaanthiol SAM’s op polykristallijn koper, ter studie van lokale corrosie in
realistische systemen. Vervolgens bespreekt hoofdstuk 6 het mechanische gedrag
van corrosie-inhibitoren op Au door middel van Surface Forces Apparatus (SFA)
metingen in aanwezigheid van verschillende elektrolyten. Het doel van het gebruik van SFA was om de mogelijkheden van de techniek te verhelderen, en zo bij te
dragen aan de kennis van de elektrochemische interface nabij thiol
gemodificeerde metaaloppervlakken. Ten slotte vat Hoofdstuk 7 de belangrijkste
conclusies van dit proefschrift samen, hierbij wordt ook een vooruitblik gegeven
Localized study of organic monolayers used as model corrosion inhibitors
Dit proefschrift bevat een overzicht, interpretatie en bespreking van de verkregen
resultaten tijdens een doctoraatsproject gesitueerd in het domein van de
materiaalfysica. Het hoofddoel van dit project is het bestuderen van het zelfassemblagegedrag evenals de nanomechanische eigenschappen en corrosieinhibitieprestaties van organische moleculen die in aanmerking komen voor
toepassing als corrosie-inhibitoren op metalen. Talrijke industrieel toepasbare
metalen zijn complexe legeringen of zijn gebaseerd op reactieve elementen zoals
ijzer of aluminium. Koper kan als uitzondering worden beschouwd, omdat het
relatief inert en edel is en in veel technische toepassingen wordt gebruikt.
Het beschermen van metalen componenten in apparaten en constructies is
essentieel. De nood aan alternatieven voor sommige bestaande strategieën, zoals
het afzetten van chroom vanuit chromaatoplossingen, vergroot het
wetenschappelijke en economische belang om kosteneffectieve oplossingen te
vinden om hun levensduur te verlengen en ernstige schade te voorkomen. De
markt biedt een aantal oplossingen om corrosie-effecten te verminderen, maar
tegenwoordig neemt de vraag naar goedkope en tegelijkertijd milieuvriendelijke
methoden toe.
Doorheen de jaren zijn verschillende soorten corrosie geïdentificeerd, waarbij we
hier vooral de breed relevante natte of elektrochemische corrosie bij
omgevingstemperatuur beschouwen. Verschillende soorten lokale corrosie
behoren echter tot de gevaarlijkste corrosieprocessen, aangezien ze niet
gemakkelijk kunnen worden geïdentificeerd en vaak al gevaarlijk worden tijdens
de eerste stadia van corrosie. Het begrijpen van deze fenomenen speelt dus een
sleutelrol bij het ontwerpen van preventie- en beschermingsmethoden, zowel met
het oog op levensduur of duurzaamheid als op betrouwbaarheid of veiligheid.
Zelf-geassembleerde organische monolagen (SAM's) worden gebruikt en
bestudeerd omdat ze zeer goed gedefinieerde homogene monolaagfilms vormen.
SAM's kunnen hierbij ook effectief toegepast worden om de effecten van corrosie
te verminderen en af te remmen. Dergelijke monolaagfilms van inhibitormoleculen bedekken uiteindelijk het volledige metalen substraatoppervlakken,
maar bevatten doorgaans veel defecten zoals domeingrenzen, lokale onzuiverheden of structurele wanorde op atomaire schaal (nabij
substraatstapranden of filmgrenzen geassocieerd met onvolledige dekking). Als
uitgangspunt van dit proefschrift heeft eerder werk van Neupane en Renner
aangetoond dat microcontact-printen (µ-cp) kan worden gebruikt om bepaalde
soorten defecten en structurele wanorde in SAM's te beheersen en te creëren, om
zo de corrosie van edelmetaallegeringen te beïnvloeden, zoals aangetoond voor
Cu3Au. Zowel metalen als inhibitor-moleculen met meer technische relevantie zijn
tot nu toe niet aan bod gekomen in deze benadering. Daarom is het doel van dit
werk om corrosie-inhibitie effecten van geselecteerde organische moleculen
(d.w.z. van enkele gevestigde, realistische -in de zin van commerciële productencorrosiewerende moleculen) op technisch relevant koper te bestuderen, en om de
nanomechanische stabiliteit van de gerelateerde organische SAM-films
rechtstreeks te rapporteren. Zuiver koper is hier gekozen als modelsysteem, maar
deze studie is bijgevolg ook relevant voor andere relevante legeringen waarbij
koper de hoofdcomponent is. De studie van inhibitor SAM's omvat hun gedrag op
het referentiesysteem goud, aangezien de overgrote meerderheid van de
beschikbare literatuur over SAM's werd uitgevoerd op goud.
Het eerste hoofdstuk van dit proefschrift geeft een algemene inleiding tot
corrosiefenomenen, de corrosiefenomenen op koper, zelf-geassembleerde
monolagen als referentiesysteem op goud, evenals hun toepassingen in corrosieinhibitie en studies van mechanische eigenschappen. Hoofdstuk 2 geeft een
overzicht van de materialen en technieken die in dit werk worden gebruikt, terwijl
hoofdstuk 3 de inhoud van dit proefschrift in meer detail presenteert.
Hoofdstuk 4 presenteert de studie van het zelfassemblagegedrag van corrosieinhibitoren op Au bestudeerd door een AFM. De nanometrische AFM-tip biedt zowel
beeldvorming als krachtmetingen. Deze benadering biedt een nanomechanisch
oogpunt, in termen van adhesiekrachten en visgedrag, in zowel homogene films
als films met patronen. Dit hoofdstuk weerspiegelt in feite een gepubliceerd
artikel. Hoofdstuk 5 bespreekt het corrosie-inhibitiegedrag van geprinte
alkaanthiol SAM’s op polykristallijn koper, ter studie van lokale corrosie in
realistische systemen. Vervolgens bespreekt hoofdstuk 6 het mechanische gedrag
van corrosie-inhibitoren op Au door middel van Surface Forces Apparatus (SFA)
metingen in aanwezigheid van verschillende elektrolyten. Het doel van het gebruik van SFA was om de mogelijkheden van de techniek te verhelderen, en zo bij te
dragen aan de kennis van de elektrochemische interface nabij thiol
gemodificeerde metaaloppervlakken. Ten slotte vat Hoofdstuk 7 de belangrijkste
conclusies van dit proefschrift samen, hierbij wordt ook een vooruitblik gegeven
Going Beyond Counting First Authors in Author Co-citation Analysis
The present study examines one of the fundamental aspects of author co-citation analysis (ACA) - the way co-citation
counts are defined. Co-citation counting provides the data on which all subsequent statistical analyses and mappings
are based, and we compare ACA results based on two different types of co-citation counting - the traditional type that
only counts the first one among a cited work's authors on the one hand and a non-traditional type that takes into
account the first 5 authors of a cited work on the other hand. Results indicate that the picture produced through this non-traditional author co-citation counting contains more coherent author groups and is therefore considerably clearer. However, this picture represents fewer specialties in the research field being studied than that produced through the traditional first-author co-citation counting when the same number of top-ranked authors is selected and analyzed. Reasons for these effects are discussed
Variations on the Author
“Variations on the Author” discusses two of Eduardo Coutinho’s recent films (Um Dia na Vida, from 2010, and Últimas Conversas, posthumously released in 2015) and their contribution to the general question of documentary authorship. The director’s filmography is characterized by a consistent yet self-effacing form of authorial self-inscription: Coutinho often features as an interviewer that rather than express opinions propels discourses; an interviewer that is good at listening. This mode of self-inscription characterizes him as an author who is not expressive but who is nonetheless markedly present on the screen. In Um Dia na Vida, however, Coutinho is completely absent form the image, while Últimas Conversas, on the contrary, includes a confessional prologue that moves the director from the margins to the center of his films. This article examines the ways in which these works stand out in the filmography of a director who offers new insights into the notion of cinematic authorship
Appropriate Similarity Measures for Author Cocitation Analysis
We provide a number of new insights into the methodological discussion about author cocitation analysis. We first argue that the use of the Pearson correlation for measuring the similarity between authors’ cocitation profiles is not very satisfactory. We then discuss what kind of similarity measures may be used as an alternative to the Pearson correlation. We consider three similarity measures in particular. One is the well-known cosine. The other two similarity measures have not been used before in the bibliometric literature. Finally, we show by means of an example that our findings have a high practical relevance.information science;Pearson correlation;cosine;similarity measure;author cocitation analysis
Dispelling the Myths Behind First-author Citation Counts
We conducted a full-scale evaluative citation analysis study of scholars in the XML research field to explore just how different from each other author rankings resulting from different citation counting methods actually are, and to demonstrate the capability of emerging data and tools on the Web in supporting more realistic citation counting methods. Our results contest some common arguments for the continued
use of first-author citation counts in the evaluation of scholars, such as high correlations between author rankings by first-author citation counts and other citation
counting methods, and high costs of using more realistic citation counting methods that are not well-supported by the ISI databases. It is argued that increasingly available digital full text research papers make it possible for citation analysis studies to go beyond what the ISI databases have directly supported and to employ more
sophisticated methods
koamabayili/VECTRON-author-checklist: VECTRON author checklist
We have done our best to complete the author checklist relating to the use of animals in the hut study. Note that the objective for the hut study was to evaluate the IRS treatment applications for residual efficacy against Anopheles mosquitoes, including the local An. coluzzii mosquito population. Cows were only used to attract mosquitoes into the huts and no tests were carried out directly on the cows. The author checklist is intended for use with studies where experiments are carried out on animals, which is why we have had such difficulty in completing this for the hut study, as many of the questions do not relate to how the cows were used
Author-wise bibliometric analysis based on entropy.
Author-wise bibliometric analysis based on entropy.</p
- …
