163,923 research outputs found
RAAP-NOTITIE 5942
In opdracht van Amvest heeft RAAP op 15 mei 2017 een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd inApeldoorn. Het doel van het onderzoek was het vaststellen van de archeologische waarde van het terrein, waarbij de waardering (fysieke en inhoudelijke kwaliteit) van eventuele vindplaatsen voorop stond.
Tijdens het onderzoek zijn drie proefsleuven van 4 x 25 m aangelegd (10% van de oppervlakte van het perceel). Hierbij is één opgravingsvlak aangelegd in de top van de natuurlijke ondergrond, in de BC- of C-horizont.
Tijdens het onderzoek is bevestigd dat ondergrond van het onderzoeksgebied uit daluitspoelingswaaierafzettingen betsaat. In de top hiervan is een veldpodzol gevormd. Ter plaatse van proefsleuf 1 is deze bodem verploegd, maar niet geheel gehomogeniseerd.
De meeste antropogene sporen betreffen recente vergravingen. Er ie één sloot aangetroffen die samenvalt met de perceelgrens die al op de kadastrale kaart uit 1832 staat weergegeven. Uit de sloot komt de enige vondst die tijdens het onderzoek is gedaan. Het betreft een fragment industrieel vervaardigd aardewerk uit de late 19e of 20e eeuw
RAAP-RAPPORT 3722
In opdracht van kwekerij de Koekoek heeft RAAP op 14 januari 2019 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek) uitgevoerd voor het plangebied Bovenweg 4B te 't Harde in de gemeente Elburg. Het onderzoek vond plaats in het kader van een omgevangsvergunning.
Er zijn tijdens het onderzoek geen aanwijzingen aangetroffen voor de aanwezigheid van een archeologische vindplaats binnen het plangebied
RAAP-RAPPORT 5556
In opdracht van Wienerberger B.V. heeft RAAP in december 2021 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek uitgevoerd.
Het plangebied kent een lage en natte landschappelijke ligging. Daarnaast is het gebied grotendeels vergraven, zodat eventuele archeologische resten niet meer verwacht worden. Op de gemeentelijke archeologische waarden - en verwachtingskaart heeft het plangebied een lage verwachting. Op basis van het bureauonderzoek blijft deze verwachting gehandhaafd.
De geplande werkzaamheden – de sloop van (de fundering van) de fabriekshal – zal bovendien geheel in reeds geroerde grond plaatsvinden.
Op basis van de resultaten van dit onderzoek blijkt dat in het plangebied geen archeologische resten bedreigd worden. Daarom wordt in het kader van de voorgenomen bodemingrepen geen vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) noodzakelijk geacht
RAAP-RAPPORT 4222
In opdracht van Van Hoogevest architecten, die optreden namens Stichting Oude Gelderse Kerken, heeft RAAP op 5 september en van 3 tot en met 10 november 2019 een opgraving – variant archeologische begeleiding uitgevoerd in het kader van het project ‘herinrichting Grote Kerk te Wageningen’ in de gemeente Wageningen.
Tijdens het onderzoek zijn 52 archeologische grondsporen gedocumenteerd: 32 muren, 17 kuilen en drie graven. Het archeologisch onderzoek heeft daarnaast vijf fragmenten keramiek en twee spijkers opgeleverd. Zowel van de 13e-eeuwse fase van de kerk, de 15e-eeuwse vervanging van de noordbeuk en een gotisch uitbreiding vanaf 1517 en renovaties in de 20e eeuw zijn restanten aangetroffen
RAAP-RAPPORT 5578
In opdracht van de gemeente Berg en Dal heeft RAAP in december 2021 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek uitgevoerd voor het plangebied Gooiseweg-Noord (Drentselaan, Frieseweg, Frans Halsweg, Vermeerweg en Albert Cuypweg) te Groesbeek in de gemeente Berg en Dal.
Op basis van het bureauonderzoek geldt voor het plangebied een hoge verwachting voor resten uit alle perioden. Eventuele resten manifesteren zich aan de basis van het plaggendek en in de top van de van de natuurlijke ondergrond.
De exacte locatie en diepte van de toekomstige plannen zijn nog niet bekend. Wanneer de graafwerkzaamheden zich beperken tot de huidige leidingsleuven en het bestaande wegcunet, wordt geen vervolgonderzoek geadviseerd. Eventuele intacte archeologische resten zullen zich hier naar verwachting niet meer manifesteren.
Wanneer de graafwerkzaamheden buiten deze zones plaatsvinden, worden (mogelijk) archeologische resten bedreigd. Hier wordt geadviseerd de ontgraving archeologisch te begeleiden (opgraving variant archeologische begeleiding) om de archeologische verwachting te toetsen en eventuele archeologische resten te documenteren
De landgraaf in het Schutterspark te Brunssum. Reconstructie van het grachtprofiel.: RAAP Advies 376
In opdracht van Coöperatie Bosgroep Zuid Nederland u.a. (contactpersoon: dhr. J. Arts) heeft RAAP Archeologisch Adviesbureau in augustus 2009 een reconstructie gemaakt van het grachtprofiel van de landgraaf in het Schutterspark te Brunssum. De gegevens van dit archeologisch onderzoek zullen de input leveren voor de onderhouds- en herstellingswerken van de landgraaf, met name het opschonen van de gracht
RAAP-RAPPORT 4255
In opdracht van Boomkwekerij De Tol heeft RAAP in december 2019 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) uitgevoerd voor het plangebied De Hel te Randwijk in de gemeente Overbetuwe.
Op basis van het bureauonderzoek gold een hoge verwachting voor resten uit de periode laat -neolithicum tot en met middeleeuwen. Er zijn tijdens het booronderzoek echter geen archeologisch relevante niveaus waargenomen. Op basis van de resultaten van dit onderzoek blijkt dat in het plangebied hoogstwaarschijnlijk geen archeologische resten bedreigd worden. Daarom wordt in het kader van de voorgenomen bodemingrepen geen vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) noodzakelijk geacht
RAAP-RAPPORT 4577
In opdracht van TLG Bouw bv heeft RAAP in juni 2020 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) uitgevoerd voor het plangebied Mastenbroek, te Mastenbroek in de gemeente Kampen.
Het plangebied valt deels binnen een archeologisch monument, een huisterp, die gedateerd wordt in de late middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd. Op basis van het bureauonderzoek kan niet met zekerheid vastgesteld worden of er ook daadwerkelijk bewoning heeft plaatsgevonden in de late middeleeuwen. Het plangebied heeft in ieder geval vanaf de 18e eeuw binnen een erf gelegen. Derhalve geldt een hoge verwachting voor resten van bewoning (huisterp) en bijbehorende activiteiten op het erf uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd.
Het booronderzoek heeft aangetoond dat de in het plangebied aanwezige ophoging uit de late nieuwe tijd dateert en dat in deze periode ook het bovenste deel van de oorspronkelijke ondergrond is geroerd. Derhalve wordt niet verwacht dat oudere resten (nog) aanwezig zijn en dat de eventuele kenniswinst bij een gravend onderzoek gering is.
Op basis van de resultaten van dit onderzoek blijkt dat in het plangebied waarschijnlijk geen archeologische resten bedreigd worden. Daarom wordt in het kader van de voorgenomen bodemingrepen geen vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) noodzakelijk geacht
RAAP-RAPPORT 4726
In opdracht van VDH milieuscholing en milieuadvies heeft RAAP in augustus en september 2020 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek uitgevoerd voor het plangebied Slagerspaadje te Beekbergen (gemeente Apeldoorn). De opdrachtgever is voornemens om de bestaande garageboxen te slopen zodat er twee appartementen kunnen worden gerealiseerd. Aangezien de geplande bodemingrepen de vrijstellingsgrens voor archeologisch onderzoek zullen overschrijden, is een archeologisch onderzoek verplicht conform het vigerend beleid.
Het plangebied bevindt zich op de flank van de stuwwal en is relatief laaggelegen. Op de ‘Archeologische waardenkaart gemeente Apeldoorn’ heeft het plangebied een hoge archeologische verwachting. Op basis van onderhavig bureauonderzoek geldt een middelmatige archeologische verwachting voor vindplaatsen vanaf het neolithicum tot de vroege middeleeuwen en een hoge verwachting voor vindplaatsen vanaf de vroege middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd.
Op basis van het verkennend booronderzoek kan deze verwachting naar beneden toe worden bijgesteld. De bodem bestaat uit een opgebracht pakket van 50-90 cm dik, waaronder een verploegde A-horizont (oude bouwvoor, circa 20 cm dikte) aanwezig is. Er is geploegd tot in de C-horizont. De top van de C-horizont bevindt zich op circa 70 cm-mv/ 27,32 m +NAP of maximaal 50 cm dieper. Er is geen plaggendek aanwezig, er zijn geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van een podzolbodem en er zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Dit wetende, en met inachtneming van het relatief beperkte oppervlak van het plangebied, wordt de kans klein geacht dat binnen het plangebied een archeologische vindplaats(en) aanwezig is. Derhalve wordt geen archeologisch vervolgonderzoek aanbevolen
RAAP-RAPPORT 5638
In opdracht van Vollmer & Partners Stedebouw en Landschap heeft RAAP in januari 2022 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek uitgevoerd voor het plangebied Newtonweg te Harderwijk.
Uit de bevindingen van het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied een vrij lage landschappelijk ligging kent (lage welvingen, vlakten en laagten), met name ten opzichte van de hogere gronden in het zuidoosten, op basis waarvan de archeologische verwachting van het gebied kan worden bijgesteld naar laag.
Op basis van de resultaten van het onderzoek blijkt dat gezien de lage landschappelijke ligging van het plangebied vermoedelijk geen archeologische resten bedreigd worden door de voorgenomen bodemingrepen. Dit kan echter op basis van dit bureauonderzoek niet met zekerheid worden gesteld.
Om deze verwachting aan te vullen en te toetsen wordt een vervolgonderzoek geadviseerd in de vorm van een inventariserend veldonderzoek door middel van een verkennend booronderzoek. Een dergelijk vervolgonderzoek heeft tot doel de opbouw van de ondergrond, de bodemopbouw en/of bodemverstoringen gedetailleerd in kaart te brengen. Aan de hand daarvan kan de in dit bureauonderzoek opgestelde archeologische verwachting worden getoetst en kunnen concrete gegevens worden verzameld over gaafheid en diepteligging van de verwachte archeologische resten
- …
