5,785 research outputs found

    Endotoxemia-induced inflammation and the effect on the human brain

    No full text
    Introduction: Effects of systemic inflammation on cerebral function are not clear, as both inflammation-induced encephalopathy as well as stress-hormone mediated alertness have been described.Methods: Experimental endotoxemia (2 ng/kg Escherichia coli lipopolysaccharide [LPS]) was induced in 15 subjects, whereas 10 served as controls. Cytokines (TNF-?, IL-6, IL1-RA and IL-10), cortisol, brain specific proteins (BSP), electroencephalography (EEG) and cognitive function tests (CFTs) were determined.Results: Following LPS infusion, circulating pro- and anti inflammatory cytokines, and cortisol increased (P < 0.0001). BSP changes stayed within the normal range, in which neuron specific enolase (NSE) and S100-? changed significantly. Except in one subject with a mild encephalopathic episode, without cognitive dysfunction, endotoxemia induced no clinically relevant EEG changes. Quantitative EEG analysis showed a higher state of alertness detected by changes in the central region, and peak frequency in the occipital region. Improved CFTs during endotoxemia was found to be due to a practice effect as CFTs improved to the same extent in the reference group. Cortisol significantly correlated with a higher state of alertness detected on the EEG. Increased IL-10 and the decreased NSE both correlated with improvement of working memory and with psychomotor speed capacity. No other significant correlations between cytokines, cortisol, EEG, CFT and BSP were found.Conclusions: Short-term systemic inflammation does not provoke or explain the occurrence of septic encephalopathy, but primarily results in an inflammation-mediated increase in cortisol and alertness

    Ontwerp en prototyping van een multi-channel contentmanagement systeem: Contentstrategiebepaling en flexibel workflowmanagement voor contentmanagement systemen

    No full text
    iCure Ventures besteedt aandacht aan de ontwikkeling van een multi-channel contentmanagement systeem (M-CMS). Het M-CMS project vertaalt zich naar een afstudeerproject, dat geformuleerd is als de 'analyse, ontwerp en prototyping van een multi-channel contentmanagement systeem'. Het M-CMS is een generiek en flexible CMS-product, dat op maat gemaakt kan worden voor een specifieke klant. De belangrijkste functionaliteiten binnen het M-CMS zijn binnen het prototype gerealiseerd. Deze betreffen ondersteuning voor multi-channel contentlevering, voor workflowmanagement ten behoeve van het (content-) publicatieproces en ondersteuning voor het uitvoeren van beheeractiviteiten. Binnen het M-CMS is een contentpijpleiding gerealiseerd die een contentstrategie hanteert die contentcreatie combineert met contentaanpassing. De XML content wordt op basis van een contentaanvraag dynamisch gegenereerd en getransformeerd met XSLT om de juiste layout en formaat te verkrijgen. Hierbij worden selectiemechanismen gehanteerd die de content aanpast op het doelapparaat in de zin van fysieke beperkingen en formaat- en standaardenondersteuning. Bij de contentpijpleiding zijn de voornaamste prestatie-indicatoren de bruikbaarheid, de volledigheid en de leveringssnelheid van de content. Het workflowmanagement biedt een adequate aansluiting op verschillende organisaties door een flexibele en generieke ondersteuning van het publicatieproces. Dit wordt bereikt door binnen het M-CMS middels een taakgeorieerde benadering ondersteuning te bieden voor alle fasen van de workflowlevenscyclus, te weten de procesinrichting, het procesmanagement en bijsturing op basis van prestatie-indicatoren en signaleringsmogelijkheden en de procesevaluatie en herinrichting. Dit levert ook enige ondersteuningsmiddelen voor de beheeractiviteiten, te weten het content-, site- en templatemanagement en systeembeheer, hoewel deze activiteiten een individualistischer karakter hebben en als separate functionaliteiten worden beschouwd. Bij het M-CMS project is de CBD-gebaseerde ontwikkelmethode Rational Unified Process (RUP) gebruikt in combinatie met de objectgeorieerde (OO) modeleerwijze UML en de OO ontwikkeltool Intelligent Objects (IO). Deze onderdelen bleken goed op elkaar aan te sluiten en lenen zich goed voor de ontwikkeling van een component gebaseerd, generiek en flexibel CMS-product. Met het M-CMS prototype zijn de kernfunctionaliteiten gerealiseerd en hun werking aangetoond. Voor de vervaardiging van een volwaardig basisproduct dient evenwel niet alleen verdere implementatie plaats te vinden en nadere aandacht voor contenttypes anders dan het uitvoerig behandelde teksttype. Tevens is het nodig dat er uitgebreide toetsing op basis van een uitgebreide testcasus in een live-omgeving plaatsvindt.Electrical Engineering, Mathematics and Computer Scienc

    The case of Heinrich Wilhelm Poll (1877-1939): A German-Jewish geneticist, eugenicist, twin researcher, and victim of the Nazis

    No full text
    This paper uses a reconstruction of the life and career of Heinrich Poll as a window into developments and professional relationships in the biological sciences in Germany in the period from the beginning of the twentieth century to the Nazi seizure of power in 1933. Poll's intellectual work involved an early transition from morphometric physical anthropology to comparative evolutionary studies, and also found expression in twin research - a field in which he was an acknowledged early pioneer. His advocacy of eugenics led to participation in state-sponsored committees convened to advise on social policy, one of which debated sterilisation and made recommendations that led eventually to the establishment of the notorious Kaiser Wilhelm Institute for Anthropology, Human Heredity and Eugenics. However, his status as a prominent geneticist and, in particular, as a eugenicist had an ironic and ultimately tragic dimension. Heinrich Poll was of Jewish birth, and this resulted in his career being destroyed by an application of the population policies he had helped put in place

    De morfologie van de Dinkel

    No full text
    In het kader van afstuderen nam de schrijver van dit rapport een onderzoek op zich, dat antwoord zou moeten geven op de volgende vragen: 1. Kan een verband bestaan tussen de aanzandingen in de Beneden-Dinkel en de bouw van het Verdeelwerk (in 1964 gereedgekomen, zie paragraaf 2.2.); 2. Wat is de oorzaak van de aanzandingen in het Omleidingskanaal (zie paragraaf 2.3. ); 3. Zijn door het aanleggen van een zandvang (aanvankelijk bovenstrooms, later benedenstrooms gedacht van het Verdeelwerk) in de Dinkel de onder 1 genoemde aanzandingen te voorkomen (zie paragraaf 2.4; 4. Wat zijn de consequenties voor de morfologie van de rivier van de door het Waterschap voorgestelde verbreding van de Boven-Dinkel (zie paragraaf 2.5.), waarbij uiteraard niet kan worden voorbijgegaan aan een nadere beschouwing van het doel ervan: nl. de bestrijding van Zomer-inundaties.Rivier- en VerkeerswaterbouwkundeHydraulic EngineeringCivil Engineering and Geoscience

    Weil pairing and the Drinfeld modular curve

    No full text
    In 1974 verscheen er van de hand van de Oekraïnse wiskundige Vladimir Gershonovich Drinfeld een baanbrekend artikel getiteld 'Elliptic modules'. Met deze elliptische modulen, die tegenwoordig Drinfeld modulen worden genoemd, voegde de toen 19-jarige Drinfeld een nieuwe en belangwekkend onderwerp toe aan de arithmetische theorie van functielichamen. Eén van de mooiste resultaten binnen deze theorie is voor een groot deel verkregen dankzij Drinfelds werk. Samen met de resultaten verkregen in zijn artikel uit 1974 weet hij in 1977 een bewijs te geven van een speciaal geval van het zogenaamde Langlands' vermoeden. ... Zie: Samenvatting

    Monitoring biodegradation capacity of organic pollutants in the environment

    No full text
    Micro-organismen zijn in staat om organische verbindingen om te zetten in minder schadelijke stoffen en spelen daarom een belangrijke rol bij het opruimen van milieuvervuiling. Voor beleidsmakers, landgebruikers en landeigenaren is het belangrijk dat er bij milieuverontreiniging goed toezicht wordt gehouden op de biologische afbraakprocessen en dat deze goed worden beheerst. Aangezien microbiële activiteit in het milieu wordt beïnvloed door diverse fysische, geochemische en biologische factoren, is nauwkeurige kennis van het afbraakproces hierbij noodzakelijk. In dit promotieonderzoek wordt de relatie tussen geochemische condities en de biologische afbraakcapaciteit van micro-organismen in het milieu beschreven, inclusief methoden om de activiteit en metabole functies van deze micro-organismen in het milieu te mete

    Opera omnia Desiderii Erasmi Roterodami

    No full text
    Hiermit erscheint als zweiunddreissigster Band der Amsterdamer Erasmi Opera omnia (ASD) der achte Band des VI. 'ordo', d.h. des 'ordo' des Nouum Testamentum (ASD VI, 1-4) und der Annotationes in Nouum Testamentum (ASD VI, 5-10). Die Paraphrases in Nouum Testamentum gehoren zum VII. 'ordo'. Die Gliederung in 'ordines' hat Erasmus se1bst in seinen Briefen an Botzheim und Boece rur die Herausgabe seiner Werke aufgestellt (cf General introduction, ASD 1, pp. x, xvii-xviii, and C. Reedijk, Tandem bona causa triumphat. Zur Geschichte des Gesamtwerkes des Erasmus von Rotterdam. Vortrage der AeneasSilvius- Stiftung an der Universitat Basel, XVI, Basel/Stuttgart, 1980, p. 12 sqq., 21-22). Der vorliegende Band (ASD VI, 8), herausgegeben von Frau M.L. van Poll-van de Lisdonk (Vierpolders), enthalt die Annotationen zu dem 1. und 2. Korintherbrief In der Ausgabe des 'ordo' VI sind bisher die nachfolgenden Bande erschienen: VI, 2 (Nouum Testamentum, loh.-Act., ed. Andrew J. Brown; 2001); VI, 5 (Annot. in Mt.-Lc., ed. l?F. Hovingh; 2000); VI, 6 (Annot. in Ioh.-Act.,ed. l?F. Hovingh; 2003); VI, 8 (Annot. in I.-2. Cor., ed. M.L. van Poll-van de Lisdonk; 2003). Die Redaktionskommission ist Herrn Professor H.J. de Jonge erkenntlich rur seinen sachkundigen Rat hinsichtlich der Herausgabe des 'ordo' VI. Die Redaktionskommission mochte wiederum all den Bibliotheken danken, die Bucher, Photokopien

    Amsterdam Oost: Parallellisme. Route-ontwikkeling als stedelijke vernieuwingsstrategie

    No full text
    Het gepresenteerde werk is de uitkomst van een duaal-afstudeerproject, waarmee zowel een Master Architectuur als Stedenbouw is behaald. Het onderzoek is uitgevoerd binnen de studio ‘vernieuwing van de stadsvernieuwing’, waarin onderzocht werd hoe wijkgerichte en stedelijke voorzieningen ingezet kunnen worden als instrument voor stedelijke vernieuwing. Daarmee bood de studio de mogelijkheid om binnen een academische omgeving voorstellen te ontwikkellen die als voorbeeld kunnen dienen voor een nieuwe aanpak van stedelijke vernieuwing. Het onderzoek richt zich op een studiegebied in Amsterdam Oost. Het vertrekt vanuit de problematiek van ‘probleemwijk’ Transvaal en tracht via een ontwikkelde stedelijke vernieuwingsstrategie buurt, wijk en stad met elkaar te verweven. Daarbij is bestudeerd hoe route-ontwikkeling kan worden ingezet als stedenbouwkundige strategie, aan de hand van kleinschalige afgebakende interventies. Voor de verschillende interventies zijn tevens ontwerpen gemaakt die in dit rapport worden gepresenteerd.Vernieuwing van de stadsvernieuwingArchitectureArchitectur

    Kleizakken: Constructie van onderwaterdammen in de Mary River Wetlands met behulp van kleizakken

    No full text
    Om het benedenstroomse gebied van de Mary River te Australite beschermen tegen verdere zoutindringing, zijn er door "Australian Marine and Offshore Group", een Australisch ingenieursbureau, verschillende oplossingen aangedragen die deze zoutindringing reduceren of zelfs compleet tegen gaan. Vervolgens zijn de gevolgen van de gekozen oplossingen bekeken door "International Institute for Infrastructural, Hydraulic and Environmental Engineering" (IHE DELFT), tegenwoordig UNESCO-IHE. Zij zijn tot een alternatieve oplossing gekomen wat de bouw van twee dammen inhield, een aantal kilometers stroomopwaarts vanaf de mondingen van de Mary River. Deze dammen zullen worden gebouwd met behulp van zakken gevuld met klei die ter plaatse wordt gewonnen. Dit rapport gaat vooral in op de vraag of het mogelijk is zakken te fabriceren die kunnen worden gevuld met klei en ook kunnen fungeren als bouwstenen van dammen. In eerste instantie is bepaald aan welke eisen de geokunststof moet voldoen om te kunnen fungeren als materiaal om zakken van te stikken zonder dat deze later, nadat ze zijn gevuld met klei, kunnen uitspoelen. Hieruit blijkt, uit de vele mogelijkheden die er zijn wat geokunststoffen betreft, dat er zeker een materiaal is te vinden dat kan voldoen aan de te stellen eisen. Een van de belastingen op een dam opgebouwd uit kleizakken is de stroming in een watergang. Om te kunnen bepalen wat de maximale stroomsnelheid is waarbij de zakken nog net blijven liggen, is in eerste instantie onderzocht wat de wrijvingsweerstand van de zakken op elkaar is. Dit is in het Laboratorium voor Vloeistofmechanica bepaald aan de hand van eenvoudige doch toereikende proeven. Nadat deze eigenschap van het geotextiel is bepaald, is aan de hand van de door Izbash opgestelde formules berekend bij welke stroomsnelheid de zakken kunnen bezwijken. Na bepaling welke stroomsnelheid de zakken nog kunnen verdragen, is een terugkoppeling gemaakt naar het gebied waar men de dammen bestaande uit kleizakken wil bouwen om zodoende het achterliggende gebied te ontlasten van zoutindringing vanaf zee. Er is een systeem gedestilleerd uit bovenstaande figuur en ter plaatse van Dead Fish Billabong en Roonees Lagoon zijn dammen geplaatst. De stroomsnelheid die ter plaatse van de geconstrueerde dammen ontstaat, is, afhankelijk van de gekozen afmeting en na bepaling van de juiste factor ?' (afhankelijk van de vorm van het lichaam), waarschijnlijk opneembaar. Er moet worden opgemerkt dat er in deze berekeningen geen rekening is gehouden met turbulentie als gevolg van het ontstaan van een overlaat. Ook de invloed van de sterk varinde waterstand in dit gebied is buiten beschouwing gelaten. Voor een nauwkeurigere uitspraak dient er verder onderzoek plaats te vinden naar de factor ?' en de effecten van turbulentie en de fluctuerende waterstanden. Als alternatief bestaat de mogelijkheid om de kern van de dammen op te bouwen uit zakken gevuld met klei en vervolgens deze kern te beschermen door een laag van stenen te storten over de kern. Door het gebruik van de klei die plaatselijk gewonnen kan worden, in het specifieke geval van de Mary River, kan een groot deel van de dam eenvoudig worden geconstrueerd. De laagopbouw van stenen die over de kern wordt gestort kan vervolgens ook minder gecompliceerd van aard zijn.Civil Engineering and Geoscience
    corecore