1,721,168 research outputs found

    Manual communication systems: evolution and variation

    No full text
    This chapter addresses issues in the evolution and typology of manual communication systems. From a language evolution point of view, sign languages are interesting because it has been suggested that oral language may have evolved from gestural (proto)language. As far as typology is concerned, two issues will be addressed. On the one hand, different types of manual communication systems, ranging from simple gestural codes to complex natural sign languages, will be introduced. The use and structure of two types of systems - tactile sign languages and secondary sign languages - will be explored in more detail. On the other hand, an effort will be made to situate natural sign languages within typological classifications originally proposed for spoken languages. This approach will allow us to uncover interesting inter-modal and intra-modal typological differences and similaritie

    Complexe zinnen

    No full text
    We kunnen twee typen complexe zinnen onderscheiden. Bij subordinatie (onderschikking)is er sprake van een combinatie van een hoofdzin met een bijzin terwijlbij coördinatie (nevenschikking) twee hoofdzinnen gecombineerd worden.Bijzinnen kunnen onder andere door middel van een complementeerder of conjunctieof door verandering in de constituentvolgorde worden gemarkeerd. Ingebarentalen zijn dergelijke aanwijzingen echter zeldzaam en het is daarom somslastig om te bepalen of een zin een hoofd- of bijzin is. In complementzinnen isde bijzin op grond van de valentie van het matrix-predicaat vereist; de bijzinvervult dus de functie van argument. Als de complementzin in een SOV-taal nietop de plek verschijnt waar een nominaal object zou staan, maar na het werkwoordkomt, spreken we van extrapositie van de bijzin. Als het matrix-predicaateen communicatiewerkwoord is dan kan de gebaarder de uiting met behulp vanindirecte of directe rede weergeven. Bij het laatste zal hij gebruik maken vanrolnemen door middel van body shift en (optioneel) mimiek.In tegenstelling tot complementzinnen zijn adverbiale bijzinnen optioneletoevoegingen. In bijzinnen die tijd specificeren staan de hoofd- en de bijzin ineen bepaalde tijdsrelatie met elkaar: de gebeurtenis in de bijzin kan voor, naof simultaan met de gebeurtenis in de hoofdzin plaatsvinden. Dergelijke bijzinnenworden niet-manueel gemarkeerd (wenkbrauwen omhoog) en bevattensoms een tijdconjunctie. Ook bijzinnen die een reden of doel specificeren zijnoptionele toevoegingen. Ze worden of door middel van een manuele conjunctiegeïntroduceerd of ze worden in de vorm van een zogenaamde wh-cleft constructiegerealiseerd. Voorwaardelijke bijzinnen verschijnen altijd in zinsinitiëlepositie en kunnen optioneel een manuele subordinerende conjunctie bevatten.Belangrijker blijkt echter niet-manuele markering te zijn. Door middel van nietmanuelemarkering kan zelfs een verschil worden gemaakt tussen factuele encontra-factuele voorwaardelijke bijzinnen.Betrekkelijke bijzinnen verschillen van zowel complementzinnen als ookadverbiale bijzinnen omdat ze naamwoorden modificeren of verder specificeren.Ze kunnen of een beperkende functie of een uitbreidende functie hebben.Afhankelijk van de positie van het nominale hoofd van de constructie moetenhoofd-interne en hoofd-externe betrekkelijke bijzinnen worden onderscheiden.De twee typen verschillen onder andere van elkaar wat betreft de scope vande niet-manuele markeerder en het gebruik van een betrekkelijk voornaamwoord(relatiefpronomen). Uitbreidende betrekkelijke bijzinnen lijken structureelop een andere manier gerealiseerd te kunnen worden, namelijk door middelvan een parenthese.Ook bij coördinatie, de combinatie van twee hoofdzinnen, kan gebruik wordengemaakt van manuele conjuncties. Bovendien kan de relatie tussen de zinnenniet-manueel door middel van een body lean worden gemarkeerd. Het isgebruikelijk om in een coördinatiestructuur elementen die in beide zinnen voorkomenéén keer weg te laten; dit fenomeen wordt equi-deletie genoemd. Eenspeciaal geval van coördinatie is de coördinatie van naamwoorden. Soms ishet lastig om te bepalen of een complexe zin het resultaat is van subordinatie ofcoördinatie. Voor ASL is vastgesteld dat de twee typen door middel van bepaaldetests, bijvoorbeeld de pronoun copy test, kunnen worden onderscheiden

    Complex sentences in sign languages: Modality, typology, discourse

    Get PDF
    Sign language grammars, just like spoken language grammars, generally provide various means to generate different kinds of complex syntactic structures including subordination of complement clauses, adverbial clauses, or relative clauses. Studies on various sign languages have revealed that sign languages use modality-independent strategies, i.e. strategies which are also available in spoken languages, to mark such complex subordinated structures. However, complex clauses in sign languages also display some interesting modality-specific properties, which are not attested in spoken languages. Therefore, the study of complex syntactic structures in the visualgesturalmodality adds to our understanding of linguistic variation in the domain of subordination. Moreover, it offers new empirical and theoretical evidence concerning possible structures and functions of complex sentences in natural languages. In this introductory chapter, we focus on five aspectsrelevant to the investigation of subordinated clauses - complexity, modality, typology, discourse, and grammaticalization - and sketch how the study of subordinate structures in sign languages contributed, and still contributes, to the field of sign language linguistics and linguistic typology

    Woordvorming

    No full text
    In vrijwel alle gebarentalen kunnen morfemen in morfologisch complexe gebarenmet elkaar gecombineerd worden. Hierbij vinden we een interessant modaliteitsspecifiekpatroon: de meeste morfologische processen in gebarentalen zijn nietsequentieel van aard maar gebeuren simultaan, terwijl simultane processen ingesproken talen een uitzondering zijn.Tot nu toe zijn maar weinig derivationele processen voor gebarentalenbeschreven waarbij een stam met een (manueel of niet-manueel) gebonden morfeemgecombineerd wordt. Samenstellingen zijn echter voor vele gebarentalenbeschreven. Deze worden door een aantal vormveranderingen gekenmerkt, zoalsritmische modificaties, bewegingsveranderingen, handvormassimilatie enspreiding van de zwakke hand. Bovendien ondergaan samenstellingen vaakbetekenisveranderingen.Flexieprocessen op grond van bepaalde morfosyntactische kenmerken speleneen belangrijke rol in gebarentalen. Verschillende aspecttypen kunnen ofdoor middel van bewegingsveranderingen en reduplicatie gerealiseerd worden(bijvoorbeeld habitueel, iteratief en duratief) of door middel van vrije morfemen(bijvoorbeeld completief en perfectief). Tijd, daarentegen, wordt in werkwoordenniet morfologisch gemarkeerd.Bij de realisatie van congruentie spelen locaties in de syntactische ruimteeen centrale rol. Hierbij moeten verschillende werkwoordtypen worden onderscheiden:congruerende werkwoorden (regulier en achteruit) en niet-congruerendewerkwoorden. Verder beschikken sommige gebarentalen over hulpwerkwoordendie congruentie kunnen uitdrukken als het lexicale werkwoord er niettoe in staat is.Meervoud van naamwoorden wordt in vele gebarentalen door middel vanreduplicatie of nulmarkering gerealiseerd, nauwelijks door middel van affixatie.Ook blijken hierbij fonologische beperkingen een belangrijke rol te spelen.Een andere gebruikelijke optie om meervoud uit te drukken is het gebruik vangeredupliceerde classifier-handvormen.Twee bijzondere manieren van woordvorming zijn incorporatie en classificatie.Telwooord-incorporatie is een morfologisch proces, dat voor vele gebarentalenis beschreven. Classificatie gebeurt in gebarentalen door middel vaneen handvormverandering: bij werkwoorden van beweging of locatie kan dehandvorm bepaalde vormeigenschappen van een argument weerspiegelen. Tweebelangrijke typen van classifiers zijn entiteit-classifiers en hanteer-classifiers

    Tense, aspect, and modality

    No full text
    Cross-linguistically, the grammatical categories tense, aspect, and modality - when they are overtly expressed - are generally realized by free morphemes (such as adverbials and auxiliaries) or by bound inflectional markers. The discussion in this chapter will make clear that this generalization also holds true for sign languages. It will be shown that tense is generally encoded by time adverbials and only occasionally (and only in a few sign languages) by verbal inflection. In contrast, various aspect types are realized on the lexical verb, in particular, by characteristic movement modulations. Only completive/perfective aspect is commonly realized by free morphemes across sign languages. Finally, deontic and epistemic modality is usually encoded by dedicated modal verbs. In relation to all three grammatical categories, the possibility of (additional) non-manual marking and the issue of grammaticalization will also be addresse

    Enkelvoudige zinnen

    No full text
    Gebaren kunnen in een zin verschillende functies vervullen; ze kunnen als predicaat, argument en adjunct fungeren. Als adjectieven of naamwoorden de functie van predicaat vervullen spreken we van adjectivische en nominale predicaten.Predicaten verschillen van elkaar wat betreft hun valentie: ze kunnen intransitief, transitief of ditransitief zijn. Soms is er in bepaalde constructies (bijvoorbeeld in reciproke constructies) sprake van valentiereductie. Verder kunnen constituenten in een zin verschillende semantische (zoals Agens en Patiens) en grammaticale (zoals subject en object) rollen hebben. Gebaren worden niet willekeurig in een zin gecombineerd. Zowel op zinsniveau als op constituentniveau zijn er duidelijke, taalspecifieke volgorderegels.Op zinsniveau kan de gebarenvolgorde door twee factoren beïnvloed worden: ten eerste of het om een transitieve of een locatieve zin gaat en ten tweede of de constituenten vanuit een semantisch oogpunt omkeerbaar of niet-omkeerbaarzijn. Locatieve zinnen worden meestal volgens het figuur-achtergrond principe geconstrueerd. Ook de informatiestatus van een constituent kan invloed hebben op de volgorde. Topics bijvoorbeeld verschijnen zinsinitiaal en worden nietmanueel gemarkeerd. Binnen nominale constituenten kunnen modificerende elementen voor of achter het naamwoord verschijnen. Een index kan binnen een nominale constituent verschillende functies vervullen.Ook bij de onderscheiding van verschillende zinstypen zijn niet-manuele markeerders belangrijk. Ja/nee-vragen en vraagwoordvragen (wh-vragen) worden door verschillende posities van de wenkbrauwen gemarkeerd. Dit is te vergelijken met vraagintonatie in gesproken talen. Verder maken sommige gebarentalen gebruik van manuele vraagpartikels. Gebarentalen verschillen van elkaar wat betreft de omvang van hun vraaggebaar-paradigma. Verder vinden we interessante modaliteitsspecifieke patronen: vraaggebaren verschijnen vaak in zinsfinale positie en in sommige gebarentalen is vraaggebaar-verdubbelingmogelijk. In imperatieve zinnen spelen gezichtsuitdrukking en lichaamshoudingeen centrale rol. Om ontkenning te realiseren maken vele gebarentalen gebruikvan manuele ontkenningspartikels en van hoofdschudden. We vinden echterook interessante typologische variatie. Gebarentalen verschillen bijvoorbeeldvan elkaar wat betreft de positie van de partikel en de exacte positie van hethoofdschudden. Bevestiging van een zin kan door hoofdknikken uitgedruktworden. Ontkenning en bevestiging worden samengevat onder het begrip polariteitvan een zin.Pronominalisatie wordt in gebarentalen door middel van wijsgebaren gerealiseerd.Deze wijsgebaren verwijzen naar de feitelijke locatie van een referent ofnaar een voor een afwezige referent gecreëerde locatie. Op grond van het feit datgebarentaalpronomina deictisch van aard zijn is er nauwelijks sprake van ambiguïteitvan pronomina. Onder bepaalde omstandigheden is pro-drop mogelijk.Bovendien kan kopie van het subjectpronomen, mogelijk in combinatie metpro-drop, invloed op de gebarenvolgorde op zinsniveau hebben
    corecore