1,721,001 research outputs found
Tweede orde niet-lineair optische karakterisatie van complexe, organische systemen.
<w:LatentStyles <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException <w:LsdException In deze thesis onderzochten we zeer complexe organische systemen en onderzochten we de invloed van supramoleculaire organisatie, chiraliteit en de golflengte op de niet-lineair optische eigenschappen. We gebruikten verschillende methoden om dit doel te bereiken.Het eerste hoofdstuk geeft een theoretische inleiding om te bestudeerde effecten beter te begrijpen. In een tweede hoofdstuk gebruikten we chromoforen, die gekend zijn om hun hoge absolute niet-lineaire susceptibiliteit. In het synthesedeel van dit hoofdstuk hebben onze medewerkers een vinyl-polymeer meteen ingebouwd DπA molecule kunnen synthetiseren. De positie van de linker tussen het polymeer en het chromofoor werd gevarieerd om het effect van zijn positie relatief t.o.v. het dipoolmoment van het chromofoor te onderzoeken. Bijkomend had dit polymeer een hoge Tg die de stabiliteit van het systeem verhoogt, wat positief is met het oog op toepassingen. We vonden dat een parallelle oriëntatie van de linker t.o.v. het dipoolmoment van het molecule de best NLO-effecten creeërde.Een andere benadering is die om zelforganisatie te gebruiken als hulpmiddel om een hoge NLOrespons op macroscopisch niveau te verkrijgen. Het zou geen verbazing mogen wekken dat vloeibare kristallen uitstekende kandidaten zijn om deze theorie op toe te passen. De vloeibare kristallen die we gebruikten waren octopolaire moleculen die een vloeibaar-kristallijne mesofase beneden 111°C vormen. Uit thermodynamisch oogpunt zou men verwachten dat deze moleculen zich op een willekeurige manier zouden ordenen en bijgevolg geen frequentieverdubbelingssignaal (SecondHarmonic Generation - SHG) zouden vertonen. Wij toonden echter aan dat bij een temperatuurstijging de NLOrespons met een factor 5 toenam. Dit toont een belangrijke stijging van de orde aan, die hoogst waarschijnlijk te wijten is aan interacties tussen de celwand en het staal. Op dit moment wordt verder onderzoek verricht waarbij de eigenschappen van de celwand worden veranderd om het mechanisme achter deze interactie volledig te begrijpen.In het vierde hoofstuk keerden we terug naar het moleculair niveau en probeerden we om moleculaire processen direct over te brengen naar het macroscopische niveau. Het is uit de wetenschappelijke literatuur algemeen geweten dat de hyperpolariseerbaarheid (het moleculaire equivalent van de tweede orde nietlineair optische susceptibiliteit) van moleculen op een reversibele manier kan beïnvloed worden door de oxidatietrap van het molecule te veranderen. Wij gebruikten een LangmuirBlodgett film (LB) opgebouwd uit ruthenium(II)-amine complexen om dit effect te bestuderen en dit stelde ons in staat om een gedeeltelijk reversible verandering van de NLOrespons waar te nemen door de oxidatietrap van het Ru2+ion te veranderen. Dit is zeer interessant met het oog op verdere toepassingen, bijvoorbeeld in elektro optische modulatoren. Aangezien dit de eerste waarneming is van dit proces is er nog veel meer onderzoek nodig. In de nabije toekomst moet een efficiëntieverbetering (de SHGrespons veranderde met een factor 5 terwijl de moleculairehyperpolariseerbaarheid met een factor 20 veranderde) mogelijk zijn door de moleculaire structuur te optimaliseren (zowel een hogere NLOrespons maar ook een groter verschil tussen de twee oxidatietrappen). Voor toepassingen zou het effect volledig reversibel moeten zijn en aantal cycli zou moeten toenemen. Een laatste punt dat onderzocht moet worden is de snelheid van het veranderen.Hoofstuk vijf is een beschrijvend hoofstuk, waar we een nieuwe opstelling introducerenom verschillende NLOeffecten in een breed golflengtegebied te bestuderen. Deze opstelling is zeer gevoelig en bestrijkt een golflengtegebied dat zeer interessant zowel vanuit fundamentaal als toegepast standpunt.In hoofstuk zes gebruikten we deze nieuwe opstelling om de niet lineair optische rotatie (Second Harmonic Generation Optical Rotatory Disperions; SHGORD) van een LBfilm opgebouwd uit een chiraal heliceen bischinon te onderzoeken in het golflengte gebied van 710 920 en 1140 1300 nm. Tot zover wij weten is dit het breedste golflengtegebied onderzocht en leverde ons de volgende resulaten. Eerst en vooral zijn deze SHG ORD effecten volledig elektrisch dipool vanoorsprong. Ondanks dat dit reeds eerder aangetoond was bij 1064 nm hebben wij deze resultaten bevestigd en uitgebreid naar een breder golflengtegebied. Eén opmerking hierbij is dat het SHG ORD signaal verzadigt bij 90° terwijl in lineair optische rotatie er geen fundamentele limiet is aan de rotatie. Een tweede opmerking is dat de niet lineair optische rotatie verscheidene grootteordes groter is dan zijn lineair analoog. Ondanks dat het effect afneemt als we uit resonantie gaan werd er nog steeds 2° rotatie gemeten bij 1300 nm. Dit maakt een zeer krachtige karakterisatietechniek, denken we maaraan biologische toepassingen. Dit brengt ons bij hoofdstuk zeven waar de opstelling, beschreven in hoofstuk vijf, gebruiken om een volledige tensoranalyse uit te voeren van het chiraal heliceenbischinonderivaat. Wij toonden aan dat de chirale <o:OLEObject de dominante component is, verantwoordelijk voor de NLOrespons. Dit brengt ons bij hoofstuk acht waar we het niet lineair optische analoog van circulair dichroïsme (Second Harmonic Generation Circular Dichroism; SHGCD) hebben bestudeerd. Hier kijkt men naar een verschil in SHGefficiëntie voor links en rechts circulairgepolariseerd licht. Ook hier bestudeerden we een breed golflengte gebied nl. 710 920 nm. De trend die we waarnamen voor de SHGCD respons kwam overeen met het lineair absorptiespectrum, wat aangeeft dat dit hier enkel elektrisch dipool interacties zijn in betrokken zelfs als we niet op de resonantiepiek zitten. In hoofstuk negen beschrijven een formalisme om kwart golflengte plaaten met een afwijkende retardatie te gebruiken. Dit formalisme laat ons toe om een probleem te omzeilen dat vaak opduikt bij afstembare lasersystemen en waar controle van de polarisatie van groot belang is zoals in onze experimenten.In de laatse twee hoofdstukken focussen we op een ander nietlineair optisch effect nl. Faraday rotatie in polythiofenen. We toonden aan dat deze polythiofenen een extreem hoge Verdetconstante bezitten, niet alleen in vergelijk met andere organische verbindingen, maar ook in vergelijking met anorganische glasmaterialen die gebruikt worden in hedendaagse toepassingen. Ondanks dat de precieze oorzaak van dit effect nog onduidelijk is, is het potentieel naar toepassingen toe zeer groot. Niet alleen kunnen ze de huidige en vaak dure materialen vervangen, maar er kunnen ook nieuwe toepassingen ontwikkeld worden zoals bijv. ultradunne magnetometers. De grote Faraday rotatie hoeft geen verbazing tewekken indien we de polymeren beschouwen als organische metalen. Omwille van het gedelokaliseerde karakter van de π electronen vertonen ze gelijkaardig gedrag als metalen waarin de elektronen vrij kunnen bewegen door het kristalrooster. Bijkomend kunnen door oxidatie ongepaarde spins gecreëerd worden, die nodig zijn om Faraday rotatie te verklaren. Een laatste bewijs ligt in het feit dat deze polythiofenen vrij hoge magnetische dipool bijdragen vertoonden in SHG, het niet lineair optische effect dat we eerder beschouwden. Uit deze thesis mag blijken dat deze twee effecten (SHG en Faraday rotatie) gelinkt zijn.Om te besluiten kunnen we stellen dat we een spectroscopische techniek hebben ontwikkeld die ons in staat stelt verschillende eigenschappen gerelateerd aan de macroscopische structuur van organische systemen te onderzoeken.De opstelling is gebaseerd of de inherente gevoeligheid van frequentieverdubbeling aan het breken van symmetry zoals bijvoorbeeld in chiraliteit en laat toe om een spectroscopische studie van transparante stalen uit te voeren. Onze resultaten tonen aan dat in de chirale heliceen bischinon-afgeleiden die wijhebben bestudeerd, de optische activiteit-effecten gedomineerd worden door elektrische dipool interacties. Op zijn beurt laat dit toe om elektrische overgangen in deze stalen te onderzoeken.Wanneer we de gevoeligheid van deze techniek vergelijken met zijn lineair analoog zien we dat de waargenomen effecten grootte-ordes groter zijn. Bovendien zijn destalen die we hier besproken hebben slechts enkele monolagen dik. Dit maakt het zeer interessante karakterisatietechniek naar andere onderzoeksgebieden zoals bijvoorbeeld moleculaire biologie, waar men vaak (supra-) moleculairestructuren wil onderzoeken. Een nadeel van deze techniek is zijn kostprijs. Daarnaast neemt een volledige analyse van een staal relatief veel tijd in beslag, hierbij moeten we echter wel vermelden dat preliminaire testen in enkele minuten kunnen uitgevoerd worden.status: Publishe
Fotorefractieve eigenschappen van polymeren, polymeercomposieten en organische-anorganische hybride materialen.
De interactie tussen licht en materie is altijd al van groot belang gewe est om materialen te karakteriseren. Met wat gezond verstand en de nodig e kennis kunnen we heel wat voorwerpen via de kleur identificeren. Aller lei hoogtechnologische meettoestellen laten ons de dag van vandaag toe m aterialen aan een grondige studie te onderwerpen, met behulp van alle mo gelijke golflengtes van het licht; van X-stralen via optisch licht naar het verre infrarode licht toe. Met de opkomst van de moderne communicatietechnologie en steeds meer en snellere dataverwerking heeft licht ook aan belang gewonnen om op te tre den als drager van informatie. Denken we maar aan de glasvezelkabels ond er de oceaan, of de muziek op een CD die optisch bewaard wordt. Ook om d ie optische data te kunnen verwerken is een grondige kennis van material en en hun interactie met licht nodig. Om optische schakelingen mogelijk te maken wordt er veel onderzoek gedaan naar hoe men in bepaalde materia len licht kan beïnvloeden met licht zelf. Dit is het terrein van de niet -lineaire optica. Fotorefractieve materialen behoren tot de meest gevoel ige materialen binnen de niet-lineaire optica. Het fotorefractieve effect is gebaseerd op een herverdeling van ladingen die worden gegenereerd door een in de ruimte periodisch variërende lich tintensiteit. Deze herverdeling van ladingen zorgt via het elektro-optis ch effect en optische anisotropie voor een brekingsindex rooster. Deze h ologrammen zijn fase-verschoven ten opzichte van de lichtintensiteit. Al deze karakteristieke eigenschappen van het fotorefractieve effect zorge n voor een waaier aan mogelijke toepassingen zoals herschrijfbare hologr ammen voor dataopslag, fasegeconjugeerde spiegels en beeldverwerkingtech nieken. De fotorefractieve eigenschappen van volledig gefunctionaliseerde polyme ren, polymeer composieten en organische-anorganische hybride materialen werden bestudeerd. Experimentele resultaten en berekeningen tonen een du idelijk verband tussen de relatieve oriëntatie van het dipoolmoment en d e polariseerbaarheidstensor van een chromofoor op zijn fotorefractieve F igure-of-Merit. Twee series van volledig gefunctionaliseerde polymeren werden gekarakter iseerd met vier-golvenmenging, twee-bundelkoppeling, ellipsometrie en fo togeleidingsmetingen. Eén van de gefunctionaliseerde polymeren vertoonde een responstijd kleiner dan een seconde. Het was mogelijk om de fotogevoeligheid van een polymeermatrix uit te br eiden naar het nabije infrarood door gebruik te maken van halfgeleider c olloïden. Deze thesis toont aan dat het in de toekomst mogelijk zal zijn om, op ba sis van volledig gefunctionaliseerde polymeren, stabiele materialen te m aken die toch voldoende snelle responstijden voor fotorefractieve toepas singen vertonen. Het moet mogelijk zijn om deze materialen over een ruim golflengtegebied gevoelig te maken; van het nabije UV, tot het nabije I R, al dan niet gebruik makend van halfgeleider colloïden.status: Publishe
Going Beyond Counting First Authors in Author Co-citation Analysis
The present study examines one of the fundamental aspects of author co-citation analysis (ACA) - the way co-citation
counts are defined. Co-citation counting provides the data on which all subsequent statistical analyses and mappings
are based, and we compare ACA results based on two different types of co-citation counting - the traditional type that
only counts the first one among a cited work's authors on the one hand and a non-traditional type that takes into
account the first 5 authors of a cited work on the other hand. Results indicate that the picture produced through this non-traditional author co-citation counting contains more coherent author groups and is therefore considerably clearer. However, this picture represents fewer specialties in the research field being studied than that produced through the traditional first-author co-citation counting when the same number of top-ranked authors is selected and analyzed. Reasons for these effects are discussed
Een experimentele studie over de bereiding van gouden nanodeeltjes en hun eigenschappen.
Het onderzoek over de bereiding en de karakterisering van goudcolloiden behoort tot het domein van de nanomaterialen. Hiermee wordt bedoeld dat de afmetingen van deze materialen liggen tussen 1 en 1000 nm. De elektri sche, optische en magnetische eigenschappen van nanomaterialen kunnen im mers sterk verschillen van deze in het bulk materiaal. De specifieke rod e kleur van een goudsol is afkomstig van de zogenaamde plasmon resonanti e. Plasmon resonanties ontstaan wanneer de golflengte van het licht grot er is dan de afmeting van het nanodeeltje zelf. Hierdoor kunnen de elekt ronen van het nanodeeltje collectief gaan oscilleren bij een welbepaalde golflengte. Bovendien zijn de eigenschappen van de nanomater ialen sterk gerelateerd aan de vorm die ze aannemen. Zo vertonen sferisc he gouden nanodeeltjes een specifieke plasmonband in het elektronisch ab sorptiespectrum en vertonen gouden nanodraadjes twee plasmonbanden. Deze typische eigenschappen van goudcolloiden zijn uitermate interessant in de ontwikkeling van nanosensoren. Het fundamenteel onderzoek dat werd uitgevoerd handelt over verschillend e synthesetechnieken om goudcolloiden te bereiden en te karakteriseren. Daarom werden eerst enkele standaard technieken om sferische gouden nanodeeltjes te synthetiseren bestudeerd. Hierbij werd er een onderscheid gemaakt tussen de citraatreductiemethod e en de Brust methode. Bij de citraatreductiemethode worden de goudcollo iden in waterige oplossingen kinetisch gestabiliseerd door de aanwezige negatieve citraationen nog aanwezig in de oplossing. De Brust methode ge eft ons de mogelijkheid om goudcolloiden te stabiliseren in organische s olventen met behulp van chirale thiolen waardoor er chiraliteit kan word en geïntroduceerd op het oppervlak van de gouden nanodeeltjes. Er werden eveneens synthesetechnieken bestudeerd om gouden nanodeeltjes met verschillende vormen te fabriceren. Een volledige studie over de bereiding van gouden nanodraadjes in waterige oplossingen van een kationisch surfactant toont aan dat door een verhoging van de s urfactant concentratie in water de gemiddelde lengte kan toenemen van 10 0 nm tot meer dan 1000 nm. Dit opent perspectieven voor een synthese op grote schaal. Bovendien hebben we silica nanodeeltjes bereid die volledig omgeven zijn door een schil van goud. De plasmon resonantie van deze goudschillen ka n geregeld worden over een groot gebied van het elektronisch absorptiesp ectrum. Deze deeltjes zijn daarom potentiële kandidaten voor vele optisc he toepassingen. Er bestaan eveneens fysicochemische technieken om metaalcolloiden te ber eiden. Metaalcolloiden kunnen respectievelijk worden gevormd door lasera blatie van een bulk materiaal in eender welke oplossing en door de reduc tie van een goudzout gebruik makend van ultrasoon geluid (sonicatie). Me t behulp van een kationisch surfactant in chloroform was het mogelijk om met beide technieken het bulk goud te oxideren ter vorming van goudcomp lexen. In het geval van laserablatie kon de hypothese worden vooropgeste ld dat in de eerste fase van het ablatieproces bulk goud ioniseert alvor ens het zal reduceren ter vorming van goudcolloiden. In het geval van he t ultrasoon geluid verlaagt een nucleofiel de reductiepotentiaal van het goud en wordt het vervolgens geoxideerd door zuurstof uit de lucht. In beide gevallen werd er enkel na toevoeging van een reductans colloidaal goud gevormd.status: Publishe
Nieuw efficiënte polymeerfilms voor frequentieverdubbeling en elektro-optische modulatie.
Het doel van dit onderzoek was het ontwikkelen en karakteriseren van nie uwe organische materialen (meer bepaald polymeren) die hun toepassing vi nden in optische toestellen zoals electro-optische modulators en schakel aars. Polymeren bieden een hele reeks voordelen ten opzichte van de anor ganische materialen die momenteel gebruikt worden. Enkele belangrijke vo ordelen zijn het groot elektro-optisch effect, mechanische sterkte, door zichtigheid, relatief lage productiekosten en de stabiliteit zowel in fu nctie van de tijd als op thermisch en optisch vlak. De stabiliteit op la nge termijn van polymeermaterialen is momenteel nog niet altijd even bev redigend. Een zo hoog mogelijk elektro-optisch effect en een superieure thermische stabiliteit waren dus de voornaamste vereisten voor de polyme ren die we wilden ontwikkelen en bestuderen. Niet-lineaire optische effecten kunnen enkel waargenomen worden in niet centrosymmetrische materialen. Chromoforen zijn kleurstoffen die uit een D-pi-A systeem bestaan waarin een donor via een pi-geconjugeerd systeem verbonden is met een acceptor. Dit systeem geeft de elektronen de mogel ijkheid om zich vrij te bewegen in het systeem waardoor de polariseerbaa rheid toeneemt. Hierdoor kunnen er hoge hyperpolariseerbaarheden verkreg en worden. Wanneer een dergelijk microscopisch niet-centrosymmetrisch sy steem geïntegreerd wordt in een stabiele niet-centrosymmetrische polymee rmatrix kunnen macroscopische niet-lineaire effecten zoals frequentiever dubbeling en electro-optische activiteit optreden. Chromoforen kunnen in gebouwd worden in dunne polymeerfilmen die onder in invloed van een elek trisch veld gemakkelijk georiënteerd kunnen worden. Op die manier worden de chromoforen uitgelijnd in de polymeermatrix en wordt er een macrosco pische niet-centrosymmetrie gecreëerd. Er bestaan verschillende chromofoor/polymeer systemen die uitermate gesc hikt zijn om te polen. Een eerste mogelijkheid is het mengen van polymee rketens en chromoforen tot een blend. Chromoforen kunnen ook als zijkete ns covalent gebonden worden aan de polymeerruggengraat waardoor ze zeer flexibel zijn tijdens het polen. Een nadeel echter is dat ze heel gemakk elijk terugkeren naar de oorspronkelijke toestand. Minder gevoelig aan r elaxatiefenomenen zijn de hoofdketen gefunctionaliseerde polymeren waarb ij de chromoforen covalent in de hoofdketen zijn ingebouwd. Het polen va n dit type polymeersysteem verloopt iets moeizamer. Tot slot is er ook n og een groep van polymeren waarbij de donor van het chromofoor rechtstre eks is ingebouwd in de polymeerketen (donor-embedded polymeren). Dit sys teem is flexibel genoeg om georiënteerd te worden maar anderzijds zorgt de stevige structuur ook voor een minimum aan relaxaties. De niet-lineai re optische (NLO) effecten die met zulke systemen verkregen zijn dan ook vaak zeer hoog én bovendien ook stabiel. Om tweede-orde niet-lineaire optische eigenschappen van de polymeren te onderzoeken werden er dunne polymeerfilmen op een geleidend ITO plaatje gespincoat om daarna gepoold te worden. Via frequentieverdubbeling werde n de tweede-orde susceptibiliteiten en de electro-optische coëfficiënt b epaald en daarenboven ook hun stabiliteit bij verhoogde temperatuur. Ver der werden ook technieken als UV-Vis spectroscopie, CD spectroscopie, po larimetrie en prisma koppeling gebruikt om de verdere eigenschappen van de niet-lineaire optische materialen te bestuderen. Een eerste groep van onderzochte polymeren waren de vinylurethanen. De c hromoforen werden als zijketens in de ruggengraat van het polymeer ingeb ouwd. Er werden twee types van chromoforen gesynthetiseerd: het ene chro mofoor is opgebouwd uit een fenyltetraeenbrug en de andere uit een thiof eenbrug. Met deze twee chromoforen werden er verschillende polymeersyste men gemaakt met telkens een verschillende chromofoorconcentratie, variër end van 9 tot 19%. Op die manier konden we de invloed van de hoeveelheid chromofoor bestuderen. De polymeren met het tweede chromofoor hadden bo vendien ook een CF3 groep in de polymeerketen om de brekingsindex te ver lagen. Prisma koppeling toonde aan dat er een stijgend lineair verband w as tussen de brekingsindex en de chromofoorconcentratie. Deze bevinding duidde op een hoge polariseerbaarheid van het chromofoor. De invloed van de CF3 groep op de brekingsindex kwam in onze experimenten niet duideli jk tot uiting. Bij het bestuderen van de susceptibiliteiten bleek dat ee n hoge chromofoorconcentratie niet automatisch tot een grote NLO respons leidt. Frequentieverdubbelingsmetingen toonden aan dat een maximum resp ons werd bereikt bij 13% chromofoor. Bij hogere concentraties daalde het NLO effect zeer snel. Dit gedrag kan verklaard worden door de structuur van het systeem; zijketen-gefunctionaliseerde polymeren zijn immers zee r gevoelig voor aggregaties waardoor de niet-lineariteiten dalen. De vin ylurethanen bleken ook stabiel te zijn bij verhoogde temperatuur. Een tweede groep polymeren die bestudeerd werden, waren de chromofoor-ge functionaliseerde polybinaftalenen. Er werden vijf verschillende chromof oren bereid die telkens in een aantal verschillende concentraties in de polymeerketen werden ingebouwd. Het gaat hier om donor-embedded polymer en die vlot te polen zijn en bovendien ook zeer stabiel zouden moeten z ijn. Uit onderzoek bleek dat deze polymeren volledig aan de verwachtinge n voldeden. Er werden hoge NLO effecten bereikt die inderdaad ook zeer s tabiel waren. Heel opvallend was het verband tussen de NLO respons en de chromofoorconcentratie. De susceptibiliteiten stegen lineair met stijge nde chromofoorconcentratie, in tegenstelling tot de klassieke systemen w aarbij men reeds een maximum waarde bereikt bij 17% chromofoor. De struc tuuropbouw van polybinaftalenen is verantwoordelijk voor dit gedrag. Pol ybinaftalenen bestaan immers uit een stevige helixstructuur die de dipol aire interacties tussen de chromoforen verhindert. Door het inbouwen van een grote hoeveelheid chromofoor kunnen we zo zeer hoge NLO effecten ve rwezenlijken. De typische opbouw van polybinaftalenen wordt ook wel een boomachtige structuur genoemd waarbij de polymeerruggengraat als stam fu ngeert en de chromoforen als boomtakken. Gepolariseerde frequentieverdub belingsmetingen toonden aan dat er kleine chirale bijdragen aanwezig zij n in het systeem. Deze bevinding werd ook nog eens bevestigd door CD-spe ctra. De chiraliteit is afkomstig van de helixstructuur. Er werden ook p olymeren bestudeerd die bereid zijn uit een optisch onzuiver mengsel. Aa n de hand van frequentieverdubbeling, hyper-Rayleigh scattering en de gl astransitietemperatuur konden we vaststellen dat de helixstructuur verni etigd werd door de onzuiverheid. Dit betekent dat de enantiomeren geen v oorkeur hebben om te reageren met monomeren van dezelfde configuratie. T ot slot werden er ook nog polybinaftalenen bereid met een dubbele bindin g. Bij verwarming kan er door die dubbele binding crosslinking optreden waardoor een soort van polymeernetwerk gevormd wordt. Op deze manier ver kregen we zeer stabiele polymeren. Het laatste onderzochte topic is de verbetering van de pooltechniek. De wolfraamdraad werd vervangen door een veel dunner exemplaar waardoor de stalen beter kunnen gepoold worden. Door het veranderen van de dikte van de draad moesten ook alle andere parameters opnieuw onderzocht worden o m op die manier de ideale poolcondities te vinden. Uit onderzoek bleek d at de polymeerfilms het best gepoold zijn wanneer de draad van 25 micron diameter 0,5 cm boven de film word aangebracht, en er gedurende twee uu r gepoold wordt bij een temperatuur 40° onder de glastransitietemperatuu r. Nadien moet de film afgekoeld worden tot kamertemperatuur. Met freque ntieverdubbeling en gepolariseerde spectra kon aangetoond worden dat de NLO respons van de polymeren gepoold volgens de geoptimaliseerde technie k veel groter was. De polaire orde parameter leidde tot dezelfde conclus ies. Tot slot werd ook nog het ontpolen (relaxeren) van een film onder zocht. Uit in situ metingen bleek dat deze relaxaties volgens een exponentieel verval verlopen. We kunnen besluiten dat dit doctoraatsonderzoek heeft aangetoond dat chr omofoor gefunctionaliseerde polymeren een zeer stabiele en hoge niet-lin eaire optische respons vertonen. In donor-embedded polymeren kunnen, dan kzij hun structuur, zeer hoge chromofoorconcentraties ingebouwd worden d ie op hun beurt dan weer aanleiding geven tot hoge susceptibiliteiten en elektro-optische coëfficiënten. Bovendien zijn deze polymeersystemen do or hun specifieke opbouw heel stabiel. Anderzijds werd ook aangetoond da t door crosslinking veel stabielere materialen kunnen gerealiseerd worde n. Daardoor kunnen zowel de donor-embedded als de gecrosslinkte polymere n heel wat mogelijkheden bieden in het verder onderzoek naar niet-lineai re optische polymeermaterialen voor toepassingen in modulatoren en schak elingen.status: Publishe
Variations on the Author
“Variations on the Author” discusses two of Eduardo Coutinho’s recent films (Um Dia na Vida, from 2010, and Últimas Conversas, posthumously released in 2015) and their contribution to the general question of documentary authorship. The director’s filmography is characterized by a consistent yet self-effacing form of authorial self-inscription: Coutinho often features as an interviewer that rather than express opinions propels discourses; an interviewer that is good at listening. This mode of self-inscription characterizes him as an author who is not expressive but who is nonetheless markedly present on the screen. In Um Dia na Vida, however, Coutinho is completely absent form the image, while Últimas Conversas, on the contrary, includes a confessional prologue that moves the director from the margins to the center of his films. This article examines the ways in which these works stand out in the filmography of a director who offers new insights into the notion of cinematic authorship
Appropriate Similarity Measures for Author Cocitation Analysis
We provide a number of new insights into the methodological discussion about author cocitation analysis. We first argue that the use of the Pearson correlation for measuring the similarity between authors’ cocitation profiles is not very satisfactory. We then discuss what kind of similarity measures may be used as an alternative to the Pearson correlation. We consider three similarity measures in particular. One is the well-known cosine. The other two similarity measures have not been used before in the bibliometric literature. Finally, we show by means of an example that our findings have a high practical relevance.information science;Pearson correlation;cosine;similarity measure;author cocitation analysis
Dispelling the Myths Behind First-author Citation Counts
We conducted a full-scale evaluative citation analysis study of scholars in the XML research field to explore just how different from each other author rankings resulting from different citation counting methods actually are, and to demonstrate the capability of emerging data and tools on the Web in supporting more realistic citation counting methods. Our results contest some common arguments for the continued
use of first-author citation counts in the evaluation of scholars, such as high correlations between author rankings by first-author citation counts and other citation
counting methods, and high costs of using more realistic citation counting methods that are not well-supported by the ISI databases. It is argued that increasingly available digital full text research papers make it possible for citation analysis studies to go beyond what the ISI databases have directly supported and to employ more
sophisticated methods
- …
