1,721,050 research outputs found

    Ibandronate does not increase risk of atrial fibrillation in analysis of pivotal clinical trials.

    No full text
    Summary Objective:?To determine the incidence of adverse events or serious adverse events of atrial fibrillation in the pivotal trials of ibandronate and to assess whether increasing dose or duration of exposure had any effect on the incidence of atrial fibrillation. Patients and methods:?Pooled data from all four pivotal ibandronate clinical trials were analysed to assess the incidence of atrial fibrillation as an adverse event and serious adverse event with ibandronate vs. placebo. The incidence of atrial fibrillation with ibandronate was also assessed by dose, by annual cumulative exposure (ACE) and by patient age. Results:?This analysis included 6830 patients treated with ibandronate and 1924 treated with placebo. The incidence of atrial fibrillation as an adverse event (ibandronate, 0.8% and placebo, 0.9%) and serious adverse event (0.4% for both ibandronate and placebo) was comparable between the ibandronate and placebo groups. There was no increase in the incidence of atrial fibrillation as an adverse event or serious adverse event with increasing oral or intravenous (i.v.) ibandronate dose. No correlation between the incidence of atrial fibrillation as a serious adverse event and ibandronate duration of exposure was observed. Based on various ACE categories, none of the ibandronate regimens evaluated in these trials was associated with an increased incidence of atrial fibrillation. Conclusions:?In this pooled analysis of all four ibandronate pivotal trials, including analysis by ACE, all studied ibandronate regimens, including the licensed doses of 150?mg monthly oral and 3?mg quarterly i.v., were not associated with an increased incidence of atrial fibrillation

    Sclerostin : a key regulator of bone metabolism

    Full text link
    In this thesis we studie the role of sclerostin in bone metabolism. We studied patients with the rare bone sclerosing disorders sclerosteosis and van Buchem disease, both caused by sclerostin deficiency. We further studied the role of sclerostin in different bone related disorders.The research descibed in this thesis was carried out within the FP7 program TALOS, financied by the European Union (HEALTH-F2-2008-20199, TALOS). Publication of this thesis was financially supported by: Anna Fonds, J.E. Jurriaanse stichting, Nederlandse Vereniging voor Calcium en Bot, Amgen B.V., Eli Lilly Nederland B.V, Novartis Pharma B.V., Servier Nederland Farma B.V., Goodlife Healthcare B.V. and UCB Pharma B.V.UBL - phd migration 201

    Going Beyond Counting First Authors in Author Co-citation Analysis

    Full text link
    The present study examines one of the fundamental aspects of author co-citation analysis (ACA) - the way co-citation counts are defined. Co-citation counting provides the data on which all subsequent statistical analyses and mappings are based, and we compare ACA results based on two different types of co-citation counting - the traditional type that only counts the first one among a cited work's authors on the one hand and a non-traditional type that takes into account the first 5 authors of a cited work on the other hand. Results indicate that the picture produced through this non-traditional author co-citation counting contains more coherent author groups and is therefore considerably clearer. However, this picture represents fewer specialties in the research field being studied than that produced through the traditional first-author co-citation counting when the same number of top-ranked authors is selected and analyzed. Reasons for these effects are discussed

    Regulation of osteoblast differentiation

    Full text link
    Bot is een dynamisch weefsel en wordt voortdurend afgebroken door osteoclasten, de botafbrekende cellen, terwijl de osteoblasten (botvormende cellen) vervolgens weer voor botaanmaak zorgen. Osteoporose, ook wel botontkalking genoemd, is een skeletziekte die wordt gekarakteriseerd door een lage botmassa en het verlies van botstructuur. Dit leidt tot een verhoogde kans op botbreuken. Osteoporose wordt veroorzaakt doordat de botafbraak door de osteoclasten groter is dan de botaanmaak door osteoblasten Tot nu toe zijn medicijnen tegen osteoporose vooral gericht op het remmen van de botafbraak (zoals bijvoorbeeld bisphosphonaten). Al eerder verloren gegaan bot kan nog niet worden hersteld. Daarom wordt nu gezocht naar medicijnen die de botvorming kunnen stimuleren. Een van de potenti_le kandidaten is het parathyroid hormoon (PTH) en het gerelateerde eiwit (PTHrP). PTH is een bekende stimulator van botafbraak, maar als PTHrP of PTH in lage doseringen met tussenpozen wordt gegeven dan stimuleert het juist de botvorming. Hoe deze tegenstrijdige effecten van PTHrP en PTH tot stand komen is nog niet bekend. Om het werkingsmechanisme van PTHrP en PTH te onderzoeken en om andere nieuwe anabole medicijnen te ontwikkelen is een betere kennis van de botvormende cel, de osteoblast noodzakelijk. Doel van het onderzoek Het doel van het onderzoek beschreven in dit proefschrift was om verschillende aspecten van osteoblast differentiatie te bestuderen. Osteoblast differentiatie is het ontwikkelingsproces van voorlopercellen, de mesenchymale stamcellen, tot osteoblasten. In dit proefschrift is als model de KS483 cellijn gebruikt. KS483 cellen kunnen differentiëren van een voorlopercel tot een osteoblast, een vetcel (adipocyte) of een kraakbeencel (chondrocyte) afhankelijk van het gebruikte medium en de kweekomstandigheden. De differentiatie van KS483 cellen naar osteoblasten duurt 18 dagen en is verdeeld in verschillende fases. Eerst vermenigvuldigen de cellen zich (proliferatie fase), daarna wordt er een botmatrix gemaakt (matrix productie en maturatie fase) waarna deze matrix verkalkt (mineralisatie fase) Tijdens het differentiatieproces van voorlopercel naar gespecialiseerde cel heeft de voorlopercel signalen nodig om te weten hoe hij zich moet ontwikkelen (figuur 2). Voor de differentiatie naar osteoblast zijn er verschillende signaalroutes belangrijk waaronder de BMP, Hedgehog (Hh) en Wnt/b-catenine routes. Daarnaast zijn RunX2 en osterix essenti_le transcriptiefactoren voor osteoblast differentiatie. Zonder deze transcriptiefactoren is er geen differentiatie naar osteoblasten mogelijk. In dit proefschrift hebben we de effecten en de regulatie van deze belangrijke signaalroutes tijdens osteoblast differentiatie geanalyseerd. Daarnaast hebben we ook gekeken naar de interactie van deze routes met PTHrP en PTH. BMP signaalroute In hoofdstuk 2 zijn de effecten van de BMP signaalroute op osteoblast differentiatie beschreven. Tijdens alle differentiatie fases komen verschillende BMPs, BMP receptoren, intracellulaire signaalmoleculen (Smads) en BMP antagonisten tot expressie. Om na te gaan wat de mogelijke rol van BMP signalering tijdens osteoblast differentiatie is, werden BMPs weggevangen door BMP antagonisten toe te dienen. De BMP antagonisten blokkeerden osteoblast differentiatie, wat werd bepaald door de activiteit van alkalische fosfatase (ALP), een osteoblast marker, en de hoeveelheid mineraal in de extracellulaire matrix te meten. Uit deze experimenten bleek dat de productie van BMPs door de osteoblast noodzakelijk is tijdens het gehele differentiatieproces. De behandeling van KS483 cellen met BMPs resulteerde in stimulatie van ALP activiteit en de hoeveelheid mineraal tijdens alle fases van osteoblast differentiatie, wat suggereert dat BMPs niet alleen belangrijk zijn voor de initiatie van de differentiatie, maar ook voor de matrix productie en mineralisatie. Hedgehog signaalroute Een rol voor de Hedgehog (Hh) signaalroute tijdens osteoblast differentiatie was eerder aangetoond in een studie waarin Hh de initiatie van osteoblast differentiatie in de botkoker stimuleerde. In hoofdstuk 3 wordt de rol van Hedgehog tijdens matrix productie en mineralisatie en het werkingsmechanisme beschreven. Eerst is de expressie (hoeveelheid mRNA) van Indian Hh (IHh), de botspecifieke Hh, de Hh receptoren (Ptc1 en Smo) en de intracellulaire signaalmoleculen (Gli__s) bestudeerd. De expressie van IHh, Gli1 en Ptc1 was verhoogd tijdens de matrix maturatie fase, terwijl de expressie van de andere moleculen gelijk bleef. IHh expressie werd ook gevonden in de osteoblasten in de humerus van een groeiend humaan skelet. Behandeling van de KS483 cellen met Hh eiwit resulteerde in een matig verhoogde ALP activiteit, terwijl de mineralisatie sterk werd gestimuleerd. Deze effecten werden geremd door de Hh antagonist cyclopamine, dat op zichzelf geen effect had op de differentiatie. Vervolgens werd bepaald tijdens welke fase van osteoblast differentiatie de Hh signaleringsroute belangrijk is. Uit deze experimenten bleek dat voorlopercellen reageerden op Hh, terwijl osteoblasten niet konden worden gestimuleerd. De Hh ge_nduceerde differentiatie werd compleet geremd door toedienen van BMP antagonisten, wat suggereert dat Hh signalering afhankelijk is van functionele BMP signalering. Toedienen van Hh en BMPs aan KS483 cellen resulteerde in synergistisch verhoogde ALP activiteit en mineralisatie. Experimenten toonden aan dat deze synergie op het niveau van de vroege Hh signaal transductie lag, en niet op het niveau van vroege BMP signalering. Hh stimuleerde niet alleen de osteoblast differentiatie, maar remde ook de differentiatie naar adipocyte. Deze data suggereren dat Hh signalering de ontwikkeling van voorlopercellen naar osteoblast stimuleert ten koste van de vetcelvorming. Een andere rol van Hh is de stimulatie van maturatie van vroege osteoblasten. Wnt/b-catenine signaalroute Een belangrijke rol voor de Wnt/b-catenine signaalroute in botvorming is recent aangetoond. Een aantal studies hebben laten zien dat Wnt/b-catenine signalering de proliferatie en differentiatie van osteoblasten stimuleert. In hoofdstuk 5, hebben we de rol van Wnt/b-catenine signalering tijdens matrix vorming en mineralisatie nader bestudeerd. Het toedienen van Wnt3A of LiCl, een stimulator van de Wnt/b-catenine route, aan KS483 cellen had geen enkel effect op de initiatie van de differentiatie, wat suggereert dat de Wnt/b-catenine signalering al maximaal aanstaat in deze cellen. Dit bleek ook uit experimenten met de Wnt antagonist Dkk-1, waarin toediening van Dkk-1 de initiatie van osteoblast differentiatie remde. Behandeling van KS483 cellen met Wnt3A of LiCl resulteerde in een remming van matrix mineralisatie. LiCl remde ook de mineralisatie van muizen beenmerg cellen. Opvallend was dat Wnt3A alleen in vroege osteoblasten de Wnt/b-catenine signaalroute kon aanzetten, terwijl LiCl dit kon in alle stadia van differentiatie. Dit zou kunnen komen door verlaagde expressie van Wnt receptoren, of door verhoogde expressie van Wnt antagonisten in volwassen osteoblasten. Experimenten toonden aan dat de expressie van Wnt receptoren niet veranderde tijdens osteoblast differentiatie, terwijl de expressie van de Wnt antagonisten juist werd ge_nduceerd. Dit zou kunnen betekenen dat de Wnt antagonisten Dkk-1 en Dkk-2 Wnt/b-catenine signalering remmen, wat noodzakelijk is voor mineralisatie van de matrix. Om dit te onderzoeken, werden stabiele KS483 cellijnen gemaakt waarin Dkk-1 of Dkk-2 expressie sterk werd verminderd (Dkk-1si en Dkk-2si). Differentiatie en cel proliferatie waren geremd in de Dkk-2si, terwijl mineralisatie was geremd in Dkk-1si en Dkk-2si. Samenvattend: remming van de Wnt/b-catenine signalering door inductie van de expressie van de antagonisten Dkk-1 en Dkk-2 is essentieel voor matrix mineralisatie. Werkingsmechanisme van PTH en PTHrP In hoofdstuk 6 laten we zien dat PTHrP en PTH de differentiatie van voorlopercel naar osteoblast remt, onafhankelijk van de dosering, tijd van toevoegen of de differentiatie status van de cel. Deze remming zou kunnen plaatsvinden doordat PTHrP belangrijke signaalroutes voor osteoblast differentiatie remt of doordat PTHrP osteoblast specifieke transcriptiefactoren remt. Deze remming kan plaatsvinden op allerlei niveaus, zoals (1) remming van de expressie van factoren in de BMP of Hh signaalroutes, (2) remming van de signalering van deze signaalroutes of (3) remming van de expressie of activiteit van de transcriptiefactoren RunX2 en Osterix. Om na te gaan of PTHrP osteoblast differentiatie kon remmen door de BMP route te blokkeren hebben we BMPs en PTHrP toegediend aan KS483 cellen. PTHrP kon inderdaad de BMP ge_nduceerde osteoblast differentiatie remmen en omgekeerd. Uit andere experimenten bleek echter dat deze remming waarschijnlijk indirect is. PTHrP zou ook een remmend effect kunnen hebben op osteoblast differentiatie door de Hh route te onderdrukken. Interacties tussen PTHrP en de Hh route waren al eerder beschreven in de groeischijf. PTHrP kon de Hh ge_nduceerde osteoblast differentiatie remmen en omgekeerd kon hedgehog het effect van PTHrP opheffen. Een van de oorzaken hiervan kan zijn dat in ongedifferentieerde cellen PTHrP de expressie van componenten van de Hh signaal route kon remmen. KSFrt model systeem In hoofdstuk 4 hebben we een model gemaakt waarbij KS483 cellen kunnen worden gebruikt om gemakkelijk en reproduceerbaar stabiele cellijnen te maken door middel van plaats specifieke homologe recombinatie. Daarvoor werd een unieke FRT site ge_ntroduceerd in het genoom (DNA) van de KS483 cellen, waardoor de KSFrt cellijnen ontstonden. Deze FRT site werd vervolgens gebruikt om genen te introduceren in het genoom in combinatie met positieve selectie door middel van een verandering in resistentie tegen antibiotica. Het voordeel van dit systeem is, dat er altijd __n kopie van het gen terechtkomt op dezelfde plek in het genoom. In de KSFrt cellen kunnen bepaalde genen worden ge_ntroduceerd en kan de expressie van genen worden verhoogd. De expressie van genen kan ook sterk worden verminderd door middel van RNA interference (RNAi). Daarvoor is een nieuwe RNAi vector gemaakt waarbij met de introductie van een kopie van de RNAi vector de expressie van een gen voldoende kan worden geremd. Dit model kan worden gebruikt om allerlei (onbekende) genen te introduceren, of juist de expressie van bepaalde genen te verminderen, en vervolgens de effecten te bekijken op de differentiatie naar osteoblast, adipocyte of chondrocyte. Deze studies kunnen als uitgangspunt worden gebruikt voor de ontwikkeling van medicijnen die specifiek op de osteoblast zijn gerichtUBL - phd migration 201

    CANCER BONE DISEASE

    No full text
    Bone and mineral researc

    NEW EVIDENCE IN THE TREATMENT OF OSTEOPOROSIS WITH DENOSUMAB

    No full text
    Bone and mineral researc

    BUILDING NEW BONE: IS THAT POSSIBLE?

    No full text
    Bone and mineral researc

    OSTEOPOROSIS MANAGEMENT ACROSS THE PATIENT SPECTRUM

    No full text
    Bone and mineral researc

    Pamidronate: a model compound of the pharmacology of nitrogen-containing bisphosphonates; a Leiden historical perspective

    Full text link
    Pamidronate [3-amino-1-hydroxypropylidene-1,1-bisphosphonate (APD)] was the first nitrogen-containing bisphosphonate (N-BP) investigated in clinical studies. In contrast to other clinically used bisphosphonates, pamidronate was discovered and its properties were initially studied in an Academic Institution. On the occasion of the 50th Anniversary of the first publications on the biological effects of bisphosphonates, I review in this article the contribution of Leiden investigators to the development of pamidronate that led to the recognition of the significance of the Nitrogen atom in the side chain of bisphosphonates for their action on bone resorption and to the formulation of principles for the use of N-BPs in the management of patients with different skeletal disorders.Metabolic health: pathophysiological trajectories and therap
    corecore