1,756,624 research outputs found

    Bureauonderzoek Verbouwing Glashuis 3, Nijmegen

    No full text
    In mei/juni 2022 heeft Bureau Archeologie en Bodemkwaliteit van de gemeente Nijmegen (BABN) een bureauonderzoek uitgevoerd voor het plangebied Glashuis 3 te Nijmegen (gemeente Nijmegen). De aanleiding voor onderhavig onderzoek vormt de voorgenomen verbouwing van een historisch pand ten behoeve van kamerverhuur waarbij graafwerkzaamheden zullen gaan plaatsvinden. Het totale oppervlak van de beoogde bodemingrepen bedraagt 150 m2. Ten behoeve van het bureauonderzoek zijn gegevens verzameld over bekende of verwachte archeologische waarden, alsmede over geologische, bodemkundige en historisch-geografische kenmerken van (de omgeving van) het plangebied. In het onderzoeksgebied zijn vindplaatsen bekend uit de Romeinse tijd en late-middeleeuwen tot en met nieuwe tijd. Sporen uit de Romeinse tijd (grafveld, bebouwing) en oudere sporen kunnen vanaf ca. 2 m –mv onder een dik pakket van jongere leef- en ophogingslagen verwacht worden. Jongere sporen kunnen direct onder maaiveld worden aangetroffen. Het gaat hierbij met name om stenen funderingen, putten en gewelfkelders die onder de huidige bebouwing aangetroffen kunnen worden. Het plangebied kent zeer geringe verstoring en de kans op het aantreffen van sporen uit de voorgenoemde perioden is hoog. Op grond van de resultaten van het bureauonderzoek acht BABN archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk

    Bureauonderzoek van Rosenburgweg – Hippe Kip. Gemeente Nijmegen

    No full text
    In opdracht van gemeente Nijmegen heeft Bureau Archeologie en Bodemkwaliteit van de gemeente Nijmegen (BABN) in juni 2021 een bureauonderzoek uitgevoerd voor het plangebied aan de Van Rosenburgweg te Nijmegen (gemeente Nijmegen). De aanleiding voor onderhavig onderzoek vormt de voorgenomen ontwikkeling van het plangebied. In het nieuwe bestemmingsplan voor het gebied wordt het mogelijk gemaakt om in de toekomst nieuwe bebouwing aan te kunnen brengen. Om aan alle voorwaarden voor een bestemmingsplanwijziging te kunnen voldoen is een archeologisch onderzoek in de vorm van een bureauonderzoek noodzakelijk. De mate van de toekomstige verstoring in de vorm van nieuwbouw is nog niet bekend. Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting aan de hand van bestaande bronnen over bekende of verwachte landschappelijke, historische en archeologische waarden. Het resultaat betreft een standaardrapport met een gespecificeerde archeologische verwachting en een advies. Op basis hiervan kan het bevoegd gezag een beslissing nemen over het al dan niet laten uitvoeren van vervolgonderzoek. Ten behoeve van het bureauonderzoek zijn gegevens verzameld over bekende of verwachte archeologische waarden, alsmede over geologische, bodemkundige en historisch-geografische kenmerken van (de omgeving van) het plangebied.) Op basis van deze inventarisatie is een gespecificeerde archeologische verwachting per periode opgesteld. Binnen het plangebied geldt een middelhoge verwachting op sporen en vondsten uit de late prehistorie. Op resten uit de Romeinse tijd geldt een lage tot middelhoge verwachting. Het gaat hier voornamelijk om sporen van de Romeinse weg van Nijmegen naar Wijchen en eventuele bijbehorende vondsten en sporen. Voor de middeleeuwen en nieuwe tijd geldt een middelhoge verwachting. De weg zal op dat moment ook nog in gebruik zijn geweest en in het plangebied zullen voornamelijk sporen en vondsten aangetroffen kunnen worden die in verband kunnen worden gebracht met de 14e-eeuwse ontginningen, landbouw en grondverbetering. Het plangebied betreft een relatief ongerept stuk cultuurlandschap met een hoge ouderdom waar wat betreft het bodemarchief nog nauwelijks informatie over bekend is. BABN adviseert daarom een vervolgonderzoek in de vorm van een proefsleuvenonderzoek om vast te stellen of in het plangebied archeologische resten aanwezig zijn en zo ja, welke waardering hieraan gegeven kan worden. Om grofweg 5 % van het plangebied te kunnen onderzoeken zullen ca. 30 proefsleuven van 25x4 m moeten worden aangelegd

    Bureauonderzoek Weezenhof 8102 & 8106 Gemeente Nijmegen

    No full text
    In opdracht van gemeente Nijmegen heeft Bureau Archeologie en Bodemkwaliteit van de gemeente Nijmegen (BABN) in mei 2021 een bureauonderzoek uitgevoerd voor het plangebied aan de Weezenhof 8012 en 8106 te Nijmegen (gemeente Nijmegen) De aanleiding voor onderhavig onderzoek vormt de voorgenomen ontwikkeling van het plangebied. In het gebied zal de huidige bebouwing worden gesloopt en zal nieuwbouw worden gerealiseerd. Concreet worden de huidige schoolgebouwen gesloopt alvorens hier enkele tientallen woningen worden geplaatst. Gezien de plannen nog in de voorbereidingsfase zijn, is de mate van toekomstige verstoring nog niet bekend. Wel is zeker dat het bestemmingsplan moet worden gewijzigd en dat hiervoor inzicht in de archeologische verwachting van het plangebied noodzakelijk is. Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting aan de hand van bestaande bronnen over bekende of verwachte landschappelijke, historische en archeologische waarden. Het resultaat betreft een standaardrapport met een gespecificeerde archeologische verwachting en een advies. Op basis hiervan kan het bevoegd gezag een beslissing nemen over het al dan niet laten uitvoeren van vervolgonderzoek. Ten behoeve van het bureauonderzoek zijn gegevens verzameld over bekende of verwachte archeologische waarden, alsmede over geologische, bodemkundige en historisch-geografische kenmerken van (de omgeving van) het plangebied. Op basis van deze inventarisatie is een gespecificeerde archeologische verwachting per periode opgesteld. Vondsten uit de late prehistorie zijn bekend in het onderzoeksgebied. Het gaat om drie laatprehistorische bijlen die vorige eeuw als toevalsvondst zijn gedocumenteerd. Sporen zijn niet bekend, mede omdat weinig onderzoek is gedaan binnen het onderzoeksgebied. Vanwege een lage en natte ligging binnen de oude rivierterrassen en komkleien zal de kans op sporen laag blijven. Vondsten, met name (eventueel votieve) deposities kunnen wel aangetroffen worden. De trefkans op dit soort vondsten is hiermee middelhoog. Gedurende de geschiedenis blijft het een drassig gebied. Het plangebied is waarschijnlijk voornamelijk voor de akkerbouw gebruikt en dit is te zien op de historische kaarten uit de 18e tot en met de 20e eeuw. Sporen zullen beperkt blijven tot een mogelijke perceelsgreppel of grondverbeteringsgreppels. De kans op vondsten en sporen uit deze perioden is daarom ook laag. Op grond van de resultaten van het bureauonderzoek acht BABN een archeologisch vervolgonderzoek niet noodzakelijk. Dit hangt samen met de lage verwachtingen voor alle perioden in verband met de landschappelijke ligging en het ontbreken van relevante waarden op basis van historisch onderzoek

    De Goffert in oorlogstijd Archeologisch onderzoek op de Goffertweide te Nijmegen Een opgraving, variant archeologische begeleiding

    No full text
    In opdracht van de gemeente Nijmegen heeft Bureau Archeologie en Bodemkwaliteit van de gemeente Nijmegen (BABN) van september tot en met december 2020 een opgraving, variant archeologische begeleiding (AB) uitgevoerd in het plangebied Goffertweide, gelegen aan de Slotemaker de Bruïneweg en de Steinweglaan te Nijmegen. Vanwege het oorlogsverleden was het plangebied verdacht op geschuts- en dumpmunitie. Om deze reden is het plangebied onderzocht op ontplofbare oorlogsresten. Bij de daarbij behorende graafwerkzaamheden zou de bodem tot een maximale diepte van ca. 2,5 m -mv (15,50 tot 20,00 m +NAP) kunnen worden verstoord. Hierdoor konden eventueel aanwezige archeologische resten verloren gaan. Tijdens het onderzoek op de Goffertweide zijn zoals verwacht sporen en vondsten aangetroffen die gerelateerd zijn aan de gebeurtenissen tijdens de Tweede Wereldoorlog en in het bijzonder uit de periode vanaf september 1944 tot het einde van de oorlogshandelingen in het voorjaar van 1945. Het gaat daarbij om stellingen, schuil- en schuttersputten, onderkomens, munitiedepots en loopgraven. De tijdens het onderzoek geborgen vondsten betreffen gedraaid aardewerk, bouw- en overig keramiek, glas, metaal inclusief munten, voorwerpen van kunststof, rubber en leer, dierlijk bot, hout, textiel, steenkool en papier. Vrijwel alle vondsten dateren uit de late nieuwe tijd en in het bijzonder uit de eerste helft van de 20e eeuw. De meeste vondsten zijn militair van aard en te verbinden met de periode van de Tweede Wereldoorlog, enkele vondsten zijn ouder en dateren uit de 17e-19e eeuw

    Archeologische proefsleuven aan de Krekelstraat – perceel 6025, gemeente Nijmegen

    No full text
    In opdracht van gemeente Nijmegen heeft Bureau Archeologie en Bodemkwaliteit van de gemeente Nijmegen (BABN) in maart 2021 een proefsleuvenonderzoek (Inventariserend Veldonderzoek; IVO-P), uitgevoerd in het plangebied aan de Krekelstraat, perceel 6025 te Nijmegen (gemeente Nijmegen). Aanleiding van het onderzoek is de voorgenomen woningbouw in het plangebied. Hiervoor is een bestemmingsplanwijziging noodzakelijk. Voor deze wijziging is archeologisch onderzoek nodig om de gegevens te leveren op basis waarvan een deelbijdrage archeologie voor het bestemmingsplan kan worden opgesteld. In eerste instantie is een bureau- en inventariserend booronderzoek (IVO-O) uitgevoerd om de bodemopbouw en archeologische verwachting te toetsen. Op basis van dit onderzoek is geadviseerd om een vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van proefsleuven (IVO-P). Binnen het plangebied werden sporen en structuren verwacht uit alle perioden. Uit de nieuwe tijd werden uitsluitend grondverbeteringsgreppels verwacht. Doel van het proefsleuvenonderzoek is allereerst het toetsen van de gespecificeerde archeologische verwachting, zoals geformuleerd in het bureauonderzoek en/of in het Programma van Eisen, en, indien nodig, het aanvullen of wijzigen daarvan. Dit vindt plaats door het vaststellen van de aanwezigheid van archeologische sporen en vondsten en, wanneer die aanwezig zijn, het bepalen van hun inhoudelijke en fysieke kwaliteit (aard, ouderdom, omvang, gaafheid, conservering, specificatie VS06). Tevens heeft het onderzoek als doel een advies te formuleren over welke maatregelen dienen te worden getroffen in het plangebied in het kader van de gemeentelijke archeologische monumentenzorg (specificatie VS07). Uit het onderzoek aan de Krekelstraat is gebleken dat in het volledige plangebied geen intact bodemprofiel meer aanwezig was. Alhoewel vier (sub)recente paalsporen en een kuil zijn aangetroffen op ca. 60 cm -mv (19,0 m +NAP) zijn nergens vondsten gedaan. Er zijn geen behoudenswaardige vindplaatsen in het plangebied aanwezig. Op basis van deze resultaten adviseert BABN het gehele plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Er is geen nader archeologisch onderzoek noodzakelijk en het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de voorgenomen bestemmingsplanwijziging

    Archeologisch onderzoek boomplantgaten Graafseweg west, gemeente Nijmegen Een opgraving, variant archeologische begeleiding

    No full text
    In opdracht van de gemeente Nijmegen heeft Bureau Archeologie en Bodemkwaliteit van de gemeente Nijmegen (BABN) in maart 2022 een opgraving, variant archeologische begeleiding (AB) uitgevoerd in het plangebied aan de Graafseweg te Nijmegen. De Graafseweg wordt gerenoveerd en hierbij worden bomen geplaatst. Een deel van deze boomgaten zou dermate diep worden uitgegraven in een gebied met een hoge archeologische waarde dat een archeologische begeleiding onder protocol opgraven noodzakelijk werd geacht. Bij de daarbij behorende graafwerkzaamheden zou de bodem tot een diepte van ca. 1 m -mv (16,2 tot 19,6 m +NAP) worden verstoord. Hierdoor zouden eventueel aanwezige archeologische resten verloren gaan. In het plangebied was een kans op het aantreffen van een Romeinse weg (of een van diens opvolgers) met eventuele graven of grafstructuren in de directe omgeving. Voor sporen en structuren uit overige perioden gold een lage verwachting. Eventueel konden losse kuilen of greppels uit de nieuwe tijd worden aangetroffen. Gezien in het gebied hevig gevochten is tijdens de Tweede Wereldoorlog konden hier resten van worden aangetroffen in de oostelijke helft van het plangebied. Doel van de opgraving, variant archeologische begeleiding is het documenteren, registreren en veiligstellen van de archeologische resten die zich in de ondergrond van het onderzoeksgebied bevinden, om daarmee informatie te behouden die van belang is voor kennisvorming over het verleden. Vanwege een zeer groot aantal verstoringen en obstakels in de vorm van beton, kabels en leidingen zijn buiten een 18e-eeuwse duit geen vondsten of sporen aangetroffen. Een conclusie met betrekking tot de interpretatie van de archeologische resten en het landschap is dan ook niet mogelijk. Binnen het plangebied zijn tussen de uitgegraven boomgaten vanwege het aantal verstoringen ook geen archeologische resten meer te verwachten. In de omgeving rondom het plangebied kunnen desalniettemin nog steeds archeologische waarden aanwezig zijn

    Bureauonderzoek en Verkennend booronderzoek aan de Wolfskuilseweg 256, gemeente Nijmegen

    No full text
    In opdracht van Onder de Bomen BV heeft Bureau Archeologie en Bodemkwaliteit van de gemeente Nijmegen (BABN) in augustus 2021 een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek uitgevoerd in het plangebied aan de Wolfskuilseweg 256 te Nijmegen (gemeente Nijmegen). Aanleiding van het onderzoek is een perceelsplitsing en voorgenomen bestemmingsplanwijziging en mogelijk daarop volgende nieuwbouw in het plangebied. Voor deze wijziging is archeologisch onderzoek nodig om de gegevens te leveren op basis waarvan een deelbijdrage archeologie voor het bestemmingsplan kan worden opgesteld. Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting aan de hand van bestaande bronnen over bekende of verwachte landschappelijke, historische en archeologische waarden. Doel van het verkennend inventariserend veldonderzoek is allereerst het toetsen van de gespecificeerde archeologische verwachting, zoals geformuleerd in het bureauonderzoek en, indien nodig, het aanvullen of wijzigen daarvan. Tot slot heeft het onderzoek als doel een advies te formuleren over welke maatregelen dienen te worden getroffen in het plangebied in het kader van de gemeentelijke archeologische monumentenzorg. Ten behoeve van het bureauonderzoek zijn gegevens verzameld over bekende of verwachte archeologische waarden, alsmede over geologische, bodemkundige en historisch-geografische kenmerken van het plangebied. Tijdens het booronderzoek zijn 12 boringen gezet in een grid van gelijkzijdige driehoeken met 35 m tussen de boringen. De boringen zijn gezet tot ten minste 0,3 m in de C-horizont en uitgevoerd met een Edelmanboor met een diameter van 7 cm. Op basis van het bureauonderzoek is sprake van een middelhoge verwachting op resten uit de late prehistorie, Romeinse tijd en nieuwe tijd. De verwachting voor resten uit de overige perioden is laag. Op basis van veldonderzoek op een aangrenzend perceel zou de bodemopbouw bestaan uit een recente bouwvoor van ca. 40 cm met direct hieronder de C-horizont. Uit het booronderzoek blijkt dat de bodemopbouw van het gebied niet overeen komt met de verwachting. Het bodemprofiel lijkt tot op grote diepte te zijn omgezet, waarbij vermoedelijk de grond is afgegraven en daarna weer opnieuw opgehoogd. De bodem bestaat uit een pakket geroerde grond met een dikte van 0,65-1,15 m die op een hoogte van 8,11-8,54 m +NAP direct op de C-horizont ligt die bestaat uit terrasafzettingen behorende tot de Formatie van Kreftenheye. De geroerde grond gaat tot beneden het niveau waarop sporen verwacht kunnen worden. De kans op archeologische resten is dan ook zeer laag en de verwachte conservering daarbij slecht. De kans dat archeologische waarden bedreigd worden door een bestemmingsplanwijziging en toekomstige planontwikkeling zijn vrijwel uitgesloten. Bij deze wijziging zou dan ook geen rekening hoeven te worden gehouden met het aspect archeologie, bijvoorbeeld door het opleggen van een dubbelbestemming. Tevens is het onderzoeksgebied hiermee afdoende onderzocht en adviseert BABN voor onderhavig plangebied geen verder vervolgonderzoek

    Bureauonderzoek Scherpenkampweg, Kinderdorp Neerbosch Gemeente Nijmegen

    No full text
    In opdracht van gemeente Nijmegen heeft Bureau Archeologie en Bodemkwaliteit van de gemeente Nijmegen (BABN) in januari 2021 een bureauonderzoek uitgevoerd voor het plangebied Kinderdorp aan de Scherpenkampweg te Nijmegen. De aanleiding voor onderhavig onderzoek vormt de voorgenomen ontwikkeling van het plangebied. In het plangebied zullen nieuwe gebouwen worden opgetrokken, waaronder woningen, paviljoenen en schuren. Om dit te verwezenlijken is een bestemmingsplanwijziging nodig. Hiervoor moet gekeken worden of en waar mogelijke archeologische waarden in de bodem aanwezig zijn. Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting aan de hand van bestaande bronnen over bekende of verwachte landschappelijke, historische en archeologische waarden. Het resultaat betreft een standaardrapport met een gespecificeerde archeologische verwachting en een advies. Op basis hiervan kan het bevoegd gezag een beslissing nemen over het al dan niet laten uitvoeren van vervolgonderzoek. Ten behoeve van het bureauonderzoek zijn gegevens verzameld over bekende of verwachte archeologische waarden, alsmede over geologische, bodemkundige en historisch-geografische kenmerken van (de omgeving van) het plangebied.) Archeologisch relevante sporen kunnen vanaf direct onder de bouwvoor verwacht worden. Het is echter niet bekend wat de exacte diepte van deze sporen kan zijn en of deze in latere tijd tijdens agrarische activiteiten of bodemingrepen zijn afgetopt. Als in het plangebied bodemingrepen plaats gaan vinden ten behoeve van nieuwbouw en aanleg riolering zullen vermoede archeologische resten worden verstoord. Op basis van deze inventarisatie is een archeologische verwachting per periode opgesteld. Romeinse vondsten zijn bekend door de grafvondsten tijdens de aanleg van het Kinderdorp in de 19e eeuw. De exacte context is echter onbekend. Het gaat mogelijk om restanten van een grafveld. Verder zijn geen resten uit die tijd bekend uit het onderzoeksgebied, maar vermoed wordt dat zich in het plangebied ook de periferie van een ca. 550 m noordoostelijk gelegen nederzettingsterrein bevindt. De trefkans op sporen uit de Romeinse tijd is dan ook middelhoog. Resten uit de midden en late nieuwe tijd zijn ook aangetroffen, maar het betreft enkel losse sporen zoals greppels. Resten uit de periode van het weeshuis (late nieuwe tijd) hebben een grote kans om aangetroffen te worden. Vondsten uit deze perioden kunnen in een mogelijke akkerlaag uit de nieuwe tijd, maar ook in de daarboven gelegen bouwvoor worden aangetroffen. De kans op het aantreffen van resten uit deze perioden is middelhoog. In de Tweede Wereldoorlog is het plangebied in gebruik geweest als geallieerd kampement met bijbehorende luchtafweerstellingen, schuttersputten en dumpkuilen. Met name sporen en vondsten van de laatste periode van de oorlog kunnen worden aangetroffen. De trefkans op sporen en vondsten uit deze periode is hoog. Voor de overige perioden geldt een lage archeologische verwachting. Op grond hiervan adviseert BABN een vervolgonderzoek in de vorm van een proefsleuvenonderzoek om vast te stellen of in het plangebied archeologische resten aanwezig zijn en zo ja, welke waardering hieraan gegeven kan worden. Vermoed wordt dat het hier om een grafveld uit de Romeinse tijd gaat en (de periferie van) een nederzetting uit diezelfde periode. Door de geplande graafwerkzaamheden kunnen eventueel aanwezig archeologische resten verloren gaan en is vervolgonderzoek noodzakelijk

    Bureauonderzoek herbestemming plangebied NYMA en De Vasim, Winselingseweg 12 en 41, gemeente Nijmegen

    No full text
    In opdracht van de gemeente Nijmegen heeft Bureau Archeologie en Bodemkwaliteit van de gemeente Nijmegen (BABN) in de periode november 2021 - februari 2022 een bureauonderzoek uitgevoerd voor het plangebied NYMA te Nijmegen. Dit plangebied omvat de terreinen van het nog bestaande deel van de voormalige kunstspinnerij NYMA en dat van Cultuurspinnerij De Vasim. Ten behoeve van het bureauonderzoek zijn gegevens verzameld over bekende of verwachte archeologische waarden, alsmede over geologische, bodemkundige en historisch-geografische kenmerken van (de omgeving van) het plangebied. Op basis van deze inventarisatie is een gespecificeerde archeologische verwachting per periode opgesteld. Binnen het plangebied geldt een lage verwachting voor vroege en late prehistorie, voor de Romeinse tijd geldt een hoge verwachting in heel het plangebied, behalve ter plaatse van de doorbraakkolken, voor de vroege middeleeuwen geldt een lage verwachting voor het aantreffen van losse vondsten, voor de late middeleeuwen geldt, met uitzondering van de doorbraakkolken, een hoge verwachting voor het door de dijk uit de periode tot 1830 begrensde, binnendijkse deel van het plangebied. Voor de nieuwe tijd geldt eenzelfde verwachting als voor de late middeleeuwen, behalve een mogelijke aanwezigheid van loopgraven of andere militaire resten uit de tijd van het Franse beleg van 1794 in het buitendijkse deelgebied NYMA. Voor resten uit de Tweede Wereldoorlog geldt een hoge verwachting in het deelgebied Vasim en een lage verwachting voor het NYMA-terrein

    Bureauonderzoek Maisonnettes Lankforst, 14e en 43e t/m 46e straat, gemeente Nijmegen

    No full text
    In opdracht van gemeente Nijmegen heeft Bureau Archeologie en Bodemkwaliteit van de gemeente Nijmegen (BABN) in mei 2021 een bureauonderzoek uitgevoerd voor het plangebied Lankforst 14e, 43e, 44e, 45e en 46e straat te Nijmegen (gem. Nijmegen). De aanleiding voor onderhavig onderzoek vormt de voorgenomen ontwikkeling van het plangebied. In het gebied staan vijf maisonnettes waarvan een deel zal worden gesloopt en vervangen door nieuwbouw. Van het overige deel zal de bestaande structuur worden opgeknapt. Het openbaar gebied rondom de bebouwing wordt opnieuw ingericht. Gezien het project in de verkennende fase is, zijn verdere details omtrent verstoringsgrootten- en diepten nog onbekend. Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting aan de hand van bestaande bronnen over bekende of verwachte landschappelijke, historische en archeologische waarden. Het resultaat betreft een standaardrapport met een gespecificeerde archeologische verwachting en een advies. Op basis hiervan kan het bevoegd gezag een beslissing nemen over het al dan niet laten uitvoeren van vervolgonderzoek. Ten behoeve van het bureauonderzoek zijn gegevens verzameld over bekende of verwachte archeologische waarden, alsmede over geologische, bodemkundige en historisch-geografische kenmerken van (de omgeving van) het plangebied. Op basis van deze inventarisatie is een gespecificeerde archeologische verwachting per periode opgesteld. In het plangebied aan de Lankforst kunnen direct onder de recente bouwvoor archeologische resten worden verwacht vanaf de late prehistorie tot en met de nieuwe tijd, met de nadruk op sporen van landgoed Dukenburg uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd. Buiten de huidige bebouwing zijn deze resten waarschijnlijk nog intact en de toekomstige sloop- en graafwerkzaamheden kunnen deze verstoren. Op grond hiervan adviseert BABN een vervolgonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek (inventariserend veldonderzoek, IVO-O) om de bodemopbouw in kaart te brengen en de gespecificeerde archeologische verwachting te toetsen. Uit de resultaten van het booronderzoek zal een advies voortkomen met betrekking tot eventueel archeologisch vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven of een opgraving (al dan niet in de vorm van een begeleiding)
    corecore