1,721,209 research outputs found
Going Beyond Counting First Authors in Author Co-citation Analysis
The present study examines one of the fundamental aspects of author co-citation analysis (ACA) - the way co-citation
counts are defined. Co-citation counting provides the data on which all subsequent statistical analyses and mappings
are based, and we compare ACA results based on two different types of co-citation counting - the traditional type that
only counts the first one among a cited work's authors on the one hand and a non-traditional type that takes into
account the first 5 authors of a cited work on the other hand. Results indicate that the picture produced through this non-traditional author co-citation counting contains more coherent author groups and is therefore considerably clearer. However, this picture represents fewer specialties in the research field being studied than that produced through the traditional first-author co-citation counting when the same number of top-ranked authors is selected and analyzed. Reasons for these effects are discussed
Variations on the Author
“Variations on the Author” discusses two of Eduardo Coutinho’s recent films (Um Dia na Vida, from 2010, and Últimas Conversas, posthumously released in 2015) and their contribution to the general question of documentary authorship. The director’s filmography is characterized by a consistent yet self-effacing form of authorial self-inscription: Coutinho often features as an interviewer that rather than express opinions propels discourses; an interviewer that is good at listening. This mode of self-inscription characterizes him as an author who is not expressive but who is nonetheless markedly present on the screen. In Um Dia na Vida, however, Coutinho is completely absent form the image, while Últimas Conversas, on the contrary, includes a confessional prologue that moves the director from the margins to the center of his films. This article examines the ways in which these works stand out in the filmography of a director who offers new insights into the notion of cinematic authorship
Appropriate Similarity Measures for Author Cocitation Analysis
We provide a number of new insights into the methodological discussion about author cocitation analysis. We first argue that the use of the Pearson correlation for measuring the similarity between authors’ cocitation profiles is not very satisfactory. We then discuss what kind of similarity measures may be used as an alternative to the Pearson correlation. We consider three similarity measures in particular. One is the well-known cosine. The other two similarity measures have not been used before in the bibliometric literature. Finally, we show by means of an example that our findings have a high practical relevance.information science;Pearson correlation;cosine;similarity measure;author cocitation analysis
Dispelling the Myths Behind First-author Citation Counts
We conducted a full-scale evaluative citation analysis study of scholars in the XML research field to explore just how different from each other author rankings resulting from different citation counting methods actually are, and to demonstrate the capability of emerging data and tools on the Web in supporting more realistic citation counting methods. Our results contest some common arguments for the continued
use of first-author citation counts in the evaluation of scholars, such as high correlations between author rankings by first-author citation counts and other citation
counting methods, and high costs of using more realistic citation counting methods that are not well-supported by the ISI databases. It is argued that increasingly available digital full text research papers make it possible for citation analysis studies to go beyond what the ISI databases have directly supported and to employ more
sophisticated methods
Human exposure to bisphenol A and its alternatives : sources, levels, patterns and determinants
Abstract: De toxiciteit en het voorkomen van bisfenol A (BPA) zijn uitgebreid bestudeerd, maar ondanks de hoeveelheid beschikbaar onderzoek is er geen consensus over de gevolgen voor de menselijke gezondheid en het milieu. BPA wordt gebruikt in verschillende toepassingen, zoals elektronische apparatuur, bouwmaterialen, voedselverpakkingen en thermaal papier. De groeiende bezorgdheid over BPA leidt wereldwijd tot restricties, met als gevolg dat het vermoedelijk toxische maar goed gedocumenteerde BPA wordt vervangen door minder bestudeerde bisfenolen. We hebben enkele van de hiaten in de kennis over BPA en de meest toegepaste alternatieve bisfenolen aangepakt. Met behulp van hoge-resolutie massaspectrometrie in combinatie met suspect en non-target screeningsworkflows werden biotransformatieproducten, gegenereerd door het menselijk metabolisme en door afbraak van BPA-analogen in het milieu, en nieuwe alternatieven voor BPA in thermaal papier ge\uefdentificeerd. Met behulp van een humaan in vitro metabolisatie experiment werd een volledige screening en structurele opheldering van in vitro metabolieten van BPS uitgevoerd. De transformatie van bisfenolen in waterig milieu werd onderzocht door middel van fotochemische en biologische afbraakprocessen en de gegenereerde transformatieproducten werden ge\uefdentificeerd. Aangezien huidcontact met thermaal papier (bv. kassabonnen en tickets) als een substanti\ueble bron van blootstelling aan BPA en zijn alternatieven wordt beschouwd, hebben we > 300 monsters van thermaal papier uit 14 verschillende landen gescreend. Hoewel BPA nog steeds de belangrijkste ontwikkelaar was, werden acht alternatieven, o.a. BPS gedetecteerd. Er werden verschillende trends waargenomen tussen de landen, die waarschijnlijk van invloed zullen zijn op de blootstelling van de mens. Om de totale interne blootstelling aan bisfenolen te meten via biomonitoring, werd een analytische methode op basis van gaschromatografie gekoppeld aan tandem-massaspectrometrie ontwikkeld en gevalideerd. Concentraties van bepaalde BPA-analogen werden voor het eerst gemeten in meerdere urinestalen die gedurende vijf opeenvolgende dagen bij tien individuen werden verzameld en vertoonden een hoge interne variabiliteit. Op basis van deze resultaten werden aanbevelingen geformuleerd voor toekomstige bemonsteringsstrategie\uebn. Determinanten van urinaire bisfenolconcentraties werden onderzocht in onderzoekspopulaties van Japanse schoolkinderen en Vlaamse adolescenten, met behulp van vragenlijstgegevens. Hoewel de gemeten niveaus van bisfenolen onderhevig zijn aan regionale verschillen, was het duidelijk dat de blootstelling aan BPA de afgelopen tien jaar significant afnam, waarschijnlijk als gevolg van beperkingen en vervanging. Als risico-evaluatie werden de geschatte dagelijkse inname en de gemeten urinaire concentraties vergeleken met de beschikbare health-based richtwaarden. Zelfs in scenario's met een hoge blootstelling werden voor de onderzochte populaties geen gezondheidsproblemen verwacht. Verdere studies zijn nodig om de blootstelling aan bisfenolen in de algemene bevolking en hun mogelijke schadelijke gezondheidseffecten te karakteriseren
koamabayili/VECTRON-author-checklist: VECTRON author checklist
We have done our best to complete the author checklist relating to the use of animals in the hut study. Note that the objective for the hut study was to evaluate the IRS treatment applications for residual efficacy against Anopheles mosquitoes, including the local An. coluzzii mosquito population. Cows were only used to attract mosquitoes into the huts and no tests were carried out directly on the cows. The author checklist is intended for use with studies where experiments are carried out on animals, which is why we have had such difficulty in completing this for the hut study, as many of the questions do not relate to how the cows were used
What contribute to human exposure to organophosphate esters flame retardants? An experimental approach
Abstract: Organofosfaatesters (PFRs) worden gebruikt als alternatieve vlamvertragers (FRs) in de plaats van de verboden polybroomdifenylethers (PBDEs) die negatieve effecten hebben betoond voor de ecosystemen en meer bepaald voor de humane gezondheid. PFRs en gerelateerde FRs worden massaal toegepast in commerci\ueble producten zoals elektronische en elektrische producten, textiel, verven en kunststoffen om brandrisico te beperken. Zij kunnen evenwel gedurende de levensduur van het product in de omgeving worden vrijgegeven. Mensen worden via verschillende routes blootgesteld aan PFRs waaronder inhalatie, huidabsorptie, voeding en stofinname. De hoofddoelstellingen van deze thesis werden enerzijds de verschillende humane opnameroutes van PFRs en andere FRs te onderzoeken en anderzijds de geschikte bemonsteringsstrategie\uebn voor de blootstellingsanalyse te bestuderen. De scriptie onderzoekt ook het mogelijke verband tussen externe (potenti\ueble hoeveelheden, extern te meten) blootstelling en de interne (re\ueble, gemonitorde hoeveelheden in biologische stalen) van PFRs met behulp van de gegevens van de humane biomonitoring (urine, serum en haar) en de blootstellingsmatrices (lucht, stof, doordrenkte doekjes en voedsel). Op die manier geeft dit werk een diepgaand beeld van de menselijke blootstelling aan PFRs. In eerste instantie werden analysetechnieken voor externe blootstellingsmatrices en menselijke biologische monsters ontwikkeld en gevalideerd. Naast het optimaliseren van beschikbare analysetechnieken voor lucht, stof en doordrenkte doekjes werd er een nieuwe methode ontwikkeld voor de detectie van FRs in verschillende soorten voedsel op basis van een vloeistofchromatografie gekoppeld aan massaspectrometrie (LC-QqQ-MS). Deze methode laat kosteneffici\uebnte en gelijktijdige analyse toe van PFRs, PBDEs en gehalogeneerde FRs (EHFRs). De snelle en gemakkelijke procedure verbetert ook aanzienlijk de analytische sensitiviteit in vergelijking met bestaande methoden. Om PFRs en hun di-alkyl/aryl- en hydroxylmetabolieten in urine en serum te detecteren werd een biomonitoringsmethode ontwikkeld (LC-QqQ-MS). Deze methoden zijn toegepast in de beoordeling van humane blootstelling aan PFRs en gerelateerde verbindingen in laatstgenoemde studies. Omdat de meeste studies uitgaan van de stofinname als de belangrijkste humane blootstellingsroute voor FRs werden in deze thesis grondig en vooral nauwkeurig de belangrijkste factoren bij het verzamelen van stofstalen bestudeerd. De resultaten toonden aan dat het FR-profiel in stof aanzienlijk be\uefnvloed kan worden door lokale/nationale regelgeving, geografische locatie, micro-omgeving, bemonsteringsseizoen en zelfs deeltjesgrootte. Deze elementen demonstreren de noodzaak aan een geschikte stofbemonsteringsstrategie voor de beoordeling van humane blootstelling. Humane blootstelling aan PFRs in Chinese regio\u2019s met e-waste recycling werd onderzocht als het worst-case blootstellingsscenario. Het verzamelde huisstof had hogere niveaus aan PFR dan stof uit andere landen. Hoewel PBDE-concentraties van stof afkomstig van e-waste recycling gebieden lager noteerden dan PFR-waarden, waren ze nog steeds aanzienlijk hoger dan in normaal huisstof. Lage gehaltes en detectiefrequenties van PFRs werden aangetroffen in lokale scharreleieren wat verwaarloosbaar was in vergelijking met PBDE-waarden in deze eieren. Deze resultaten suggereren dat PFRs zich anders gedragen dan PBDEs en niet bioaccumuleren in eieren, zelfs in een sterk gecontamineerde omgeving. Gezien het belang van eieren als voedingsbron vergeleken met de blootstelling aan stof was de inname van PFRs via eieren voor lokaal verblijvende mensen echter nog steeds aanzienlijk. Gezondheids- en milieueffecten met betrekking tot e-waste recycling zijn zorgwekkende kwesties. Deze thesis analyseert ook het uitgebreid onderzoek naar humane blootstelling aan PFRs uitgevoerd in Oslo, Noorwegen. Eenenzestig deelnemers werden gerekruteerd in deze campagne om vloerstof, oppervlaktestof, persoonlijke lucht, stilstaande lucht, doordrenkte doekjes, duplicaatmaaltijden (1 voor de vrijwilliger en 1 voor analyse) te evalueren. Ook urine, serum en haar werden geanalyseerd en gedetailleerde vragenlijsten voor blootstellingsbeoordeling werden beantwoord. PFR-profielen in oppervlaktestof waren vergelijkbaar met vloerstof maar hadden significant hogere gehaltes. PFR-profielen in persoonlijke lucht waren echter volledig verschillend van die in het stilstaande lucht. PFR-waarden in doordrenkte doekjes konden niet worden geassocieerd met gehaltes in lucht en stof. Uit de resultaten bleek dat de selectie van de bemonsteringsstrategie de nauwkeurigheid van de blootstellingsbeoordeling aanzienlijk kan be\uefnvloeden. Ethylhexyl difenylfosfaat (EHDPHP) was de belangrijkste PFR in het di\uebet van de Norse deelnemers. Deze blootstellingsroute was goed voor bijna 75% van de totale PFR-blootstelling. Inhalatie en stofinname waren de tweede en de deerde blootstellingsroutes voor de deelnemers. De resultaten toonden aan dat elke PFR zijn individuele belangrijke blootstellingsroute heeft en dat stofopname niet de belangrijkste route is voor alle PFRs. PFR-metabolieten werden gemeten in urine, serum en haar van de deelnemers. Het hoogste aantal metabolieten werd gedetecteerd in de urine. Sommige metabolieten werden geassocieerd met externe blootstellingsmatrices waarvan vloerstof de beste matrix blijkt te zijn om de interne blootstelling van PFRs te voorspellen. Kort samengevat laat deze blootstellingsenqu\ueate zien hoe bemonsteringsstrategie\uebn de beoordeling van de humane blootstelling be\uefnvloeden. De invloed van de verschillende blootstellingsroutes op de PFR concentraties aangetroffen in het cohort uit Noorwegen werd geschetst
- …
