204,881 research outputs found
33 Tips to Maximize Articles’ Citation Frequency
The number of citations contributes to over 30% in the university rankings. Therefore, most of the scientists are looking for an effective method to increase their citation record. On the other hand, increase research visibility in the academic world in order to receive comments and citations from fellow researchers across the globe, is essential.
Publishing a high quality paper in scientific journals is only the mid point towards receiving citation in the future. The balance of the journey is completed by disseminating the publications by using the proper “Research Tools”. This presentation provides 33 different tips for increasing the citation frequencies.Cite as: Nader Ale Ebrahim. "33 Tips to Maximize Articles’ Citation Frequency" Equitable Society Research Cluster (ESRC)-Research Seminar 2014. Eastin Hotel, Petaling Jaya, Malaysia. Jun. 2014. Available at: http://works.bepress.com/aleebrahim/8
The Effective Use of “Research Tools” and Resources – Training of Trainers (TOT)
With the increasing use of information and communications technology (ICT), researchers are able to use computer software tools to find, organize, analyze, and share relevant information. However, there are hundreds of such tools to select from, for various research-related uses. Nader has collected over 700 tools that can help researchers do their work efficiently. It is assembled as an interactive Web-based mind map, titled “Research Tools”, which is updated periodically.
“Research Tools” consists of a hierarchical set of nodes. It has four main nodes: (1) Searching the literature, (2) Writing a paper, (3) Targeting suitable journals, and (4) Enhancing visibility and impact of the research. Several free tools can be found in the child nodes. In this seminar some tools and their application in research will be described. The e-skills learned from the seminar are useful across various research disciplines and research institutions.Cite as:
Ale Ebrahim, N. (2014). The Effective Use of “Research Tools” and Resources – Training of Trainers (TOT). Research Tools in Education Series, 4(1), 1-189. http://files.figshare.com/1359311/Research_Tools_Instructor_Version___By_Nader_Ale_Ebrahim_24_01_2014.pd
Bioaccumulatie in schelpdieren t.b.v. het Nader Onderzoek Haringvliet
In 2008 is een beperkt Nader Onderzoek uitgevoerd m.b.t. de waterbodem van het Haringvliet met als doel een beslissing te kunnen ondersteunen of de waterbodem gesaneerd moet worden. Onderdeel van dit onderzoek is het inschatten van de ecologische risico’s aan de hand van bioaccumulatie van stoffen in organismen die in contact staan met de waterbodem, in dit geval Corbicula’s en Quagga’s. IMARES is verzocht dit deelonderzoek uit te voeren. Dit rapport beschrijft de gemeten gehalten aan microcontaminanten in Corbicula’s en Quagga’s afkomstig van verschillende locaties in het Haringvliet en de toetsing daarvan aan de op dit moment beschikbare biotanormen die afgeleid zijn voor de Kaderrichtlijn Water
Grondwaterverontreiniging Sliedrechtse Biesbosch: Nader Onderzoek Waterbodem
In het kader van het Nader Onderzoek van de verontreinigde waterbodem van de Sliedrechtse Biesbosch is AKWA-RIZA door RWS directie Zuid-Holland verzocht een inschatting te doen van het actueel risico van verspreiding van de verontreinigingen via het grondwater. De bepaling van het actueel risico is gefaseerd uitgevoerd conform de Richtlijn nader onderzoek voor waterbodems (van Elswijk et al., 2001). De 1e fase is uitgevoerd in de periode 2001-2002 en hierin is aangetoond dat er in grote delen van de Sliedrechtse Biesbosch sprake is van mogelijk actueel risico van verspreiding van verontreinigingen naar het grondwater (Schmidt et al., 2002 ). De berekeningen in de 1e fase zijn gedaan aan de hand van beschikbare veldinformatie uit het vooronderzoek, aangevuld met worstcase aannames. De 2e fase van het nader onderzoek is beschreven in het voorliggende rapport. Deze 2e fase omvat een uitgebreide risicobeoordeling van de deellocaties waar sprake is van mogelijk actueel risico. Om de verspreiding van de verontreinigingen te kunnen bepalen, is het onderzoek opgesplitst in een geohydrologisch en een milieu chemisch deelonderzoek. In het geohydrologisch deelonderzoek zijn de grondwatersnelheden en -stromingspatronen gedetailleerd bepaald, waarbij gebruik is gemaakt van veldonderzoek naar de sliblaagdikteverdeling hiervoor uitgevoerd in september 2003. In het milieuchemisch deelonderzoek is het gedrag van de risicovolle (meest mobiele) verontreinigingen onderzocht. De deelonderzoeken tezamen leveren de informatie voor het vaststellen van het al dan niet optreden van actueel risico van verspreiding van verontreinigingen uit de verontreinigde waterbodem via het grondwater. Veldonderzoek is uitgevoerd op een locatie in de Helsloot grenzend aan de Zuilespolder en een locatie in de Kikvorschkil grenzend aan de Otterpolder. omdat deze op basis van de eerste inschatting (Schmidt et al., 2002) gezien werden als het meest risicovol. Voor de risicobeoordeling van verspreiding van stoffen uit de waterbodem via het grondwater naar de omliggende polders is gebruik gemaakt van twee verschillende toetsingskaders: De richtlijn Nader Onderzoek (2002) en de Handreiking vaststellen noodzaak, tijdstip en doelstelling voor saneren van waterbodems (versie 2005). Het criterium voor actueel risico van verspreiding via het grondwater bestaat uit de volgende stappen: Conform de Richtlijn Nader Onderzoek (van Elswijk et al., 2001) is sprake van actueel risico indien: (1) een stof met een poriewaterconcentratie boven het Maximaal Toelaatbaar Risiconiveau (MTR) zich (2) verplaatst met een snelheid van meer dan 3 meter in 30 jaar. Conform de Handreiking treedt onaanvaardbaar risico op indien: (1) een stof met een poriewater- dan wel grondwaterconcentratie boven de streefwaarde voor ondiep grondwater zich (2) verplaatst met een snelheid van meer dan 3 meter in 30 jaar. Bovendien dient in geschat te worden of (3) het ontvangende oppervlaktewater (bedreigd object) dusdanig wordt beïnvloed dat de concentraties boven het MTRoppervlaktewater zullen komen. De resultaten van de uitgebreide risicobeoordeling zijn als volgt: \u95 In het kader van de Richtlijn Nader Onderzoek is geconcludeerd dat op beide locaties sprake is van actueel risico van verspreiding via het grondwater voor arseen. \u95 In het kader van nieuwe Wet bodembescherming, die waarschijnlijk in het najaar van 2005 / begin van 2006 van kracht wordt, is ook geconcludeerd dat er alleen sprake is van actueel risico van verspreiding van arseen via het grondwater, omdat alleen arseen zich in de eerste zandlaag verplaatst met een concentratie vrij opgelost boven de streefwaarde voor ondiep grondwater en boven het MTR_oppervlaktewater;opgelost en sneller dan 3 m in 30 jaar, nl. met een snelheid van ca. 4,4 m in 30 jaar. Deze snelheid is berekend met de laagst gemeten retardatiefactor. Bij de eerstvolgende gemeten retardatiefactor, verplaatst arseen zich met een snelheid van ca 3,3 m in 30 jaar. Bij de in de vier andere bodemmonsters bepaalde retardatiefactoren wordt het snelheidscriterium voor arseen niet overschreden. \u95 De in het grondwater geconstateerde overschrijding van de norm voor enkel arseen is slechts zeer gering en lokaal en daarom onvoldoende basis voor een aanpassing van de gekozen saneringsaanpak. In de andere watergangen van de Sliedrechtse Biesbosch is de stroomsnelheid van het grondwater lager, vanwege het kleinere stijghoogteverschil. Hierdoor zal het snelheidscriterium door arseen daar niet worden overschreden.Nader Onderzoek Waterbode
On Polynomial Time Constructions of Minimum Height Decision Tree
A decision tree T in B_m:={0,1}^m is a binary tree where each of its internal nodes is labeled with an integer in [m]={1,2,...,m}, each leaf is labeled with an assignment a in B_m and each internal node has two outgoing edges that are labeled with 0 and 1, respectively. Let A subset {0,1}^m. We say that T is a decision tree for A if (1) For every a in A there is one leaf of T that is labeled with a. (2) For every path from the root to a leaf with internal nodes labeled with i_1,i_2,...,i_k in[m], a leaf labeled with a in A and edges labeled with xi_{i_1},...,xi_{i_k}in {0,1}, a is the only element in A that satisfies a_{i_j}=xi_{i_j} for all j=1,...,k.
Our goal is to write a polynomial time (in n:=|A| and m) algorithm that for an input A subseteq B_m outputs a decision tree for A of minimum depth. This problem has many applications that include, to name a few, computer vision, group testing, exact learning from membership queries and game theory.
Arkin et al. and Moshkov [Esther M. Arkin et al., 1998; Mikhail Ju. Moshkov, 2004] gave a polynomial time (ln |A|)- approximation algorithm (for the depth). The result of Dinur and Steurer [Irit Dinur and David Steurer, 2014] for set cover implies that this problem cannot be approximated with ratio (1-o(1))* ln |A|, unless P=NP. Moshkov studied in [Mikhail Ju. Moshkov, 2004; Mikhail Ju. Moshkov, 1982; Mikhail Ju. Moshkov, 1982] the combinatorial measure of extended teaching dimension of A, ETD(A). He showed that ETD(A) is a lower bound for the depth of the decision tree for A and then gave an exponential time ETD(A)/log(ETD(A))-approximation algorithm and a polynomial time 2(ln 2)ETD(A)-approximation algorithm.
In this paper we further study the ETD(A) measure and a new combinatorial measure, DEN(A), that we call the density of the set A. We show that DEN(A) <=ETD(A)+1. We then give two results. The first result is that the lower bound ETD(A) of Moshkov for the depth of the decision tree for A is greater than the bounds that are obtained by the classical technique used in the literature. The second result is a polynomial time (ln 2)DEN(A)-approximation (and therefore (ln 2)ETD(A)-approximation) algorithm for the depth of the decision tree of A.
We then apply the above results to learning the class of disjunctions of predicates from membership queries [Nader H. Bshouty et al., 2017]. We show that the ETD of this class is bounded from above by the degree d of its Hasse diagram. We then show that Moshkov algorithm can be run in polynomial time and is (d/log d)-approximation algorithm. This gives optimal algorithms when the degree is constant. For example, learning axis parallel rays over constant dimension space
On Property Testing of the Binary Rank
Let M be an n × m (0,1)-matrix. We define the s-binary rank, denoted as br_s(M), of M as the minimum integer d such that there exist d monochromatic rectangles covering all the 1-entries in the matrix, with each 1-entry being covered by at most s rectangles. When s = 1, this corresponds to the binary rank, denoted as br(M), which is well-known in the literature and has many applications.
Let R(M) and C(M) denote the sets of rows and columns of M, respectively. Using the result of Sgall [Jiří Sgall, 1999], we establish that if M has an s-binary rank at most d, then |R(M)| ⋅ |C(M)| ≤ binom(d, ≤ s)2^d, where binom(d, ≤ s) = ∑_{i=0}^s binom(d,i). This bound is tight, meaning that there exists a matrix M' with an s-binary rank of d, for which |R(M')| ⋅ |C(M')| = binom(d, ≤ s)2^d.
Using this result, we present novel one-sided adaptive and non-adaptive testers for (0,1)-matrices with an s-binary rank at most d (and exactly d). These testers require Õ(binom(d, ≤ s)2^d/ε) and Õ(binom(d, ≤ s)2^d/ε²) queries, respectively.
For a fixed s, this improves upon the query complexity of the tester proposed by Parnas et al. in [Michal Parnas et al., 2021] by a factor of Θ(2^d)
Watervrijmaking van Dordrecht en Zwijndrecht: Nader uitgewerkt plan C
Van de 4 plannen (A t/m D) is plan C als meest in aanmerking komend plan overgebleven. Voor plan C (ringdijk) werd een nieuwe begroting opgemaakt, waarbij tot een eindcijfer van 4 miljoen gulden werd gekomen. Dit bedrag had alleen betrekking op de watervrijmaking van Dordrecht en de daaruit voortvloeiende werken in de Oude Maas. Het kan dus gesteld worden naast de 3.9 miljoen gulden voor plan A. De stad wordt aan de rivierzijde door een ringdijk afgesloten en dit zou voor het gezicht van rivier op de stad en omgekeerd een ernstige belemmering zijn, doch men meende dat hierin gedeeltelijk door het aanbrengen van wandel- en fietspaden en door een weg voor gewoon verkeer op dezen ringdijk tegemoet zou kunnen worden gekomen. Ook werd als bezwaar aangevoerd de betrekkelijk geringe breedte van het ringkanaal, dat in het plan 57 m (op NAP) werd getekend. Met het oog op de beschikbare breedte tussen Dordrecht en Zwijndrecht werd aanvankelijk gemeend dat geen grotere breedte aan het ringkanaal kon worden gegeven, doch kan een uit technisch oogpunt bevredigende, zij het een duurdere, oplossing worden gevonden. In het rapport wordt verder het plan C nader omschreven
Nader Piel 2021 ImageJ Macros
Image J macros used to analyse images in Nader et al. 2021, written by Mathieu Maurin, Institut Curie, Paris, Franc
Kitāb al-Majmū‘ fi’l-Muḥīṭ bi’l-Taklīf de Qāḍi ’l-Quḍāt Abu’l Ḥassan ‘Abd al-Jabbār (m. 415 A.H. /1024 A.D.), édité par J. J. Houben, s.j., t. I, in Collection «Recherches», publiées sous la direction de l’Institut de Lettres Orientales de Beyrouth (t. XXV), Imprimerie Catholique, Beyrouth, févr. 1965
Nader Albert. Kitāb al-Majmū‘ fi’l-Muḥīṭ bi’l-Taklīf de Qāḍi ’l-Quḍāt Abu’l Ḥassan ‘Abd al-Jabbār (m. 415 A.H. /1024 A.D.), édité par J. J. Houben, s.j., t. I, in Collection «Recherches», publiées sous la direction de l’Institut de Lettres Orientales de Beyrouth (t. XXV), Imprimerie Catholique, Beyrouth, févr. 1965. In: Mélanges de l'Université Saint-Joseph, tome 41, 1965. pp. 278-281
- …
