324,700 research outputs found
Archeologisch bureauonderzoek DPO Maaskruising tussen Bokhoven en Hedel Gemeentes ’s-Hertogenbosch en Maasdriel
IDDS Archeologie heeft in mei 2018 een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor het project DPO Maaskruising tussen Bokhoven en Kerkdriel. Het betreft het gedeelte dat ligt tussen Bokhoven (gemeente ’s-Hertogenbosch) en Hedel (gemeente Maasdriel)
Archeologisch bureauonderzoek HOV R-net buscorridors Alblasserwaard – Vijfheerenlanden Haltes A27, Meerkerk en Hoogblokland Gemeentes Zederik en Giessenlanden
IDDS Archeologie heeft in juni 2018 een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor de aanleg van enkele bushaltes langs de A27, op de grens van Meerkerk (gemeente Zederik) en Hoogblokland (gemeente Giessenlanden). De locatie maakt deel uit van het grotere project HOV R-net buscorridors Alblasserwaard-Vijfheerenlanden. Tijdens het onderzoek is geconstateerd dat het plangebied een lage archeologische verwachting heeft door de hoge mate van verstoring en door het ontbreken van aanwijzingen voor de aanwezigheid van de Schoonrewoerdse stroomgordel
Archeologisch bureauonderzoek Heinenoordtunnel, Barendrecht-Heinenoord Gemeentes Barendrecht en Hoeksche Waard
IDDS Archeologie heeft in juli 2019 een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor de Heinenoordtunnel in Barendrecht (gemeente Barendrecht) en Heinenoord (gemeente Hoeksche Waard)
Inventariserend Veldonderzoek (IVO-overig) d.m.v. boringen (nulmeting) Hoge Gouwe 169, Gouda Gemeente Gouda
IDDS Archeologie heeft in maart 2020 een inventariserend veldonderzoek (IVO) door middel van boringen (nulmeting) uitgevoerd aan de Hoge Gouwe 169 in Gouda, gemeente Gouda. De boringen gelden als nulmeting voor de toestand van het bodemarchief, voordat er gebouwd gaat worden
Archeologisch bureauonderzoek Zuiderhout, Haarlem Gemeente Haarlem
IDDS Archeologie heeft in januari 2021 een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor de wijk Zuiderhout in Haarlem, gemeente Haarlem
Churchilllaan, Haarlem Gemeente Haarlem. Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. proefsleuven
In opdracht van gemeente Haarlem is op 15 en 29 september en 12, 23 en 24 oktober 2017 een Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. proefsleuven uitgevoerd in verband met de vervanging van de riolering in de Churchilllaan in Haarlem, gemeente Haarlem.
Het plangebied is gelegen op de overgang van de strandwal in het westen naar de strandvlakte in het oosten. Onderin de profielen is Oud duinzand aanwezig. De top van het Oude duinzand is door middel van OSL gedateerd tussen 3389 en 2815 voor Chr. (Midden Neolithicum; 5100 ± 300 jaar geleden). Het Oude duinzand heeft lang aan de oppervlakte gelegen. In het zuiden van het plangebied is in de top van het Oude duinzand een akkerlaag aangetroffen, die op basis van aardewerk te dateren is in de Vroege IJzertijd. Vanaf het Midden of de Late IJzertijd (390-205 voor Chr.) raakte het Oude duinzand bedekt met veen. Het veenpakket wordt afgedekt met een kleilaag, die als Laag van Bakenes wordt geïnterpreteerd. Deze laag is in de Middeleeuwen ontstaan onder invloed van overstromingen van het Spaarne. Ingegraven in deze laag zijn een kuil of greppel en een greppel/sloot aangetroffen die waarschijnlijk onderdeel uitmaken van laatmiddeleeuwse of nieuwetijdse percelering. Uit de sporen is geen vondstmateriaal afkomstig. De sporen zijn afgedekt met een dik pakket ophoogmateriaal. Omdat in het veld geen behoudenswaardige vindplaatsen zijn herkend, heeft er geen doorstart naar een opgraving plaatsgevonden
Archeologisch bureauonderzoek Kerklaan, Spaarndam Gemeente Haarlem
In opdracht van Witteveen+Bos heeft IDDS Archeologie in mei 2020 een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor de Kerklaan in Spaarndam, gemeente Haarlem. De noodzaak tot het archeologisch onderzoek komt voort uit het bestemmingsplan. De doelstelling van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied.
Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied tot het ontstaan van de ten westen gelegen strandwal, tussen 3750 en 3325 voor Chr. (Midden Neolithicum), in zee gelegen was. Ter hoogte van het Oer-IJ, een rivier met getijden-invloeden, was de reeks strandwallen onderbroken. Het plangebied lag aan de rand van het Oer-IJ, ter hoogte van de monding van het Spaarne. Doordat het Oer-IJ systeem zeer dynamisch was, zal het plangebied met regelmaat onder invloed van het water hebben gestaan. Rond 800 na Chr. lag het plangebied waarschijnlijk volledig in de riviergeul. Ook bij de grote overstromingen in de 12e en 13e eeuw zal het plangebied onder water hebben gestaan. Deze overstromingen gaven aanleiding tot het afdammen van het Spaarne in 1250, en nogmaals in 1285 na het vernielen van de eerste dam door een grote stormvloed.
Het dorp Spaarndam is ontstaan rond de dam in het Spaarne. Historisch kaartmateriaal laat zien dat de bebouwing van het dorp zich lange tijd beperkte tot een zone direct rondom de Kolksluis en tot aan de Kleine Haarlemmersluis. De westelijke begrenzing van het dorp werd gevormd door de vaart naar de Kleine Haarlemmersluis. Ten zuidwesten van de vaart lagen weilanden. De vaart naar de Kleine Haarlemmersluis hield grotendeels op te bestaan toen in 1843 het Boezemkanaal werd aangelegd. Het kanaal sloot aan op het stoomgemaal bij het Spaarne dat het overtollig water afpompte, afkomstig van het droogleggen van de Haarlemmermeer. In het noorden van het plangebied werd een scheepswerf afgebroken om de aanleg van het kanaal mogelijk te maken. Aan weerszijden van het kanaal werd een bovenboezem aangelegd, om te kunnen dienen als waterreservoir van waaruit de omgeving zou kunnen worden geïnundeerd, als onderdeel van de Stelling van Amsterdam. Het zuidelijk deel van het plangebied lag tot halverwege de 20e eeuw in de onbebouwde bovenboezem.
Op basis van het bureauonderzoek kan worden vastgesteld dat het plangebied een verwachting heeft voor archeologische resten vanaf de aanleg van de tweede Spaarndam in 1285. Naar verwachting zullen eventuele oudere resten, indien deze aanwezig zijn geweest, verloren zijn gegaan onder invloed van erosie in de perioden dat het plangebied onderdeel uitmaakte van de riviergeul. Uit het historisch kaartmateriaal blijkt bovendien dat de archeologische verwachting alleen geldt voor het meest noordelijke deel van het plangebied. De rest van het plangebied lag buiten de historische kern en was in gebruik als weiland, waardoor de verwachting voor archeologische resten daar laag is. De gehele Kerklaan is aangelegd op een kade, die is opgeworpen met de aanleg van het Boezemkanaal in 1843. In het zuidelijke deel van het plangebied buiten de kade worden alleen ophogingen verwacht die zijn aangebracht om dit laaggelegen gebied geschikt te maken voor agrarisch gebruik. Het is niet bekend in hoeverre deze in 1843 zijn verstoord, afgegraven of verder opgehoogd. In het noordelijke deel van het plangebied zouden nog resten van bebouwing uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd kunnen voorkomen, waaronder de scheepswerf die gesloopt is om de aanleg van het Boezemkanaal mogelijk te maken. Ook kunnen hier mogelijk nog resten aanwezig zijn van de begraafplaats bij de kerk, indien deze voor de 19e eeuw een andere omvang en contour had. Deze resten, indien aanwezig, liggen echter onder de in 1843 opgeworpen kade, en zullen met de geplande werkzaamheden niet worden bereikt.
IDDS Archeologie adviseert om het noordelijk deel van het plangebied en de locaties van de parkeervakken en de inrit in het zuidelijke deel van het plangebied, voor wat betreft het aspect archeologie, vrij te geven voor de voorgenomen civieltechnische werkzaamheden. Ter plaatse van de watercompensatie en de duikers wordt een verkennend booronderzoek geadviseerd
Archeologisch bureauonderzoek A16 Drechttunneltracé
IDDS Archeologie heeft in maart 2018 een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor het Drechttunneltracé van de A16. Het tracé heeft een lengte van ongeveer 17 km en valt binnen de gemeentes Barendrecht, Dordrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Ridderkerk, Rotterdam en Zwijndrecht. De aanleiding voor dit onderzoek zijn de geplande onderhoudswerkzaamheden aan de snelweg.
Uit het bureauonderzoek blijkt dat in de diepe ondergrond van het plangebied een Pleistoceen landschap met voormalige riviergeulen aanwezig is. In dit landschap zijn rivierduinen ontstaan, die gedurende het Mesolithicum en Neolithicum interessante bewoningslocaties vormden en daarom een hoge archeologische verwachting hebben. Het rivierduinencomplex in de gemeente Rotterdam is het beste onderzocht. Op het complex zijn aan weerszijden van de A16 meerdere bewoningslocaties opgegraven. Het hoogste niveau waarop de rivierduinafzettingen zijn aangetroffen, is -1,9 m NAP. Ten opzichte van het maaiveld in het plangebied is dat een diepte van ongeveer 1,3 m –mv. De rivierduinafzettingen duiken bovendien snel weg: op andere locaties in de directe omgeving zijn ze dieper dan -3,2 m NAP aangetroffen en in enkele GeoTOP v1.3 boringen direct langs de snelweg pas vanaf 10 m –mv of nog dieper. Ook de andere rivierduinen die voorkomen in de ondergrond van het plangebied worden pas verwacht vanaf een diepte van minimaal 10 m onder het maaiveld.
Door de aanwezigheid van veen en klei in de ondergrond van het gehele plangebied mag worden aangenomen dat in het hele plangebied sprake is van een opgebracht zandpakket. Veen en klei zijn sedimenten die sterk onderhavig zijn aan klink en om verzakking van het latere wegdek te voorkomen zal voorafgaand aan de bouw van de snelweg een pakket voorbelastingsmateriaal zijn aangebracht. Dit materiaal zal er voor gezorgd hebben dat de natuurlijke ondergrond naar beneden is weggeduwd. Uit de hoogtekaart blijkt dat nagenoeg het volledige plangebied hoger ligt dan het natuurlijke landschap. In combinatie met het weggeduwde natuurlijke landschap onder het plangebied mag daarom worden aangenomen dat er een zandpakket van minimaal 1 m maar waarschijnlijk nog veel dikker aanwezig is.
De geplande ingrepen van maximaal 0,6 m –mv zullen niet reiken tot in de natuurlijke ondergrond, die pas wordt verwacht vanaf 1,0 m –mv en waarschijnlijk nog (veel) dieper. IDDS Archeologie adviseert om het plangebied, voor wat betreft het aspect archeologie, vrij te geven voor de voorgenomen civieltechnische werkzaamheden
Archeologisch bureauonderzoek Houtplein e.o., Haarlem Gemeente Haarlem
In opdracht van Witteveen+Bos heeft IDDS Archeologie in april 2020 een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor het Houtplein e.o. in Haarlem, gemeente Haarlem. De noodzaak tot het archeologisch onderzoek komt voort uit het bestemmingsplan. De doelstelling van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied.
Op basis van het bureauonderzoek geldt in het plangebied een hoge verwachting voor het aantreffen van archeologische resten vanaf het Midden Neolithicum. Deze resten mogen worden verwacht tot een diepte van ongeveer -1,0 m NAP. Uit de oudste periodes worden met name akkerlagen verwacht, maar ook sporen van nederzettingen en grafvelden kunnen worden aangetroffen. Het kan gaan om sporen zoals kuilen, greppels en paalsporen, structuren zoals huisplattegronden en vondsten zoals vuursteen en aardewerk.
De wegen Houtplein, Wagenweg en Dreef, het Wijde Geldelozepad en het westelijk deel van de Tempeliersstraat bestaan al sinds de Middeleeuwen. De kans op verstoringen onder deze wegen is groot, met name door werkzaamheden aan de wegen en door de kabels en leidingen. Ook het planten en rooien van de bomen die in het verleden op de Wagenweg, het Houtplein en de Dreef hebben gestaan zou voor verstoringen kunnen hebben gezorgd. Onder deze wegen is de verwachting voor resten uit de Middeleeuwen en Nieuwe tijd dan ook laag. Van de Baanmolen, die in ieder geval vanaf 1501 in het zuiden van het Houtplein stond, worden geen resten meer verwacht. Deze molen stond op een verhoging, waardoor met de afbraak van de in 1667 afgebrande molen en het egaliseren van de verhoging ook de funderingen zullen zijn verwijderd. Wel zouden nog resten aanwezig kunnen zijn van de muur en van de eventuele greppel die rondom de verhoging lagen. Ook van de bijgebouwen ten noorden van de molen zouden nog resten kunnen worden aangetroffen.
Ter plaatse van het Lorentzplein, het oostelijk deel van de Tempeliersstraat en het Frederikspark en de zone ten noorden daarvan kunnen nog wel archeologische resten uit de Middeleeuwen en Nieuwe tijd voorkomen. Deze resten kunnen bestaan uit resten van bebouwing, met name nabij het Houtplein en de Dreef, en resten van tuinbouw. Ter hoogte van de Tempeliersstraat kunnen mogelijk resten voorkomen van het 14e -eeuwse Lazarusklooster, zoals resten van bebouwing, een grafveld of de inrichting van het kloosterterrein (muren, greppels/sloten, waterputten en dergelijke). Ter plaatse van het Frederikspark en de zone ten noorden daarvan kunnen nog resten voorkomen van de botanische tuin die hier begin 19e eeuw in opdracht van Lodewijk Napoleon is aangelegd.
Om vast te kunnen stellen hoe diep de onderzijde van de moderne verstoringen ligt in het plangebied, wordt geadviseerd een verkennend booronderzoek uit te voeren. Ter plaatse van de nieuwe riolering dienen de verkennende boringen te reiken tot in de top van de strandwal op ongeveer -0,8 à -1,0 m NAP. In de rest van het plangebied kan worden volstaan met ondiepere boringen omdat de geplande bodemverstoringen hier maar tot ongeveer 0,5 m –mv zullen reiken. Onafhankelijk van de resultaten van de boringen wordt geadviseerd om de graafwerkzaamheden op het kruispunt HoutpleinLorentzplein-Wagenweg (waar resten van de muur en greppel rondom de Baanmolen en bijgebouwen bij deze molen zouden kunnen voorkomen) en graafwerkzaamheden ter hoogte van Lorentzplein 1 en 2 (waar resten van voormalige bebouwing aanwezig kunnen zijn) archeologisch te begeleiden
Archeologisch bureauonderzoek Recreatiegebied Vlietland Rietpolderweg, Leidschendam Gemeente Leidschendam-Voorburg
IDDS Archeologie heeft in oktober 2020 een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor een gebied langs de Rietpolderweg in recreatiegebied Vlietland, Leidschendam, gemeente Leidschendam-Voorburg
- …
