161 research outputs found

    Replication Data for: Maternal pertussis immunization and the blunting of routine vaccine effectiveness: A meta-analysis and modeling study

    No full text
    R-code associated with: 'Maternal pertussis immunization and the blunting of routine vaccine effectiveness: A meta-analysis and modeling study

    Growing up and growing old:A longitudinal study on aging in zebra finches

    No full text
    De omgevingskwaliteit tijdens de groei kan een enorm effect hebben op volwassen levensduur. Er wordt vaak aangenomen dat opgroeien in slechte omstandigheden levensduur verkort, maar er is ook de alternatieve hypothese dat individuen die opgroeien in slechte omstandigheden als volwassene juist beter kunnen omgaan met gelijkaardige uitdagingen. Dit werd tot nu toe zelden experimenteel onderzocht in een gewervelde soort. Hier hebben we zebravinken een foerageerkosten manipulatie gegeven tijdens de groei (broedselgrootte) en als volwassenen (vliegkosten) in een 2x2 design. Individuen die waren opgegroeid in ongunstige omstandigheden leefden korter, maar alleen als ze ook hoge foerageerkosten hadden ervaren als volwassenen. Dus, we hebben geen bewijs gevonden dat opgroeien in slechte omstandigheden individuen beter voorbereidt op hoge foerageerkosten als volwassenen. Er wordt vaak aangenomen dat veranderingen in levensduur gepaard gaan met veranderingen in veroudering of de aftakeling van het lichaam met leeftijd. De geldigheid van deze aanname vereist nog onderzoek. Hier hebben we in bovengenoemde vogels ook de veroudering gevolgd van meerdere van meerdere kenmerken van metabolisme en ´conditie´ (gewicht en snavelkleur, een seksueel signaal van kwaliteit). We hebben gevonden dat kenmerken verschilden in snelheid en wijze van veroudering: sommige kenmerken verouderden alleen in het laatste levensjaar (bijv. snavekleur) terwijl anderen geleidelijk aan verouderen vanaf het eerste volwassen levensjaar. Bovengenoemde moeilijke omgevingen versnelden de veroudering van enkele kenmerken (gewicht en snavelkleur) maar niet alle (metabolisme). Dit toont aan dat veroudering een asynchroon proces is. Omgevingsfactoren die levensduur veranderen, hebben niet noodzakelijk een effect op veroudering. Levensduur en veroudering zijn dus losgekoppeld.Environmental conditions during development can affect adult lifespan. It is often assumed that growing up in harsh environments shortens lifespan, but there is also the alternative hypothesis that individuals from harsh environments can better cope with similar challenges as adult. This has rarely been investigated experimentally in a vertebrate. Here, we subjected zebra finches to a foraging cost manipulation during development (brood size) and in adulthood (flight costs) in a 2x2 design. We found that individuals that had faced harsh environmental conditions during development lived shorter, but only when facing a harsh environment during adulthood. Thus, we found no evidence that growing up in harsh environments better prepared individuals to face foraging costs during adulthood. Changes in lifespan are often assumed to be associated with changes in aging, i.e. the decline in organismal functioning with age. However, the validity of this assumption however remains to be shown. Here we monitored the aging of various traits associated with metabolism and ´state´ (mass and bill coloration, a sexual signal indicating ´quality´). We found that traits differed in pace and shape of aging with some aging only in the last year of life (e.g. bill coloration), while others declined gradually throughout adulthood (e.g. metabolism). Our harsh environments accelerated the aging of some traits (mass, bill coloration), but not all (metabolism). This shows that aging within an organism is an asynchronous process. Factors affecting lifespan do not necessarily alter aging. Hence lifespan and aging are uncoupled

    Growing up and growing old: A longitudinal study on aging in zebra finches

    No full text
    De omgevingskwaliteit tijdens de groei kan een enorm effect hebben op volwassen levensduur. Er wordt vaak aangenomen dat opgroeien in slechte omstandigheden levensduur verkort, maar er is ook de alternatieve hypothese dat individuen die opgroeien in slechte omstandigheden als volwassene juist beter kunnen omgaan met gelijkaardige uitdagingen. Dit werd tot nu toe zelden experimenteel onderzocht in een gewervelde soort. Hier hebben we zebravinken een foerageerkosten manipulatie gegeven tijdens de groei (broedselgrootte) en als volwassenen (vliegkosten) in een 2x2 design. Individuen die waren opgegroeid in ongunstige omstandigheden leefden korter, maar alleen als ze ook hoge foerageerkosten hadden ervaren als volwassenen. Dus, we hebben geen bewijs gevonden dat opgroeien in slechte omstandigheden individuen beter voorbereidt op hoge foerageerkosten als volwassenen. Er wordt vaak aangenomen dat veranderingen in levensduur gepaard gaan met veranderingen in veroudering of de aftakeling van het lichaam met leeftijd. De geldigheid van deze aanname vereist nog onderzoek. Hier hebben we in bovengenoemde vogels ook de veroudering gevolgd van meerdere van meerdere kenmerken van metabolisme en ´conditie´ (gewicht en snavelkleur, een seksueel signaal van kwaliteit). We hebben gevonden dat kenmerken verschilden in snelheid en wijze van veroudering: sommige kenmerken verouderden alleen in het laatste levensjaar (bijv. snavekleur) terwijl anderen geleidelijk aan verouderen vanaf het eerste volwassen levensjaar. Bovengenoemde moeilijke omgevingen versnelden de veroudering van enkele kenmerken (gewicht en snavelkleur) maar niet alle (metabolisme). Dit toont aan dat veroudering een asynchroon proces is. Omgevingsfactoren die levensduur veranderen, hebben niet noodzakelijk een effect op veroudering. Levensduur en veroudering zijn dus losgekoppeld

    Übersetzung aus dem Deutschen ins Kroatische. Übersetzung aus dem Kroatischen ins Deutsche.

    No full text
    Rad ne sadrži sažetak.Deutscher Ausgangstext: Pauen, Michael (2012): "Ohne ich, kein wir: Warum wir Egoisten brauchen". Berlin: Ullstein, str. 101-133. Kroatischer Ausgangstext: Bareza, Sanja; Kalinić, Marija; Tomašević, Amelia (2011): "Briga o gostu". Zagreb: Ministarstvo turizma, str. 7-30

    Growing up and growing old:A longitudinal study on aging in zebra finches

    No full text
    De omgevingskwaliteit tijdens de groei kan een enorm effect hebben op volwassen levensduur. Er wordt vaak aangenomen dat opgroeien in slechte omstandigheden levensduur verkort, maar er is ook de alternatieve hypothese dat individuen die opgroeien in slechte omstandigheden als volwassene juist beter kunnen omgaan met gelijkaardige uitdagingen. Dit werd tot nu toe zelden experimenteel onderzocht in een gewervelde soort. Hier hebben we zebravinken een foerageerkosten manipulatie gegeven tijdens de groei (broedselgrootte) en als volwassenen (vliegkosten) in een 2x2 design. Individuen die waren opgegroeid in ongunstige omstandigheden leefden korter, maar alleen als ze ook hoge foerageerkosten hadden ervaren als volwassenen. Dus, we hebben geen bewijs gevonden dat opgroeien in slechte omstandigheden individuen beter voorbereidt op hoge foerageerkosten als volwassenen. Er wordt vaak aangenomen dat veranderingen in levensduur gepaard gaan met veranderingen in veroudering of de aftakeling van het lichaam met leeftijd. De geldigheid van deze aanname vereist nog onderzoek. Hier hebben we in bovengenoemde vogels ook de veroudering gevolgd van meerdere van meerdere kenmerken van metabolisme en ´conditie´ (gewicht en snavelkleur, een seksueel signaal van kwaliteit). We hebben gevonden dat kenmerken verschilden in snelheid en wijze van veroudering: sommige kenmerken verouderden alleen in het laatste levensjaar (bijv. snavekleur) terwijl anderen geleidelijk aan verouderen vanaf het eerste volwassen levensjaar. Bovengenoemde moeilijke omgevingen versnelden de veroudering van enkele kenmerken (gewicht en snavelkleur) maar niet alle (metabolisme). Dit toont aan dat veroudering een asynchroon proces is. Omgevingsfactoren die levensduur veranderen, hebben niet noodzakelijk een effect op veroudering. Levensduur en veroudering zijn dus losgekoppeld.Environmental conditions during development can affect adult lifespan. It is often assumed that growing up in harsh environments shortens lifespan, but there is also the alternative hypothesis that individuals from harsh environments can better cope with similar challenges as adult. This has rarely been investigated experimentally in a vertebrate. Here, we subjected zebra finches to a foraging cost manipulation during development (brood size) and in adulthood (flight costs) in a 2x2 design. We found that individuals that had faced harsh environmental conditions during development lived shorter, but only when facing a harsh environment during adulthood. Thus, we found no evidence that growing up in harsh environments better prepared individuals to face foraging costs during adulthood. Changes in lifespan are often assumed to be associated with changes in aging, i.e. the decline in organismal functioning with age. However, the validity of this assumption however remains to be shown. Here we monitored the aging of various traits associated with metabolism and ´state´ (mass and bill coloration, a sexual signal indicating ´quality´). We found that traits differed in pace and shape of aging with some aging only in the last year of life (e.g. bill coloration), while others declined gradually throughout adulthood (e.g. metabolism). Our harsh environments accelerated the aging of some traits (mass, bill coloration), but not all (metabolism). This shows that aging within an organism is an asynchronous process. Factors affecting lifespan do not necessarily alter aging. Hence lifespan and aging are uncoupled

    Growing up and growing old:A longitudinal study on aging in zebra finches

    No full text
    De omgevingskwaliteit tijdens de groei kan een enorm effect hebben op volwassen levensduur. Er wordt vaak aangenomen dat opgroeien in slechte omstandigheden levensduur verkort, maar er is ook de alternatieve hypothese dat individuen die opgroeien in slechte omstandigheden als volwassene juist beter kunnen omgaan met gelijkaardige uitdagingen. Dit werd tot nu toe zelden experimenteel onderzocht in een gewervelde soort. Hier hebben we zebravinken een foerageerkosten manipulatie gegeven tijdens de groei (broedselgrootte) en als volwassenen (vliegkosten) in een 2x2 design. Individuen die waren opgegroeid in ongunstige omstandigheden leefden korter, maar alleen als ze ook hoge foerageerkosten hadden ervaren als volwassenen. Dus, we hebben geen bewijs gevonden dat opgroeien in slechte omstandigheden individuen beter voorbereidt op hoge foerageerkosten als volwassenen. Er wordt vaak aangenomen dat veranderingen in levensduur gepaard gaan met veranderingen in veroudering of de aftakeling van het lichaam met leeftijd. De geldigheid van deze aanname vereist nog onderzoek. Hier hebben we in bovengenoemde vogels ook de veroudering gevolgd van meerdere van meerdere kenmerken van metabolisme en ´conditie´ (gewicht en snavelkleur, een seksueel signaal van kwaliteit). We hebben gevonden dat kenmerken verschilden in snelheid en wijze van veroudering: sommige kenmerken verouderden alleen in het laatste levensjaar (bijv. snavekleur) terwijl anderen geleidelijk aan verouderen vanaf het eerste volwassen levensjaar. Bovengenoemde moeilijke omgevingen versnelden de veroudering van enkele kenmerken (gewicht en snavelkleur) maar niet alle (metabolisme). Dit toont aan dat veroudering een asynchroon proces is. Omgevingsfactoren die levensduur veranderen, hebben niet noodzakelijk een effect op veroudering. Levensduur en veroudering zijn dus losgekoppeld.Environmental conditions during development can affect adult lifespan. It is often assumed that growing up in harsh environments shortens lifespan, but there is also the alternative hypothesis that individuals from harsh environments can better cope with similar challenges as adult. This has rarely been investigated experimentally in a vertebrate. Here, we subjected zebra finches to a foraging cost manipulation during development (brood size) and in adulthood (flight costs) in a 2x2 design. We found that individuals that had faced harsh environmental conditions during development lived shorter, but only when facing a harsh environment during adulthood. Thus, we found no evidence that growing up in harsh environments better prepared individuals to face foraging costs during adulthood. Changes in lifespan are often assumed to be associated with changes in aging, i.e. the decline in organismal functioning with age. However, the validity of this assumption however remains to be shown. Here we monitored the aging of various traits associated with metabolism and ´state´ (mass and bill coloration, a sexual signal indicating ´quality´). We found that traits differed in pace and shape of aging with some aging only in the last year of life (e.g. bill coloration), while others declined gradually throughout adulthood (e.g. metabolism). Our harsh environments accelerated the aging of some traits (mass, bill coloration), but not all (metabolism). This shows that aging within an organism is an asynchronous process. Factors affecting lifespan do not necessarily alter aging. Hence lifespan and aging are uncoupled

    Übersetzung aus dem Deutschen ins Kroatische. Übersetzung aus dem Kroatischen ins Deutsche.

    No full text
    Rad ne sadrži sažetak.Deutscher Ausgangstext: Pauen, Michael (2012): "Ohne ich, kein wir: Warum wir Egoisten brauchen". Berlin: Ullstein, str. 101-133. Kroatischer Ausgangstext: Bareza, Sanja; Kalinić, Marija; Tomašević, Amelia (2011): "Briga o gostu". Zagreb: Ministarstvo turizma, str. 7-30

    Growing up and growing old:A longitudinal study on aging in zebra finches

    No full text
    De omgevingskwaliteit tijdens de groei kan een enorm effect hebben op volwassen levensduur. Er wordt vaak aangenomen dat opgroeien in slechte omstandigheden levensduur verkort, maar er is ook de alternatieve hypothese dat individuen die opgroeien in slechte omstandigheden als volwassene juist beter kunnen omgaan met gelijkaardige uitdagingen. Dit werd tot nu toe zelden experimenteel onderzocht in een gewervelde soort. Hier hebben we zebravinken een foerageerkosten manipulatie gegeven tijdens de groei (broedselgrootte) en als volwassenen (vliegkosten) in een 2x2 design. Individuen die waren opgegroeid in ongunstige omstandigheden leefden korter, maar alleen als ze ook hoge foerageerkosten hadden ervaren als volwassenen. Dus, we hebben geen bewijs gevonden dat opgroeien in slechte omstandigheden individuen beter voorbereidt op hoge foerageerkosten als volwassenen. Er wordt vaak aangenomen dat veranderingen in levensduur gepaard gaan met veranderingen in veroudering of de aftakeling van het lichaam met leeftijd. De geldigheid van deze aanname vereist nog onderzoek. Hier hebben we in bovengenoemde vogels ook de veroudering gevolgd van meerdere van meerdere kenmerken van metabolisme en ´conditie´ (gewicht en snavelkleur, een seksueel signaal van kwaliteit). We hebben gevonden dat kenmerken verschilden in snelheid en wijze van veroudering: sommige kenmerken verouderden alleen in het laatste levensjaar (bijv. snavekleur) terwijl anderen geleidelijk aan verouderen vanaf het eerste volwassen levensjaar. Bovengenoemde moeilijke omgevingen versnelden de veroudering van enkele kenmerken (gewicht en snavelkleur) maar niet alle (metabolisme). Dit toont aan dat veroudering een asynchroon proces is. Omgevingsfactoren die levensduur veranderen, hebben niet noodzakelijk een effect op veroudering. Levensduur en veroudering zijn dus losgekoppeld.Environmental conditions during development can affect adult lifespan. It is often assumed that growing up in harsh environments shortens lifespan, but there is also the alternative hypothesis that individuals from harsh environments can better cope with similar challenges as adult. This has rarely been investigated experimentally in a vertebrate. Here, we subjected zebra finches to a foraging cost manipulation during development (brood size) and in adulthood (flight costs) in a 2x2 design. We found that individuals that had faced harsh environmental conditions during development lived shorter, but only when facing a harsh environment during adulthood. Thus, we found no evidence that growing up in harsh environments better prepared individuals to face foraging costs during adulthood. Changes in lifespan are often assumed to be associated with changes in aging, i.e. the decline in organismal functioning with age. However, the validity of this assumption however remains to be shown. Here we monitored the aging of various traits associated with metabolism and ´state´ (mass and bill coloration, a sexual signal indicating ´quality´). We found that traits differed in pace and shape of aging with some aging only in the last year of life (e.g. bill coloration), while others declined gradually throughout adulthood (e.g. metabolism). Our harsh environments accelerated the aging of some traits (mass, bill coloration), but not all (metabolism). This shows that aging within an organism is an asynchronous process. Factors affecting lifespan do not necessarily alter aging. Hence lifespan and aging are uncoupled

    Übersetzung aus dem Deutschen ins Kroatische. Übersetzung aus dem Kroatischen ins Deutsche.

    No full text
    Rad ne sadrži sažetak.Deutscher Ausgangstext: Pauen, Michael (2012): "Ohne ich, kein wir: Warum wir Egoisten brauchen". Berlin: Ullstein, str. 101-133. Kroatischer Ausgangstext: Bareza, Sanja; Kalinić, Marija; Tomašević, Amelia (2011): "Briga o gostu". Zagreb: Ministarstvo turizma, str. 7-30

    Mosaic metabolic ageing: Basal and standard metabolic rates age in opposite directions and independent of environmental quality, sex and life span in a passerine

    No full text
    1. Crucial to our understanding of the ageing process is identifying how traits change with age, which variables alter their ageing process and how these traits associate with fitness. 2. Here we investigated metabolic ageing in outdoor-living captive zebra finches experiencing foraging costs. We longitudinally monitored 407 individuals over 6 years and collected 3,213 measurements of two independent mass-adjusted metabolic traits: basal metabolic rate (BMRm) at thermoneutral temperatures and standard metabolic rate (SMRm), measured as BMRm but at ambient temperatures below thermoneutrality. 3. We define mosaic or asynchronous ageing as the difference in standardized absolute ageing rates between traits, and we estimate the degree of asynchrony using the within-individual correlation of change in trait values with age. 4. BMRm decreased linearly with age, consistent with earlier reports. In contrast, SMRm increased linearly with age. The absolute standardized change with age was significantly faster for BMRm compared to SMRm, and the within-individual correlation of age related change was negligible. To the best of our knowledge, this is the first quantification of SMRm ageing, and the finding that SMRm and BMRm age in opposite directions. 5. Neither metabolic rate nor metabolic ageing rate were associated with variation in life span between individuals. Moreover, experimental manipulations of environmental quality that decreased BMRm and SMRm and shortened life span by 6 months (12%) did not affect the ageing of either metabolic trait. Females lived 2 months (4%) shorter than males, but none of the metabolic traits showed sex-specific differences at any age. 6. Our findings indicate, in contrast to the current view, that baseline energy requirements increase with age, because animals do not generally live in thermoneutral conditions, and illustrate the importance of studying the ageing phenotype in an ecologically realistic setting
    corecore