1,721,052 research outputs found
Archeologische Bureauonderzoek Rioolvervanging en herinrichting doorgaande route Standdaarbuiten, Oudenbosch, Gemeente Halderberg
Op basis van het Archeologisch Bureauonderzoek kunnen de volgende conclusies worden getrokken:
1. Ter plaatse van het plangebied is sprake van een bodemopbouw met een subrecente ophooglaag, al dan niet op laatmiddeleeuwse Afzettingen van Duinkerke IIIb (noordwesten); op (dekzand-) Afzettingen van de Formatie van Boxtel, op Afzettingen van de Formatie van Stramproy (top op een diepte van circa 1.0 meter beneden het maaiveld). Dit betreft (de flank van) een hooggelegen dekzandplateau.
2. Archeologische resten uit de periode van het Laat Paleolithicum t/m de Vroege Middeleeuwen kunnen hier dagzomend worden aangetroffen, op en in de top van de Afzettingen van de Formatie van Boxtel en waar deze afwezig zijn op en in de top van de Afzettingen van de Formatie van Stramproy. De verwachting voor de aanwezigheid van dergelijke sporen ter plaatse van het noordwestelijke deel plangebied is laag tot middelhoog, omdat een dit deel van het plangebied in deze tijd al dan niet werd bedekt met een veenpakket.
3. Archeologische resten uit de Late Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd kunnen hier dagzomend worden aangetroffen, op en in de top van de Afzettingen van Duinkerke IIIb, of op en in de top van de Afzettingen van de Formatie van Boxtel (en waar deze afwezig zijn op en in de top van de Afzettingen van de Formatie van Stramproy). Ter plaatse van de Bornhemweg, het noordelijke deel van de Mgr. Dr. Poelsplein en de Timberwolfstraat heeft eeuwenlang een weg gelopen (het op de Kadastrale Kaart weergegeven Bommers Kous Straatje en Kaai Straatje). De verwachting voor het aantreffen van archeologische sporen uit de Late Middeleeuwen t/m de Nieuwe Tijd langs deze wegen is middelhoog. Het overige deel van het plangebied is eeuwenlang in gebruik geweest als bouwland en weiland
Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek door middel van grondboringen Plangebied Kraanbaan, Fase 1 t/m 3, Waalbandijk 62 - 64, Beneden-Leeuwen, Gemeente West Maas en Waal
Ter plaatse van het plangebied is bebouwing aanwezig geweest vanaf circa 1915 na Chr. De aanwezige industrieën en dan met name de scheepswerf en de houthandel zijn van grote invloed geweest op de huidige bodemopbouw. In opeenvolgende perioden is het talud ten noorden van de Waalbandijk opgehoogd. Deze ophogingen bestaan uit grond met grote brokken fundering en bevatten onder andere fragmenten asfalt, asbest en beton. Op basis van Topografische Kaarten kan worden geconcludeerd dat deze ophogingen in ieder geval tot in de jaren ’70 van de vorige eeuw hebben plaatsgehad.
Binnen het plangebied zijn 18 boringen uitgevoerd. Het merendeel van de boringen kon niet worden doorgezet tot op de beoogde diepte van 3 meter beneden het maaiveld vanwege de aanwezigheid van een dik ondoordringbaar puinpakket in de ondergrond.
Vijf boringen konden wel tot op een diepte van 3 meter beneden het maaiveld worden doorgezet. Er werd een bodemopbouw aangetroffen van een subrecente ophooglaag die dateert van na 1970, op een vegetatielaag, al dan niet op de dempingsvulling van de strang die rond 1932 dateert, op (geul-) Afzettingen van Tiel
Inventariserend Veldonderzoek door middel van Proefsleuven en Archeologische Opgraving Plangebied Woeziksestraat 450, Wijchen, Gemeente Wijchen
Op basis van de resultaten van het archeologisch onderzoek kunnen de volgende conclusies worden
getrokken:
- Ter plaatse van het onderzoeksgebied is een bodemopbouw aanwezig met een recente bouwvoor (Ap-horizont), op een begraven akkerlaag (Apb-horizont), op een verbruiningshorizont (AC-horizont), op dekzand, behorende tot de Formatie van Boxtel (C-horizont). De top van het direct onder de oude akkerlaag gelegen dekzand werd aangetroffen op een diepte van 0.4 - 0.5 meter beneden het maaiveld (7.3 - 7.6 meter +NAP).
- In de top van de dekzandafzettingen werden 35 archeologische sporen aangetroffen. Dit betrof 27 paalkuilen, 7 kuilen en 1 laag. Elf in eerste instantie als sporen aangemerkte bodemverkleuringen zijn komen te vervallen. Het betrof bodemverkleuringen die het gevolg waren van bioturbatie of van natuurlijke uitloging.
In totaal zijn 11 sporen gedateerd in de Nieuwe Tijd C. Het betrof 5 kuilen (Spoor nr. 35, 40 - 42 en 44) en 6 paalkuilen (Spoor nr. 25, 26, 32, 37, 39 en 43). Op geen van de kaarten uit de 19de en 20ste eeuw wordt ter plaatse van deze locatie bebouwing weergegeven, zodat de herkomst van deze sporen onduidelijk blijft.
Er zijn 10 sporen gedateerd in de Late IJzertijd/ Romeinse Tijd. Het betrof 7 paalkuilen (Spoor nr. 3, 4, 11, 17, 19, 22 en 34) en 3 kuilen (Spoor nr. 5, 18 en 36). Ter plaatse van het oostelijke deel van het onderzoeksgebied werd een sporencluster aangetroffen. Vanwege de beperkte oppervlakte van het opgegraven vlak en vanwege de aanwezigheid van mogelijk meerdere gebruiksfasen door elkaar was het niet mogelijk om de sporen te relateren aan een structuur. De grote hoeveelheid aangetroffen sporen doet echter wel vermoeden dat hier sprake is van een nederzetting en/ of een bijbehorende activiteitszone. De kern van deze vindplaats ligt vermoedelijk meer ten oosten van het onderzoeksgebied. Het vlak loopt immers op van west naar oost. Bovendien is direct ten oosten van het plangebied door BAAC een booronderzoek uitgevoerd in 2010. Bij dit booronderzoek werd het sporenvlak op een diepte van 0.4 meter beneden het maaiveld aangetroffen en werden er enkele aardewerkfragmenten uit de IJzertijd aangetroffen
Archeologische Begeleiding en Archeologische Opgraving Plangebied Kernplan II, Kerkplein, Voerendaal, Gemeente Voerendaal
Tijdens het onderzoek zijn in totaal 315 archeologische sporen aangetroffen in verschillende archeologische relevante lagen, die zijn blootgelegd in 5 vlakken. Het overgrote merendeel van de sporen kon worden gerelateerd aan structuren (246 sporen) en betrof o.a. 134 funderingen, 45 vloeren, 23 muren, 5 stakenrijen, 5 putten, 5 lagen, 4 poeren en 4 kelders. De sporen die niet aan structuren konden worden gekoppeld (61 sporen) betroffen o.a. 15 funderingen (waaronder 2 perceelsgrenzen en funderingen die vanwege het beperkte opgravingsvlak en de beperkte opgravingsdiepte niet aan een structuur konden worden gekoppeld).
Over het algemeen was er in de periode van circa 1350 tot 1700 na Chr. telkens één boerderij aanwezig ter plaatse van het noordoostelijke deel van het onderzoeksgebied. Het betrof eerst stiepenbouw. Daarna werden de gebouwen opgebouwd op een rommelige, ondiepe fundering van Kunrader kalksteen en mergel, wat mogelijk wijst op vakwerkbouw. Veel van de bebouwingsfasen werden afgewisseld met ophoogfasen, waardoor er een soort verhoogde woonplaats (huisterp) is ontstaan. Het westelijke deel van het onderzoeksgebied was onbebouwd. Er liep een oost - west georiënteerde beekloop en later een sloot of gracht, die waarschijnlijk vanuit het oosten, van waar de bebouwing heeft gestaan, geleidelijk aan is gedempt met onder andere afval. Op basis van het pollenonderzoek kan worden geconcludeerd dat in de directe omgeving van het onderzoeksgebied grasland aanwezig was, waarop werd begrazen. Mogelijk betrof dit aanvankelijk ook het westelijke deel van het plangebied.
De sloot in het westelijk deel van het onderzoeksgebied werd geleidelijk aan tot in de eerste helft van de 18de eeuw gedempt. Op deze gedempte sloot werden waarschijnlijk tussen 1700 - 1750 tegelijkertijd drie structuren gebouwd. Het betroffen redelijk gestandaardiseerde rechthoekige woningen die tegen elkaar aan werden gebouwd op dezelfde rooilijn. Deze rooilijn betrof de Dorpsstraat, het huidige Kerkplein. In de loop van de jaren werden achter de woningen allerlei schuurtjes, toilethuisjes en andere aanbouwen gebouwd.
De percelen ten westen van de oorspronkelijke drie woningen raakten vanaf het einde van de 19de eeuw bebouwd, waarbij van oost naar west toe werd uitgebreid. Waarschijnlijk dat de grond in het westelijke deel van het plangebied het meest en het langst drassig is gebleven en dat deze zone daarom lange tijd ongeschikt werd geacht om te bebouwen. Voorafgaand aan de bouw werd door middel van funderingspaaltjes dan ook een stabielere basis gelegd om op te bouwen.
De fundering van de bebouwing uit de 18de eeuw was tot de sloop voorafgaand aan het archeologisch onderzoek nog grotendeels intact. Wel konden vele verbouwingsfasen worden herkend die een resultaat waren van het samenvoegen of splitsen van panden en het moderniseren van de huizen
Archeologische Opgraving, variant Archeologische Begeleiding 'Plangebied Lidl Supermarkt’, Oedsmawei en J. W. de Visserwei, Grouw, Gemeente Leeuwarden: SOB Research (2020)
Ter plaatse van het onderzoeksgebied werd een grotendeels intacte bodemopbouw aangetroffen met recent opgebracht bouwzand; op antropogene ophooglagen uit de Nieuwe Tijd C (top op een diepte van 0.2 - 0.4 meter beneden het maaiveld/ 0.5 - 0.8 meter –NAP), op Afzettingen van Duinkerke IIIb uit de Late Middeleeuwen B / Nieuwe Tijd B al dan niet met inschakelingen van Hollandveen (top op een diepte van 0.6 - 1.0 meter beneden het maaiveld/ 0.9 - 1.4 meter –NAP).
Het eerste vlak is aangelegd direct onder de meest recente antropogene ophooglagen op het niveau waar de eerste sporen werden aangetroffen. Er werd één archeologisch spoor aangetroffen, zijnde een vierkante beerput uit de 18de eeuw.
Het tweede vlak is aangelegd op de maximale ontgravingsdiepte (circa 1.45 meter –NAP).Er werden 8 archeologische sporen aangetroffen. Het betrof de resten van 3 gedempte sloten, 2 mogelijke restanten van funderingen, 2 kuilen en 1 paalkuil.
De sloten betroffen 2 gedempte zuidoost - noordwest georiënteerde sloten en 1 gedempte zuidwest - noordoost georiënteerde sloot die de twee andere sloten met elkaar verbond. Het betreft waarschijnlijk de resten van ontginningssloten die waren gelegen ten zuiden en in het verlengde van de poldermolen van W. H. Schuurmans die op de Kadastrale Kaart van 1811- 1832 wordt weergegeven. Op basis van het vondstmateriaal kan worden geconcludeerd dat de sloten dateren uit de 16de eeuw, of de eerste helft van de 17de eeuw. Spoor nr. 8 en 12 betroffen parallel aan elkaar gelegen, restanten van funderingen die waarschijnlijk dateren uit de Nieuwe Tijd A.
Vanwege de beperkte breedte van de opgravingsput kon slechts een zeer beperkt deel van de mogelijke fundering worden blootgelegd. Er kan daarom niet met zekerheid worden aangetoond dat de funderingen tot (eenzelfde) structuur hebben behoord dan wel perceelsgrenzen of de restanten van enig ander element zijn geweest.
Tijdens de Archeologische Begeleiding en tijdens het voorafgaande proefsleuvenonderzoek werd een dik pakket antropogene ophooglagen aangetroffen. Het betreft waarschijnlijk de restanten van een antropogeen opgehoogde woonheuvel (terp). Vanwege de beperkte ontgravingsdiepte en oppervlakte konden de diepte en de begrenzingen van deze eventuele terp niet worden bepaald. Wel heeft en behoudt de onderzoekslocatie een hoge potentie voor de aanwezigheid van bewoningsresten uit de Vroege en de Late Middeleeuwen. De vindplaats is daarmede representatief voor bewoning in de omgeving van Grouw, waar de bewoning tot in de 18de eeuw voornamelijk op terpen heeft plaatsgehad
Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek door middel van grondboringen Plangebied Kraanbaan, Fase 1 t/m 3, Waalbandijk 62 - 64, Beneden-Leeuwen, Gemeente West Maas en Waal
Ter plaatse van het plangebied is bebouwing aanwezig geweest vanaf circa 1915 na Chr. De aanwezige industrieën en dan met name de scheepswerf en de houthandel zijn van grote invloed geweest op de huidige bodemopbouw. In opeenvolgende perioden is het talud ten noorden van de Waalbandijk opgehoogd. Deze ophogingen bestaan uit grond met grote brokken fundering en bevatten onder andere fragmenten asfalt, asbest en beton. Op basis van Topografische Kaarten kan worden geconcludeerd dat deze ophogingen in ieder geval tot in de jaren ’70 van de vorige eeuw hebben plaatsgehad.
Binnen het plangebied zijn 18 boringen uitgevoerd. Het merendeel van de boringen kon niet worden doorgezet tot op de beoogde diepte van 3 meter beneden het maaiveld vanwege de aanwezigheid van een dik ondoordringbaar puinpakket in de ondergrond.
Vijf boringen konden wel tot op een diepte van 3 meter beneden het maaiveld worden doorgezet. Er werd een bodemopbouw aangetroffen van een subrecente ophooglaag die dateert van na 1970, op een vegetatielaag, al dan niet op de dempingsvulling van de strang die rond 1932 dateert, op (geul-) Afzettingen van Tiel
Inventariserend Veldonderzoek door middel van Proefsleuven en Archeologische Opgraving Plangebied Woeziksestraat 450, Wijchen, Gemeente Wijchen
Op basis van de resultaten van het archeologisch onderzoek kunnen de volgende conclusies worden
getrokken:
- Ter plaatse van het onderzoeksgebied is een bodemopbouw aanwezig met een recente bouwvoor (Ap-horizont), op een begraven akkerlaag (Apb-horizont), op een verbruiningshorizont (AC-horizont), op dekzand, behorende tot de Formatie van Boxtel (C-horizont). De top van het direct onder de oude akkerlaag gelegen dekzand werd aangetroffen op een diepte van 0.4 - 0.5 meter beneden het maaiveld (7.3 - 7.6 meter +NAP).
- In de top van de dekzandafzettingen werden 35 archeologische sporen aangetroffen. Dit betrof 27 paalkuilen, 7 kuilen en 1 laag. Elf in eerste instantie als sporen aangemerkte bodemverkleuringen zijn komen te vervallen. Het betrof bodemverkleuringen die het gevolg waren van bioturbatie of van natuurlijke uitloging.
In totaal zijn 11 sporen gedateerd in de Nieuwe Tijd C. Het betrof 5 kuilen (Spoor nr. 35, 40 - 42 en 44) en 6 paalkuilen (Spoor nr. 25, 26, 32, 37, 39 en 43). Op geen van de kaarten uit de 19de en 20ste eeuw wordt ter plaatse van deze locatie bebouwing weergegeven, zodat de herkomst van deze sporen onduidelijk blijft.
Er zijn 10 sporen gedateerd in de Late IJzertijd/ Romeinse Tijd. Het betrof 7 paalkuilen (Spoor nr. 3, 4, 11, 17, 19, 22 en 34) en 3 kuilen (Spoor nr. 5, 18 en 36). Ter plaatse van het oostelijke deel van het onderzoeksgebied werd een sporencluster aangetroffen. Vanwege de beperkte oppervlakte van het opgegraven vlak en vanwege de aanwezigheid van mogelijk meerdere gebruiksfasen door elkaar was het niet mogelijk om de sporen te relateren aan een structuur. De grote hoeveelheid aangetroffen sporen doet echter wel vermoeden dat hier sprake is van een nederzetting en/ of een bijbehorende activiteitszone. De kern van deze vindplaats ligt vermoedelijk meer ten oosten van het onderzoeksgebied. Het vlak loopt immers op van west naar oost. Bovendien is direct ten oosten van het plangebied door BAAC een booronderzoek uitgevoerd in 2010. Bij dit booronderzoek werd het sporenvlak op een diepte van 0.4 meter beneden het maaiveld aangetroffen en werden er enkele aardewerkfragmenten uit de IJzertijd aangetroffen
Archeologische Bureauonderzoek Stamriool Dorpsstraat - Karolinastraat, Oud Gastel, Gemeente Halderberg
Op basis van het Archeologisch Bureauonderzoek kunnen de volgende conclusies worden getrokken:
1. Ter plaatse van het plangebied is sprake van een dekzandlandschap. Het betreft een bodemopbouw met Afzettingen van de Formatie van Boxtel (dagzomend), al dan niet op Afzettingen van de Formatie van Waalre op een diepte van circa 0.6 meter –NAP - 0.6 meter +NAP.
2. Archeologische resten uit de periode van het Laat Paleolithicum t/m de Vroege Middeleeuwen kunnen hier dagzomend worden aangetroffen, op en in de top van de Afzettingen van de Formatie van Boxtel. Op de archeologische verwachtingskaarten wordt hier een zone weergegeven met een lage verwachting voor wat betreft de aanwezigheid van archeologisch resten uit deze periode. Dit is onjuist, omdat het gebied is gelegen op een hoge dekzandrug waarvan een groot deel tijdens de maximale veenbedekking waarschijnlijk onbedekt is gebleven.
3. Archeologische resten uit de Late Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd kunnen hier dagzomend worden aangetroffen, op en in de top van de (dekzand-) Afzettingen van de Formatie van Boxtel. De verwachting voor de aanwezigheid van dergelijke archeologische resten is hoog, omdat het plangebied is gelegen in het centrum van Oud Gastel, een dorp dat in ieder geval al in de 13de eeuw bestond. Op basis van de Kadastrale Kaart uit 1811 - 1832 kan worden geconcludeerd dat de ligging van de Dorpsstraat en de Korte Dreef toen grotendeels overeenkwam met het huidige wegtracé. Voor wat betreft de Karolinastraat, de Julianastraat en het ten zuiden daarvan gelegen parkje kan worden geconcludeerd dat de ligging van deze wegen voor een deel percelen doorkruist die in ieder geval aan het begin van de 19de eeuw, maar waarschijnlijk al veel eerder, waren bebouwd. In de tweede helft van de 20ste eeuw is de ligging van de Markt gewijzigd, waardoor de oorspronkelijke oostelijke rooilijn verder naar het oosten toe is verlegd, waardoor dit deel van het plangebied tevens percelen doorkruist die in ieder geval aan het begin van de 19de eeuw, maar waarschijnlijk al veel eerder, waren bebouwd. Hetzelfde geldt voor de zone ten zuiden van het westelijke deel van de Korte Dreef, waar in de 19de eeuw bebouwing heeft gestaan
Archeologische Begeleiding en Archeologische Opgraving Plangebied Kernplan II, Kerkplein, Voerendaal, Gemeente Voerendaal
Tijdens het onderzoek zijn in totaal 315 archeologische sporen aangetroffen in verschillende archeologische relevante lagen, die zijn blootgelegd in 5 vlakken. Het overgrote merendeel van de sporen kon worden gerelateerd aan structuren (246 sporen) en betrof o.a. 134 funderingen, 45 vloeren, 23 muren, 5 stakenrijen, 5 putten, 5 lagen, 4 poeren en 4 kelders. De sporen die niet aan structuren konden worden gekoppeld (61 sporen) betroffen o.a. 15 funderingen (waaronder 2 perceelsgrenzen en funderingen die vanwege het beperkte opgravingsvlak en de beperkte opgravingsdiepte niet aan een structuur konden worden gekoppeld).
Over het algemeen was er in de periode van circa 1350 tot 1700 na Chr. telkens één boerderij aanwezig ter plaatse van het noordoostelijke deel van het onderzoeksgebied. Het betrof eerst stiepenbouw. Daarna werden de gebouwen opgebouwd op een rommelige, ondiepe fundering van Kunrader kalksteen en mergel, wat mogelijk wijst op vakwerkbouw. Veel van de bebouwingsfasen werden afgewisseld met ophoogfasen, waardoor er een soort verhoogde woonplaats (huisterp) is ontstaan. Het westelijke deel van het onderzoeksgebied was onbebouwd. Er liep een oost - west georiënteerde beekloop en later een sloot of gracht, die waarschijnlijk vanuit het oosten, van waar de bebouwing heeft gestaan, geleidelijk aan is gedempt met onder andere afval. Op basis van het pollenonderzoek kan worden geconcludeerd dat in de directe omgeving van het onderzoeksgebied grasland aanwezig was, waarop werd begrazen. Mogelijk betrof dit aanvankelijk ook het westelijke deel van het plangebied.
De sloot in het westelijk deel van het onderzoeksgebied werd geleidelijk aan tot in de eerste helft van de 18de eeuw gedempt. Op deze gedempte sloot werden waarschijnlijk tussen 1700 - 1750 tegelijkertijd drie structuren gebouwd. Het betroffen redelijk gestandaardiseerde rechthoekige woningen die tegen elkaar aan werden gebouwd op dezelfde rooilijn. Deze rooilijn betrof de Dorpsstraat, het huidige Kerkplein. In de loop van de jaren werden achter de woningen allerlei schuurtjes, toilethuisjes en andere aanbouwen gebouwd.
De percelen ten westen van de oorspronkelijke drie woningen raakten vanaf het einde van de 19de eeuw bebouwd, waarbij van oost naar west toe werd uitgebreid. Waarschijnlijk dat de grond in het westelijke deel van het plangebied het meest en het langst drassig is gebleven en dat deze zone daarom lange tijd ongeschikt werd geacht om te bebouwen. Voorafgaand aan de bouw werd door middel van funderingspaaltjes dan ook een stabielere basis gelegd om op te bouwen.
De fundering van de bebouwing uit de 18de eeuw was tot de sloop voorafgaand aan het archeologisch onderzoek nog grotendeels intact. Wel konden vele verbouwingsfasen worden herkend die een resultaat waren van het samenvoegen of splitsen van panden en het moderniseren van de huizen
Archeologische Bureauonderzoek Rioolvervanging en herinrichting doorgaande route Standdaarbuiten, Oudenbosch, Gemeente Halderberg
Op basis van het Archeologisch Bureauonderzoek kunnen de volgende conclusies worden getrokken:
1. Ter plaatse van het plangebied is sprake van een bodemopbouw met een subrecente ophooglaag, al dan niet op laatmiddeleeuwse Afzettingen van Duinkerke IIIb (noordwesten); op (dekzand-) Afzettingen van de Formatie van Boxtel, op Afzettingen van de Formatie van Stramproy (top op een diepte van circa 1.0 meter beneden het maaiveld). Dit betreft (de flank van) een hooggelegen dekzandplateau.
2. Archeologische resten uit de periode van het Laat Paleolithicum t/m de Vroege Middeleeuwen kunnen hier dagzomend worden aangetroffen, op en in de top van de Afzettingen van de Formatie van Boxtel en waar deze afwezig zijn op en in de top van de Afzettingen van de Formatie van Stramproy. De verwachting voor de aanwezigheid van dergelijke sporen ter plaatse van het noordwestelijke deel plangebied is laag tot middelhoog, omdat een dit deel van het plangebied in deze tijd al dan niet werd bedekt met een veenpakket.
3. Archeologische resten uit de Late Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd kunnen hier dagzomend worden aangetroffen, op en in de top van de Afzettingen van Duinkerke IIIb, of op en in de top van de Afzettingen van de Formatie van Boxtel (en waar deze afwezig zijn op en in de top van de Afzettingen van de Formatie van Stramproy). Ter plaatse van de Bornhemweg, het noordelijke deel van de Mgr. Dr. Poelsplein en de Timberwolfstraat heeft eeuwenlang een weg gelopen (het op de Kadastrale Kaart weergegeven Bommers Kous Straatje en Kaai Straatje). De verwachting voor het aantreffen van archeologische sporen uit de Late Middeleeuwen t/m de Nieuwe Tijd langs deze wegen is middelhoog. Het overige deel van het plangebied is eeuwenlang in gebruik geweest als bouwland en weiland
- …
