1,720,997 research outputs found

    Archeologisch bureau- en booronderzoek Plangebied Bouwlust III aan het Bergwegje te Aagtekerke, gemeente Veere

    No full text
    !!! REVISIE van https://doi.org/10.17026/dans-zw4-jezr !!! De gemeente Veere treft voorbereidingen voor de ontwikkeling van het plangebied Bouwlust III aan het Bergwegje te Aagtekerke. Het gaat om een uitbreiding van de woonkern van Aagtekerke. De ontwikkeling zal een ingrijpende bodemverstoring inhouden, waarbij mogelijk aanwezige archeologie in het gedrang komt. In lijn met de landelijke wetgeving, het Walchers archeologiebeleid en het gemeentelijke bestemmingsplan heeft de Walcherse Archeologische Dienst een verkennend archeologisch onderzoek uitgevoerd in de vorm van een bureauonderzoek en een booronderzoek. Dit rapport presenteert de resultaten, de conclusies van dit onderzoek, evenals de aanbeveling voor vervolgstappen binnen het archeologisch onderzoekstraject. Het bureauonderzoek en het booronderzoek hebben aangetoond dat ter hoogte van het plangebied Bouwlust III aan het Bergwegje te Aagtekerke het bodemprofiel intact is en overeenkomt met de beschrijving van de bodem bij de kartering van Walcheren in 1952. De karteerders Bennema en Van der Meer spreken in de publicatie van deze kartering over verschillende strak aan periodes verbonden transgressie- en regressiefasen. In 1997 maken Vos en Van Heeringen duidelijk dat we niet aan een supraregionaal systeem van in beperkte perioden plaats vindende transgressies en regressies moeten denken, maar eerder aan een meer dynamisch systeem. Een meer permanent systeem, waar regionale overstromingen dan weer hier, en dan weer daar voor de verschillende afzettingen hebben gezorgd. De dateringen van de afzettingen in ons bodemprofiel bij Aagtekerke kunnen we dan ook niet zo strak dateren, als Bennema en Van der Meer indertijd hebben gedaan. Hun beschrijving van het bodemprofiel komt wel ‘akelig’ overeen met onze bevindingen. Het bodemprofiel bevat in delen van het onderzoeksgebied drie verschillende archeologische verwachtingsniveaus: - een niveau in de top van het veen met een middelhoge verwachting op archeologie uit de ijzertijd, - een niveau in de top van de zavelige afzettingen behorende volgens Vos en Van Heeringen bij een zogenaamde Slufter omgeving met een middelhoge verwachting op archeologie vanaf de late ijzertijd tot in de midden Romeinse tijd, - een niveau in de top van de afdekkende zware kleiplaat en van de kreekafzettingen beide het gevolg bij overstromingen die tussen de laat Romeinse tijd en de vroege middeleeuwen hebben plaats gevonden. Hier geldt een hoge verwachting op archeologie uit de late middeleeuwen. Er zijn namelijk veel vondsten uit deze periode in en rond het onderzoeksgebied gemeld. Deze vondsten getuigen naar alle waarschijnlijkheid van bewoningsactiviteiten die samenhangen met de aanwezigheid van de nabij gelegen motte. Ook lijken in de boringen archeologische sporen op dit niveau aangeboord te zijn. Het booronderzoek geeft een goed beeld van de stratigrafie in het onderzoeksgebied, maar is niet voldoende om de aanwezigheid van archeologische resten in de vorm van grondsporen en vondsten afdoende te bevestigen, dan wel te weerleggen. Daarom luidt de aanbeveling om een inventariserend veldonderzoek in de vorm van proefsleuven (IVO-P) plaats te laten vinden. Het proefsleuvenonderzoek heeft als doel: - het voor onderhavig booronderzoek opgestelde verwachtingsmodel nader te toetsen. - steekproefsgewijs te onderzoeken of op de drie beschreven verwachtingsniveaus archeologische resten aanwezig zijn, - ter hoogte van de boringen 8, 9 en 10 te onderzoeken of daadwerkelijk archeologische sporen op deze plaats zijn aangeboord, - als archeologische resten worden gevonden, deze te waarderen om tot een selectieadvies (vrijgave van de locatie, fysiek behoud van de vindplaats of opgraving van de vindplaats) te komen

    Archeologische opgraving eerste fase Koningstraat, gemeente Middelburg

    No full text
    Aan de Koningstraat zijn de huizen door verzakking van gebouwdelen onbewoonbaar verklaard en wachten op de sloop. In overeenstemming met het archeologiebeleid van de gemeente Middelburg is in een vroeg stadium van de planvorming hier een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd door de Walcherse Archeologische Dienst. Uit het bureauonderzoek is duidelijk geworden dat in het onderzoeksgebied goed geconserveerde, behoudenswaardige archeologische resten in de ondergrond aanwezig zijn. In het onderzoeksgebied zijn op geringe diepte muurresten en andere bebouwingsresten bewaard gebleven die naar alle waarschijnlijkheid teruggaan tot de 16e en 17e eeuw. Het gaat hierbij om fundamentresten en beerkelders behorende bij panden die hier hebben gestaan en zijn weergegeven op de historische kaarten. Onderliggend geldt een middelhoge verwachting voor bewoningsresten uit de Late Middeleeuwen, met name de 13e t/m 15e eeuw. Door zowel de geplande saneringswerkzaamheden als het plaatsen van heipalen worden deze archeologische resten bedreigd. Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek is een opgraving geadviseerd in samenhang met de geplande sanering tot een diepte van ca. 1 meter onder maaiveld. Hierbij is uitgegaan van één onderzoeksniveau met een tweede op plaatsen waar beerkelders / waterputten of andersoortige vondstrijke vondstcomplexen optreden. Aan de informatiewaarde van deze complexen wordt veel belang gehecht. Door omstandigheden zijn de bouw van het appartementencomplex en de daarmee samenhangende saneringswerkzaamheden tot op vandaag de dag niet aangevangen. De bestaande bebouwing is nog steeds niet gesloopt en het grootste deel van de huizen staat al enkele jaren leeg. In het voorjaar van 2007 bleek bij een terreininspectie dat schatgravers achter de leegstaande huizen een beerput hadden opgegraven en de inhoud ontvreemd. Om verdere leegroof van belangrijke vondstcomplexen in het plangebied te voorkomen is door de Walcherse Archeologische Dienst en de gemeente Middelburg besloten om vooruitlopend op het definitieve onderzoek te trachten nog ongeschonden beerputten in de achtertuinen op te sporen en op te graven. Het onderzoek zou in deze fase beperkt blijven tot het veiligstellen van de inhoud van eventuele beerputten. Helaas konden naast drie/vier in het verleden reeds leeggehaalde beerputten geen waardevolle vondstcomplexen worden gevonde

    Rapportage Archeologische Monumentenzorg 87

    No full text
    Opgravingen in het kader van infrastructurele werken van de Betuweroute. Enkele laatneolithische kampen met een semi-agrarisch karakter, gevolgd door bewoning in de Vroege Bronstijd met een permanent karakter dat in de Midden-Bronstijd intensiveerde

    Walchers Archeologisch Rapport 2

    No full text
    Op het oude voetbaldveldje naast de tennisvelden De Kikkerpit is de bouw van een school gepland. In een vroeg stadium van de planvorming is een bureauonderzoek uitgevoerd. Verwachtingsmodel: in het westelijk deel hoge verwachting op basis van IKAW op bewoningsresten uit de Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd; in het oostelijk deel middelhoge verwachting op basis van de IKAW op bewoningsresten uit de prehistorie en de Romeinse Tijd. Op basis van historisch kaartmateriaal kan gesteld worden dat vanaf de 17e eeuw hier geen bewoningsresten te verwachten zijn

    Duizend jaar afval. Archeologische begeleiding van de aanleg van huisvuilcontainers in de binnenstad van Middelburg.

    No full text
    In de binnenstad van Middelburg werden in het najaar van 2008 een 70-tal ondergrondse huisvuil- en glascontainers geplaatst. Hierbij werd de bodem tot een diepte van ca. 3,0 m onder maaiveld ontgraven. Per container werd een oppervlak van om en bij de 9m2 verstoord. Door de beperkte verstoringsomvang was het graven van de containers vrijgesteld van archeologisch onderzoek. Gezien de grote informatiewaarde van een dicht grid aan kleine ‘proefputten’ verspreid over de binnenstad besloot de Walcherse Archeologische Dienst in de mate van het mogelijke waarnemingen te verrichten tijdens de graafwerkzaamheden. Op basis van te verwachten archeologische resten werd een ruime selectie gemaakt, waarbij ruim de helft (circa 44) van de containers waarnemingen gedaan zijn. Dankzij de vaststellingen en een kort archiefonderzoek per locatie kon een goed beeld gekregen worden op de lokale archeologische resten in de bodem. Bovendien bood het onderzoek de gelegenheid de betrouwbaarheid van het historisch kaartmateriaal in de praktijk te testen. Met name voor de kaart van Jacob van Deventer (ca. 1550) en Cornelis Goliath (ca. 1690) bleek de opgetekende situatie een zeer precieze weergave te zijn van de werkelijkheid. Het onderzoek heeft aangetoond dat er al op geringe diepte goed bewaarde archeologische resten kunnen worden gevonden. Documentatie van profielen wees uit dat in de bovenste 0,50-1,00m sporen uit de 18e-20e eeuw verwacht kunnen worden. Vanaf -0,50 tot -1,50m onder maaiveld bewoningsniveaus uit de 16e-17e eeuw en vanaf -1,50m onder maaiveld pakketten uit de 11e tot 15e eeuw. Het vroeg middeleeuwse niveau bevindt zich vanaf ongeveer -1,00/1,50m onder maaiveld. De verwachting is dat deze archeologische resten tot een diepte van minimaal -3,00 tot -4,00m onder maaiveld doorlopen. Uiteraard zijn de grenzen tussen deze niveaus moeilijk scherp te trekken en lopen ze sterk door elkaar. Lokaal kunnen ook grote verschillen optreden door de grote reliëfverschillen in de binnenstad van Middelburg. Door de complexe aard van binnenstedelijke archeologie en de grote reliëfverschillen in de binnenstad van Middelburg is het niet mogelijk te streven naar een standaardstratigrafie. Dit onderzoek geeft echter wel een beeld op het ondergrondse erfgoed op specifieke locaties in de stad en kan een hulpmiddel zijn voor toekomstig archeologisch vooronderzoek in Middelburg

    ADC 369

    No full text
    onderzoeksrappor

    ADC 659

    No full text
    onderzoeksrappor

    Aanvullend Archeologisch Onderzoek in het trace van de Hogesnelheidslijn-Zuid/A16 vindplaats 29, Effen-Zuid, gemeente Breda

    No full text
    In het kader van de aanleg van de Hogesnelheidslijn heeft een Aanvullend Archeologisch Onderzoek op deze locatie plaatsgevonden. Tijdens de prospectie werden meerde scherven aangetroffen, die de aanwezigheid van nederzettingssporen uit de Middeleeuwen deden vermoeden. Tijdens het AAO zijn onder het aangetroffen esdek en een licht-grijsbruine, mogelijk oudere akkerlaag weinig archeologische grondsporen aangetroffen. Enkele greppels wijzen op perceleringssystemen, vermoedelijk uit de Late Middeleeuwen. In een put werd een kleine concentratie van negen paalsporen aangetroffen. Hieruit kon geen plattegrond herleid worden. Ter plaatse van de door middel van meerdere proefsleuven onderzochte vindplaats heeft in het verleden geen nederzetting gestaan. Wel is in de Middeleeuwen een laag gevormd, waarvan de aard onbekend is. Het naar deze locatie gevoerde materiaal zal niet van ver komen; in de directe nabijheid van deze vindplaats moeten dan ook een of meerdere nederzettingen gestaan hebben uit de IJzertijd, de Romeinse tijd, de Merovingische tijd, de Karolingische tijd en de Late Middeleeuwen

    Aanvullend Archeologisch Onderzoek in het trace van de Hogesnelheidslijn-Zuid/A16, vindplaats 22, Zevenbergschen Hoek

    No full text
    In het kader van de aanleg van de Hogesnelheidslijn heeft een Aanvullend Archeologisch Onderzoek op deze locatie plaatsgevonden. Van een vondstlaag of vondststrooiing was geen sprake. Wel werd veelvuldig als insluitsel in de podsolbodem houtskool aangetroffen. Het houtskool is tijdens het vooronderzoek gemonsterd en werd in het Midden-Neolithicum gedateerd. Behalve houtskool zijn geen archeologische vondsten en grondsporen gevonden. De in het rapport van het vooronderzoek uitgesproken verwachting dat op deze vindplaats mogelijke nederzettingsterreinen aanwezig zijn, kan dan ook niet bevestigd worden. De aanwezigheid van een verkoolde graankorrel duidt wel op sporen van menselijke activiteiten in de nabijheid van de vindplaats. De top van de podsolbodem bleek plaatselijk gevlekt, hetgeen kan wijzen op een beakkering of een cultuurlaag. Op grond van deze resultaten is door de PAH besloten van de tweede fase van het onderzoek op deze vindplaats af te zien

    ADC 698

    No full text
    onderzoeksrappor
    corecore