1,720,977 research outputs found
Going Beyond Counting First Authors in Author Co-citation Analysis
The present study examines one of the fundamental aspects of author co-citation analysis (ACA) - the way co-citation
counts are defined. Co-citation counting provides the data on which all subsequent statistical analyses and mappings
are based, and we compare ACA results based on two different types of co-citation counting - the traditional type that
only counts the first one among a cited work's authors on the one hand and a non-traditional type that takes into
account the first 5 authors of a cited work on the other hand. Results indicate that the picture produced through this non-traditional author co-citation counting contains more coherent author groups and is therefore considerably clearer. However, this picture represents fewer specialties in the research field being studied than that produced through the traditional first-author co-citation counting when the same number of top-ranked authors is selected and analyzed. Reasons for these effects are discussed
Het belang van opleiding voor de arbeidsmarktpositie van allochtonen II: een repliek op Martens en Veenman
The article presents the authors\u27 comments on the importance of training for the labor market position of immigrants in the Netherlands. The author makes specific reference to certain researches conducted by sociologists in this regard, and compare their methods with that of their own. The authors hold that a considerable part of the difference in labor market position between immigrants and autochthons is still unexplained
Anemia and erythropoietin in heart failure
Na een hartinfact krijgen veel patiënten te maken met hartfalen; een verminderde pompfunctie van het hart. Peter van der Meer ontdekte dat EPO de hartfunctie van patiënten kan verbeteren. Verder blijkt de prognose duidelijk slechter te zijn wanneer patiënten naast hartfalen ook bloedarmoede hebben. Voor sporters is EPO (erythropoëtine) aantrekkelijk, omdat het de hoeveelheid rode bloedcellen en daarmee de zuurstofopname verhoogt. EPO is vooral vanuit het wielrennen bekend. Van der Meer laat zien dat EPO bij hartproblemen kan zorgen voor een kleiner infarct en een verbeterde hartfunctie: bij ratten verbetert de knijpkracht van het hart en ontstaan er meer bloedvaatjes in de hartspier, waardoor er waarschijnlijk een betere zuurstofuitwisseling plaatsvindt. De promovendus verwacht een snelle toepassing bij patiënten omdat EPO veilig is; het wordt al decennia lang aan patiënten met bloedarmoede gegeven.
Om bloedarmoede bij hartfalenpatiënten te kunnen voorkomen, zocht Van der Meer naar de oorzaak. Hij laat zien dat de beenmergcellen minder goed delen en dat dit te maken heeft met het eiwit Ac-SDKP. Wanneer dit eiwit bij patiënten verhoogd is, kan dit leiden tot bloedarmoede. Opvallend is dat een medicamenteuze behandeling met ACE-remmers juist bloedarmoede kan opwekken. De promovendus verwacht dat dit gevolgen kan hebben voor de huidige behandeling van hartpatiënten
Variations on the Author
“Variations on the Author” discusses two of Eduardo Coutinho’s recent films (Um Dia na Vida, from 2010, and Últimas Conversas, posthumously released in 2015) and their contribution to the general question of documentary authorship. The director’s filmography is characterized by a consistent yet self-effacing form of authorial self-inscription: Coutinho often features as an interviewer that rather than express opinions propels discourses; an interviewer that is good at listening. This mode of self-inscription characterizes him as an author who is not expressive but who is nonetheless markedly present on the screen. In Um Dia na Vida, however, Coutinho is completely absent form the image, while Últimas Conversas, on the contrary, includes a confessional prologue that moves the director from the margins to the center of his films. This article examines the ways in which these works stand out in the filmography of a director who offers new insights into the notion of cinematic authorship
Anemia and erythropoietin in heart failure
Na een hartinfact krijgen veel patiënten te maken met hartfalen; een verminderde pompfunctie van het hart. Peter van der Meer ontdekte dat EPO de hartfunctie van patiënten kan verbeteren. Verder blijkt de prognose duidelijk slechter te zijn wanneer patiënten naast hartfalen ook bloedarmoede hebben. Voor sporters is EPO (erythropoëtine) aantrekkelijk, omdat het de hoeveelheid rode bloedcellen en daarmee de zuurstofopname verhoogt. EPO is vooral vanuit het wielrennen bekend. Van der Meer laat zien dat EPO bij hartproblemen kan zorgen voor een kleiner infarct en een verbeterde hartfunctie: bij ratten verbetert de knijpkracht van het hart en ontstaan er meer bloedvaatjes in de hartspier, waardoor er waarschijnlijk een betere zuurstofuitwisseling plaatsvindt. De promovendus verwacht een snelle toepassing bij patiënten omdat EPO veilig is; het wordt al decennia lang aan patiënten met bloedarmoede gegeven. Om bloedarmoede bij hartfalenpatiënten te kunnen voorkomen, zocht Van der Meer naar de oorzaak. Hij laat zien dat de beenmergcellen minder goed delen en dat dit te maken heeft met het eiwit Ac-SDKP. Wanneer dit eiwit bij patiënten verhoogd is, kan dit leiden tot bloedarmoede. Opvallend is dat een medicamenteuze behandeling met ACE-remmers juist bloedarmoede kan opwekken. De promovendus verwacht dat dit gevolgen kan hebben voor de huidige behandeling van hartpatiënte
Anemia and erythropoietin in heart failure
Na een hartinfact krijgen veel patiënten te maken met hartfalen; een verminderde pompfunctie van het hart. Peter van der Meer ontdekte dat EPO de hartfunctie van patiënten kan verbeteren. Verder blijkt de prognose duidelijk slechter te zijn wanneer patiënten naast hartfalen ook bloedarmoede hebben. Voor sporters is EPO (erythropoëtine) aantrekkelijk, omdat het de hoeveelheid rode bloedcellen en daarmee de zuurstofopname verhoogt. EPO is vooral vanuit het wielrennen bekend. Van der Meer laat zien dat EPO bij hartproblemen kan zorgen voor een kleiner infarct en een verbeterde hartfunctie: bij ratten verbetert de knijpkracht van het hart en ontstaan er meer bloedvaatjes in de hartspier, waardoor er waarschijnlijk een betere zuurstofuitwisseling plaatsvindt. De promovendus verwacht een snelle toepassing bij patiënten omdat EPO veilig is; het wordt al decennia lang aan patiënten met bloedarmoede gegeven. Om bloedarmoede bij hartfalenpatiënten te kunnen voorkomen, zocht Van der Meer naar de oorzaak. Hij laat zien dat de beenmergcellen minder goed delen en dat dit te maken heeft met het eiwit Ac-SDKP. Wanneer dit eiwit bij patiënten verhoogd is, kan dit leiden tot bloedarmoede. Opvallend is dat een medicamenteuze behandeling met ACE-remmers juist bloedarmoede kan opwekken. De promovendus verwacht dat dit gevolgen kan hebben voor de huidige behandeling van hartpatiënte
Anemia and erythropoietin in heart failure
Na een hartinfact krijgen veel patiënten te maken met hartfalen; een verminderde pompfunctie van het hart. Peter van der Meer ontdekte dat EPO de hartfunctie van patiënten kan verbeteren. Verder blijkt de prognose duidelijk slechter te zijn wanneer patiënten naast hartfalen ook bloedarmoede hebben. Voor sporters is EPO (erythropoëtine) aantrekkelijk, omdat het de hoeveelheid rode bloedcellen en daarmee de zuurstofopname verhoogt. EPO is vooral vanuit het wielrennen bekend. Van der Meer laat zien dat EPO bij hartproblemen kan zorgen voor een kleiner infarct en een verbeterde hartfunctie: bij ratten verbetert de knijpkracht van het hart en ontstaan er meer bloedvaatjes in de hartspier, waardoor er waarschijnlijk een betere zuurstofuitwisseling plaatsvindt. De promovendus verwacht een snelle toepassing bij patiënten omdat EPO veilig is; het wordt al decennia lang aan patiënten met bloedarmoede gegeven. Om bloedarmoede bij hartfalenpatiënten te kunnen voorkomen, zocht Van der Meer naar de oorzaak. Hij laat zien dat de beenmergcellen minder goed delen en dat dit te maken heeft met het eiwit Ac-SDKP. Wanneer dit eiwit bij patiënten verhoogd is, kan dit leiden tot bloedarmoede. Opvallend is dat een medicamenteuze behandeling met ACE-remmers juist bloedarmoede kan opwekken. De promovendus verwacht dat dit gevolgen kan hebben voor de huidige behandeling van hartpatiënte
Anemia and erythropoietin in heart failure
Na een hartinfact krijgen veel patiënten te maken met hartfalen; een verminderde pompfunctie van het hart. Peter van der Meer ontdekte dat EPO de hartfunctie van patiënten kan verbeteren. Verder blijkt de prognose duidelijk slechter te zijn wanneer patiënten naast hartfalen ook bloedarmoede hebben. Voor sporters is EPO (erythropoëtine) aantrekkelijk, omdat het de hoeveelheid rode bloedcellen en daarmee de zuurstofopname verhoogt. EPO is vooral vanuit het wielrennen bekend. Van der Meer laat zien dat EPO bij hartproblemen kan zorgen voor een kleiner infarct en een verbeterde hartfunctie: bij ratten verbetert de knijpkracht van het hart en ontstaan er meer bloedvaatjes in de hartspier, waardoor er waarschijnlijk een betere zuurstofuitwisseling plaatsvindt. De promovendus verwacht een snelle toepassing bij patiënten omdat EPO veilig is; het wordt al decennia lang aan patiënten met bloedarmoede gegeven. Om bloedarmoede bij hartfalenpatiënten te kunnen voorkomen, zocht Van der Meer naar de oorzaak. Hij laat zien dat de beenmergcellen minder goed delen en dat dit te maken heeft met het eiwit Ac-SDKP. Wanneer dit eiwit bij patiënten verhoogd is, kan dit leiden tot bloedarmoede. Opvallend is dat een medicamenteuze behandeling met ACE-remmers juist bloedarmoede kan opwekken. De promovendus verwacht dat dit gevolgen kan hebben voor de huidige behandeling van hartpatiënte
Appropriate Similarity Measures for Author Cocitation Analysis
We provide a number of new insights into the methodological discussion about author cocitation analysis. We first argue that the use of the Pearson correlation for measuring the similarity between authors’ cocitation profiles is not very satisfactory. We then discuss what kind of similarity measures may be used as an alternative to the Pearson correlation. We consider three similarity measures in particular. One is the well-known cosine. The other two similarity measures have not been used before in the bibliometric literature. Finally, we show by means of an example that our findings have a high practical relevance.information science;Pearson correlation;cosine;similarity measure;author cocitation analysis
- …
