18 research outputs found

    Correction to: An ethico-legal framework for social data science (International Journal of Data Science and Analytics, (2021), 11, 4, (377-390), 10.1007/s41060-020-00211-7)

    No full text
    The article ‘‘An ethico-legal framework for social data science’’, written by Nikolaus Forgó, Stefanie Hänold, Jeroen van den Hoven, Tina Krügel, Iryna Lishchuk, René Mahieu, Anna Monreale, Dino Pedreschi, Francesca Pratesi, David van Putten originally published electronically on the publisher’s internet portal (currently SpringerLink) on April 10, 2021 without open access. The copyright of the article changed t

    Bestaande vistuigen als mogelijk alternatief voor de boomkor

    No full text
    Om platvissoorten als tong, schol, schar, tarbot en griet te kunnen vangen, is de in de Nederlandse visserij dominerende boomkortechniek niet de enige manier. Er zijn meerdere alternatieve vistechnieken voorhanden. Een aantal van deze alternatieven zoals de bordentrawl, snurrevaadvisserij en de visserij met staand want zijn in het verleden door Nederlandse vissers al toegepast. Naast deze traditionele technieken zijn in de afgelopen jaren efficiënte nieuwe vistechnieken ontwikkeld waarmee op platvis kan worden gevist. Gelet op de huidige hoge brandstofkosten en de discussies over ongewenste bijvangsten en de effecten van de boomkorvisserij op het bodemleven kan de vraag gesteld worden of deze methoden een aantrekkelijk alternatief zouden kunnen zijn voor Nederlandse visserij. Het gaat dan natuurlijk niet alleen om de effecten op de natuur maar ook om de vraag of deze alternatieven uit economisch oogpunt interessant zijn. In dit rapport wordt een aantal alternatieven voor de boomkorvisserij op platvis beschreven; twinrigging, snurrevaad, staandwantvisserij en longlining. De informatie afkomstig uit onderzoek en de vakliteratuur is aangevuld met praktijkervaringen die binnen de Nederlandse vloot zijn opgedaan. Uit deze studie blijkt dat de staandwantvisserij gericht op platvis en longlining in de huidige situatie geen economisch haalbare alternatieven zijn. De vismethoden zijn gewoonweg te arbeidsintensief in vergelijking met de mogelijke opbrengsten. Snurrevaadvisserij en twinrigging bieden mogelijk wel perspectief voor een deel van de boomkorvissers. De hoge kwaliteit vis, het lage energieverbruik en de relatief geringe slijtage bij de snurrevaadvisserij zijn belangrijke voordelen ten opzichte van de boomkorvisserij. Ook wat ecologische effecten betreft scoort de snurrevaadvisserij goed doordat zowel de bodemverstoring als de bijvangsten aan jonge vis gering zijn. De snurrevaadvisserij is echter slechts een deel van het jaar effectief te beoefenen. Vanuit economisch perspectief is deze vorm van visserij dus voor lang niet alle vissers interessant. Twinrigging is een vismethode die in economisch opzicht beter scoort. De methode doet wat scholvangsten betreft niet onder voor de boomkor. Wat energieverbruik betreft is deze methode aantrekkelijk omdat langzamer gevist kan worden. Het brandstofverbruik per kilo gevangen schol is aanmerkelijk lager. De vangsten van tong zijn echter kleiner doordat minder scherp wordt gevist. Dit laatste houdt ook in dat de bodemverstoring van een twinrig-trawl kleiner is dan bij de boomkor. Daar staat echter wel weer tegenover dat er een veel groter oppervlak wordt bevist door de twinrig in vergelijking met de 4,5 meter boomkor die is toegestaan in de 12-mijlszone. Er lijkt inmiddels een trend waarneembaar waarbij met meer wekkerkettingen wordt gevist waardoor het voordeel van een verminderde bodemverstoring van de twinrig weer grotendeels teniet kan worden gedaan. De gebruikte veel grotere totale netopening van de twinrig-trawl betekent ook dat er waarschijnlijk meer jonge vis in het net komt dan bij de boomkor. Vooral omdat er soms met trawls met 56 en 60 millimeter maaswijdte wordt gevist, zijn de bijvangsten in de twinrigvisserij waarschijnlijk groter dan bij de boomkor. Alles in overweging nemend kan op basis van de beschikbare informatie niet geconcludeerd worden dat de twinrigvisserij vanuit ecologisch oogpunt veel beter scoort dan de boomkor. Er is binnen de visserijsector al enige discussie over de voors- en tegen van de twinrigvisserij. Een signaal dat er klaarblijkelijk behoefte is aan meer duidelijkheid over de effecten van dit type vistuig en over de rol die het visserijbeleid in de toekomstige ontwikkelingen van de twinrigvisserij wil innemen

    Collectively exercising the right of access: individual effort, societal effect

    No full text
    The debate about how to govern personal data has intensified in recent years. The European Union’s General Data Protection Regulation, which came into effect in May 2018, relies on transparency mechanisms codified through obligations for organisations and citizen rights. While some of these rights have existed for decades, their effectiveness is rarely tested in practice. This paper reports on the exercise of the so-called right of access, which gives citizens the right to get access to their personal data. We study this by working with articipants—citizens for whom the law is written—who collectively sent over a hundred data access requests and shared the responses with us. We analyse the replies to the access requests, as well as the participant's evaluation of them. We find that non-compliance with the law's obligations is widespread. Participants were critical of many responses, though they also reported a large variation in quality. They did not find them effective for getting transparency into the processing of their own personal data. We did find a way forward emerging from their responses, namely by looking at the requests as a collective endeavour, rather than an individual one. Comparing the responses to similar access requests creates a context to judge the quality of a reply and the lawfulness of the data practices it reveals. Moreover, collective use of the right of access can help shift the power imbalance between individual citizens and organisations in favour of the citizen, which may incentivise organisations to deal with data in a more transparent way.Organisation & Governanc

    Harnessing the collective potential of GDPR access rights: towards an ecology of transparency

    Full text link
    The GDPR’s goal of empowering citizens can only be fully realised when the collective dimensions of data subject rights are acknowledged and supported through proper enforcement. The power of the collective use of data subjects’ rights, however, is currently neither acknowledged nor properly enforced. This is the message we sent to the European Commission in response to its call for feedback for its two-year review of the GDPR. In our submission entitled Recognising and Enabling the Collective Dimension of the GDPR and the Right of Access – A call to support the governance structure of checks and balances for informational power asymmetries, we demonstrate the collective potential of GDPR access rights with a long list of real-life examples

    Oscillations of cylinders in waves and currents

    Full text link
    This thesis contains the results of two research investigations conducted by the author, the first an exploratory investigation into wave induced vibrations, conducted at the British Hydrodynamics Research Association (BHRA), and the second a comprehensive investigation into the forces on cylinders oscillated in still water and inline with various currents, conducted at the River and Harbour Laboratory (VHL), Trondheim, Norway. Questions posed by the results of the first investigation were used in the formulation of the second, and results from the second led to a better understanding of the first

    Korte termijn advies voedselreservering Oosterschelde; samenvattende rapportage in het kader van EVAII

    No full text
    In 1999 is na een tussentijdse evaluatie het beleidsbesluit Schelpdiervisserij Kustwateren 1999-2003 vastgesteld. Dit hield o.a. in dat het voedselreserveringsbeleid dat in de periode 1993-1998 van kracht was voor de Oosterschelde, werd gewijzigd: De hoeveelheid voedsel die in de periode voor 1999 werd gereserveerd voor vogels in de Oosterschelde, was gerelateerd aan de gemiddelde voedselbehoefte van de vogels die eind jaren 80 in dit gebied aanwezig waren. Deze gemiddelde voedselbehoefte was vastgesteld op 3,4 miljoen kilo kokkelvlees en 1,3 miljoen kilo mosselvlee

    De visstand in het Rotterdamse havengebied en mogelijke effecten van koelwaterlozingen

    No full text
    In 1999 is in opdracht van RWS/Directie Zuid-Holland de samenstelling van de visstand in vier Rotterdamse havens onderzocht. Doel van dit onderzoek is om een beeld te krijgen van de samenstelling van de visstand in het Rotterdamse havengebied en om de mogelijke effecten van koelwaterlozingen in havenbekkens te achterhalen. Derhalve is in twee havens met koelwaterlozingen en in twee havens zonder koelwaterlozingen gevist. Omdat de samenstelling van de visstand seizoensafhankelijk is zijn de visstandbemonsteringen zowel op het einde van de zomer (augustus) als aan het begin van de winterperiode (november) uitgevoerd. Uit de bemonsteringen blijkt dat het Rotterdamse havengebied een zeer diverse visstand herbergt. Door de ligging van de havens op de overgang van zoet naar zout zijn zoetwater- en zoutwatersoorten ruim vertegenwoordigd in de vangsten. Dominante soorten zijn voor zoet blankvoorn, brasem en snoekbaars en voor zout haring en sprot. De Nieuwe Waterweg is een van de weinige open verbindingen tussen rivieren en de zee wat het relatief hoge aantal migrerende vissoorten in de havens verklaart. Naast de algemeen voorkomende spiering en driedoornige stekelbaars is bijvoorbeeld de vangst van een grote marene opmerkelijk. Er zijn eveneens enkele vertegenwoordigers uit het estuariene vissengilde aangetroffen alhoewel de vertegenwoordiging uit deze groep, waarschijnlijk als gevolg van de scherpe overgang van zoet naar zout, beperkt is. Bot en dikkopje zijn de meest voorkomende estuariene soorten. Op basis van metingen aan de watertemperaturen is geconstateerd dat tijdens de bemonsteringsperiode de maximale opwarming van de havens met koelwaterlozingen 4 tot 6 °C bedroeg. De visstandbemonsteringen geven geen indicatie voor direct negatieve effecten van de lozingen op de visstand. In de zoetere Keilehaven waarin koelwater wordt geloosd was de visbiomassa zelfs het hoogst en waren de zoetwatersoorten ruim vertegenwoordigd, tn de andere lozingshaven, de Chemiehaven, week de visstand meer af van de referentiehavens. De biomassa is in de zomerperiode behoorlijk laag maar daartegenover staat dat de Chemiehaven een hoge soortenrijkdom heeft. Dit verschi! wordt veroorzaakt door diverse factoren. De Chemiehaven is de meest zoute haven waardoor veel zoutwatersoorten voorkomen. De lage zuurstofconcentraties aan de bodem in de zomer (tweelagen systeem) kunnen van invloed kan zijn geweest op de biomassa en de haven is het meest veraf gelegen van de hoofdstroom van de Nieuwe Waterweg waardoor de uitwisseling van vis minder direct is. Vanwege deze verschillen in omstandigheden bleek het niet mogelijk een verband te leggen tussen visstand en koelwaterlozingen. Hoogstens kunnen de lage zuurstofconcentratie in de zomer mede in de hand zijn gewerkt door de koelwaterlozingen. Ook zijn in de Chemiehaven relatief veel zeebaarzen gevangen. Een zuidelijke soort waarvan bekend is dat deze in meer gematigde regionen graag in de nabijheid van warmtebronnen verblijft. De bemonsteringsresultaten geven in combinatie met de doelstelling van de richtlijnen voor koelwaterlozingen geen directe aanleiding voor extra maatregelen op ecologische gronden. Deze conclusie is echter alleen gebaseerd op de waarnemingsperiode en geeft geen indicatie voor de invloed van lozingen a!s de watertemperaturen extreem hoog zijn en er voor de koeling ook extra veel koelwater moet worden ingenomen. Wel wordt in deze rapportage middels een theoretisch stuurmodel aangegeven op welke wijze de negatieve effecten van koelwaterlozingen op het leefmilieu zoveel mogelijk beperkt kunnen worden. Deze opties richten zich met name op technische aspecten zoals ligging van de inname- en lozingspunten en frequentie van lozing. Via een ander lozingsregime kunnen thermische barrières worden verminderd en kan bijvoorbeeld de steflheid van de gradiënt tussen zoet/zout in de verticaal (Chemiehaven) worden verminderd. De resultaten van het kleinschalige onderzoek hebben aangetoond dat het Rotterdamse havengebied ondanks haar industriële functie en onnatuurlijke karakter van de havenbekkens een zeer diverse visgemeenschap herbergt. De havens spelen een rol als opgroeigebied voor jonge vis, als winterverblijf voor grotere vissen en als tijdelijke verblijfplaats voor migrerende soorten. Het unieke karakter wordt vooral veroorzaakt door de open verbinding tussen zoet en zout, Het gebied heeft, in combinatie met de zorg voor een voldoende kwaliteit van water en bodem, voldoende potentie om haar rol als onderdeel van de Ecologische Hoofdstructuur te vervullen. Dit laatste is in combinatie met de primair economische functie van het havengebied een reële optie
    corecore