1,375 research outputs found

    Twice a river, Rhine and Meuse in the Netherlands

    No full text
    This booklet deals with all the factors which make our two great rivers so fascinating. It describes the characteristics of the Rhine and the Meuse, their similarities and their differences. It invites the reader to take another look at the rivers, to ask questions. And it seeks to answer those questions.KWP-collectio

    De sedimenthuishouding van kribvakken langs de Waal

    No full text
    Het langjarig gedrag van kribvakstranden, de invloed van scheepsgeïnduceerde waterbeweging en morfologische processen bij hoge en lage afvoeren. Het ziet er naar uit dat erosie door scheepvaart bij lage-gemiddelde afvoeren, en sedimentatie bij hoge afvoeren elkaar op een termijn van tientallen jaren in evenwicht houden. Deze hypothese is in deze studie onderzocht. Zowel erosie bij lage tot gemiddelde afvoeren als sedimentatie bij hoge afvoeren zijn onderzocht en gekwantificeerd. Hiervoor is de bodemligging van 23 kribvakstranden langs de Waal gedurende 4 jaar periodiek gemeten, met een onderscheid naar lage-gemiddelde afvoer en hoge afvoer processen. Daarnaast is de eroderende rol van scheepvaart in meer detailonderzocht door in kribvakken langs de Waal de water- en sedimentbeweging tijdens scheepspassages te meten en te relateren aan de eigenschappen van deze passages. Hiervoor zijn kunstmatige neurale netwerken toegepast

    Een snufje zout...! verslag van de metingen naar zoutindringing via de Haringvlietsluizen in het kader van de praktijkproef visintrek

    No full text
    In het voorjaar van 1994 is de Praktijkproef Visintrek uitgevoerd. De praktijkproef betreft een aantal experimenten met aangepast beheer van de Haringvlietsluizen. De aanpassing betreft het in beperkte mate openzetten van enkele schuiven bij vloed, zodat zout water het zoete Haringvliet kon binnendringen. Het doel van de proefneming was tweeledig: - Onderzoek naar de intrek van vis via de bij vloed geopende schuiven - Metingen uitvoeren naar de zoutindringing via de Haringvlietsluizen. Deze metingen zijn bedoeld om kennis en inzicht te verkrijgen in het optreden van zoutindringing en het vergaren van natuurgegevens voor (zo mogelijk) het ijken van computermodellen. Resultaten worden weergegeven van het tweede onderzoeksdoel

    Naqshih yi Uqyanusiyih [cartographic material] /

    No full text
    Map of the Pacific Ocean, including insets of Tasmania, Argentina and New Zealand.; Shows cable routes and trade routes.; In Persian.; Also available online http://nla.gov.au/nla.map-vn797517

    Wilgen in natuurvriendelijke oevers langs de Waal

    No full text
    In het kader van onderzoek naar natuurvriendelijke oeverbescherming langs de grate rivieren worden door het RIZA (afdelingen Biologie en Fysica) de mogeIijkheden van de aanplant van wilgen bestudeerd. In april 1990 zijn daartoe op drie lokaties langs de Waal, in kribvakken ter hoogte van Gendt, Druten en Gameren, wilgenstekken aangeplant. In deze voortgangsrapportage worden resultaten weergegeven van metingen die in 1990 verricht zijn. In de kribvakken worden zowel biologische als fysische metingen gedaan. De fysische metingen in het eerste jaar omvatten vooral het vastleggen van de uitgangssituatie. In dit werkdocument wordt daarnaast de verder te volgen werkwijze uiteengezet. De gebruikte soorten waren Katwilg (Salix vbninalis), Bittere Wilg (Salix purpurea) en Grauwe Wilg (Salix cinerea). Het plantmateriaal bestond uit bewortelde stekken van ca. 30 cm hoog. In 1990 is 83% van de Katwilgen, 59% van de Bittere Wilgen en 43% van de Grauwe Wilgen aangeslagen. Het succes van vestiging van wilgen, die geplant zijn in de kribvakken bij Druten en Gameren, was groter dan dat van wilgen, die ter hoogte van Gendt zijn aangeplant. De belangrijkste oorzaken voor uitval waren stroming, uitdroging en begrazing en vertrapping door vee. Dit laatste doordat vee zich via een onvoldoende functionerende afrastering in de beplanting kon begeven. Uitval door uitdraging betrof voornamelijk Bittere- en Grauwe Wilg, in de hogere delen van de kribvakken. Voor de lagere delen waren golfslag en stroming gedurende de eerste fase van de vestiging de voornaamste oorzaken voor uitval. Een jaar na het aanplanten van de wilgen is gebleken dat het mogelijk is wilgen aan te planten in het het morfologisch en hydrologisch extreme milieu van kribvakken langs de Waal. De planten die zich weten te vestigen gedijen goed en zijn in staat een periode van hoogwater tijdens het groeiseizoen te overleven. Voorwaarde voor een geslaagd verder verloop blijft echter het weren van het vee uit de aanplant

    Sturende international ontwikkelingen voor het Nederlands waterbeheer: Achtergronddocument: Discussie-bijeenkomst van deskundigen; 26 november 1999: Park Plaza, Utrecht

    No full text
    Op verzoek van de Commissie waterbeheer 21e eeuw is RIZA verzocht een verkenning uit te voeren van de internationaal sturende ontwikkelingen voor het Nederlands waterbeheer. Hiertoe vindt op 26 november 1999 een discussiebijeenkomst plaats van deskundigen. De basis voor de discussie is een startnotitie met stellingen. Om deze notitie niet teveel te belasten met documentatie is dit achtergronddocument samengesteld. In dit document treft u een overzicht aan van de meest relevante publicaties, of delen hiervan. Het is een bundel, die als naslagwerk kan dienen voor de stellingen en toelichting uit de discussienotitie. Beperking is de kunst. De belangrijkste (delen van) publicaties zijn geselecteerd om de relevante internationale ontwikkelingen op het gebied van waterbeheer, ruimtelijke ordening en landbouw te karakteriseren. Ook wordt de organisatie van het waterbeheer in de oeverstaten van de Rijn en de Maas beschreven, alsmede (op verzoek van de Commissie) Denemarken

    Strategi dakwah ustadz Riza Muhammad dikalangan Remaja Masjid Al- Ikhlas Bintaro Sektor Sembilan

    No full text
    Ustadz Riza Muhammad memang dikenal karena kehadirannya mencuri perhatian masyarakat Indonesia, sejak kemunculannya di Open Mic Stand Up Comedy di Metro TV, saat Idul Fitri lalu. Dan dakwahnya dengan melalui stand up comedy dapat diterima oleh masyarakat, khususnya para remaja. mulai saat itu da?i muda yang berlesung pipit tersebut sering dipanggil diberbagai distasiun televisi terkenal. Dengan strategi tersebut banyak remaja yang mulai tertarik dengan dakwah beliau yang tidak begitu menggurui dan monoton, di zaman sekarang ini banyak remaja yang sudah malas untuk mendengarkan ceramah tetapi berbeda dengan remaja di Masjid Al-Ikhlas Bintaro Sektor Sembilan mereka begitu antusias melihat dan mendengarkan ceramah yang dibawakan Ustadz Riza. Dari pemaparan di atas tersebut maka rumusan masalahnya sebagai berikut: Bagaimana strategi dakwah Ustadz Riza Muhammad dikalangan remaja? Dakwah beliau sendiri lebih ditujukan untuk para remaja, kondisi remaja saat ini yang sangat memprihatinkan sebagai genarasi bangsa. Berangkat dari keprihatinan tersebut, beliau menciptakan inovasi dakwah baru yaitu dengan stand up comedy agar para remaja bisa menerima dan bisa diterima dengan baik oleh para remaja di Indonesia. Ustadz Riza juga memanfaatkan media televisi dalam dakwahnya Ustadz Riza menyebutnya sebagai dakwahtaiment dengan bermain sinetron yang berbalut para remaja Ustadz Riza bisa langsung berdakwah dengan para remaja. Tidak hanya itu Ustadz Riza juga berdakwah secara langsung terhadap mad?unya seperti yang dilakukan Ustadz Riza di Masjid Al-Ikhlas Bintaro Sektor Sembilan. Penelitian ini menggunakan metode kualitatif deskriptif dengan melakukan field research. Di mana dalam pelaksanaannya penulis melakukan pengamatan selama hampir satu tahun dan ikut serta setiap kegiatan ceramah Ustadz Riza. Selain itu penulis juga melakukan wawancara mendalam dengan Ustadz Riza Muhammad sebagai responden utama peneliti. Sehingga data yang penulis dapatkan adalah data murni dari objek penelitian ini. Adapun teori yang digunakan adalah teori dari Fred R David. Yaitu proses strategi tidak hanya sebatas merumuskan konsep hingga implementasi, melainkan juga harus disertai evaluasi untuk mengukur sejauh mana strategi itu tercapai. Hasil dari penelitian strategi dakwah Ustadz Riza dikalangan remaja masjid al-ikhlas Bintaro sektor Sembilan adapun strategi dakwah yang dilakukan Ustadz Riza adalah merumuskan strategi dakwah yang telah direncanakan yang dilihat dari mad?u yang seperti apa, setelah itu di implementasikan dalam proses pelaksanaan dilapangan yang bertumpu pada materi yang sudah disusun, dan setelah itu dilakukanlah sebuah evaluasi untuk menjaga keseimbangan antara perumusan strategi dengan pelaksanaannya untuk meninjau peningkatan mad?u

    Proeven met de bodemtransportmeter "Dordrecht" in de zandgoot van het waterloopkundig laboratorium "De Voorst" in maart 1988

    No full text
    Met als uiteindelijk doel natuurgegevens te verzamelen met betrekking tot het zandtransport en in het bijzonder het bodemtransport in het benedenrivierengebied, wordt bij DBW/RIZA in samenwerking met de Meetdienst Noordelijk Deltabekken van de direktie Benedenrivieren gewerkt aan de ontwikkeling van een bodemtransportmeter. In de week van 29 februari t/m 4 maart 1988 zijn in de grote zandgoot van het Waterloopkundig Laboratorium "De Voorst" proeven gedaan met een prototype van deze bodemtransportmeter "Dordrecht" (BTMD). Het doel 'van de proeven was om een indruk te krijgen van de waarde van het meetsysteem als "point sampler" onder min of meer gekonditioneerde omstandigheden. Ten opzichte van een eerdere versie is de transportmeter op twee punten aangepast. Het bezinkvat is vóór de pomp geplaatst, waardoor pomp en flow-meter gevrijwaard blijven van verstopping c.q. slijtage door het zand, en het plaatje, waarop de aanzuigmond voor het bodemtransport is gemonteerd, is zodanig aan het meetframe .bevestigd dat dit zich binnen zekere grenzen kan aanpassen aan de bodemkonfiguratie. Op grond van de proeven kan ten aanzien van deze veranderingen het volgende worden gesteld. Het aanzuigsysteem (bezinkvat, pomp, flowmeter) werkt zonder problemen; de verandering is een aanzienlijke verbetering ten opzichte van de vroegere opstelling met het bezinkvat na de pomp. De bewegingsvrijheid die de onderste zuigmond nu heeft, zorgt ervoor dat het bodemplaat je in de meeste gevallen vrijwel vlak op de bodem terechtkomt. Daardoor is de kans dat een deel van het te meten bodemtransport onder het plaatje doorschiet aanzienlijk verkleind. De proeven zijn uitgevoerd bij een gootbreedte van 1,50 m, een gemiddelde waterdiepte van 0,38 m en een debiet van 0,386 m3/s. In de goot bevond zich zand met een d50 van 450 micrometer; qua samenstelling komt dit zand goed overeen met het zand op de Boven Merwede. Volgens metingen in de zandvang aan het einde van de goot bedroeg het gemiddelde totale zandtransport gedurende de meetweek 137 kg/uur.m (gewicht onder water gewogen). Het zwevende transport is, op grond van afzuigproeven op vier diepteniveaus, ingeschat op 34 kg/uur.m. Het bodemtransport in de goot moet volgens deze gegevens dus gemiddeld circa 103 kg/uur.m zijn geweest (= 75% van het totale transport). Met de BTMD zijn de resultaten van 33 proeven beschikbaar gekomen, waarbij zowel het bodemtransport als het zwevend transport is gemeten. Dit laatste met behulp van een ronde afzuig-opening op (een arbitrair gekozen waarde van) 11 cm boven de bodem. Een meting bestond uit het gedurende 10 minuten opzuigen van het zand/watermengsel op beide niveaus met een debiet van 15 l/min. De zandvangsten zijn gewogen en omgerekend tot een transport in kg/uur.m (gewicht onder water). De gemiddelde waarde van alle proeven is voor het totale transport 170 kg/uur.ml en voor het bodem- en zwevend transport respektievelijk 143 en 27 kg/uur.m. Deze waarden komen in orde van grootte redelijk goed overeen met de transporten zoals die uit de metingen in de zandvang aan het eind van de goot en de zwevend transportmeting zijn bepaald. Tussen de meetresultaten voor het bodemtransport bevindt zich een viertal dat opvallend hoger is dan de overige waarden. Indien deze waarden (overigens zonder te beargumenteren of dit is toegestaan) bij het berekenen van het gemiddelde worden weggelaten, bedraagt het totale transport 131 kg/uur.ml, waarvan 105 kg/uur.m bodemtransport en 26 kg/uur.m zwevend transport. Vooral het bodemtransport ligt dan opvallend goed in de buurt van het bodemtransport berekend uit de gegevens van de zandvang en het zwevend transport (103 kg/uur.m). Op grond van de verplaatsingssnelheid en de hoogte van de ribbels kan een schatting van het bodemtransport worden verkregen, indien wordt aangenomen dat de ribbelvormen driehoekig zijn. Bij een gemiddelde verplaatsingssnelheid van 2,2 m/uur en een gemiddelde ribbelhoogte van 0,10 m bedraagt deze schatting 109 kg/uur.m (gewicht onder water). Deze waarde komt goed overeen met de eerder berekende gemiddelde bodemtransporten. Resumerend kan op grond van de proevenserie het volgende worden gekonkludeerd. In de gegeven morfologische en hydraulische omstandigheden is met de BTMD een bodemtransport gemeten dat gemiddeld in de juiste orde van grootte ligt. Indien de meetresultaten worden geselekteerd, waarbij opvallend hoge waarden worden weggelaten, ligt het met de BTMD gemeten gemiddelde bodemtransport (105 kg/uur.m) zeer dicht bij het via de metingen in de zandvang bepaalde transport (103 kg/uur.m) en het via de verplaatsingssnelheid van de ribbels ingeschatte bodemtransport (109 kg/uur.m)

    Hercalibratie Model Lobith

    No full text
    Onderzoek naar mogelijke verbeteringen van de voorspellingen met het Meervoudig Lineaire Regressie Model Lobith na de hoogwaters van 1993 en 1995. De verbeteringen door de hercalibratie en een apart model voor hoge afvoeren zijn voor de korte termijn, het volgende hoogwaterseizoen, het maximaal haalbare. Voor de wat langere termijn is het echter niet voldoende. De voorspellingen zijn nog steeds niet goed genoeg, zeker niet voor de derde en vierde dag. Daarbij komt dat de verbeteringen door bijvoorbeeld het 5000+ deelmodel, zich in de praktijk nog moeten bewijzen. Inherent aan een black-box model geven de calibratie successen voor de tijdreeks tot en met maart 1995 nog geen garantie voor goede prestaties bij volgende hoogwaters. Een eerste test van het 5000+ model tijdens een bijnahoogwater leidde tot hoopgevende resultaten. Legt basis voor FloRIJN

    IJsverslag: Winter 1953-1954

    No full text
    In den winter 1953-54 waren de maanden november en december warmer dan normaal; daarentegen was de gemiddelde temperatuur van januari en februari lager dan normaal, terwijl maart praktisch normaal was te noemen. De winter bedroeg in De Bilt 46 vorstdagen (min. temperatuur onder 0 graden), 16 ijsdagen (max. temperatuur onder 0 graden) en 11 zeer koude dagen (min. temperatuur onder -10 graden). In de periode van 6 tot 12 januari waren de kleine kanalen in Groningen, Friesland, Drenthe en Overijssel gestremd. Op 22 januari zette de eigenlijke winter zich in. Op 28 januari was het IJsselmeer praktisch geheel met vast ijs bedekt. Daarna volgde ook de grote kanalen. Maas en Amer (29 januari), IJssel, Neder-Rijn en lek (1 februari) en Rijn, Waal en Merweden (2 februari). De IJssel was 22 dagen gestermd, Neder-Rijn, Lek, Maas en Amer waren voor 18 dagen gestremd en Rijn, Waal en Merweden waren voor 15 dagen gestremd.IJsversla
    corecore