555 research outputs found

    Guatteria trichocarpa Erkens & Maas. from Colombia collected by F. Moreno y C. Carvajal #2452

    No full text
    File Name: TOLI-25375-PER-01-W22.jpg CÓDIGO FOTO: TOLI-25375-PER-01-W22- Fotografía: SI Nº TOLI: TOLI-25375 PARCELA: PER-01 CÓDIGO: W22 Nº COLECTA: 2452 NUEVOS COLECTORES: Esteban Álvarez Dávila COLECTORES: F. Moreno y C. Carvajal Nº MUESTRAS MONTADAS: 1 Homologación: Homologado Nueva fecha del evento : 20/12/2018. Fecha del evento: 01/09/2012. Proyecto : Recursos Botánicos Disponibles en Línea (BRAVO) para la flora Colombiana Hábitat: Bosque húmedo tropical (bh-T) Comentario del evento: Bosque de tierra firme, dosel abierto, de 25-30 m, emergentes de 35 m, estrato medio de 15 m, sotobosque denso con alta regeneración natural, presencia de palmas como Lepidocaryum tenue, Oenocarpus bataua, Geonoma sp., capa de hojarazca de 15 cm, abundante materia orgánica. Pendientes pronunciadas. Poca intervención antrópica. Continente: SA Pais: Colombia Estado/Provincia: Amazonas Municipio: Puerto Santander Localidad: Resguardo indígena Nonuya de Villazul. Elevación minima en metros: 250 Elevación maxima en metros: 400 Latitud: -0.654 Longitud original: -72.072 datum geodésico: WGS 84 Latitud decimal: -0.654 Longitud decimal: -72.072 Identificado por: Jaime Cabezas Fecha de identificación: 13/07/2019. Nombre cientifico: Guatteria trichocarpa Erkens & Maas. Reino: Plantae Filo: Magnoliophyta Clase: Equisetopsida Orden: Magnoliales Familia nueva: Annonaceae Género nuevo: Guatteria  especie nueva: trichocarpa Autoría del nombre científico: Erkens & Maas. : Annonaceae genero herbario: Guatteria especie herbario: trichocarpa Especie de herbario para TNRS: Guatteria trichocarpa Especie corregida herbario y desde TNRS: Guatteria trichocarpa Familia corregida desde TNRS: Annonaceae : 4386</p

    Breaking Barriers: A parametrically optimised bridge design crossing the Nieuwe Maas

    No full text
    This research is aimed at the necessity and the design of a new city bridge in the city of Rotterdam, the Netherlands, and how this design could be parametrically optimised using the modern digital tools that are available. Through analysis of the issues regarding the connection of Rotterdam South over the Nieuwe Maas, the city’s plans and ambitions, precedent bridge designs and different methodologies, a new bridge design over the Nieuwe Maas in Rotterdam West, with a movable part, is formed and parametrically optimised in shape and topology.Architecture and The Built EnvironmentArchitectural Engineering +TechnologyAR4B025Building Technolog

    HSL kruising Oude Maas

    No full text
    De (komst van) hoge snelheidslijnen in verschillende landen van Europa leiden in de nabije toekomst tot een Europees netwerk van hoge snelheidslijnen, waardoor een aantrekkelijk alternatief ontstaat voor het personenvervoer in Europa. Via het voorkeurtracé H moet aansluiting van de Randstad op dit netwerk plaatsvinden. Op het tracé H is het gebied rond de kruising met de Oude Maas bekeken. De op het landgedeelte mogelijke hoogteliggingsvarianten zijn tegen elkaar afgewogen. Zowel de "relatief goedkope" verhoogde spoorbaan, als de "milieuvriendelijke" ondiepe tunnel zijn hierbij als beste alternatieven naar voren gekomen. Een keuze tussen beide alternatieven zal op politiek niveau genomen moeten worden. De geboorde tunnelvariant is bij de afweging niet meegenomen, omdat deze variant niet volgens tracé H maar volgens een nog nader te bepalen rechtlijniger tracé zal lopen. Ook zijn verschillende bouwmethoden voor de kruising van de HSL met de Oude Maas bekeken. De afgezonken tunnel blijkt de beste bouwmethode voor realisatie van de kruising. De tunnelelementen worden in het nabij gelegen bouwdok Barendrecht gemaakt. Tegelijkertijd worden de op de oever te bouwen tunnelgedeelten en de open op- en afritten gerealiseerd. Daarna worden de tunnelelementen getransporteerd naar de afzinklokatie en tussen de oevergedeelten afgezonken in een van te voren gebaggerde zinksleuf. uit de mogelijkheden voor de realisatie van het open gedeelte van de op- en afrit is de open bak met uitstekende vloer, uitgevoerd in een open bouwput begrensd door bentonietcementschermen, als een goed alternatief naar voren gekomen. Deze is constructief en uitvoeringstechnisch verder uitgewerkt. De overgang van de open bak naar gesloten. tunnelgedeelte vindt plaats bij het punt waar de bovenkant van de vloer op NAP-10m ligt. Het op de oever gebouwde tunnelgedeelte zal doorgezet worden richting de Oude Maas tot daar, waar nog geen gevaar is voor opbarsten van de bouwput. Tenslotte is het probleem dat ontstaat bij het transport van de tunnelelementen van het bouwdok naar de afzinklokatie, bestudeerd. De diepgang van de elementen is namelijk groter dan de beschikbare waterdiepte. De oplossing voor dit probleem is gevonden, door het transport alleen te laten plaatsvinden bij een Hoog-Waterstand (in een getijcyclus) van NAP+0.85 m. Daarbij is over een gedeelte (200 meter) van de totale transportafstand (800 meter) enig baggerwerk nodig om de bodemdiepte van de Oude Maas te vergroten van NAP-10 m. tot NAP-10.6 m.Hydraulic EngineeringCivil Engineering and Geoscience

    De ruwheid van de Bergsche Maas bij hoge afvoeren

    No full text
    Aan de hand van hydrologisch en morfologisch veldonderzoek op de Bergsche Maas tijdens de hoge Maasafvoer van februari 1984 zijn de mogelijkheden van één-dimensionale hoogwaterberekeningen onderzocht alsmede de veronderstellingen ten aanzien van de hydraulische ruwheid in modellen voor hoge-afvoersituaties. De mogelijkheden van een één-dimensionaal model voor hoogwaterberekeningen en de fysische betekenis van de C-waarden daarin blijken voor de Bergsche Maas op signifikante wijze te worden verbeterd door in het rekenmodel voor zomerbed en uiterwaarden aparte (parallel-)sekties te kiezen. Uit kalibratie van modellen en het geregistreerde gedrag van beddingvormen is de indruk verkregen dat bij Maasafvoeren boven 2.000 m3/s het gladder worden van de Bergsche Maas niet mag worden uitgesloten. Het waargenomen gedrag van beddingvormen tijdens hoge afvoeren en de nog goeddeels onbegrepen relatie daarvan met de hydraulische ruwheid, noodzaakt tot nieuwe metingen en (daarop aansluitend) nader onderzoek

    Hydraulic analysis of a flood channel from the Afgedamde Maas to the Biesbosch and Bergse Maas

    No full text
    Due to climate change, it is expected that the design river discharge of the Rhine will increase from 16000 m3/s in 2015 to 18000 m3/s in 2100. In order to make the Dutch water system climate proof, dikes must be reinforced and raised and/or the design water level must be lowered. In this study, a flood channel as a measure to decrease water levels has been investigated, and has been compared to dike reinforcements. The investigated flood channel runs from the Afgedamde Maas towards the Biesbosch and Bergse Maas. This flood channel has been designed by architect Robbert de Koning, and is part of a larger plan to make the Dutch lower rivers climate proof until the year 2100. The length of the flood channel is approximately 20 kilometers, and the flow width is 600 meters. The flood channel is designed for a use of once every hundred years. The flood channel has been analyzed first by a simple one-dimensional model, in order to get a first estimation of the results. The second step was to model the flood channel in a two-dimensional model. This model is based on the WAQUA Rhine-Maas Estuary model, calibrated for the Hydraulic Boundary conditions 2011 (RMM-HR2011 model). This two-dimensional model has been updated to the reference year 2015. In order to add the flood channel, a new numerical grid has been created, because the flood channel lies outside the existing numerical grid. At a 18000 m3/s Rhine discharge, the flood channel’s discharge is 2707 m3/s (23% of the Waal’s discharge). As a result, the discharge through the Amer increases up to 32%, while the discharge through the Nieuwe Merwede decreases up to 28%. The maximum water level decrease at the Waal is approximately a meter, and the maximum water level increase at the Maas is 0.44 meter. The results showed that the performance of the flood channel is significantly lower than the expectations, and that the lower performance of the flood channel is mainly caused by the discharge capacity of the outlet channels. Based on the water level results and flood channel design, the costs have been calculated. The calculated costs for the flood channel are 1567.6 million euros. The cost-efficiency is estimated on 18 m2/106 \u80, which is low for such a large measure. Due to the flood channel, the costs for dike reinforcements until the year 2100 are reduced with 266 million euros. However, practical limits to dike reinforcements and values related to landscape, nature and culture are not taken into account, which is expected to change the cost-benefit balance. Based on the water level results and costs calculations, the investigated flood channel is not hydraulically optimal, and not a cost effective alternative for dike reinforcements. However, hydraulic optimization of the channel is possible, and when values of landscape, nature and culture would be taken into account, the cost effectiveness could be more positive.River EngineeringHydraulic EngineeringCivil Engineering and Geoscience

    Dispersie in de Andelse Maas

    No full text
    De Waaltak van de Andelse Maas staat enerzijds in open verbinding met de Waal en is anderzijds afgescheiden van de Maastak door een dam met een sluis. Bij de dam wordt door de Haagse Duinwaterleiding (DWL) aan de Maaszijde water ingenomen. Vanwege met name het verschil in zoutgehalte tussen het Waal- en Maaswater mag ten gevolge van het lekken van de sluis en het schutbedrijf geen Waalwater op de Maastak komen. Dit wordt bereikt door zoveel Maaswater over de dam naar de Waaltak te pompen, dat hiermee het lek- en schutdebiet van de sluis wordt gecompenseerd. De menging van het overgepompte Maaswater met het ontvangende Waal water zorgt nog voor een zogenaamd dispersieverlies van Maaswater, dat extra gecompenseerd moet worden. Voor dit afstudeerproject zijn analytische en numerieke modellen ontwikkeld om deze dispersieverliezen te kwantificeren en te voorspellen. Hiertoe zijn de invloeden onderzocht van onder andere het pompdebiet en de waterstanden op de Waal.Hydraulic EngineeringCivil Engineering and Geoscience

    Witte steenkool tussen Waal en Maas: Verkennend onderzoek naar de technische en economische haalbaarheid van de winning van energie uit waterkracht in de omgeving van Heerewaarden

    No full text
    Met het oog op de werkloosheidsproblematiek te Heerewaarden (Utrecht) verzocht de industriebond FNV om een onderzoek naar de rentabiliteit van waterkrachtwinning in de omgeving van Heerewaarden. Het betrof hier met name de mogelijkheid van benutting van verval tussen Waal en Maas, die hier op amper een kilometer afstand van elkaar voorbij stromen. Vrijwel alle reeds onderzochte locaties voor waterkrachtwinning in Nederland betreffen locaties bij stuwen, waar een deel van het debiet over de stuw zonder grote gevolgen door een centrale gevoerd kan worden. In het land van Maas en Waal lagen de zaken minder eenvoudig. Gemiddeld is er te Heerewaarden een verval van ca. 2,25 m. aanwezig (Waalwaterstand hoger dan Maaswaterstand). Een onderschrijdingslijn voor dit verval was niet voor handen, dus moesten er uitgebreide hydrologische studies aan te pas komen om dezelijn zelf te construeren. Het debiet.door de centrale was hier geen vast gegeven: door het laten stromen van een debiet van Waal naar Maas ontstaan stuwkrommes die het oorspronkelijke verval verkleinen. Debiet en verval beinvloeden elkaar wederzijds. In de loop der tijd zullen morfologische veranderingen op beide rivieren het verval weer vergroten. In tegenstelling tot de situatie bij de gebruikelijke "stuwcentrales was hier sprake van zeer grote omgevingsinvloeden op o.a. scheepvaart, drinkwaterwinning uit de Maas (Waal is vuiler dan Maas), hoogwaterbestrijdingsbelangen, etc., wat leidde tot enerzijds beperkende voorwaarden voor het gebruik van de centrale en anderzijds moeilijk bepaalbare kostenposten voor schade aan genoemde belangen. Naeen groffe kladberekening rees de verwachting dat de hele zaak verre van rendabel zou zijn, waarna besloten werd tot het berekenen van een bovengrens voor de rentabiliteit. De omvangrijke problematiek werd hanteerbaar gemaakt middels tal vanruwe aannames, die de meest gunstige situatie weergaven. Zelfs deze maximaal gunstige waarde voor de rentabiliteit bleek voor alle onderzochte varianten nog zo negatief te zijn, dat diepgaander onderzoek overbodig was. De onderzochte waterkrachtwinning is niet rendabel. Misschien liggen er nog mogelijkheden bij opname ervan in een multipurposeproject, waardoor kosten gedrukt kunnen worden (bijv. tweede Maas-Waal kanaal in de omgeving van Heerewaarden). Ondergetekende acht dit echter niet waarschijnlijk gezien de wel zeer ongunstige uitkomsten van zijn onderzoek.Civil Engineering and Geoscience

    Effecten van klimaatverandering op de Waterkwaliteit in de Rijn en Maas

    No full text
    De waterkwaliteit van rivieren is het meest kritisch tijdens hydrologische extremen en onder hoge watertemperaturen. Uit verkennende studies naar effecten van klimaatverandering op de waterkwaliteit in de Rijn (Zwolsman & Van Bokhoven, 2007) en Maas (Van Vliet & Zwolsman, 2007) is gebleken dat er in het algemeen een verslechtering van de chemische waterkwaliteit wordt waargenomen tijdens perioden van extreem lage en hoge rivierafvoeren en tijdens hittegolven (Zwolsman & Van Vliet, 2007). Met het oog op de toekomst kan uit de resultaten van bovengenoemde studies geconcludeerd worden dat een mogelijke toename in frequentie en intensiteit van droogten, hoogwaters en hittegolven ten gevolge van klimaatverandering kan leiden tot het frequenter optreden van een waterkwaliteitsverslechtering in de Rijn en de Maas. Hierdoor kunnen risico’s ontstaan voor de realisatie van de ecologische doelstellingen en gebruiksfuncties van het water (bijv. drinkwaterproductie en recreatie). Een samenvatting van de resultaten van voorgaande studies naar de effecten van hittegolven, droogten en hoogwaters op de waterkwaliteit in de Rijn en de Maas van Zwolsman, Van Vliet en Van Bokhoven is weergegeven in figuur 1. Het doel van deze studie is het vaststellen van grenswaarden in afvoer en watertemperatuur waarbij kritieke waterkwaliteitscondities (normoverschrijding) optreden. Hoewel tijdens hoogwatersituaties ook verslechtering in waterkwaliteit is waargenomen voor stoffen die zich sterk aan zwevend stof hechten (Van Bokhoven, 2007; Van Vliet & Zwolsman, 2007), ligt de nadruk in deze studie op het bepalen van grenswaarden voor waterkwaliteit van opgeloste stoffen tijdens droogtecondities (lage afvoeren)

    Summary of research results, management recommendations and farmer workshops from cacao agroforestry landscapes in Indonesia

    No full text
    Softcover, 17,6x25Cacao agroforestry systems are common in Indonesia, but differences in local management affect biodiversity and related ecosystem services. Importantly, birds and bats alike strongly contribute to biological pest control in cacao, thereby promoting yields and sustainable farming. Our findings from many years of ecological field research, in close collaboration with Indonesian cacao farmers, are summarized and discussed in this bilingual book, written in both English and Indonesian. It is designed to communicate scientific information as well as to facilitate transdisciplinary discussions and more biodiversity-friendly management in tropical agroforestry systems. We consider this book as a tool to improve the collaboration of local communities, farmers and scientists, as well as to improve the application of scientific knowledge in agricultural practice - particularly in tropical land use areas. Bea Maas, the first author of this book, is postdoctoral researcher at the University of Vienna (Austria), working in the fields of biology, ecology and conservation. She conducted the research and workshops presented here in close collaboration and with support from the University of Göttingen (Germany) and the University of Tadulako (Indonesia).Sistem agroforestri kakao adalah hal umum di Indonesia, tetapi perbedaan pengelolaan setempat akan mempengaruhi keanekaragaman hayati dan layanan ekosistem. Terutama, burung dan kelelawar sama-sama memberikan kontribusi tinggi pada pengendalian hama biologis di kakao, sehingga dapat meningkatkan hasil panen dan pertanian yang berkelanjutan. Temuan kami dari penelitian lapangan ekologi bertahun-tahun, yang bekerjasama erat dengan petani kakao Indonesia, dirangkum dan dibahas dalam buku bilingual ini, tertulis dalam bahasa Inggris dan bahasa Indonesia. Buku ini dirancang untuk mengkomunikasikan informasi ilmiah dan juga untuk memfasilitasi diskusi transdisipliner dan pengelolaan keanekaragaman hayati yang ramah pada sistem agroforestri tropis. Kami menganggap buku ini sebagai alat untuk meningkatkan kolaborasi masyarakat lokal, petani dan ilmuwan, serta untuk meningkatkan penerapan pengetahuan ilmiah dalam praktik pertanian - terutama di wilayah penggunaan lahan tropis. Bea Maas, penulis pertama buku ini, adalah peneliti postdoctoral di Universitas Wina (Austria), bekerja di bidang biologi, ekologi dan konservasi. Dia melakukan penelitian dan lokakarya yang disampaikan dalam buku ini dengan kerjasama yang erat dan dukungan dari Universitas Göttingen (Jerman) dan Universitas Tadulako (Indonesia)
    corecore