60 research outputs found

    Plangebied Steegakkers te Tuil

    No full text
    In opdracht van Noordanus & Van Driesten Rentmeesters bv heeft RAAP Archeologisch Adviesbureau Van 4 tot 6 augustus 2009 een bureau- en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd in verband met de voorgenomen ontwikkeling van glastuinbouw in het plangebied Steegakkers te Tuil in de gemeente Neerijnen. Doel van dit onderzoek was allereerst het middels bureauonderzoek verwerven van informatie over bekende en te verwachten archeologische waarden teneinde een gespecificeerde verwachting op te stellen. Het doel van het veldonderzoek was vervolgens die verwachting te toetsen. Op basis van de onderzoeksresultaten en de aard en omvang van de voorgenomen bodemingrepen in het plangebied is vervolgens een advies met betrekking tot archeologisch vervolgonderzoek geformuleerd. Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek gold bij de aanvang van het veldonderzoek voor het plangebied grotendeels een lage archeologische verwachting voor vindplaatsen uit de periode Romeinse tijd t/m Middeleeuwen. Voor het zuidelijke deel van het plangebied gold een middelmatige archeologische verwachting. Tijdens het veldonderzoek, waarbij 50 boringen zijn verricht, zijn in het plangebied geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van (een) intacte archeologische vindplaats(en) aangetroffen. Gezien de onderzoeksresultaten en de voorgenomen ingrepen in het plangebied is geconcludeerd dat bij de uitvoering hiervan hoogstwaarschijnlijk geen archeologische waarden zullen worden verstoord. Op basis hiervan wordt aanbevolen om geen aanvullend archeologisch vooronderzoek te laten verrichten en het plangebied vrij te geven. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht toch archeologische resten worden aangetroffen, dan is dan is conform artikel 53 en 54 van de Monumentenwet 1988 (herzien in 2007) aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verplicht (vondstmelding via ARCHIS)

    Carbon nanoparticles in lateral flow methods to detect genes encoding virulence factors of Shiga toxin-producing Escherichia coli

    No full text
    The use of carbon nanoparticles is shown for the detection and identification of different Shiga toxin-producing Escherichia coli virulence factors (vt1, vt2, eae and ehxA) and a 16S control (specific for E. coli) based on the use of lateral flow strips (nucleic acid lateral flow immunoassay, NALFIA). Prior to the detection with NALFIA, a rapid amplification method with tagged primers was applied. In the evaluation of the optimised NALFIA strips, no cross-reactivity was found for any of the antibodies used. The limit of detection was higher than for quantitative PCR (q-PCR), in most cases between 10 4 and 10 5 colony forming units/mL or 0.1-0.9 ng/¿L DNA. NALFIA strips were applied to 48 isolates from cattle faeces, and results were compared to those achieved by q-PCR. E. coli virulence factors identified by NALFIA were in very good agreement with those observed in q-PCR, showing in most cases sensitivity and specificity values of 1.0 and an almost perfect agreement between both methods (kappa coefficient larger than 0.9). The results demonstrate that the screening method developed is reliable, cost-effective and user-friendly, and that the procedure is fast as the total time required is <1 h, which includes amplification. © 2010 The Author(s).This work was partially supported by the Generalitat Valenciana (BEST/2009/026), the Universidad Politecnica de Valencia (PAID-00-09-2837), and by the Dutch Ministry of Agriculture, Nature and Food Quality (KennisBasis 6 programme). The authors would like to thank Dr. Eva Moller Nielsen at the Danish Veterinary Institute (Copenhagen, Denmark) for providing E. coli control strains and Dr. Lutz Geue (Friedrich-Loeffler-Institut, Wusterhausen, Germany) and Dr. Dorte Dopfer (School of Veterinary Medicine, University of Wisconsin, Madison, WI, USA) for field isolates.Noguera Murray, PS.; Posthuma-Trumpie, G.; Van Tuil, M.; Van Der Wal, F.; De Boer, A.; Moers, A.; Van Amerongen, A. (2011). Carbon nanoparticles in lateral flow methods to detect genes encoding virulence factors of Shiga toxin-producing Escherichia coli. Analytical and Bioanalytical Chemistry. 399:831-838. https://doi.org/10.1007/s00216-010-4334-zS831838399Alocilja EC, Radke SM (2003) Biosens Bioelectron 18:841–846Lazcka O, Campo FJD, Muñoz FX (2007) Biosens Bioelectron 22:1205–1217Nataro JP, Kaper JB (1998) Clin Microbiol Rev 11:142–201Meng J, Doyle MP (1998) Bull Inst Pasteur 96:151–163Karmali MA, Gannon V, Sargeant JM (2010) Vet Microbiol 140:360–370de Boer E, Beumer RR (1999) Int J Food Microbiol 50:119–130Ivnitski D, Abdel-Hamid I, Atanasov P, Wilkins E (1999) Biosens Bioelectron 14:599–624Tokarskyy O, Marshall DL (2008) Food Microbiol 25:1–12Chemburu S, Wilkins E, Abdel-Hamid I (2005) Biosens Bioelectron 21:491–499Rule G, Montagna R, Durst R (1996) Clin Chem 42:1206–1209Ngom B, Guo Y, Wang X, Bi D (2010) Anal Bioanal Chem 397:1113–1135Posthuma-Trumpie GA, Korf J, van Amerongen A (2009) Anal Bioanal Chem 393:569–582Carter DJ, Cary RB (2007) Nucleic Acids Res 35:e74Kalogianni DP, Goura S, Aletras AJ, Christopoulos TK, Chanos MG, Christofidou M, Skoutelis A, Ioannou PC, Panagiotopoulos E (2007) Anal Biochem 361:169–175Litos IK, Ioannou PC, Christopoulos TK, Traeger-Synodinos J, Kanavakis E (2009) Biosens Bioelectron 24:3135–3139Blažková M, Koets M, Rauch P, van Amerongen A (2009) Eur Food Res Technol 229:867–874Mens PF, van Amerongen A, Sawa P, Kager PA, Schallig HD (2008) Diagn Microbiol Infect Dis 61:421–427Gordon J, Michel G (2008) Clin Chem 54:1250–1251Aldus CF, van Amerongen A, Ariens RM, Peck MW, Wichers JH, Wyatt GM (2003) J Appl Microbiol 95:380–389Capps KL, McLaughlin EM, Murray AW, Aldus CF, Wyatt GM, Peck MW, van Amerongen A, Ariens RM, Wichers JH, Baylis CL, Wareing DR, Bolton FJ (2004) J AOAC Int 87:68–77van Amerongen A, Koets M (2005) In: van Amerongen A, Barug D, Lauwaars M (eds) Rapid methods for biological and chemical contaminants in food and feed. Wageningen Academic Publishers, Wageningen, pp 105–216Moreira BG, You Y, Behlke MA, Owczarzy R (2005) Biochem Biophys Res Commun 327:473–484Nielsen EM, Andersen MT (2003) J Clin Microbiol 41:2884–2893Huijsdens XW, Linskens RK, Mak M, Meuwissen SGM, Vandenbroucke-Grauls CMJE, Savelkoul PHM (2002) J Clin Microbiol 40:4423–4427Koets M, Sander I, Bogdanovic J, Doekes G, van Amerongen A (2006) J Environ Monit 8:942–946van Amerongen A, Wichers JH, Berendsen LBJM, Timmermans AJM, Keizer GD, van Doorn AWJ, Bantjes A, van Gelder WMJ (1993) J Biotechnol 30:185–195O’Keeffe M, Crabbe P, Salden M, Wichers J, van Peteghem C, Kohen F, Pieraccini G, Moneti G (2003) J Immunol Methods 278:117–126Posthuma-Trumpie GA, Korf J, van Amerongen A (2008) Anal Bioanal Chem 392:1215–1223Chang LL, Shepherd D, Sun J, Ouellette D, Grant KL, Tang XC, Pikal MJ (2005) J Pharm Sci 94:1427–1444Geue L, Segura-Alvarez M, Conraths FJ, Kuczius T, Bockemuhl J, Karch H, Gallien P (2002) Epidemiol Infect 129:173–185Eurachem/CITAC (2003) EURACHEM/CITAC Guide: The expression of uncertainty in qualitative testing. LGC, Teddington, Middlesex, UK, p 22Ellison SLR, Fearn T (2005) Trac-Trends Anal Chem 24:468–476Gilchrist JM (2009) J Clin Microbiol 62:1045–1053Landis JR, Koch GG (1977) Biometrics 33:159–174Mackinnon A (2000) Comput Biol Med 30:127–134Mil’man BL, Konopel’ko LA (2004) J Anal Chem 59:1128–1141AOAC (2006) Final report and executive summaries from the AOAC International Presidential Task Force on best practices in microbiological methodology. AOAC International, Gaithersburg, Maryland, USA, p 20

    Taalperikelen in verzekeringsland

    No full text
    De duidelijkheid van polisvoorwaarden staat sinds een aantal jaar hoog op de agenda. Verzekeraars is er alles aan gelegen het vertrouwen van de consument terug te verdienen. Vertrouwen dat zij onder andere hopen te herwinnen door middel van het duidelijker maken van hun polissen en de van toepassing zijnde voorwaarden. Maar wat is het effect van die duidelijkere voorwaarden op de perceptie van claimsucces onder verzekerden? In deze bijdrage wordt verkend hoe men daar onderzoek naar zou kunnen doen. Aan de hand van een uiteenzetting van de taalniveaus en analyse van verricht onderzoek op het gebied van sociale wetenschappen en psychologie wordt een opzet voor een zogenaamd survey?experiment beschreven

    Taalperikelen in verzekeringsland

    No full text
    De duidelijkheid van polisvoorwaarden staat sinds een aantal jaar hoog op de agenda. Verzekeraars is er alles aan gelegen het vertrouwen van de consument terug te verdienen. Vertrouwen dat zij onder andere hopen te herwinnen door middel van het duidelijker maken van hun polissen en de van toepassing zijnde voorwaarden. Maar wat is het effect van die duidelijkere voorwaarden op de perceptie van claimsucces onder verzekerden? In deze bijdrage wordt verkend hoe men daar onderzoek naar zou kunnen doen. Aan de hand van een uiteenzetting van de taalniveaus en analyse van verricht onderzoek op het gebied van sociale wetenschappen en psychologie wordt een opzet voor een zogenaamd survey?experiment beschreven

    Herbezinnen op het beslagrecht

    No full text
    Een opvallend verschil tussen een civiele procedure in Nederland en in het buitenland wordt gevormd door de ruime mogelijkheid om in een Nederlandse procedure conservatoir beslag te leggen. Deze ruime mogelijkheid van beslaglegging vormt al jaren een onderwerp van academisch debat. In een recent verschenen rapport dat is gemaakt in opdracht van de Raad voor de Rechtspraak, onderzoeken mevrouw mr. M. Meijsen en professor mr. A.W. Jongbloed de gang van zaken bij het de verlening van het verlof tot het leggen van conservatoir beslag, de beslaglegging en de eventuele opheffing daarvan. In deze bijdrage wordt dit rapport besproken en wordt op dit rapport gereageerd. Besproken wordt hoe na dit rapport kan worden gekomen tot een fundamentele herbezinning van het conservatoire beslagrecht

    Organic salts in plants in relation to nutrition and growth

    No full text
    Nutrient elements applied to the soil not only give crop production but cause certain interactions with chemical constituents of the plant. Studies on four different plants, perennial ryegrass, sugar-beet, poplar and birch, demonstrated that regardless of difference in natural environment, each plant needed an optimum organic salt content as a condition to achieve optimum growth.The total amount of organic salts present in tissue and the relative proportion of the individual organic salts could easily be influenced by application of certain nutrient elements. The total organic salt content required for optimum growth was about 1000 m-equiv. per kg dry matter for herbage of perennial ryegrass, 3500 m-equiv. in young leaves of sugar-beet plants, 1100 m-equiv. in poplar leaves and 550 m-equiv. in birch leaves.The uptake of ammonium nitrogen led to decrease of organic salt content in plant tissue. This is probably not due to utilization of nitrogen in a plant but to competition between other cations and ammonium during nutrient uptake

    Melssinghdreef 10, Tuil, gemeente Neerijnen: een bureau- en booronderzoek

    No full text
    Het plangebied ligt op een oeverwal van de Waal. In de oeverafzettingen van de Waal kunnen archeologische waarden uit de Romeinse tijd tot en met de Nieuwe tijd aanwezig zijn in een archeologische laag. De archeologische waarden zijn waarschijnlijk door de afdekking van andere kleilagen redelijk tot goed bewaard gebleven. Vermoedelijk is het pakket oeverafzettingen ongeveer 1,4 – 1,5 m dik. Direct onder het maaiveld kunnen archeologische resten uit de Late Middeleeuwen en de Nieuwe tijd verwacht worden. Het betreft hier resten van voorgangers van de huidige boerderij in het plangebied. Waarschijnlijk heeft de verwijdering van de boomgaard in de periode tussen 1957 en 1966 een aanzienlijke bodemverstoring veroorzaakt. In het naastgelegen onderzoek van het bestemmingsplan het Kruijt is een bodemverstoring van minimaal 1,5 m -mv geconstateerd. Uit het verkennende en karterende booronderzoek blijkt dat de bodemopbouw in het plangebied bestaat uit oever- op beddingafzettingen van de Waal. De beddingafzettingen zijn op ca. 180 cm -mv aangetroffen. De top van de oeverafzettingen is tot minimaal 90 en maximaal 150 cm -mv omgewerkt. In het omgewerkte pakket zijn kleine fragmenten bouwmateriaal en fosfaatvlekken gevonden; deze resten zijn gerelateerd aan de huidige T – boerderij. Vanwege de relatief diepe verstoring en het ontbreken van archeologische indicatoren ouder dan de 19e eeuw worden in het plangebied geen intacte archeologische waarden verwacht. Bureau voor Archeologie adviseert daarom het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling

    Carbon nanoparticles as detection labels in antibody microarrays.Detection of genes encoding virulence factors in Shiga toxin-producing Escherichia coli

    No full text
    The present study demonstrates that carbon nanoparticles (CNPs) can be used as labels in microarrays. CNPs were used in nucleic acid microarray immunoassays (NAMIAs) for the detection of di¿erent Shiga toxin-producing Escherichia coli (STEC) virulence factors: four genes speci¿c for STEC (vt1,vt2, eae, andehxA) and the gene forE. coli16S (hui). Optimization was performed using a Box Behnken design, andthe limit of detection for each virulence factor was established. Finally,this NAMIA using CNPs was tested with DNA from 48 ¿eld strains originating from cattle feces, and its performance was evaluated by comparing results with those achieved by the reference method q-PCR. All factors tested gave sensitivity and speci¿city values higher than 0.80 and e¿ciency values higher than 0.92. Kappa coe¿cients showed an almost perfect agreement (k > 0.8) between NAMIA and the reference method used forvt1, eae, and ehxA, and a perfect agreement (k = 1) forvt2 and hui. The excellent agreement between the developed NAMIA and q-PCR demonstrates that the proposed analytical procedure is indeed ¿t for purpose, i.e., it is valuable for fast screening of ampli¿ed genetic material such as E. coli virulence factors. This also proves the applicability of CNPs in microarrays.This work was partially supported by the Generalitat Valenciana (BEST/2009/026), the Universidad Politecnica de Valencia (PAID-00-09-2837), and the Dutch Ministry of Agriculture, Nature and Food Quality (Strategic research program Food Safety, Monitoring and Detection KB-06-005). The authors thank Dr. Eva Moller Nielsen at the Danish Veterinary Institute (Copenhagen, Denmark) for providing E. coli control strains and Dr. Lutz Geue (Friedrich-Loeffler-Institut, Wusterhausen, Germany) and Dr. Dorte Dopfer (School of Veterinary Medicine, University of Wisconsin, Madison, WI) for field isolates.Noguera Murray, PS.; Posthuma-Trumpie, GA.; Van Tuil, M.; Van Der Wal, FJ.; De Boer, A.; Moers, APHA.; Van Amerongen, A. (2011). Carbon nanoparticles as detection labels in antibody microarrays.Detection of genes encoding virulence factors in Shiga toxin-producing Escherichia coli. Analytical Chemistry. 83:8531-8536. https://doi.org/10.1021/ac201823vS853185368
    corecore