247,768 research outputs found

    Kabels en leidingen 1e Haagpoort

    No full text
    In het winkelhart van Den Haag wordt ter hoogte van de Grote Marktstraat 44-46 door de Ontwikkelingsmaatschappij Spuimarkt de Nieuwe Haagse Passage gerealiseerd. In dit kader zal de bebouwing tussen de Spuistraat en de Grote Marktstraat op het perceel gelegen tussen de 1e Haagpoort en de Voldersgracht grotendeels gesloopt worden. De nieuwbouw zal ook ter plaatse van het steegje 1e Haagpoort worden gerealiseerd. Het steegje wordt grotendeels afgesloten en de in de bodem aanwezige kabels en leidingen worden verwijderd. Bij het verwijderen hiervan worden mogelijk archeologische waarden vrijgelegd of bedreigd. Uit een door de Afdeling Archeologie uitgevoerd Bureauonderzoek1 is gebleken dat zich in het plangebied archeologische waarden kunnen bevinden. Deze kunnen bestaan uit funderingsresten, kuilen, waterlopen (sloten) en andere sporen en resten, samenhangend met de laatmiddeleeuwse lakenindustrie en overwegend Joodse bewoning van het gebied in de Nieuwe Tijd. Daarom is besloten dat de civiele werkzaamheden in de 1e Haagpoort archeologisch begeleid worden om vast te stellen of er nog archeologische resten in de steeg aanwezig zijn. Tijdens de archeologische begeleiding in de 1e Haagpoort zijn geen behoudenswaardige archeologische resten aangetroffen. De aangetroffen archeologische resten ter hoogte van de 1e Haagpoort leveren geen wezenlijke bijdrage (hoogstens als aanvulling) aan het beantwoorden van de specifieke vragen in het PvE voor het proefsleuvenonderzoek en DAO Nieuwe Haagse Passage

    Schoolzijde en Speelzijde Gemeente Den Haag Bureauonderzoek Archeologische Waarden en Inventariserend Veldonderzoek – boringen

    No full text
    Het plangebied Speelzijde 4 -8 en Schoolzijde 3 (afb. 1) wordt door de gemeente Den Haag opnieuw ontwikkeld. De exacte invulling van deze nieuwe inrichting is nog niet bekend. Het gebied heeft op de AWVK van Den Haag een archeologische verwachting. Door middel van een bureauonderzoek is deze verwachting nader gespecificeerd tot de kans dat in het gebied duintjes liggen waarop in het neolithicum bewoning mogelijk was en de kans op resten van de oorspronkelijke Lozerlaan, een laat- en postmiddeleeuwse weg tussen Loosduinen en Wateringen. Op eventueel veraard veen kan in de ijzertijd bewoning hebben plaats gehad. In de directe omgeving van het plangebied ontbreken geulen van het Gantelsysteemen en is veraarding van het veen niet te verwachten, waardoor bewoning in de (midden) ijzertijd onwaarschijnlijk is. Het ontbreken van geulen en de daarmee geassocieerde oeverwallen sluit ook bewoning in de Romeinse tijd min of meer uit. Deze gespecificeerde verwachting is door middel van een karterend booronderzoek getoetst. Hierbij is ook de opbouw van de ondergrond in kaart gebracht en is vastgesteld tot welke diepte ten opzichte van NAP de ondergrond uit geroerde grond bestaat. Het booronderzoek liet zien dat de ondergrond tot minimaal 1 m – NAP en maximaal 1,5 m – NAP verstoord is. Daaronder is de natuurlijke opbouw goed bewaard gebleven. In het grootste deel van het plangebied is deze opbouw onder vooral natte omstandigheden ontstaan, waarmee de kans op het aantreffen van archeologische resten onwaarschijnlijk is. Een goed ontwikkelde bodem op het duin in het zuidwesten van het plangebied leverde geen archeologische indicatoren op. Advies Aangezien bij het karterende onderzoek in het plangebied geen archeologische waarden zijn aangetoond, kan het gebied vrijgegeven worden voor herontwikkeling

    Lichtenbergweg en omgeving Gemeente Den Haag Bureauonderzoek archeologische waarde en Inventariserend veldonderzoek-boringen

    No full text
    Voor het plangebied aan de Lichtenbergweg in de gemeente Den Haag is een gecombineerd archeologisch bureau- en booronderzoek uitgevoerd om de archeologische waarde en verwachting van het terrein vast te stellen. Uit het bureauonderzoek is naar voren gekomen dat voor een deel van het noordelijke deel van het plangebied geen archeologische verwachting geldt. Voor het overige deel van het plangebied is in het bureauonderzoek de archeologische verwachting gespecificeerd. Om deze verwachting te toetsen is in dat deel van het plangebied een booronderzoek uitgevoerd. Bij dit booronderzoek zijn vijftien boringen gezet. Uit het booronderzoek is naar voren gekomen dat de bodemopbouw in het plangebied, op een vergraven bodem in de top van de Gantellaag na, goed bewaard is gebleven. Daarbij blijken de verschillende lithostratigrafische lagen binnen het plangebied onder zeer natte condities te zijn ontstaan. Er zijn geen aanwijzingen aangetroffen dat er in het verleden langdurige perioden zijn geweest waarin bewoning mogelijk was binnen het plangebied. De afwezigheid van diepe geulinsnijdingen binnen het plangebied toont aan dat de Gantelgeul die op de Nieuwe Geologische Kaart van Den Haag en Rijswijk binnen het plangebied staat weergegeven niet bestaat of elders moet lopen. Het onderliggende zand, gelegen op een diepte van circa 2,70 m –NAP, heeft in het laat neolithicum deel uitgemaakt van een waddenlandschap. In de top van het veen is slechts in twee boringen veraarding aangetroffen, terwijl in het overgrote deel van de boringen het klei uit de bovenliggende Gantellaag deels vermengd is met de top van het veen. Hieruit kan afgeleid worden dat de top van het veen nooit langdurig droog heeft gelegen. In de late prehistorie zal het landschap binnen het plangebied onderdeel zijn geweest van een moeras. De klei die het veen afdekt (Gantellaag) is in hoge mate homogeen, zonder enige aanwijzingen voor een hoger gelegen kwelderwal of oeverwal langs een dichtslibbende getijdengeul. In dit pakket is evenmin een bodem herkend. Zodoende zijn bewoningssporen uit de Late IJzertijd of Romeinse Tijd zeer onwaarschijnlijk. Sporen van middeleeuwse ontginningsactiviteiten zijn in geen enkele boring herkend. Daarmee moeten alle genoemde verwachtingen bijgesteld worden naar een laag niveau

    2de Sweelinckstraat-Reinkenstraat (Stedin Hoogspanning) Gemeente Den Haag Inventariserend Veldonderzoek - Overig (IVO-O, volgens Haags Protocol)

    No full text
    In het kader van onderhoud en uitbreiding van het elektriciteitsnet van Stedin is tussen de hoogspanningsstations Houtrustweg en De Constant Rebequestraat een hoogspanningsverbinding aangelegd. De aanlegmethode bestond uit een combinatie van gestuurde boringen en open ontgravingen. De open ontgraving in de 2de Sweelinckstaat – Reinkenstraat (afb. 1) vond plaats in een gebied waarvoor een archeologische verwachting geldt, en is aangemerkt als plangebied. Daarom is door het bevoegd gezag besloten dat tijdens deze werkzaamheden Inventariserend Veldonderzoek - Overig (IVO-O, volgens Haags Protocol) moest plaatsvinden. Voor het onderzoek zijn 8 boringen gezet. Bij dit onderzoek zijn vanaf maaiveld tot een diepte rond minimaal 0 m NAP geen archeologische waarden aangetroffen. De aangetroffen opbouw van de ondergrond bestaat uit geroerde grond. Op basis van beschikbaar historisch kaartmateriaal is dit deel van Den Haag rond 1880 – 1900, kort voor de bouw van de wijk, afgezand en daarna weer opgehoogd. Dat verklaart de geroerde opbouw van de ondergrond. Nadat de begeleiding van de geplande werkzaamheden was afgerond, is de afdeling Archeologie nog gebeld door Stedin in verband met het aantreffen van onbekende funderingsresten ter hoogte van de Marnixstraat – De Constant Rebequestraat. Het betreft vermoedelijk landhoofden van trambruggen over een voormalige (tuinders)vaart vanaf het Verversingskanaal naar de Koning Emmakade – Waldeck Pyrmontkade

    Dijkhoogte langs voorhaven Den Oever

    No full text
    De dijkhoogten langs de voorhaven van Den Oever variëren van NAP + 5.20 m tot 5.30 m aan de oostzijde en van NAP + 5.33 m tot 6.00 m aan de westzijde. Het ontwerppeil bij Den Oever bedraagt NAP + 5.25 m (met een overschrijdingsfrequentie van 7*10-4 per jaar). Rekening houdend met een zeespiegelrijzing van 0.1 m en (waarschijnlijk niet optredende ) bui-oscillaties met een amplitude van 0.25 m, kan de waterstand plaatselijk 0.4 m boven de aanwezige kruinhoogte liggen. In deze notitie zal worden nagegaan welke stroomsnelheden hierbij op het talud aan de IJsselmeerzijde te verwachten zijn. Aan de hand van de te berekenen snelheden moet vervolgens de "overloopbestendigheid" van de bedoelde dijkvakken worden beoordeeld. Geconcludeerd kan worden dat de "overloopbestendigheid" van het beschouwde profiel onvoldoende is indien de waterstand boven NAP + 5.32 m komt. Indien uitsluitend met het ontwerppeil ( van NAP + 5.25 m ) en een zeespiegelrijzing van 0.10 m zou worden gerekend, is een kruinhoogte van NAP + 5.35 m voldoende. Het optreden van bui-oscillaties zal in dat geval leiden tot te hoge stroomsnelheden op het talud aan de ijsselmeerzijde. Gelet op de vrij hoge en continu optredende stroomsnelheden bij overlopen ( H > 0.1 m ) wordt geadviseerd de dijken rond de voorhaven op traditionele wijze ( = met grond ) te verhogen tot de "maatgevende waterstand" + 0.5 m. Alhoewel het toepassen van keermuurtjes als een effectieve maatregel kan worden gezien om de hoeveelheid overslag te beperken, lijkt het niet logisch om deze rond de voorhaven te gebruiken. De dijken rond de voorhaven zijn immers al voor een groot deel voorzien van een harde bekleding. Voor de verbindingsdijken tussen de kunstwerken is de toepassing van keermuurtjes wèl goed te verdedigen. Door muurtjes toe te passen tot dezelfde hoogte als de betonwanden van de kunstwerken ( NAP + 7.00 m ) wordt in technische en visuele zin een aantrekkelijke oplossing verkregen omdat grote discontinuïteiten in "kruin" hoogte worden vermeden.C.86.09/0

    Raadhuisstraat 157, Alphen aan den Rijn Gemeente Alphen aan den Rijn: Archeologisch bureauonderzoek & Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase

    No full text
    In opdracht van Stahlberg Investments B.V. heeft IDDS Archeologie in juni 2020 een archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (IVO), verkennende fase, uitgevoerd aan de Raadhuisstraat 157 in Alphen aan den Rijn, gemeente Alphen aan den Rijn. De noodzaak tot het archeologisch onderzoek komt voort uit het bestemmingsplan. De doelstelling van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen en zo nodig aanvullen van de gespecificeerde verwachting. Tijdens het onderzoek is geconstateerd dat er in het plangebied direct onder de moderne ophooglaag archeologische waarden aanwezig kunnen zijn. De top van het potentiële archeologische niveau bevindt zich op 0,3 m –mv (-0,4 m NAP). Op basis van de resultaten van het onderzoek adviseert IDDS Archeologie vervolgonderzoek in het gehele plangebied. De te verwachten archeologische resten, namelijk resten van historische bebouwing, kunnen het beste worden opgespoord met een proefsleuvenonderzoek. In de proefsleuven dient te worden uitgegaan van de aanleg van meerdere vlakken, met het diepste vlak in de top van de restgeulafzettingen. Aangezien dit ruim beneden de grondwaterspiegel is en daarom de aanleg van bronbemaling en mogelijk ook damwanden noodzakelijk is, wordt geadviseerd om de proefsleuf te combineren met het graven van de kelder. Voorwaarde hieraan is wel dat de kelder in een open, droge ontgraving wordt aangelegd. Indien in de proefsleuf sprake is van een behoudenswaardige archeologische vindplaats, kan worden doorgestart naar een opgraving van de kelder

    BIC22h

    No full text
    Gemeente Den Haag treft voorbereidingen voor de herinrichting van de kasteeltuin Binckhorst. Daarbij zullen ook ondergronds werkzaamheden worden uitgevoerd. Bestaande sloten worden (deels) gedempt en nieuwe worden uitgegraven tot circa 1,5 m – NAP. Daarnaast worden nieuwe bomen aangeplant tot circa 0,25 m – NAP. Uit het archeologisch bureauonderzoek is gebleken dat in de ondergrond archeologische resten kunnen voorkomen uit de prehistorie en Romeinse tijd, maar indicatoren daarvan zijn tijdens eerder booronderzoek niet aangetoond. Vanaf het midden van de 14de eeuw is het terrein in gebruik als kasteelerf en -tuin. In de nieuwe en moderne tijd is het terrein geëgaliseerd tot een diepte variërend van 1,23 tot 0,35 m – NAP. Daarmee is een aanzienlijk deel van de bodemopbouw verstoord. De werkzaamheden ten behoeve van het herinrichten van de kasteeltuin Binckhorst, in bijzonder het uitgraven van de nieuwe watergangen, zullen plaatsvinden in reeds verstoorde bodemopbouw of in delen waarvan is vastgesteld dat er geen archeologie in de bodem aanwezig is. Daarom wordt geadviseerd om deze werkzaamheden vrij te geven

    Dynamics of Network Formation Processes in the Co-Author Model

    No full text
    This article studies the dynamics in the formation processes of a mutual consent network in game theory setting: the Co-Author Model. In this article, a limited observation is applied and analytical results are derived. Then, 2 parameters are varied: the number of individuals in the network and the initial probability of the links in the network in its initial state. A simulation result shows a finding that is consistent with an analytical result for a state of equilibrium while it also shows different possible equilibria.Dynamics, Network, Game Theory, Model,Simulation, Equilibrium, Complexity

    Haagse Archeologische Rapportage 1302

    No full text
    In augustus 2012 hebben medewerkers van de afdeling Archeologie van de gemeente Den Haag voorafgaand aan de bouw van het nieuwe winkelcomplex 'De Markies' op de hoek Grote Marktstraat 20 - 32, Wagenstraat 7 - 23 twee proefsleuven gegraven. Het doel was om de waarde van archeologische resten vast te stellen en om te bepalen in hoeverre de eventuele archeologische waarden door de nieuwbouw verstoord zullen gaan worden. Het onderzoek heeft aangetoond dat in het plangebied sprake is van behoudenswaardige archeologische resten. De aangetroffen sporen van bewoning bestaan hoofdzakelijk uit bakstenen funderingen van huizen uit de 17de en de 18de eeuw. Verder is gebleken dat het terrein in het verleden opgehoogd is met een pakket veenbagger, zand en afval bestaande uit onder andere aardewerk uit de periode vanaf de 15de tot de vroege 17de eeuw. Ter hoogte van en in relatie tot het ophogingspakket, is een concentratie van houten palen met vlechtwerk aangetroffen. Gedacht wordt dat deze houten constructie een rol heeft gespeeld bij het verlenen van meer stevigheid aan het opgebrachte grondpakket. Op basis van de resultaten van het proefsleuvenonderzoek is een archeologische begeleiding voorgeschreven voor het ontgraven van het overige deel van het plangebied. Het bouwterrein zou namelijk volgens de plannen tot een zodanige diepte worden uitgegraven dat hierbij net de top van het archeologisch niveau bereikt zou kunnen worden. Om eventuele archeologische resten te kunnen documenteren en om te voorkomen dat muurwerk en funderingen ongezien gerooid zouden worden bij het bouwrijp maken, is op 21 december het uitgraven van de bouwkuip archeologisch begeleid. Bij deze werkzaamheden is het archeologische niveau niet bereikt

    I. Kort verslag van een bezoek in 1916 gebracht aan het Panama-kanaal en aan verschillende sluis- en kanaal werken in Noord-Amerika, door den ingenieur van den Rijkswaterstaat jhr. C.E.W. van Panhuys: II. - III. Eenige aanteekeningen van den ingenieurs van den Rijkswaterstaat F.L. Schlingemann en G.J. van den Broek, naar aanleiding van een in 1916 gemaakte reis naar Noord-Amerika ter bezichtiging van werken op waterbouwkundig gebied

    No full text
    Bezoek aan Noord Amerika om informatie te krijgen t.b.v. de bouw van de sluis bij IJmuiden. Op het voorloopig reisprogramma stonden aanvankelijk alleen de werken van het New-York State Barge-kanaal, de kanalisatie van de Ohio en zijrivieren, terwijl was gedacht aan de mogelijkheid een bezoek aan de sluis in de Mississippi te Keokuk en de Amerikaansche sluizen in den scheepvaartweg der groote meren te Sault Ste Marie. Dit reisplan werd later bovendien nog uitgestrekt tot de Canadeesche sluis te Sault Ste Marie en de sluizen in het Welland-kanaal, terwijl ten slotte ook het Chicago Drainage-kanaal werd bezocht. Daarnaast zijn de werken in het Panamakanaal bezocht
    corecore