514 research outputs found

    On the Hilbert–Kunz function of zD−p4(x,y)

    No full text
    Abstractk is a field of characteristic p, λ∈k, λ≠0 or 1, and g(x,y,z)=zD−xy(x+y)(x+λy) with p≡±1 (D). Under a certain hypothesis, Z∗(l) on l=⌊pD⌋ (which has been verified for l⩽11) we calculate en(g)=deg(xpn,ypn,zpn,g) for all n. The technique is based on the p-fractals of Teixeira and the author; the very concrete results are stated in terms of a family of dynamical systems parametrized by λ

    Ontwikkelingen in Transport (Volume en Herkomst) Ruwe Olie 2000-2003

    No full text
    RIKZ heeft geïnventariseerd hoeveel ruwe olie uit welke landen is getransporteerd naar de haven van Rotterdam in het jaar 2000. Doel van dit onderzoek was een goed beeld te krijgen van de mate waarin de verschillende ruwe olies getransporteerd worden. Dit is belangrijk omdat elke olie zich anders zal gedragen (\u91verweren\u92) wanneer de olie bij een calamiteit zou uitstromen. Een voorlopige eerste vergelijking levert het volgende op: \u95 Import van ruwe olie uit de drie belangrijkste exportlanden in 2000 (Saudi-Arabië, Noorwegen en Verenigd Koninkrijk) is redelijk constant \u95 Import vanuit Rusland en de Baltische Staten is verdubbeld \u95 Import uit andere Midden-Oostenlanden (met name Kuweit en Irak) is sterk afgenomen.CALPRE

    Supplementary Figure S6 in Mitogenomic phylogeny of the Asian colobine genus Trachypithecus with special focus on Trachypithecus phayrei (Blyth, 1847) and description of a new species

    No full text
    Supplementary Figure S6 Ventral view of skull without mandible (A), and dorsal (B), lateral (C), and ventral (D) views of mandible of holotype (NHMUK ZD.1914.7.19.3) of Trachypithecus popa sp. nov. (Photo: Courtesy of the Trustees of the Natural History Museum, London).Published as part of Roos, Christian, M. Helgen, Kristofer, Portela Miguez, Roberto, May Lay Thant, Naw, Lwin, Ngwe, Ko Lin, Aung, Lin, Aung, Mar Yi, Khin, Soe, Paing, Mar Hein, Zin, Nyein Nyein Myint, Margaret, Ahmed, Tanvir, Chetry, Dilip, Urh, Melina, Grace Veatch, E., Duncan, Neil, Kamminga, Pepijn, A. H. Chua, Marcus, Yao, Lu, Matauschek, Christian, Meyer, Dirk, Liu, Zhi-Jin, Li, Ming, Nadler, Tilo, Fan, Peng-Fei, Khac Quyet, Le, Hofreiter, Michael, Zinner, Dietmar & Momberg, Frank, 2020, Mitogenomic phylogeny of the Asian colobine genus Trachypithecus with special focus on Trachypithecus phayrei (Blyth, 1847) and description of a new species, pp. 656-669 in Zoological Research 41 (6) on page 676, DOI: 10.24272/j.issn.2095-8137.2020.254, http://zenodo.org/record/439589

    Verweringseigenschappen van top-20 ruwe olies vervoerd van en naar Rotterdam in 2000: Implicaties voor opruimvolume

    No full text
    In een inventarisatie van vervoerde olie en chemicaliën van en naar de Nederlandse zeehavens in het jaar 2000 bleek dat de import van ruwe olie in Rotterdam verreweg de belangrijkste transportstroom vormde [1]. Ruwe olie is een ruim begrip, er zijn verschillende soorten ruwe olies die zeer verschillende fysisch/chemische eigenschappen hebben. Hierdoor kunnen verschillende ruwe olies zich verschillend gedragen (\u91verweren\u92) wanneer ze bij een calamiteit in zee zouden uitstromen. Om deze reden, en vanwege de grootte van de transportstromen [1], werd een classificatiesysteem voor ruwe olie opgesteld, gebaseerd op de verweringseigenschappen van ruwe olie. De doelen voor dit onderzoek worden als volgt geformuleerd: a. Berekenen van de opruimvolumes van de top-20 ruwe olies die in het jaar 2000 zijn getransporteerd van en naar de Rotterdamse haven met het olieverweringsmodel OWM (Oil Weathering Model) [3], rekening houdend met de verweringsprocessen verdamping, dispersie en emulsificatie. b. Controleren in hoeverre het eerder gerapporteerde classificatieschema voor ruwe olie op basis van de API gravity [1] stand houdt als ook rekening wordt gehouden met emulsificatie. CONCLUSIES 1. Voor zeven van de twintig oliesoorten, die in de Rotterdamse haven 90% van het olietransport vertegenwoordigen, zijn gemeten emulsificatiedata beschikbaar in de OWM-database. Het accent ligt hierbij op de Noordzee-oliesoorten, en er zijn relatief weinig emulsificatiedata beschikbaar voor Arabische en Russische oliesoorten. 2. Emulsificatie blijkt een groot effect op het op te ruimen volume olie te hebben. 3. De relatieve opruimvolumes variëren van een factor 2,00 tot 4,31 ten opzichte van het oorspronkelijke geloosde olievolume, met een gemiddelde factor van 3,49. 4. Dit betekent dat, voor een maatgevende olielozing van 30.000 m3, de hoeveelheid op te ruimen olie/water emulsie kan variëren van 60.000 tot 129.300 m3, met een rekenkundig gemiddelde van 104.700 m3. 5. De tijden waarin 95% van de maximale emulsificatie wordt bereikt, variëren van 3 tot 48 uur, met een rekenkundig gemiddelde van circa 18 uur.CALPRE

    De mogelijke effecten van antropogeen geluid op zeezoogdieren in de Noordzee

    No full text
    Geluid onder water is een relatief nieuw onderwerp. Al langer is bekend dat geluid voor zeezoogdieren zeer belangrijk is bij de communicatie. Ook is bekend dat de zee steeds intensiever gebruikt wordt, wat een toename aan menselijke geluiden op zee en onder water tot gevolg heeft. Het besef dat deze toename in geluid onder water tot gevolgen kan hebben voor zeezoogdieren is echter vrij recent pas ontstaan. De gevolgen voor de zeezoogdieren kunnen variëren van navigatie- en communicatieproblemen tot (ernstige) gehoorbeschadigingen. Ook de hoeveelheid menselijke activiteiten op de Noordzee is de laatste jaren flink toegenomen. Dit rapport gaat in op de vraag of deze toename in gebruik gevolgen kan hebben voor de zeezoogdieren en zo ja, welke gevolgen dit dan kunnen zijn. Om antwoord te geven op de vraag is een literatuurstudie uitgevoerd. Hierbij zijn de gehoorgrenzen van zeezoogdieren vergeleken met de geluidsproductie van de verschillende vormen van gebruik, om te bepalen of de zeezoogdieren de verschillende geluiden konden horen. Verder is gekeken welke gebruiksfunctie de grootste impact zou kunnen hebben op de zeezoogdieren, door te kijken naar de aard van het geluid en de grootte van het gebied waar het geluid voorkomt op het Nederlands Continentaal Plat. Ook is aan de hand van verspreidingskaarten van zeezoogdieren bekeken of de aanwezigheid van een bepaalde gebruiksfunctie invloed heeft op de verspreiding. Als laatste is er gekeken naar de ontwikkelingen op het gebied van regelgeving binnen Europa, om een idee te krijgen van mogelijke maatregelen die kunnen worden genomen om menselijk geluid onder water te beperken. Duidelijke aanwijzingen voor directe gevolgen van het door mensen veroorzaakte (antropogeen) geluid op de zeezoogdieren in de Noordzee zijn niet te vinden. Er zijn echter wel uitspraken te doen over de mogelijke gevolgen: het feit dat zeezoogdieren menselijk geluid kunnen horen en dat sommige van deze geluiden als (te) hard kunnen worden ervaren, zou ertoe kunnen leiden dat de dieren de drukste gedeelten van de Noorzee gaan mijden. Deze habitatuitsluiting zou tot gevolg kunnen hebben dat de dieren niet voldoende voedsel kunnen vinden, wat zijn weerslag kan hebben op de populatiegrootte. Aangezien er echter nog veel over geluid onder water en het gehoor van zeezoogdieren onbekend is en het onderwerp zeer complex is (door bijvoorbeeld factoren die van invloed kunnen zijn op de voortplanting van geluid onder water), is verder onderzoek nodig. De overheid zou echter al wel rekening moeten houden met de mogelijke effecten van antropogeen geluid onder water op zeezoogdieren, met het oog op ontwikkeling van regelgeving in Europa. Het Europese Parlement is voor de Marine Strategie bezig met regelgeving voor o.a. de Noordzee en het onderwerp 'geluid onder water' zal hierbij waarschijnlijk ook aan bod komen. Bovendien zijn bijeenkomsten van bijvoorbeeld ASCOBANS en OSPAR mede bepalend voor de Europese agenda en op dit moment wordt het voorzorgsprincipe (voorkomen van de gevolgen is beter dan genezen) aangeraden. Mogelijke maatregelen om geluidsoverlast voor zeezoogdieren te beperken, zouden het vermijden van belangrijke ecologische gebieden door de scheepvaart of het langzaam opvoeren van het geluidsniveau (het zogenaamde ramping-up) van sonarsystemen kunnen zijn. Verder onderzoek is echter nodig om een beter inzicht te krijgen in de gehoorkenmerken van zeezoogdieren en in de kenmerken van antropogeen geluid, zodat de maatregelen kunnen worden toegespitst op deze kennis

    Comparison of 5 oil-weathering models

    No full text
    Within the project CALPREA at RIKZ application of reliable oil spill models and oil data bases is an important issue. An oil spill model contains in general a transport module, an oil weathering module, an oil data base, and possibly a user-friendly graphical user interface. Recently, de Jong (2004) has made a study of four particle models for transport of floating and dissolved substances (DemWaq, DREAM, GNOME and SIMPAR) within CALPREA. The present report gives a detailed comparison of five pre-selected oilweathering models. Oil weathering models were selected on the following criteria: 1. They can be coupled to the hydrodynamic programs WAQUA (2d) and TRIWAQ (3d) in SIMONA at RIKZ; or 2. They are at present available to RIKZ through the Internet or other through means and are user friendly The oil-weathering modules of category 1 for this study were: - SIMPAR oil module - MFMW-DREAM - GNOMF The oil-weathering modules of category 2 for this study were: - ADIOS - OWM CONCLUSIONS AND RECOMMENDATIONS Considering documentation: \u95 Technical documentation of the oil-weathering models ADIOS-2 and DREAM/OWM is not very accurate. Especially, correlations between TBP-curves and vapour pressures (and molecular weights) for oil fractions cannot be found. \u95 For GNOME a technical document does not exist. \u95 For SIMPAR a first version of a technical document exists but it has not been accepted yet in SIMONA since the module is a beta-release. Considering test results: \u95 Results are very sensitive to the input parameters used in the models (e.g. see differences between SIMPAR-O and SIMPARA results). Thus the existence of a reliable oil databases is a prerequisite for use of these oil-weathering modules. \u95 OWM seems to be most reliable since its oil database is fully based on lab experiments. For ADIOS-2 this is not known and for SIMPAR there is no oil data base, whereas for GNOME it is limited to 6 oils; \u95 However, the OWM model gives much larger oil-in-water dispersion than the other two models, nearly a factor 10 after 1 day of simulation. There is no good explanation for this difference and this needs further investigation. Recommendations: 1. With respect to oil weathering modules: \u95 In general, more research is needed during real operational conditions during oil spill incidents. Especially, for strong wind conditions the models need to be validated. \u95 The present testing of the oil-weathering models should be extended with more oil types. Also the effect of oil fractions on emulsification must be investigated in more detail. \u95 Discussion with SINTEF is required, especially concerning the oil-in-water dispersion results obtained with OWM and DREAM. \u95 Discussion with NOAA is required concerning the quality and openness of the oil data base of ADIOS-2. 2. With respect to coupling to particle tracking module of SIMONA: It would be interesting to couple the SIMPAR algorithm of particle tracking to the DREAM (or OWM) oil weathering module and its data base. SIMPAR has the following advantages: a) SIMPAR has drying and flooding. b) Particle tracks depend on water depth whereas this is neglected in DREAM. In shallow areas this leads to different results (see also de Jong, 2004). c) SIMPAR was validated successfully by Directorate Zeeland with tracer experiments and it is therefore well accepted within Rijkswaterstaat. d) End of 2005 SIMPAR will have a backtracking function. e) In a beta-release of SIMPAR there is 3-dimensional transport including an accurate numerical scheme for vertical diffusion. For simulations of dissolved matter in stratified waters like the Dutch coastal zone this is an important issue.CALPRE

    Critical Modules of the Ring of Differential Operators of an Affine Semigroup Algebra

    No full text
    Let D be the ring of differential operators of an affine semigroup algebra. Regarding the Krull dimension of finitely generated Zd-graded D-modules, we characterize critical Zd-graded D-modules. Moreover we explicitly describe cyclic ones

    Essential and Non-Essential Work of Fracture of PI/SiO2 Hybrid Thin Films

    No full text
    Essential work of fracture (EWF) analysis is used to study the effect of the silica doping level on fracture toughness of polyimide/silica (PI/SiO2) hybrid films. By using double-edge-notched-tension (DENT) specimens with different ligament lengths, it seems that the introduction of silica additive can improve the specific essential work of fracture (w (e) ) of PI thin films, but the specific non-essential work of fracture (beta w (p) ) will decease significantly as the silica doping level increasing from 1 to 5 wt.%, and even lower than that of neat PI. The failure process of the fracture is investigated with online scanning electron microscope (SEM) observation and the parameters of non-essential work of fracture, beta and w (p) , are calculated based on finite element (FE) method

    The structures and transformations on Si(113) surface

    No full text
    The surface structures of the Si(113)-(1 X 1), Si(113)-(3 X 1) and Si(113)-(3 X 2) have been studied theoretically by means of an ab initio quantum chemical CNDO method. We address not only the importance of the surface energy but also the energy minimization and the barrier height in the different structural conversion. We found that (1) the relaxed Si(113)-(1 X 1) structure. (2) the Si(113)-(3 X 1) close to the Si(113) Ranke (3 X 1)-2 model; (3) the atomic positions of Si(113)-(3 X 2) corrugated arrangement. (C) 1997 Elsevier Science B.V

    The Spectrum of the Graded Ring of Differential Operators of a Scored Semigroup Algebra

    No full text
    We describe the set of Zd-graded prime ideals of the graded ring of the ring D of differential operators of a scored semigroup algebra. Moreover we describe the characteristic varieties of Zd-graded critical D-modules of a certain type
    corecore