1,720,952 research outputs found
Simulatie van de zandconcentratie-gradient onder lopende golven
Het doel van dit onderzoek is na te gaan wat de invloed van een "convectief mechanisme" op een concentratieverticaal is. Hiertoe werd de invloed van de plaatselijke momentane snelheid op de concentratie onderzocht. Het is uiteindelijk de bedoeling om via terugkoppeling naar de hydraulische en geometrische randvoorwaarden een voorspelling te kunnen doen m.b.t. een concentratieverticaal.KustwaterbouwkundeHydraulic EngineeringCivil Engineering and Geoscience
Stormvloedkering te Antwerpen
Met de overstromingen van 1953 en 1976 is bewezen dat het Zeeschelde-bekken onvoldoende beveiligd is. Er moet een oplossing gevonden worden voor deze onveiligheid. Er zijn een tweetal factoren die aan deze oplossing een beperking geven: Deze factoren zijn de scheepvaart (zee- en binnenvaart) en de dichtbevolkte en industrieele gebieden langs de rivier. Uit studies die in België zijn uitgevoerd en uit de studie van L. de Bruyn komen aan de hand van een primaire functie-analyse enkele principiele oplossingsmogelijkheden naar voren: 1) Waterstand beheersen. - Bijvoorbeeld m.b.v. gecontroleerde overstromingen: Dit kan in zogenaamde potpolders plaatsvinden. - Het verbreden van de rivierarmen: Dit komt neer op het "naar achter verpláatsen van de bestaande dijken". Daar dit astronomisch hoge kosten met zich meebrengt, lijkt dit geen reële oplossing. - Permanente afsluiting: Met het oog op de scheepvaart is dit onmogelijk. - Een tijdelijke afsluiting: Een dergelijke afsluiting zou neerkomen op een stormvloedkering. 2) Dijkverbeteren. 3) Combinatie van bovengenoemden. 4) Gevolgen beperken In dit afstudeerwerp is een stormvloedkering van Antwerpen ontworpen.Constructieve WaterbouwkundeHydraulic EngineeringCivil Engineering and Geoscience
Ontwerpfilosofie voor een baggerspeciedepot in het Hollandsch Diep
De waterbodems van de rivierrnondingen in Nederland zijn in de laatste decennia sterk vervuild geraakt. Deze vervuiling is schadelijk voor het milieu en de volksgezondheid. Vanwege de schadelijke gevolgen is het landelijk beleid erop gericht de waterbodem te saneren. Naast het saneren van de waterbodem in de rivierrnondingen komt vervuilde specie ook vrij bij het op diepte houden van havens en scheepvaartwegen. Aangezien het sterk vervuilde slib niet zomaar gestort kan worden en de bestaande reinigingstechnieken tot op heden niet economisch haalbaar zijn, is het bergen van specie in depots de enige oplossing. De Nederlandse regering heeft besloten een grootschalig depot te bouwen in het Hollandsch Diep voor de opslag van verontreinigde baggerspecie uit de zuidrand van het noordelijk deltabekken, waaronder de Haringvliet en Hollandsch Diep. De bouw van het depot wordt uitgevoerd in opdracht van de Directie Zuid-Holland van Rijkswaterstaat. Het voorontwerp voor dit depot is door de Directie Zuid-Holland uitgewerkt en in 1995 afgerond. De meeste vergunningen voor de bouw zijn reeds verleend. Momenteel is door de Directie Zuid-Holland de opdracht verstrekt aan de Bouwdienst van Rijkswaterstaat om het definitieve ontwerp en bestek te maken. De randvoorwaarden en uitgangspunten, beschreven in het Programma van Eisen, leiden tot ontwerpwaarden (kruinhoogte, levensduur, etc.), die binnen een bepaalde marge nog kunnen varieren. Het definitieve ontwerp en bestek dient binnen het kader van dit Programma van Eisen opgesteld te worden. De ontwerpwaarden moeten een vaste waarde toegekend krijgen in het definitieve ontwerp. Om een beargumenteerde keuze te kunnen maken, is het belangrijk om de ontwerpwaarden in het definitieve ontwerp te optimaliseren op basis van een aantal ontwerpaspecten. Ontwerpaspecten zijn belangrijke beoordelingscriteria, waarvan de invloed door het ontwerp van verschillende zijden wordt belicht. Voor de optimalisatie dient de "som" van de ontwerpaspecten het gunstigst te zijn. Om deze "som" te kunnen maken, is het echter weI essentieel om de verschillende ontwerpaspecten een identieke vergelijkingsbasis te geven. Hiertoe dient een hulpmiddel ontwikkeld te worden. Dit hulpmiddel wordt als volgt vormgegeven. Allereerst wordt een aantal ontwerpaspecten gedefinieerd die zijn afgeleid uit het kader waarbinnen het depot ontworpen dient te worden. Deze ontwerpaspecten vorrnen de steunpilaren van de ontwerpfilosofie. Vervolgens worden de betreffende ontwerpaspecten toegelicht. Daarna wordt de invloed van het ontwerp op de aspecten bepaald om een onderbouwde afweging voor de ontwerpwaarden te kunnen maken. Het vaststellen van de invloed van de ontwerpaspecten gebeurt met behulp van een rendementstheorie. Hierin wordt het totale bergingsproces beschouwd. Voor ieder procesonderdeel worden het milieurendement en de kosten berekend. In het hele bergingsproces dient het geld evenwichtig te worden uitgegeven. De verhouding voor de overige stappen (baggeren, transporteren en storten) is reeds bepaald. Het depot moet hieraan gerelateerd worden. Voor het depot zal de rendement-kosten verhouding beter dienen te zijn dan de "zwakste schakel" van de bergingsprocesonderdelen. Om de ontwerpaspecten van een baggerspeciedepot te kunnen bepalen is het belangrijk het kader van het depot te analyseren.Hydraulic EngineeringCivil Engineering and Geoscience
Sedimentation in reservoirs: Investigating reservoir preservation options and the possibility of implementing Water Injection Dredging in reservoirs
Sedimentation in reservoirs is a consequence of constructing a barrier in a flowing river, which results in a decrease of the transport capacity of the river. The storage capacity of the reservoir decreases due to the accumulation of sediments and the river downstream starts to erode due to the disturbance of the sediment balance. Water Injection Dredging can be an interesting option in order to counteract these processes. This method injects water in the bottom of the reservoir, creating hereby density currents which are capable of transporting large amounts of sediment. The sediment can in this way be transported towards the dead storage of the reservoir or be sluiced out of the reservoir through the bottom outlets of a dam, which will increase the storage capacity of a reservoir considerably. Because the density current uses gravitation and the natural slope of the reservoir, this method is a relative cheap and quick way to transport sediments. The dredging installation is also relatively simple and basic. If the sediments are sluiced through the dam, the disturbance of the sediment balance in the river can be counteracted. It is however necessary to investigate whether or not the river is capable of dealing with the increased sediment load in the river downstream of the dam. The high production rates of Water Injection Dredging results in high sediments peaks, which the river should be able to transport. Case studies done in the scope of this thesis show that the method can be a competitive and feasible method that can be used to counteract sedimentation problems in reservoirs, if some specifications of the investigated reservoirs were different. If these specific requirements for Water Injection Dredging in reservoir are met, the method can restore the reservoir capacity in a cheap and effective way. More research and testing the method in practice will be necessary however.Dredging EngineeringHydraulic EngineeringCivil Engineering and Geoscience
Interpretatie Monitoring Baggerproevendepot Ketelmeer: Evaluatierapport
In opdracht van Rijkswaterstaat directie IJsselmeergebied voert Rijkswaterstaat Dienst Weg- en Waterbouwkunde een beheer- en monitoringprogramma uit voor een tijdelijk baggerproevendepot in het Ketelmeer. Hierbij worden metingen uitgevoerd ten behoeve van correct beheer en monitoring conform de vergunningen. Ook worden er metingen verricht om ervaring en kennis op te doen ten behoeve van het definitieve depot. Met name dienen het model FSCONBAG en het door de Werkgroep Referentie Ontwerp (WRO) ontwikkelde waterkwaliteitsmodel te worden getoetst. In de periode van half mei t/m 8 september 1995 zijn er bij twee baggerproeven metingen uitgevoerd conform het opgestelde beheer-en monitoringplan (W-DWW-95-316). De evaluatie van de monitoring bestaat uit de volgende onderdelen: 1. een verklaring van de hoogte van de concentraties van het zwevend stof in het depotwater; 2. een verklaring van de hoogte van de concentraties aan verontreinigingen in het depotwater; 3. aanbevelingen voor de metingen bij volgende baggerproeven; 4. aanbevelingen voor het tijdelijke en definitieve depot; 5. aanbevelingen voor het waterkwaliteitsmodel. Voor de conclusies van het onderzoek wordt er verwezen naar Hoofdstuk 5 in het rapport
Going Beyond Counting First Authors in Author Co-citation Analysis
The present study examines one of the fundamental aspects of author co-citation analysis (ACA) - the way co-citation
counts are defined. Co-citation counting provides the data on which all subsequent statistical analyses and mappings
are based, and we compare ACA results based on two different types of co-citation counting - the traditional type that
only counts the first one among a cited work's authors on the one hand and a non-traditional type that takes into
account the first 5 authors of a cited work on the other hand. Results indicate that the picture produced through this non-traditional author co-citation counting contains more coherent author groups and is therefore considerably clearer. However, this picture represents fewer specialties in the research field being studied than that produced through the traditional first-author co-citation counting when the same number of top-ranked authors is selected and analyzed. Reasons for these effects are discussed
Variations on the Author
“Variations on the Author” discusses two of Eduardo Coutinho’s recent films (Um Dia na Vida, from 2010, and Últimas Conversas, posthumously released in 2015) and their contribution to the general question of documentary authorship. The director’s filmography is characterized by a consistent yet self-effacing form of authorial self-inscription: Coutinho often features as an interviewer that rather than express opinions propels discourses; an interviewer that is good at listening. This mode of self-inscription characterizes him as an author who is not expressive but who is nonetheless markedly present on the screen. In Um Dia na Vida, however, Coutinho is completely absent form the image, while Últimas Conversas, on the contrary, includes a confessional prologue that moves the director from the margins to the center of his films. This article examines the ways in which these works stand out in the filmography of a director who offers new insights into the notion of cinematic authorship
Appropriate Similarity Measures for Author Cocitation Analysis
We provide a number of new insights into the methodological discussion about author cocitation analysis. We first argue that the use of the Pearson correlation for measuring the similarity between authors’ cocitation profiles is not very satisfactory. We then discuss what kind of similarity measures may be used as an alternative to the Pearson correlation. We consider three similarity measures in particular. One is the well-known cosine. The other two similarity measures have not been used before in the bibliometric literature. Finally, we show by means of an example that our findings have a high practical relevance.information science;Pearson correlation;cosine;similarity measure;author cocitation analysis
Dispelling the Myths Behind First-author Citation Counts
We conducted a full-scale evaluative citation analysis study of scholars in the XML research field to explore just how different from each other author rankings resulting from different citation counting methods actually are, and to demonstrate the capability of emerging data and tools on the Web in supporting more realistic citation counting methods. Our results contest some common arguments for the continued
use of first-author citation counts in the evaluation of scholars, such as high correlations between author rankings by first-author citation counts and other citation
counting methods, and high costs of using more realistic citation counting methods that are not well-supported by the ISI databases. It is argued that increasingly available digital full text research papers make it possible for citation analysis studies to go beyond what the ISI databases have directly supported and to employ more
sophisticated methods
- …
