1,721,207 research outputs found
Appropriateness of Prescriptions of Recommended Treatments in Organisation for Economic Co-operation and Development Health Systems: Findings Based on the Long-Term Registry of the European Society of Cardiology on Heart Failure
AbstractObjectiveThis observational study aimed to identify clinical variables and health system characteristics associated with incomplete guideline application in drug treatment of patients with chronic heart failure (HF) across 15 countries.MethodsThree data sets were used: European Society of Cardiology Heart Failure Registry, Organisation for Economic Co-operation and Development’s Health System Characteristics Survey, and Organisation for Economic Co-operation and Development Health Statistics 2013. Patient and country variables were examined by multilevel, multiple logistic regression. The study population consisted of ambulatory patients with chronic HF and reduced ejection fraction. Inappropriateness of prescription of pharmacological treatments was defined as patients not prescribed at least one of the two recommended treatments (angiotensin-converting enzyme inhibitors/angiotensin-receptor blockers and beta-blockers) or treated with both medications but at suboptimal dosage and in absence of documented contraindication/intolerance.ResultsOf 4605 patients, 1097 (23.8%) received inappropriate drug prescriptions with a large variation within and across countries, with 18.5% of the total variability accounted for by between-country health structure characteristics. Patient-level characteristics such as having mitral regurgitation (odds ratio 1.4; 95% confidence interval 1.1–1.7) was significantly associated with inappropriate prescription of recommended drugs, whereas chronic obstructive pulmonary disease (odds ratio 0.7; 95% confidence interval 0.5–0.9) was associated with more appropriate prescriptions. Among the country-level variables, incentives or obligation to comply with guidelines increased the probability of prescription appropriateness.ConclusionsCombining clinical variables with health system characteristics is a promising exercise to explain the appropriateness of recommended drug prescriptions. Such an understanding can help decision makers to design more effective policies to improve adherence to guidelines, improve health care outcomes, and potentially reduce costs
Patiëntveiligheid in het ziekenhuis: een evaluatieonderzoek omtrent medicatieveiligheid
Veilige zorg is een aspect van kwaliteitszorg. Zo veilig mogelijke zorg ontvangen in het ziekenhuis is een evidente verwachting van patiënten. Zo veilig mogelijke zorg in de ziekenhuizen kunnen garanderen is, wereldwijd, een grote uitdaging. Dit is o.m. een gevolg van het feit dat ziekenhuiszorg gekenmerkt wordt door de noodzaak om voortdurend omstandigheden in te schatten, risicos af te wegen en ze vervolgens te plaatsen binnen de voor- en nadelen van medische interventies. Dit vereist professionele deskundigheid én een goed functionerend zorgsysteem. Maar ook dan blijft er een risico op het ontstaan van errors, omdat zorgprofessionals mensen zijn en omdat er in elk systeem steeds sluimerende gebreken zullen optreden. Hierover is vanuit de organisatiepsychologie een degelijk theoretisch kader uitgewerkt en zijn er ook interessante aanknopingspunten met andere hoog risico sectoren. De combinatie van errors door zorgprofessionals en sluimerende gebreken in de ziekenhuiswerking en organisatie kan aanleiding geven tot het ontstaan van incidenten waarbij er schade optreedt voor de patiënt. Werken aan patiëntveiligheid richt zich dan ook in eerste instantie op het vermijden van dergelijke incidenten. Vooral onder impuls van To Err is Human, een overheidsrapport vanuit de Verenigde Staten, werd de problematiek van patiëntveiligheid scherp in de aandacht gebracht en werden impulsen gegeven voor onderzoek en ontwikkeling. Hierdoor kon patient safety, vooral sinds het jaar 2000, als een multidisciplinair onderzoeksdomein tot ontwikkeling komen. Deze jonge, wetenschappelijke ontwikkeling heeft een groot maatschappelijk potentieel voor de gemeenschap op de weg naar meer veilige zorg in ziekenhuizen. Medicatieveiligheid wordt gezien als één van de grootste uitdagingen voor de patiëntveiligheid in het ziekenhuis. Daarom en omdat daarover nog weinig onderzoek gebeurde in ons land, werd deze problematiek het belangrijkste thema van voorliggend onderzoek. Veel aandacht werd besteed aan een duidelijke terminologische context. Vanuit de argumentatie dat werken aan patiëntveiligheid een samenhangende benadering vraagt, werd het onderzoek en het werken aan de verbetering van de medicatieveiligheid hier ook zo benaderd. Vier ziekenhuizen participeerden aan het onderzoek en waren bereid tot dergelijke samenhangende benadering. Deze ziekenhuizen waren bereid om hun patiëntveiligheidsbeleid te sturen vanuit een multidisciplinair comité patiëntveiligheid, te participeren aan twee, ziekenhuisbrede metingen van veiligheidscultuur en te investeren in de ontwikkeling en kennisverspreiding van patiëntveiligheid in hun ziekenhuizen. Voor de meting van de patiëntveiligheidscultuur werd een gevalideerde vertaling van de Hospital Survey on Patient Safety Culture aangeboden. Patiëntveiligheidscultuur wordt in dit instrument geconcretiseerd op 12 dimensies. In het najaar van 2005 werd de eerste meting met hoge respons uitgevoerd. Voor een aantal dimensies werden door de vier ziekenhuizen vergelijkbare scores behaald, maar er kon tevens een differentiatie vastgesteld worden. Een gebrekkige managementondersteuning, een eerder sanctionerende cultuur en belangrijke bezorgdheden bij de transfer van patiënten tussen de afdelingen bleken belangrijke aandachtspunten. De ziekenhuizen kregen gedetailleerde feedback en bepaalden zelf hun actiepunten om de veiligheidscultuur te verbeteren. In elk van de vier deelnemende ziekenhuizen werden vier afdelingen, twee met een chirurgisch - en twee met een internistisch zorgprofiel, gekozen voor deelname aan het onderzoek omtrent medicatieveiligheid. Een aantal zorgprofessionals van deze afdelingen en de ziekenhuisapothekers werden uitgenodigd voor een zelfevaluatie van de veiligheid van het medicatieproces, zoals dat door hen ervaren werd. Op deze afdelingen werd ook een meting van het aantal medicatie gerelateerde incidenten uitgevoerd. Dit gebeurde met een vertaalde en aangepaste versie van een trigger tool, met expliciete aandacht voor terminologie en classificatie omdat hierover internationaal veel spraakverwarring is. Met deze trigger tool werd in 2006, door een multidisciplinaire onderzoeksploeg, gezocht naar adverse drug events (ADEs) door onderzoek ad random gekozen patiëntendossiers van deze afdelingen. 1.059 patiëntendossiers, verspreid over de betreffende afdelingen van de deelnemende ziekenhuizen, werden op deze wijze onderzocht. In gemiddeld 2,55 % van de opnames werd een vermijdbaar ADE vastgesteld (spreiding: 1,50% - 3,28%) en in gemiddeld 5,19% van de opnames werd een potentieel ADE gedetecteerd (spreiding: 4,12% - 5,82%). Op basis van de zelfevaluatie van de veiligheid van het medicatieproces, inzichten uit de literatuur en de resultaten van de eerste meting werden interventies uitgewerkt. Werken aan kennis over geneesmiddelen, met aandacht voor het medicatievoorschrift, werken aan de betrokkenheid van de patiënt, met aandacht voor het toedienen van medicatie en werken aan het registreren en analyseren van medicatie gerelateerde incidenten, met aandacht voor communicatie en teamvorming, waren de bouwstenen van het verbetertraject voor de verbetering van de medicatieveiligheid. Deze interventies werden de onafhankelijke variabelen in het onderzoeksopzet. De deelnemende afdelingen konden zelf bepalen hoe ze deze inhoudelijke themas concretiseerden. Het belang van een goede betrokkenheid van artsen, verpleegkundigen en ziekenhuisapothekers werd hierbij onderstreept. Het aantal medicatie gerelateerde incidenten met potentiële of effectieve schade voor de patiënt fungeerde als de afhankelijke variabele. Voor de implementatie van het verbetertraject werd gekozen voor een ontwikkelingsgerichte benadering. Hierbij werd aan de projectcoördinatoren in de ziekenhuizen een inhoudelijke rode draad aangereikt, maar ontstonden er door interactie en kruisbestuiving ook nieuwe inzichten. Circa 20 maanden na de eerste meting van de veiligheidscultuur werd een tweede, ziekenhuisbrede meting uitgevoerd. De resultaten van deze meting kwamen in belangrijke mate overeen met de resultaten van de eerste meting. Enkel in de dimensie managementondersteuning van patiëntveiligheid kon in twee ziekenhuizen vooruitgang geboekt worden. Dit illustreert de moeilijkheid om veiligheidscultuur te verbeteren. Een gefocuseerde, maar samenhangende benadering met een belangrijke betrokkenheid van de ziekenhuis en afdelingsleiding en interactie met de zorgprofessionals, in een meerjaren aanpak lijken hierbij aangewezen, evenals verder onderzoek naar inhoudelijke benaderingen en wijzen van aanpak. Een jaar na de eerste meting van de medicatie gerelateerde incidenten werd op de betrokken afdelingen, op dezelfde wijze, een tweede meting uitgevoerd bij 1.137 ad random gekozen patiëntendossiers. Tijdens deze meting werd gemiddeld in 1,23% van de opnames een vermjdbaar ADE vastgesteld (spreiding: 0 2,85%) en in gemiddeld 4,93 % van de opnames een potentieel ADE (spreiding: 4,10% - 6,07%). Door de verschillen in pathologie, ernstgraad en door verschillen in de wijze waarop de patiëntendossiers in de deelnemende afdelingen waren samengesteld is het niet mogelijk om ziekenhuizen te vergelijken met de resultaten van deze meting. In de 12 interventie afdelingen verminderde het aantal opnames met vermijdbare ADEs van 18 in de eerste meting naar 8 in de tweede meting. De Odds ratio = 0,41 met een 95 % betrouwbaarheidsinterval tussen 0,17 en 0,93. De nulhypothese kon verworpen worden waardoor er tot een statistisch significante daling van het aantal opnames met vermijdbare ADEs in de interventieafdelingen besloten kon worden. Naast een reductie van het aantal opnames met vermijdbare ADEs werd ook een vermindering van de ernstgraad van deze vermijdbare ADEs vastgesteld.In de vier controle afdelingen werd geen verbeterpakket geïmplementeerd. Het aantal opnames met vermijdbare ADEs evolueerde hier van 9 in de eerste meting naar 6 in de tweede meting, met een Odds ratio = 0,65 en een 95 % betrouwbaarheidsinterval tussen 0,22 en 1,82. De nulhypothese kon hier niet verworpen worden. Er waren echter teveel ongecontroleerde invloeden op deze controlegroepen waardoor dit aspect van het quasi experimenteel design ondermijnd werd. In het kader van het gekozen terminologisch kader en het classificatiemodel, bleek het aantal onderzochte patiëntendossiers per afdeling te klein om de impact van elke interventie afzonderlijk te kunnen onderbouwen. Er werd geen reductie vastgesteld van het aantal vermijdbare medicatie gerelateerde incidenten die potentieel tot schade voor de patiënt aanleiding kunnen geven. Dit lijkt er op te wijzen dat er minder leervermogen is uit incidenten als er geen schade is voor de patiënt. De vier participerende ziekenhuizen waren onderling verschillend en er was tevens een onderscheid in hun onderlinge realisaties. Zij werden weerhouden als pilootproject patiëntveiligheid door de federale overheid waardoor er bijkomende ondersteuning aan dit onderzoeksproject kon gegeven worden. Er kan moeilijk naast de positieve realisaties van ziekenhuis 3 gekeken worden. Dit ziekenhuis behaalde de beste scores op de meeste dimensies van de veiligheidscultuur, had de meest geëxpliciteerde en onderbouwde patiëntendossiers, kon een dynamisch comité voor patiëntveiligheid uitbouwen dat actief werkt aan de kennisverspreiding over patiëntveiligheid en het registeren van incidenten, had de hoogste bestaffing in de ziekenhuisapotheek en kon ook de meeste vooruitgang realiseren in medicatie gerelateerde incidenten met schade voor de patiënt. Een inspirerende ontwikkeling die, ondanks de complexiteit, illustreert wat mogelijk is. Het engagement van de vier deelnemende ziekenhuizen in dit onderzoek was erg hoog. Dit is een hoopvolle vaststelling voor verder onderzoek in dit domein. Onderzoek over patiëntveiligheid heeft nood aan een multidisciplinaire benadering om de complexiteit en de vele nuances van ziekenhuiszorg goed te kunnen inschatten. De multidisciplinaire onderzoeksploeg die het onderzoek omtrent het voorkomen van medicatie gerelateerde incidenten uitvoerde was daarvan een uitstekend voorbeeld en eveneens een illustratie van wat onderzoeksmatig mogelijk is. In de context van de discussie worden de onderzoeksresultaten verder besproken en worden ook een aantal kritische beschouwingen geformuleerd, zowel over het onderzoek naar veiligheidscultuur als over het onderzoek naar medicatieveiligheid. Conclusies en aanbevelingen ronden deze thesis af.status: Publishe
Strategies to improve patient-centred care in european hospitals: baseline assessment and tool development
Substantial research has been carried out on evaluating the physician-patient interaction and on launching policy initiatives to improve patient-centred care. However, the organizational uptake of strategies to improve patient-centredness has received less attention in research and practice. Against this background, this thesis pursues the question whether strategies to improve patient centred care are associated with, and can be facilitated by quality improvement in European hospitals. The findings suggest that strategies to improve patient-centredness and hospital quality improvement systems are to some extent associated; however, hospital's quality improvement systems are not sufficient in ensuring organization-wide implementation of patient-centred care. Gaps between strategic level and ward level implementation and confounding factors suggest that additional factors facilitate or exert pressure on hospitals to adapt a patient-centred approach. Tools addressing selected domains of patient information, education and health promotion can be embedded into existing quality improvement systems in order to facilitate implementation.Nombrosos estudis han avaluat la interacció metge-pacient en l'atenció sanitària i es van iniciar múltiples accions de la política de salut per millora l'atenció centrada en el pacient. No obstant això, la implantació d'estratègies per millorar l'atenció centrada al pacient a nivell organitzacional va rebre menys atenció en recerca i en la pràctica. En aquest context aquest estudi pretén avaluar si les estratègies per la millora de l'atenció centrada al pacient estan associades i/o facilitades pels sistemes de la millora de la qualitat en hospitals Europeus. Les troballes d'aquest treball suggereixen que les estratègies de l'atenció centrada al pacient i els sistemes de millora de la qualitat estiguin parcialment associades però, els últims no són suficients per garantir la implantació de les estratègies de l'atenció centrada al pacient per tota la organització hospitalària. Diferències entre la implantació al nivell estratègic i al nivell del departament apunten a altres factors facilitadors o factors externs que potencialment influeixen l'adaptació d'un enfocament centrada al pacient. L'ús d'eines pràctiques per a la millora de la informació, educació i promoció de salut del pacient pot completar els sistemes de millora de la qualitat assistencial existents.Números estudios han evaluado la interacción médico-paciente en la atención sanitaria y se iniciaron múltiples acciones de la política de salud para mejorar la atención centrada al paciente. No obstante, la implantación de estrategias para mejorar la atención centrada al paciente al nivel organizacional recibió menos atención en investigación y la práctica. En este contexto, este estudio pretende evaluar si las estrategias para la mejora de la atención centrada al paciente están asociadas y/o facilitadas por los sistemas de la mejora de la calidad en hospitales Europeos. Los hallazgos del presente trabajo sugieren que las estrategias de la atención centrada al paciente y los sistemas para la mejora de la calidad asistencial están parcialmente asociadas, sin embargo, los últimos no son suficientes para garantizar la implantación de las estrategias de la atención centrada al paciente por toda la organización hospitalaria. Diferencias entre la implantación al nivel estratégica y al nivel del departamento apuntan a otros factores facilitadores o factores externos que potencialmente influyen la adaptación de un enfoque centrada en el paciente. El uso de herramientas prácticas para la mejora de la información, educación y promoción de salud del paciente puede complementar los sistemas de la mejora de la calidad asistencial existentes.Programa de doctorat en Biomedicin
About context and systems
This commentary on the paper of Adalsteinn Brown et al. addresses the various tensions between global evidence, general theories and local change processes. Following up on this analysis, the paper also discusses the impact of public performance data on both consumer behaviour and provider behaviour. The four lessons presented by Brown et al. are put in the context of considering the public release of performance data as a social process and an integral part of the Canadian health system design and functionin
Going Beyond Counting First Authors in Author Co-citation Analysis
The present study examines one of the fundamental aspects of author co-citation analysis (ACA) - the way co-citation
counts are defined. Co-citation counting provides the data on which all subsequent statistical analyses and mappings
are based, and we compare ACA results based on two different types of co-citation counting - the traditional type that
only counts the first one among a cited work's authors on the one hand and a non-traditional type that takes into
account the first 5 authors of a cited work on the other hand. Results indicate that the picture produced through this non-traditional author co-citation counting contains more coherent author groups and is therefore considerably clearer. However, this picture represents fewer specialties in the research field being studied than that produced through the traditional first-author co-citation counting when the same number of top-ranked authors is selected and analyzed. Reasons for these effects are discussed
Variations on the Author
“Variations on the Author” discusses two of Eduardo Coutinho’s recent films (Um Dia na Vida, from 2010, and Últimas Conversas, posthumously released in 2015) and their contribution to the general question of documentary authorship. The director’s filmography is characterized by a consistent yet self-effacing form of authorial self-inscription: Coutinho often features as an interviewer that rather than express opinions propels discourses; an interviewer that is good at listening. This mode of self-inscription characterizes him as an author who is not expressive but who is nonetheless markedly present on the screen. In Um Dia na Vida, however, Coutinho is completely absent form the image, while Últimas Conversas, on the contrary, includes a confessional prologue that moves the director from the margins to the center of his films. This article examines the ways in which these works stand out in the filmography of a director who offers new insights into the notion of cinematic authorship
- …
