2,579 research outputs found
[correspondence] Brief van Johan Frans Cornelis Verspreeuwen aan Jan Frans Willems.
Antwerpen, 30/09/1841Gericht aan de bestuurders der Maatschappij van Nederduitsche Letterkunde te BrusselBols, Jan. Brieven aan Jan-Frans Willems (1909). Briefnummer: 480Bijzondere collectie
Kantlexicon : Nederlands-Frans-Engels-Duits : 6925 woorden en uitdrukkingen, 200 schema's & 60 fotoreprodukties /
1ste ed. : 1992.Met bibl. - Eveneens verklarend N. - Vroegere titel : Verklarend en vertalend kantlexicon : Nederlands-Frans-Engels-Duit
Veinzen of verlangen? Spel en geloof bij Johan Huizinga en Frans Kellendonk
Historian and linguist Johan Huizinga’s theory of the function of play in human culture in Homo ludens (1938) includes a discussion of the close link between liturgy and play. In the 1980’s author and cultural critic Frans Kellendonk put forward the notion of sincerelyfeigning (‘oprecht veinzen’) in relation to faith in a post-Christian society. This article examines the socio-cultural background of Huizinga’s and Kellendonk’s ideas and their personal commitment to the faith. It concludes with a consideration of the question: Towhat extent can sincerely feigning be considered a sign of longing
Cogitationes de habitu artium elegantiorum ad rempublicam; quarum partem priorem, consensu inclyti philosophorum ordinis in Regia ad Auram Academia, praeside m. Henrico Gabriele Porthan, eloqv. professore reg. [et] ord. R. Acad. litt. human. hist. [et] antiquitt. membro, ad publicam candidorum disquisitionem modeste defert Georgius Franciscus Tihleman, Borea-Fenno; die XX Maji an. MDCCLXXXIX, in auditorio min. horis ante merid. consvetis.
Dedikaatio: Eric Johan Allén [ruots. runo].Painovuosi nimekkeestä.Arkit: 1 arkintunnukseton lehti, A-B4 C3.Dedikaatio on ruotsinkielinen
Johan Sems, 1572-1635
Eerste uitgave: Groningen 1980 Tweede herziene uitgave: Groningen 2010 Johan Sems is in de vaderlandse geschiedenis geen grote bekende. Deze publicatie beoogt op zichzelf niet om daarin verandering te brengen. Wel is het de bedoeling te laten zien wie hij was, wat hij gedaan heeft en in welk licht we dat zouden moeten bezien. Johan Sems leefde in de periode van de 80-jarige oorlog, een tijdvak waarin de exacte wetenschappen in de Nederlanden bloeiden, ongetwijfeld mede als gevolg van de economische en politiek/militaire situatie waarin ons land verkeerde. Daar waar bij het historisch onderzoek in Nederland er altijd een zeker zwaartepunt heeft gelegen in 'Holland', is de geschiedschrijving van het Noorden des lands in zekere zin achtergebleven. Johan Sems is daar een voorbeeld van. Door de eeuwen heen heeft deze figuur wel een zekere attractie gehad - al dan niet uit chauvinistische overwegingen -, maar er is nog nooit een serieuze monografie over hem verschenen (ook niet in de vorm van een tijdschriftartikel). Dat is wel het geval met de landmeter Jan Pietersz. Dou (een vergelijkbare grootheid), de 'Leidse' vriend van Johan Sems. In de historiografie is met betrekking tot Johan Sems in de afgelopen eeuw nauwelijks vordering gemaakt. Steeds weer kom je, tot in het internettijdperk, dezelfde – deels foutieve –gegevens tegen. Kenmerkend in dit verband is dat in de vakliteratuur nog steeds onbekend is wanneer Sems gestorven is. Serieuze onderzoekers als Fockema Andreae, Taverne, Lorenzen en Noordhoff hielden voor die datum een marge van +/- 20 jaar aan. Een kort onderzoekje in het Gemeentearchief Groningen bleek voldoende te zijn om nauwkeurig vast te stellen dat Sems in 1635 is gestorven. In het kader van de colleges "Wetenschapsbeoefening in de Noordelijke Nederlanden" van prof. Waterbolk viel mijn oog al vrij snel op deze Johan Sems. Een literatuuronderzoek wees uit, dat er eigenlijk bijzonder weinig over hem bekend is. Na een referaat werd duidelijk dat er voldoende materiaal aanwezig was voor een doctoraalscriptie, waarvan deze publicatie de weerslag is
Johan Sems, 1572-1635
Eerste uitgave: Groningen 1980 Tweede herziene uitgave: Groningen 2010 Johan Sems is in de vaderlandse geschiedenis geen grote bekende. Deze publicatie beoogt op zichzelf niet om daarin verandering te brengen. Wel is het de bedoeling te laten zien wie hij was, wat hij gedaan heeft en in welk licht we dat zouden moeten bezien. Johan Sems leefde in de periode van de 80-jarige oorlog, een tijdvak waarin de exacte wetenschappen in de Nederlanden bloeiden, ongetwijfeld mede als gevolg van de economische en politiek/militaire situatie waarin ons land verkeerde. Daar waar bij het historisch onderzoek in Nederland er altijd een zeker zwaartepunt heeft gelegen in 'Holland', is de geschiedschrijving van het Noorden des lands in zekere zin achtergebleven. Johan Sems is daar een voorbeeld van. Door de eeuwen heen heeft deze figuur wel een zekere attractie gehad - al dan niet uit chauvinistische overwegingen -, maar er is nog nooit een serieuze monografie over hem verschenen (ook niet in de vorm van een tijdschriftartikel). Dat is wel het geval met de landmeter Jan Pietersz. Dou (een vergelijkbare grootheid), de 'Leidse' vriend van Johan Sems. In de historiografie is met betrekking tot Johan Sems in de afgelopen eeuw nauwelijks vordering gemaakt. Steeds weer kom je, tot in het internettijdperk, dezelfde – deels foutieve –gegevens tegen. Kenmerkend in dit verband is dat in de vakliteratuur nog steeds onbekend is wanneer Sems gestorven is. Serieuze onderzoekers als Fockema Andreae, Taverne, Lorenzen en Noordhoff hielden voor die datum een marge van +/- 20 jaar aan. Een kort onderzoekje in het Gemeentearchief Groningen bleek voldoende te zijn om nauwkeurig vast te stellen dat Sems in 1635 is gestorven. In het kader van de colleges "Wetenschapsbeoefening in de Noordelijke Nederlanden" van prof. Waterbolk viel mijn oog al vrij snel op deze Johan Sems. Een literatuuronderzoek wees uit, dat er eigenlijk bijzonder weinig over hem bekend is. Na een referaat werd duidelijk dat er voldoende materiaal aanwezig was voor een doctoraalscriptie, waarvan deze publicatie de weerslag is
[correspondence] Brief van Johan Alfried de Laet aan Jan Frans Willems.
Brussel, 10/04/1844Bols, Jan. Brieven aan Jan-Frans Willems (1909). Briefnummer: 532Bijzondere collectie
Johan Sems, 1572-1635
Eerste uitgave: Groningen 1980 Tweede herziene uitgave: Groningen 2010 Johan Sems is in de vaderlandse geschiedenis geen grote bekende. Deze publicatie beoogt op zichzelf niet om daarin verandering te brengen. Wel is het de bedoeling te laten zien wie hij was, wat hij gedaan heeft en in welk licht we dat zouden moeten bezien. Johan Sems leefde in de periode van de 80-jarige oorlog, een tijdvak waarin de exacte wetenschappen in de Nederlanden bloeiden, ongetwijfeld mede als gevolg van de economische en politiek/militaire situatie waarin ons land verkeerde. Daar waar bij het historisch onderzoek in Nederland er altijd een zeker zwaartepunt heeft gelegen in 'Holland', is de geschiedschrijving van het Noorden des lands in zekere zin achtergebleven. Johan Sems is daar een voorbeeld van. Door de eeuwen heen heeft deze figuur wel een zekere attractie gehad - al dan niet uit chauvinistische overwegingen -, maar er is nog nooit een serieuze monografie over hem verschenen (ook niet in de vorm van een tijdschriftartikel). Dat is wel het geval met de landmeter Jan Pietersz. Dou (een vergelijkbare grootheid), de 'Leidse' vriend van Johan Sems. In de historiografie is met betrekking tot Johan Sems in de afgelopen eeuw nauwelijks vordering gemaakt. Steeds weer kom je, tot in het internettijdperk, dezelfde – deels foutieve –gegevens tegen. Kenmerkend in dit verband is dat in de vakliteratuur nog steeds onbekend is wanneer Sems gestorven is. Serieuze onderzoekers als Fockema Andreae, Taverne, Lorenzen en Noordhoff hielden voor die datum een marge van +/- 20 jaar aan. Een kort onderzoekje in het Gemeentearchief Groningen bleek voldoende te zijn om nauwkeurig vast te stellen dat Sems in 1635 is gestorven. In het kader van de colleges "Wetenschapsbeoefening in de Noordelijke Nederlanden" van prof. Waterbolk viel mijn oog al vrij snel op deze Johan Sems. Een literatuuronderzoek wees uit, dat er eigenlijk bijzonder weinig over hem bekend is. Na een referaat werd duidelijk dat er voldoende materiaal aanwezig was voor een doctoraalscriptie, waarvan deze publicatie de weerslag is
Johan Sems, 1572-1635
Eerste uitgave: Groningen 1980 Tweede herziene uitgave: Groningen 2010 Johan Sems is in de vaderlandse geschiedenis geen grote bekende. Deze publicatie beoogt op zichzelf niet om daarin verandering te brengen. Wel is het de bedoeling te laten zien wie hij was, wat hij gedaan heeft en in welk licht we dat zouden moeten bezien. Johan Sems leefde in de periode van de 80-jarige oorlog, een tijdvak waarin de exacte wetenschappen in de Nederlanden bloeiden, ongetwijfeld mede als gevolg van de economische en politiek/militaire situatie waarin ons land verkeerde. Daar waar bij het historisch onderzoek in Nederland er altijd een zeker zwaartepunt heeft gelegen in 'Holland', is de geschiedschrijving van het Noorden des lands in zekere zin achtergebleven. Johan Sems is daar een voorbeeld van. Door de eeuwen heen heeft deze figuur wel een zekere attractie gehad - al dan niet uit chauvinistische overwegingen -, maar er is nog nooit een serieuze monografie over hem verschenen (ook niet in de vorm van een tijdschriftartikel). Dat is wel het geval met de landmeter Jan Pietersz. Dou (een vergelijkbare grootheid), de 'Leidse' vriend van Johan Sems. In de historiografie is met betrekking tot Johan Sems in de afgelopen eeuw nauwelijks vordering gemaakt. Steeds weer kom je, tot in het internettijdperk, dezelfde – deels foutieve –gegevens tegen. Kenmerkend in dit verband is dat in de vakliteratuur nog steeds onbekend is wanneer Sems gestorven is. Serieuze onderzoekers als Fockema Andreae, Taverne, Lorenzen en Noordhoff hielden voor die datum een marge van +/- 20 jaar aan. Een kort onderzoekje in het Gemeentearchief Groningen bleek voldoende te zijn om nauwkeurig vast te stellen dat Sems in 1635 is gestorven. In het kader van de colleges "Wetenschapsbeoefening in de Noordelijke Nederlanden" van prof. Waterbolk viel mijn oog al vrij snel op deze Johan Sems. Een literatuuronderzoek wees uit, dat er eigenlijk bijzonder weinig over hem bekend is. Na een referaat werd duidelijk dat er voldoende materiaal aanwezig was voor een doctoraalscriptie, waarvan deze publicatie de weerslag is
Supplemental Material - Empirical Priors in Polytomous Computerized Adaptive Tests: Risks and Rewards in Clinical Settings
Supplemental Material for Empirical Priors in Polytomous Computerized Adaptive Testings: Risks and Rewards in Clinical Settings by Niek Frans, Johan Braeken, Bernard P. Veldkamp, and Muirne C. S. Paap in Applied Psychological Measurement</p
- …
