1,720,952 research outputs found
CLASH-EU: Report on field measurements: Petten sea defence: Storm season 2002-2003
CLASH-E
Rapportage veldmetingen Pettemer Zeewering: Stormseizoen 2002-2003
Sinds 1994 worden er golf- en golfoploopmetingen verricht bij de Pettemer Zeewering. Deze metingen worden in opdracht van Rijkswaterstaat, Rijksinstituut voor Kust en Zee/RIKZ uitgevoerd door Rijkswaterstaat Directie Noord-Holland (Informatiedienst Water). De golfoploopmetingen worden door DWW geanalyseerd. Bij deze meetcampagne worden met verschillende instrumenten diverse metingen verricht. Zo wordt bijvoorbeeld de verticale uitwijking van het wateroppervlak gemeten met behulp van boeien, druksensoren en radarapparatuur en wordt de golfoploop tegen de dijk in beeld gebracht met behulp van onder andere een golfoploopbaak en videocamera\u92s. Het doel van de meetcampagne bij Petten is het volgen van de voortplanting van de golven vanaf diep water, door de brandingszone tot aan de dijk en tevens het meten van de golfoploop tegen de dijk. Voor de rapportage van de gedurende het stormseizoen 2002-2003 verrichte veldmetingen is de opbouw van het stormseizoenverslag 2001-2002 grotendeels gehandhaafd, met het verschil dat nu meer aandacht is besteed aan de analyse en beschrijving van (lokaal opgewekte) lange golven met periodes langer dan 30 seconden. De volgende algemene conclusies m.b.t. het functioneren van de meetsite en de betrouwbaarheid van de meetdata worden getrokken: - De beschikbaarheid van meetdata is sterk verbeterd ten opzichte van voorgaand seizoen. De komende seizoenen kan echter een nog hogere registratiedichtheid worden gehaald. Hiertoe zullen op korte termijn de faalmechanismen en hun kans van optreden inzichtelijk worden gemaakt. Op basis van deze lijst kan de robuustheid van de meetsite op efficiënte wijze worden verbeterd. - Het is gebleken dat de radar niveaumeter en de druksensor op meetpunt 6 in de branding verschillende uitkomsten geven. Deze verschillen zijn onacceptabel groot. Het verdient daarom sterk de aanbeveling om een studie te verrichten naar de betrouwbaarheid van de huidige meettechnieken in de branding. - Om een idee te krijgen van het relatieve aandeel van de lange golven in de totale hoeveelheid energie in het spectrum is de gemeten laagfrequente energie geanalyseerd. Uit deze analyse is gebleken dat bij rustige omstandigheden al lange golven worden gemeten. Op 13 oktober 2002, een rustige dag met een landafwaartse wind, bedroeg het relatieve aandeel van de lange golven op de energie van het totale spectrum 1 tot 4 procent. Tijdens storm neemt het relatieve aandeel van de laag frequente energie sterk toe door lokale opwekking van lange golven. Op de stormdag 27 oktober 2002 bedroeg het relatieve aandeel van de lange golven op de energie van het totale spectrum ca. 10 procent. Om meer inzicht te krijgen in het voorkomen van lange golven en tevens in de mate van reflectie van deze golven tegen de dijk wordt een uitgebreidere analyse van de meetdata sterk aanbevolen.HR-Meet/SBW
Morphological impact of a deep water reef
For local protection of coastal stretches where buildings are situated in or form part of the coastal defense line the deep water reef concept has been developed. Two reef concepts were designed; a shore-parallel breakwater (of 3 km length) and a segmented breakwater (three blinds of 1 km length), both located in 10 m water depth at 1.5 km off the coast of Scheveningen. In the present research the hydrodynamics and long term morphodynamics of the two deep water reefs are analyzed with the physics-based numerical model Delft3D. The two reef concepts are modeled in 2DH mode with the Parallel Online morphological approach. The hydrodynamic processes at submerged breakwaters are different from those operating at emerged breakwaters. Wave transmission by the submerged breakwater crest creates two additional effects; 1) a water level set-up with a discharge over the reef and 2) reduced wave action at the landward area of the reef. The water level set-up drives two large-scale circulation cells off the reef tips, with velocities up to 1 m/s. In the surf zone the longshore currents are directed towards the shadow zone, where the second effect creates a sheltered area. The magnitude of these effects is for the parallel reef concept amongst other parameters dependent on the wave height and wave transmission, whereas for the blinds reef concept this is also dependent on the wave direction due to the orientation of the blinds. The longshore varying currents and reduced waves in the surf zone cause the coastline to development into a salient form. At the lee of the reef accretion occurs, whereas at the southward and northward sides of the sheltered area erosion occurs. The morphological development is similar for the two reef concepts and of the same order of magnitude. The blinds reef is the preferred alternative for construction, as less severe erosion is modeled to occur. Equilibrium will likely be attained in 15 to 25 years after construction.Civil Engineering and Geoscience
Toekomstprognose ontwikkeling intergetijdengebied Oosterschelde: Doorvertaling naar effecten op veiligheid en natuurwaarden
Het in beeld brengen van toekomstige veranderingen in de Oosterschelde, uitgaande van de beschikbare bodemopnamen, vereist een stapsgewijze aanpak. Inhoudelijk worden eerst de bodems geanalyseerd en samengevoegd. Daarna vormen de bodems de basis voor het samenstellen van een zandbalans en het ontwikkelen van een prognosemodel. Op basis van het geteste prognosemodel worden bodemprognoses uitgevoerd voor de periode 2010 tot 2110. Als laatste worden de bodemontwikkelingen doorvertaald naar de gevolgen voor veiligheid en arealen. De focus van deze studie ligt op het in beeld brengen van de veranderingen zoals deze zich nu manifesteren en deze doorvertalen naar de toekomst. Dit betekent dat voor deze studie de volgende afbakening geldt: \u95 Er wordt geen gebruik gemaakt van een mathematisch model om voorspellingen te toetsten, maar het geconstateerde gedrag wordt op een intelligente manier doorvertaald naar de toekomst; \u95 Hoewel als horizon voor de voorspellingen de komende 100 jaar geldt, ligt het zwaartepunt bij de komende 25 jaar; \u95 In deze studie ligt de focus op de ontwikkeling van het intergetijdengebied en de gevolgen daarvan voor de veiligheid. Ondersteunend hieraan wordt aandacht aan betrouwbaarheid van bodemdata en wordt een zandbalans opgesteld. Deze onderdelen vormen echter geen hoofdmoot van het project.Oosterscheld
Going Beyond Counting First Authors in Author Co-citation Analysis
The present study examines one of the fundamental aspects of author co-citation analysis (ACA) - the way co-citation
counts are defined. Co-citation counting provides the data on which all subsequent statistical analyses and mappings
are based, and we compare ACA results based on two different types of co-citation counting - the traditional type that
only counts the first one among a cited work's authors on the one hand and a non-traditional type that takes into
account the first 5 authors of a cited work on the other hand. Results indicate that the picture produced through this non-traditional author co-citation counting contains more coherent author groups and is therefore considerably clearer. However, this picture represents fewer specialties in the research field being studied than that produced through the traditional first-author co-citation counting when the same number of top-ranked authors is selected and analyzed. Reasons for these effects are discussed
Variations on the Author
“Variations on the Author” discusses two of Eduardo Coutinho’s recent films (Um Dia na Vida, from 2010, and Últimas Conversas, posthumously released in 2015) and their contribution to the general question of documentary authorship. The director’s filmography is characterized by a consistent yet self-effacing form of authorial self-inscription: Coutinho often features as an interviewer that rather than express opinions propels discourses; an interviewer that is good at listening. This mode of self-inscription characterizes him as an author who is not expressive but who is nonetheless markedly present on the screen. In Um Dia na Vida, however, Coutinho is completely absent form the image, while Últimas Conversas, on the contrary, includes a confessional prologue that moves the director from the margins to the center of his films. This article examines the ways in which these works stand out in the filmography of a director who offers new insights into the notion of cinematic authorship
Appropriate Similarity Measures for Author Cocitation Analysis
We provide a number of new insights into the methodological discussion about author cocitation analysis. We first argue that the use of the Pearson correlation for measuring the similarity between authors’ cocitation profiles is not very satisfactory. We then discuss what kind of similarity measures may be used as an alternative to the Pearson correlation. We consider three similarity measures in particular. One is the well-known cosine. The other two similarity measures have not been used before in the bibliometric literature. Finally, we show by means of an example that our findings have a high practical relevance.information science;Pearson correlation;cosine;similarity measure;author cocitation analysis
- …
