212,137 research outputs found
Plangebied Kasteel Huys ter Horst te Horst, gemeente Horst aan de Maas; een archeologisch bureauonderzoek.
Inleiding
In opdracht van Stichting kasteel Huys ter Horst heeft RAAP in augustus 2020 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek uitgeschreven voor kasteel Huys ter Horst te Horst, gemeente Horst aan de Maas, op basisvan een onderzoek en waarenmingen uit het verleden.
De aanleiding tot dit onderzoek vormt de geplande ontwikkeling van het plangebied: kasteel Huys ter Horst. In 2017 leidden de ontwikkelingen in de omgeving van Huys ter Horst ertoe dat DMV Architecten een ontwerptekening voor herbouwplannen heeft opgesteld.
Landschap en bodem
De landschappelijke ontwikkeling van het kasteelterrein is niet bekend, want het terrein is niet gekarteerd op de geomorfologische kaart. De landschappelijke ligging kan voor een deel worden verklaard door de
benaming van het kasteel: ter Horst. Het woord ‘horst’ wordt gebruikt voor een begroeide hoogte in een moerassig gebied, die bij hoge waterstand droog blijft. Uit de oude onderzoeken is af te leiden dat het kasteel inderdaad op een hoge (zand)kop in het dal van de Groote Molenbeek ligt. Dit wordt bevestigd bij analyse van het AHN2. Volgens de bodemkaart maakt het plangebied deel uit van het grootschalige akkergebied van Horst en bestaat de bodem uit een hoge zwarte enkeerdgrond. Dit is echter onjuist. Het kasteelterrein was immers geen akkerbouwgebied. Vanwege de geïsoleerde ligging van de (zand)kop waarop het kasteelterrein ligt, is het niet mogelijk om bodemkundige gegevens uit het dal van de Groote Molenbeek te gebruiken om het bodemtype te bepalen. Echter, in algemene zin zijn op zulke(zand)koppen podzolbodems gevormd. Vermoedelijk was dit ook het geval op Ter Horst.
Oud en nieuw onderzoek
In het verleden zijn diverse archeologische onderzoeken op het kasteelterrein uitgevoerd , waaruit de oudheidkundige waarde ervan is gebleken. Onderhavige bureaustudie had onder meer tot doel een overzicht te presenteren van alle archeologische en bouwhistorische onderzoeken die hier hebben plaatsgevonden. Ondanks het feit dat al meer dan twee jaar wordt gewerkt aan het hier gepresenteerde overzicht van alle onderzoeksresultaten tot op heden, is het overzicht nog steeds niet volledig. Wel is een overzicht van alle bekende onderzoeken van de afgelopen 51 jaar (!) verkregen. Ook archeologische onderzoeken rond 1975 door de ROB en RAAP (2002), alsook archeologische waarnemingen uit 2003/2004, 2008, 2013, 2018, 2019 en 2020 zijn hierin meegenomen. Problematisch daarbij is echter met name het ontbreken van overzichten (kaart, tekstueel) en van een goede archivering, evenals van een goede overzichtspublicatie van de onderzoeken die indertijd werden uitgevoerd door de TH Delft en de AWN in de periode 1969-1979. Bovendien zijn deze onderzoeken reeds 40 tot 50 jaar geleden uitgevoerd, waardoor vrijwel alle betrokkenen inmiddels zijn overleden.
Het lijkt er echter op dat een (groot) deel van de betreffende documentatie verloren is gegaan, al dan niet tijdens een brand op de TU Delft in 2013. Vermoedelijk geldt dit ook voor veel vondsten, hoewel met name in het depot van het lokale Museum de Kantfabriek ongeveer 200 kasteelvondsten aanwezig blijken, waaronder tientallen gerestaureerde stukken vaatwerk en glas.
De archeologische database ARCHIS3 is verre van compleet en correct ten aanzien van eerder uitgevoerd onderzoek. De oude archeologische onderzoeken uit de periode 1969-1979 alsook het ROBonderzoek van na 1975 blijken niet volledig en bovendien niet op de juiste locatie in ARCHIS3
opgenomen.
Wettelijke status
Tegenwoordig is de hoofdburcht een rijksmonument (Rijksmonument-nummer: 22650). Het rijksmonument is wel op kaart aangegeven, maar niet afgebakend. Op de Archeologische Monumenten Kaart (AMK) van de RCE staat het kasteelterrein vermeld als ‘terrein van hoge archeologische waarde’.
Beide hebben betrekking op de archeologische (=niet-gebouwde) resten op het kasteelterrein (ARCHIS-monumentnummer 15296). Op de AMK is het terrein wel aangegeven en afgebakend.
Archeologische verwachting
De oudste archeologische vindplaatsen die op het kasteelterrein worden verwacht, zijn van jagerverzamelaars. Het betreft resten van kampementen uit het mesolithicum. Vanwege de geringe omvang van de natuurlijke kop waar het kasteelterrein op ligt, worden nauwelijks archeologische resten vanaf de tijd van de eerste landbouwers (late prehistorie) verwacht. Het kan echter niet worden uitgesloten dat het kasteelterrein reeds vanaf de 10e eeuw werd gebruikt voor landbouwdoeleinden, voorafgaand aan de bouw van de eerste versterking in de vroege 14e eeuw. Het betreft dan nadrukkelijk ook activiteiten gerelateerd aan veeteelt en activiteiten die in beekdalen plaatsvinden. Het natuurlijke niveau, voorafgaand aan de (post) middeleeuwse ophogingen(en), ligt op ongeveer 1,0 m –Mv onder post)middeleeuwse ophogingslagen, maar deze inschatting is gebaseerd op slechts één lokale
waarneming. Daarom is dit oppervlak niet goed voor het hele kasteelterrein te reconstrueren. Vanwege het jonge afdekkende pakket kunnen ook de (pre)historische loopvlakken in het plangebied goed zijn
geconserveerd. In en vanaf het natuurlijke niveau kunnen resten van Kasteel Huys ter Horst worden aangetroffen, waarbij opgemerkt wordt dat het erop lijkt dat na de grote verbouwing van 1661 -1664 het leefniveau niet meer is opgehoogd. Vanwege de ophogingspakketten is vermoedelijk sprake van een goede conservering van de archeologische resten. De kans op het aantreffen van onverbrande archeozoölogische resten lijkt klein, gezien de bodemkundige gesteldheid en natuurlijke ontwatering van het terrein. Er moet echter rekening mee worden gehouden dat sinds de eerste bouwfase van het kasteel gebruik werd gemaakt van mergel. Dit materiaal zorgt voor kalkaanrijking van de bodem, waardoor botmateriaal bewaard kan zijn gebleven; voor goed ontwaterde terreinen is dit een positieve uitzondering.
Advies
Op basis van de resultaten van het onderzoek blijkt dat in plangebied Kasteel Huys ter Horst mogelijk archeologische resten bedreigd worden door de voorgenomen bodemingrepen. Daarom wordt geadviseerd om verstoring zoveel mogelijk te voorkomen door archeologievriendelijk te bouwen. Indien dit niet mogelijk is, wordt geadviseerd om een onderzoek uit te voeren om de bouwkundige waarde en kwaliteit van de bestaande funderingen op de hoofdburcht te bepalen. Dit is noodzakelijk in verband
met het uitwerken van de plannen voor fase 2 op detailniveau, en om te bepalen wat de bouwkundige waarde en kwaliteit van de bestaande funderingen op de hoofdburcht is. Dit rapport geeft (selectie)adviezen. Uiteindelijk nemen de bevoegde overheden, gemeente Horst aan
de Maas en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, hierover een (selectie)besluit
A public dataset of overground walking kinetics and full-body kinematics in healthy adult individuals
The dataset comprises raw kinetic and full-body kinematic data (both in .c3d and .tsv) of 57 healthy subjects (29 females, 28 males; M age: 23.1 years, SD 2.7; M body height: 1.74 m, SD 0.10; M body mass: 67.9 kg, SD 11.3; M body mass index: 22.2 kg/m², SD 2.0) during overground walking. All subjects were without gait pathology and free of lower extremity pain or injuries.
The .c3d files are named in the following format: S{subject_id}_{trial number}_{static/gait}.c3d.
Separate text files were generated for the kinematic marker trajetories {.tsv} and kinetic force signals of the first {_f_1.tsv} and second {_f_2.tsv} force plate.
When using (any part) of this dataset, please cite this dataset and the original article:
Horst, F., Lapuschkin, S., Samek, W., Müller, K.-R., & Schöllhorn, W. I. (2019). A public dataset of overground walking kinetics and full-body kinematics in healthy individuals. Mendeley Data, v2. http://dx.doi.org/10.17632/svx74xcrjr.2
Horst, F., Lapuschkin, S., Samek, W., Müller, K.-R., & Schöllhorn, W. I. (2019). Explaining the unique nature of individual gait patterns with deep learning. Scientific Reports, 9, 2391. https://doi.org/10.1038/s41598-019-38748-8
Please feel free to send us your technical questions, requests and bug reports by email: [email protected]
Les méthodes de l'hydrométrie : Horst Andreae, Neue hydrometrische Verfahren
Bienfait M. Les méthodes de l'hydrométrie : Horst Andreae, Neue hydrometrische Verfahren. In: Revue géographique des Pyrénées et du Sud-Ouest, tome 35, fascicule 2, 1964. pp. 181-182
Plangebied Stationsstraat te Horst, gemeente Horst aan de Maas; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek
Inleiding
In opdracht van Plan ROS heeft RAAP in april 2020 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek uitgevoerd voor het plangebied Stationsstraat te Horst, gemeente Horst aan de Maas. Het onderzoek vond plaats in het kader van een nieuw bestemmingsplan. In het plangebied is de realisatie van een nieuwe weg, rotonde en de uitbreiding van parkeerplaatsen gepland.
Landschap en bodem
Het plangebied ligt grotendeels op de overgang van het dekzandgebied naar het dal van de Groote Molenbeek. Het meest westelijke deel van het plangebied ligt in het dekzandgebied, waarin zich van nature een droge veldpodzol heeft ontwikkeld. Het oostelijke deel van het plangebied ligt ook in het dekzandgebied, maar hier heeft zich van nature een natte veldpodzol of gooreerdgrond ontwikkeld. Lokaal is de basis van deze bodems geconserveerd. De rest van het plangebied ligt in een beekdal. Ongeveer 50 meter ten oosten van de Stationsstraat ligt een noord-zuid georiënteerde laagte die mogelijk in het weichsel is ontstaan door de voorloper van de Groote Molenbeek en waar mogelijk één of meerdere oude beeklopen aanwezig zijn. Het beekdal is slecht ontwaterd en er zijn relatief natte bodems ontstaan, waarvan lokaal de top bewaard is. Op de natuurlijke bodem is een esdek aanwezig. Het gebied grofweg ter hoogte van het NS-stationsgebouw is in het verleden tot wel 1,95 m opgehoogd.
Archeologie en bouwhistorie
Uit het plangebied zijn geen archeologische vindplaatsen bekend. In de directe omgeving van het plangebied is op verschillende plekken in het verleden archeologisch onderzoek uitgevoerd. Daarbij zijn losse vondsten uit de steentijd en resten uit de late middeleeuwen/nieuwe tijd gevonden. Uit (bouw)historisch onderzoek blijkt dat de laatstgenoemde resten kunnen wijzen op bewoning die teruggaat tot het begin van de nieuwe tijd, wellicht zelfs de late middeleeuwen. In 1866 werd de spoorlijn Venlo-Eindhoven samen met het stationsgebouw uit 1864 en het emplacement in gebruik genomen. Tegenwoordig is dit pand een gebouwd rijksmonument.
Aanbevelingen
In het plangebied worden mogelijk archeologische resten bedreigd door de voorgenomen bodemingrepen/ontwikkeling. Daarom wordt vervolgonderzoek geadviseerd in de vorm van een proefsleuvenonderzoek voor gebieden met een relatief intacte bodemopbouw. Daarbij moet niet alleen aandacht worden besteed aan resten van landbouwende gemeenschappen, met name bewoning die teruggaat tot het begin van de nieuwe tijd. Gezien de aanwezigheid van een esdek en (lokaal) een ophogingspakket, hoeft een dergelijk onderzoek pas plaats te vinden bij geplande bodemingrepen vanaf een bepaalde diepte, waarbij aanbevolen wordt een bufferzone van 30 cm aan te houden, die het potentiële archeologisch niveau beschermt tegen de geplande ingrepen en werkzaamheden. In delen van het plangebied zonder relatief intacte bodemopbouw geen archeologisch vervolgonderzoek aanbevolen.
Dit rapport geeft (selectie)adviezen. Het is aan de bevoegde overheid, de gemeente Horst aan de Maas, deze al dan niet over te nemen in de vorm van een (selectie)besluit
Terrein Douven, Horst Gemeente Horst aan de Maas
In opdracht van Janssen de Jong Projectontwikkeling heeft archeologisch onderzoeksbureau Becker & Van de Graaf bv in juli 2008 een Inventariserend Veldonderzoek (IVO) verkennende fase uitgevoerd op het terrein Douven aan de Americaanseweg in Horst, gemeente Horst aan de Maas. De aanleiding voor dit onderzoek is de geplande sanering van het terrein en de nieuwbouw van 35 woningen. Hierbij zal de bodem door graafwerkzaamheden worden verstoord tot een nog onbekende diepte. Daarom is van een verstoringsdiepte van maximaal 2,0 m beneden het maaiveld uitgegaan. Hierbij bestaat de kans dat eventueel aanwezige archeologische waarden verstoord dan wel vernietigd zullen worden. Een bureau- en inventariserend veldonderzoek, verkennende fase zijn uitgevoerd. De doelstelling van het bureauonderzoek was het krijgen van informatie met bestaande bronnen over de bekende of verwachte archeologische waarden binnen het plangebied. Hiermee is een specifieke archeologische verwachting opgesteld.
Het doel van het veldonderzoek was het aanvullen en vaststellen van de opgestelde verwachting en om inzicht te krijgen in de genese van de afzettingen in de ondergrond van het plangebied. Bij het veldonderzoek is de opbouw van de ondergrond onderzocht en is gekeken of er archeologische indicatoren in de boringen aanwezig waren. Na de geplande zes boringen was onduidelijk of er wel of geen archeologische waarden in het plangebied aanwezig waren. Daarom zijn drie extra boringen gezet. Het plangebied ligt op een dekzandvlakte. De zandafzettingen dateren uit het Weichselien, de laatste koude periode van het Pleistoceen (laatste ijstijd) vóór het huidige warme Holoceen. Door plaggenbemesting is een esdek ontstaan. Het aanwezige bodemtype kan worden geclassificeerd als een hoge zwarte enkeerdgrond dat begraven is geraakt onder een dun pakket geroerde grond. Dit pakket geroerde grond is hoofdzakelijk recent ontstaan bij het verwijderen van de aanwezige bebouwing en bestrating.
Het plangebied staat op de IKAW aangegeven als een gebied met een onbekende archeologische verwachtingswaarde doordat het plangebied in bebouwd gebied ligt. Uit nabij gelegen onbebouwde gebieden blijkt dat de archeologische verwachting in het plangebied hoog is. De CHW geeft eveneens een hoge archeologische verwachting. De archeologische verwachting is hoog door de ligging op een dekzandrug.
Bij het veldonderzoek bleek dat de top van het esdek meer of minder is omgewerkt. Toch resteert veelal circa 45 tot 70 cm van het esdek in het plangebied. In ieder geval is de onderkant van het esdek in vrijwel het gehele plangebied intact. Eventuele archeologische resten onder het esdek zullen dan ook intact zijn. In het esdek zijn vooral archeologische indicatoren aangetroffen die als groep te dateren zijn in de Nieuwe tijd en dan vermoedelijk met name in de 19e en 20e eeuw. De kans is groot dat in die tijd het grootste deel van het esdek ontstond. Archeologisch het meest interessant zijn de volgende twee indicatoren, die helaas niet dateerbaar zijn. Beide zijn afkomstig uit de onderste laag van het esdek, op de overgang naar C-horizont. De ene is een in drie stukjes uiteengevallen brokje van vermoedelijk verbrande leem en de andere een brokje houtskool. Gezien de positie aan de onderkant van het esdek kunnen de indicatoren zowel afkomstig zijn uit voor bemesting aangevoerde grond als uit de oorspronkelijk bouwvoor (oude akkerlaag). In dat laatste geval kunnen de indicatoren een aanwijzing zijn voor eventuele archeologische resten in het plangebied. Eventuele archeologische resten zijn aanwezig in de top van de het pakket gele zand onder het esdek, dus in de top van de C-horizont op een diepte van circa 70 à 100 cm onder het huidige maaiveld.
De voorgenomen graafwerkzaamheden kunnen archeologische waarden in het plangebied bedreigen. De gaafwerkzaamheden reiken naar verwachting tot onder het esdek, waar archeologisch resten aanwezig kunnen zijn. Op basis van de resultaten van het Inventariserend Veldonderzoek wordt geadviseerd om vervolgonderzoek uit te laten voeren
Somatising patients in general practice : Reattribution, a promising approach
Haan, M. de [Promotor]Knottnerus, J.A. [Promotor]Horst, H.E. van der [Copromotor]Portegijs, P.J.M. [Copromotor
Dictionnaire encyclopédique de la Bible, publié sous la direction de M. Alexandre Westphal, 1932. Éditions « Je Sers », Paris
Horst Louis-Paul. Dictionnaire encyclopédique de la Bible, publié sous la direction de M. Alexandre Westphal, 1932. Éditions « Je Sers », Paris. In: Revue d'histoire et de philosophie religieuses, 15e année n°4, Juillet-août 1935. pp. 369-373
Dynamic Systems of Social Interactions
We state conditions for existence and uniqueness of equilibria in evolu- tionary models with an infinity of locally and globally interacting agents. Agents face repeated discrete choice problems. Their utility depends on the actions of some designated neighbors and the average choice throughout the whole population. We show that the dynamics on the level of aggregate be- havior can be described by a deterministic measure-valued integral equation. If some form of positive complementarities prevails we establish convergence and ergodicity results for aggregate activities. We apply our convergence re- sults to study a class of population games with random matching.evolutionary dynamics, social interaction, equilibrium, interacting particle systems, coordination games
Nouveaux procédés hydrométriques, de Horst Andreae
Chartier Anne-Marie, Chartier Marcel M. Nouveaux procédés hydrométriques, de Horst Andreae. In: Annales de Géographie, t. 77, n°420, 1968. pp. 209-210
Horst-Jürgen Gerigk: Dostojewskijs Entwicklung als Schriftsteller. (Dostievsky´s Development as a writer.) Frankfurt a. M.: 347Seiten.
Horst-Jürgen Gerigk: Dostojewskijs Entwicklung als Schriftsteller.(Dostievsky´s Development as a writer.)Frankfurt a. M.: 347Seiten
- …
