1,721,105 research outputs found

    Nucleation and growth mechanisms of sputtered hexagonal boron nitride nanowalls

    No full text
    Hexagonaal boornitride (hBN) dunne films werden afgezet op Si(100) substraten door een zelfgebouwd ongebalanceerd radiofrequentie (RF) sputtersysteem met behulp van een Ar (51%)/N2(44%)/H2(5%) gasmengsel. De impact van verschillende doel-tot-substraatafstanden (d, 3 cm ≤ d ≤ 6 cm), substraattemperaturen (Tsb, 78 ○C ≤ Tsb ≤ 500 ○C) en substraatkantelhoeken (α, = 0○ or 90○ ) werd onderzocht. De fysische eigenschappen van de hBN-films werden onderzocht met röntgendiffractie, raster- /transmissie-elektronenmicroscopie, Raman en Fourier transform infraroodspectroscopietechnieken. De experimentele resultaten toonden aan dat etsen, door middel van waterstof, voornamelijk een invloed heeft op de films afgezet op d = 3 cm and Tsb > 250 ○C, terwijl het effect verwaarloosbaar is voor de films afgezet op d = 6 cm. Bovendien tonen de resultaten ook aan dat waterstof niet alleen een functie heeft tijdens synthese van de hBN nanomuurstructuren, maar ook dienst doet als etsmiddel om materiaal te verwijderen tijdens de depositie, d.w.z. wandtakken, zijwanden, tussenruimten/holtes tussen aangrenzende muurtjes. De hoeveelheid defecten in de afgezette films werd ook geïdentificeerd door de hoeveelheid waterstof in de vorm van H–N-bindingen. Daarenboven zijn de hBN-nanomuren verticaal gericht op hun substraatoppervlak, onafhankelijk van het kantelen van het substraat. Dit houdt in dat de groei in de beginfase bepaald wordt door chemische processen en niet door fysische processen. De waarnemingen laten zien dat de hBN-kristalliniteit aangepast kan worden door variaties van Tsb, d, α en/of filmdikte. Verder wordt het bewijs van waterstofabsorptie/desorptie gegeven gebaseerd op resultaten van relatieve metingen van verschillende infraroodsignaturen (E1/A2) en Raman (E2g) modi van het hBN optische fonon, en N–H vibratiemodus. Daarnaast werd het groeigedrag van hBN nanomuurfilms, afgezet op d = 3 cm op verschillende substraatmaterialen, d.w.z. Si(100), Si3N4 (amorf), Cr/Au (polykristallijne katalysatormetalen) en CVD-diamant (waterstof-getermineerd oppervlak), onderzocht met transmissie-elektronenmicroscopie (TEM). De verkregen resultaten tonen aan dat de hBN-kristalliniteit in hoge mate wordt verbeterd wanneer een hBN dunne film wordt afgezet op een diamantsubstraat. In het bijzonder hebben we aangetoond dat waterstof een onmisbare component is om hBN-nanomuren te vormen, en een sleutelrol speelt bij de directe nucleatie van hBN-nanomuurtjes op de facetten van nanokristallijne diamantkorrels (NCD), wanneer geïoniseerde B- en N-atomen op het NCD-substraat aankomen. De diamantfilms werden geproduceerd door middel van een door microgolf plasma-versterkte chemische dampafzetting (MW PE CVD) techniek. Na groei van de NCDfilm werd vervolgens de hBN-film erop afgezet. Structurele eigenschappen van de NCD/hBN-grenslaag werden onderzocht met een hoge resolutie S/TEM. Een verbetering van de hBN-kristalliniteit op het NCD/hBNgrensvlak werd vastgesteld in vergelijking met de situatie waarbij hBN werd afgezet op andere substraten. Deze verbetering wordt hoofdzakelijk toegeschreven aan de met waterstof getermineerde facetten van het diamantoppervlak. Hierdoor worden hBN-nanomuren direct gegroeid op NCDfacetten met minder amorf/turbostratisch BN (a/t BN) op het grensvlak. Deze waarneming toont aan dat onze NCD/hBN heterostructuur een veelbelovende kandidaat is voor toekomstige industriële toepassingen, d.w.z. koude veldemissie, waterzuivering, enz., waarbij de negatieve elektron affiniteit van een waterstof-getermineerd oppervlak een cruciale rol speelt. Bovendien werd een poging ondernomen om een hBN dunne film af te zetten op een Cr(10 nm)/Au(100 nm) bufferlaag bij Tsb = 450 ○C. Ook hier werd een verbetering van de hBN kristalliniteit op het grensvlak tussen Au en hBN waargenomen. Het mogelijke katalytische gedrag van de Au-laag bij Tsb = 450 ○C is een belangrijke factor die de condensatieprocessen ondersteunt, die mogelijks sneller kunnen optreden op het grensvlak van beide lagen. De resultaten van dit proefschrift geven een beter begrip van het depositieproces van hBN-films met behulp van de ongebalanceerde RF-sputtertechniek. Bovendien zijn de resultaten van goed gedefinieerde hBN-nanomuurtjes en poreuze BN-nanolagen nuttig voor fundamentele en toegepaste studies van hBN-nanomuurtjes. Uiteindelijk wordt op basis van de gegeven resultaten een vooruitblik gegeven in het laatste hoofdstuk van het proefschrift

    Nucleation and growth mechanisms of sputtered hexagonal boron nitride nanowalls

    No full text
    Hexagonaal boornitride (hBN) dunne films werden afgezet op Si(100) substraten door een zelfgebouwd ongebalanceerd radiofrequentie (RF) sputtersysteem met behulp van een Ar (51%)/N2(44%)/H2(5%) gasmengsel. De impact van verschillende doel-tot-substraatafstanden (d, 3 cm ≤ d ≤ 6 cm), substraattemperaturen (Tsb, 78 ○C ≤ Tsb ≤ 500 ○C) en substraatkantelhoeken (α, = 0○ or 90○ ) werd onderzocht. De fysische eigenschappen van de hBN-films werden onderzocht met röntgendiffractie, raster- /transmissie-elektronenmicroscopie, Raman en Fourier transform infraroodspectroscopietechnieken. De experimentele resultaten toonden aan dat etsen, door middel van waterstof, voornamelijk een invloed heeft op de films afgezet op d = 3 cm and Tsb > 250 ○C, terwijl het effect verwaarloosbaar is voor de films afgezet op d = 6 cm. Bovendien tonen de resultaten ook aan dat waterstof niet alleen een functie heeft tijdens synthese van de hBN nanomuurstructuren, maar ook dienst doet als etsmiddel om materiaal te verwijderen tijdens de depositie, d.w.z. wandtakken, zijwanden, tussenruimten/holtes tussen aangrenzende muurtjes. De hoeveelheid defecten in de afgezette films werd ook geïdentificeerd door de hoeveelheid waterstof in de vorm van H–N-bindingen. Daarenboven zijn de hBN-nanomuren verticaal gericht op hun substraatoppervlak, onafhankelijk van het kantelen van het substraat. Dit houdt in dat de groei in de beginfase bepaald wordt door chemische processen en niet door fysische processen. De waarnemingen laten zien dat de hBN-kristalliniteit aangepast kan worden door variaties van Tsb, d, α en/of filmdikte. Verder wordt het bewijs van waterstofabsorptie/desorptie gegeven gebaseerd op resultaten van relatieve metingen van verschillende infraroodsignaturen (E1/A2) en Raman (E2g) modi van het hBN optische fonon, en N–H vibratiemodus. Daarnaast werd het groeigedrag van hBN nanomuurfilms, afgezet op d = 3 cm op verschillende substraatmaterialen, d.w.z. Si(100), Si3N4 (amorf), Cr/Au (polykristallijne katalysatormetalen) en CVD-diamant (waterstof-getermineerd oppervlak), onderzocht met transmissie-elektronenmicroscopie (TEM). De verkregen resultaten tonen aan dat de hBN-kristalliniteit in hoge mate wordt verbeterd wanneer een hBN dunne film wordt afgezet op een diamantsubstraat. In het bijzonder hebben we aangetoond dat waterstof een onmisbare component is om hBN-nanomuren te vormen, en een sleutelrol speelt bij de directe nucleatie van hBN-nanomuurtjes op de facetten van nanokristallijne diamantkorrels (NCD), wanneer geïoniseerde B- en N-atomen op het NCD-substraat aankomen. De diamantfilms werden geproduceerd door middel van een door microgolf plasma-versterkte chemische dampafzetting (MW PE CVD) techniek. Na groei van de NCDfilm werd vervolgens de hBN-film erop afgezet. Structurele eigenschappen van de NCD/hBN-grenslaag werden onderzocht met een hoge resolutie S/TEM. Een verbetering van de hBN-kristalliniteit op het NCD/hBNgrensvlak werd vastgesteld in vergelijking met de situatie waarbij hBN werd afgezet op andere substraten. Deze verbetering wordt hoofdzakelijk toegeschreven aan de met waterstof getermineerde facetten van het diamantoppervlak. Hierdoor worden hBN-nanomuren direct gegroeid op NCDfacetten met minder amorf/turbostratisch BN (a/t BN) op het grensvlak. Deze waarneming toont aan dat onze NCD/hBN heterostructuur een veelbelovende kandidaat is voor toekomstige industriële toepassingen, d.w.z. koude veldemissie, waterzuivering, enz., waarbij de negatieve elektron affiniteit van een waterstof-getermineerd oppervlak een cruciale rol speelt. Bovendien werd een poging ondernomen om een hBN dunne film af te zetten op een Cr(10 nm)/Au(100 nm) bufferlaag bij Tsb = 450 ○C. Ook hier werd een verbetering van de hBN kristalliniteit op het grensvlak tussen Au en hBN waargenomen. Het mogelijke katalytische gedrag van de Au-laag bij Tsb = 450 ○C is een belangrijke factor die de condensatieprocessen ondersteunt, die mogelijks sneller kunnen optreden op het grensvlak van beide lagen. De resultaten van dit proefschrift geven een beter begrip van het depositieproces van hBN-films met behulp van de ongebalanceerde RF-sputtertechniek. Bovendien zijn de resultaten van goed gedefinieerde hBN-nanomuurtjes en poreuze BN-nanolagen nuttig voor fundamentele en toegepaste studies van hBN-nanomuurtjes. Uiteindelijk wordt op basis van de gegeven resultaten een vooruitblik gegeven in het laatste hoofdstuk van het proefschrift

    FIGURES 56–59 in Review of Chalcovietnamicus Marusik, 1991, with description of four new species (Araneae, Salticidae, Euophryini)

    No full text
    FIGURES 56–59. Chalcovietnamicus marusiki Yu, Maddison & Zhang sp. nov., male palp (56–57), epigynum (58) and vulva (59); in ventral (56, 58), retrolateral (57) and dorsal (59) view.Published as part of Yu, Kun, Hoang, Quang Duy, Maddison, Wayne P. & Zhang, Junxia, 2023, Review of Chalcovietnamicus Marusik, 1991, with description of four new species (Araneae, Salticidae, Euophryini), pp. 451-480 in Zootaxa 5336 (4) on page 464, DOI: 10.11646/zootaxa.5336.4.1, http://zenodo.org/record/828232

    FIGURES 1–3 in Review of Chalcovietnamicus Marusik, 1991, with description of four new species (Araneae, Salticidae, Euophryini)

    No full text
    FIGURES 1–3. Habitats (1–2) of Chalcovietnamicus lii (Lei & Peng, 2010) in Xishuangbanna (1) and C. weihangi sp. nov. in Guangxi (2); 3. C. weihangi sp. nov., female, prey on an ant (possibly Crematogaster sp.). Figures are copyright © Weihang Wang.Published as part of Yu, Kun, Hoang, Quang Duy, Maddison, Wayne P. & Zhang, Junxia, 2023, Review of Chalcovietnamicus Marusik, 1991, with description of four new species (Araneae, Salticidae, Euophryini), pp. 451-480 in Zootaxa 5336 (4) on page 453, DOI: 10.11646/zootaxa.5336.4.1, http://zenodo.org/record/828232

    FIGURES 47–55 in Review of Chalcovietnamicus Marusik, 1991, with description of four new species (Araneae, Salticidae, Euophryini)

    No full text
    FIGURES 47–55. Chalcovietnamicus marusiki Yu, Maddison & Zhang sp. nov., male holotype (47, 49), male paratype (51–53) and female paratype (48, 50, 54–55). 47–49. Habitus; 50. Posterior part of sternum; 51–52. Palp; 53. Expansion of palpal bulb; 54. Epigynum; 55. Vulva; in dorsal (47–48, 55), front (49), ventral (50–51, 54) and retrolateral (52–53) view. Abbreviations: DH = distal haematodocha; E = embolus; ED = embolic disc; SR = salticid radix; ST = subtegulum; T = tegulum; TL = tegular lobe.Published as part of Yu, Kun, Hoang, Quang Duy, Maddison, Wayne P. & Zhang, Junxia, 2023, Review of Chalcovietnamicus Marusik, 1991, with description of four new species (Araneae, Salticidae, Euophryini), pp. 451-480 in Zootaxa 5336 (4) on page 463, DOI: 10.11646/zootaxa.5336.4.1, http://zenodo.org/record/828232

    Chalcoscirtus vietnamensis

    No full text
    <i>vietnamensis</i> -species group <p> Members of this group can be distinguished from species of <i>daiqini</i> -group by the presence of a large apical flag-like embolic apophysis (EA) on the back side of the embolus (Figs 116, 134). Body is rather dark, with three conspicuous golden setal bands of scale setae on carapace and dorsal abdomen (Fig. 108; except for the male of <i>C. vietnamensis</i>, which has the bands on the lateral sides reduced).</p> <p> <b>Species included.</b> <i>Chalcovietnamicus lii</i> (Lei & Peng, 2010), <i>C. vietnamensis</i> (Żabka, 1985).</p>Published as part of <i>Yu, Kun, Hoang, Quang Duy, Maddison, Wayne P. & Zhang, Junxia, 2023, Review of Chalcovietnamicus Marusik, 1991, with description of four new species (Araneae, Salticidae, Euophryini), pp. 451-480 in Zootaxa 5336 (4)</i> on page 472, DOI: 10.11646/zootaxa.5336.4.1, <a href="http://zenodo.org/record/8282322">http://zenodo.org/record/8282322</a&gt

    Going Beyond Counting First Authors in Author Co-citation Analysis

    Full text link
    The present study examines one of the fundamental aspects of author co-citation analysis (ACA) - the way co-citation counts are defined. Co-citation counting provides the data on which all subsequent statistical analyses and mappings are based, and we compare ACA results based on two different types of co-citation counting - the traditional type that only counts the first one among a cited work's authors on the one hand and a non-traditional type that takes into account the first 5 authors of a cited work on the other hand. Results indicate that the picture produced through this non-traditional author co-citation counting contains more coherent author groups and is therefore considerably clearer. However, this picture represents fewer specialties in the research field being studied than that produced through the traditional first-author co-citation counting when the same number of top-ranked authors is selected and analyzed. Reasons for these effects are discussed

    Variations on the Author

    Full text link
    “Variations on the Author” discusses two of Eduardo Coutinho’s recent films (Um Dia na Vida, from 2010, and Últimas Conversas, posthumously released in 2015) and their contribution to the general question of documentary authorship. The director’s filmography is characterized by a consistent yet self-effacing form of authorial self-inscription: Coutinho often features as an interviewer that rather than express opinions propels discourses; an interviewer that is good at listening. This mode of self-inscription characterizes him as an author who is not expressive but who is nonetheless markedly present on the screen. In Um Dia na Vida, however, Coutinho is completely absent form the image, while Últimas Conversas, on the contrary, includes a confessional prologue that moves the director from the margins to the center of his films. This article examines the ways in which these works stand out in the filmography of a director who offers new insights into the notion of cinematic authorship

    Appropriate Similarity Measures for Author Cocitation Analysis

    Full text link
    We provide a number of new insights into the methodological discussion about author cocitation analysis. We first argue that the use of the Pearson correlation for measuring the similarity between authors’ cocitation profiles is not very satisfactory. We then discuss what kind of similarity measures may be used as an alternative to the Pearson correlation. We consider three similarity measures in particular. One is the well-known cosine. The other two similarity measures have not been used before in the bibliometric literature. Finally, we show by means of an example that our findings have a high practical relevance.information science;Pearson correlation;cosine;similarity measure;author cocitation analysis
    corecore