1,720,986 research outputs found
Kerkenweide te Bergharen, gemeente Wijchen
ADC ArcheoProjecten heeft in januari 2023 een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een karterend booronderzoek uitgevoerd op de locatie Kerkenweide te Bergharen. Het aanvullend veldonderzoek heeft de volgende resultaten opgeleverd. In het zuidelijk deel van het plangebied is een rivierduin aanwezig. De rivierduin is afgedekt door de Laag van Wijchen, waarin bodemvorming heeft plaatsgevonden. In deze laag kunnen archeologische resten daterend uit het Laat Paleolithicum – Mesolithicum aanwezig zijn (archeologische laag 1). De Laag van Wijchen is vervolgens weer afgedekt geraakt door een rivierduin in twee fases. In de top van de rivierduin is plaatselijk een B-horizont en een cultuurdek waargenomen. Afhankelijk van de ouderdom van het rivierduinzand kunnen in de top archeologische resten verwacht worden daterend vanaf het Mesolithicum tot en met de Bronstijd (archeologische laag 5), vanaf 35-65 cm -mv. In het centrale en het noordelijke deel is het Wijchens Maasje actief geweest. In deze zones zijn meerdere fases van bedding-, crevasse-, en oeverafzettingen waargenomen. In deze zone zijn drie fases van het Wijchens Maasje waargenomen, die langzaam naar het noordelijk deel van het plangebied is getrokken. In deze opeenvolgende oeverafzettingen kunnen archeologische resten bevatten: - Archeologische laag 2: Wijchens Maasje fase 1: niet waargenomen tijdens het aanvullend booronderzoek; - Archeologische laag 3: Wijchens Maasje fase 2: 190-210 cm – mv (5,93-5,97 m +NAP) Laat –Neolithicum – Vroege Bronstijd; - Archeologische laag 4: niet waargenomen tijdens het aanvullend booronderzoek. In het gehele plangebied zijn de afzettingen van het Wijchens Maasje en vroege fases van de rivierduinafzettingen, afgedekt door een laatste fase van de rivierduin. Naast het zuidelijk deel zijn in het noordelijk deel ook enkele B-horizonten aanwezig. In het plangebied is de bodemopbouw plaatselijk verstoord. Hieronder is een opsomming van de boringen waar verstoringen in zijn waargenomen. <br>
-Boring 3: tot 170 cm – mv (6,37 m +NAP) <br>
-Boring 5: tot 230 cm – mv (5,30 m +NAP) <br>
-Boring 6: tot 120 cm – mv (6,60 m +NAP) <br>
-Boring 10: tot 80 cm – mv (7,03 m +NAP) <br>
-Boring 12: tot 230 cm – mv (5,79 m +NAP) <br>
In het plangebied zijn ook zones aanwezig die mogelijk zijn verstoord. Deze zones zijn gebaseerd op bouwwerkzaamheden en de aanleg van kabels en leidingen en het daarbij horende grondverzet. De diepte van de ‘mogelijke verstoringen’ is niet bepaald
’t Klooster, Hengelo (gemeente Bronckhorst)
ADC ArcheoProjecten heeft in september 2022 een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een karterend booronderzoek uitgevoerd op de locatie ’t Klooster in Hengelo, gemeente Bronckhorst. Dit onderzoek volgt op het in januari tot en met maart 2022 uitgevoerde bureau- en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek). De aanleiding voor deze onderzoeken is de voorgenomen aanleg van ondergrondse putten voor drinkwaterwinning en bijbehorend leidingwerk. Hiervoor is een omgevingsvergunning noodzakelijk.
Bij het verkennend booronderzoek werd vastgesteld dat de bodemopbouw uit dekzand (Laagpakket van Wierden van de Formatie van Boxtel) met plaatselijk daarop een laag of pakket stuifzand (Laagpakket van Kootwijk van de Formatie van Boxtel) bestaat. In het merendeel van de boringen werd in de top van het dekzand een (overstoven) podzolbodem aangetroffen. Op grond hiervan werd de middelhoge verwachting voor archeologische resten vanaf het Laat-Paleolithicum gehandhaafd. In enkele delen van het plangebied was als gevolg van verstoringen geen podzolbodem meer aanwezig. Voor deze delen werd de middelhoge verwachting bijgesteld naar een lage verwachting.
De delen met een intacte podzolbodem zijn nader onderzocht middels een karterend booronderzoek. Dit onderzoek had als doel het opsporen van archeologische vindplaatsen met een strooiing van overwegend vuursteen. Hiertoe zijn 55 boringen gezet met een Edelman met een diameter van 15 cm. De opgeboorde grond is gezeefd over een zeef met een maaswijdte van 4 mm.
Bij het karterend booronderzoek zijn in twee boringen (nummers 17 en 48) indicatoren aangetroffen bestaande uit fragmenten houtskool. Houtskool betreft een zogenaamde secundaire archeologische indicator, omdat het ook op natuurlijke wijze kan ontstaan, bijvoorbeeld bij een bosbrand. Vanwege het ontbreken van primaire indicatoren is een relatie met een archeologische vindplaats niet zeker. Om de relatie met een archeologische vindplaats aan te tonen is besloten ter plaatse van de boringen met indicatoren een profielkuil aan te leggen. Daarbij is vastgesteld dat de aangetroffen houtskoolfragmenten geen archeologische context hebben. Gedurende de aanleg van profielkuil 1, zijn de A- en B-horizonten bemonsterd en gezeefd. Dit heeft geen nieuwe houtskoolfragmenten opgeleverd. In vergelijking met de overige resultaten van het plangebied kan worden geconcludeerd dat het houtskool fragment dat is aangetroffen in boring 17 hoogstwaarschijnlijk een natuurlijke oorsprong heeft
Kerkenweide te Bergharen, gemeente Wijchen
ADC ArcheoProjecten heeft in januari 2023 een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een karterend booronderzoek uitgevoerd op de locatie Kerkenweide te Bergharen. Het aanvullend veldonderzoek heeft de volgende resultaten opgeleverd. In het zuidelijk deel van het plangebied is een rivierduin aanwezig. De rivierduin is afgedekt door de Laag van Wijchen, waarin bodemvorming heeft plaatsgevonden. In deze laag kunnen archeologische resten daterend uit het Laat Paleolithicum – Mesolithicum aanwezig zijn (archeologische laag 1). De Laag van Wijchen is vervolgens weer afgedekt geraakt door een rivierduin in twee fases. In de top van de rivierduin is plaatselijk een B-horizont en een cultuurdek waargenomen. Afhankelijk van de ouderdom van het rivierduinzand kunnen in de top archeologische resten verwacht worden daterend vanaf het Mesolithicum tot en met de Bronstijd (archeologische laag 5), vanaf 35-65 cm -mv. In het centrale en het noordelijke deel is het Wijchens Maasje actief geweest. In deze zones zijn meerdere fases van bedding-, crevasse-, en oeverafzettingen waargenomen. In deze zone zijn drie fases van het Wijchens Maasje waargenomen, die langzaam naar het noordelijk deel van het plangebied is getrokken. In deze opeenvolgende oeverafzettingen kunnen archeologische resten bevatten: - Archeologische laag 2: Wijchens Maasje fase 1: niet waargenomen tijdens het aanvullend booronderzoek; - Archeologische laag 3: Wijchens Maasje fase 2: 190-210 cm – mv (5,93-5,97 m +NAP) Laat –Neolithicum – Vroege Bronstijd; - Archeologische laag 4: niet waargenomen tijdens het aanvullend booronderzoek. In het gehele plangebied zijn de afzettingen van het Wijchens Maasje en vroege fases van de rivierduinafzettingen, afgedekt door een laatste fase van de rivierduin. Naast het zuidelijk deel zijn in het noordelijk deel ook enkele B-horizonten aanwezig. In het plangebied is de bodemopbouw plaatselijk verstoord. Hieronder is een opsomming van de boringen waar verstoringen in zijn waargenomen. <br>
-Boring 3: tot 170 cm – mv (6,37 m +NAP) <br>
-Boring 5: tot 230 cm – mv (5,30 m +NAP) <br>
-Boring 6: tot 120 cm – mv (6,60 m +NAP) <br>
-Boring 10: tot 80 cm – mv (7,03 m +NAP) <br>
-Boring 12: tot 230 cm – mv (5,79 m +NAP) <br>
In het plangebied zijn ook zones aanwezig die mogelijk zijn verstoord. Deze zones zijn gebaseerd op bouwwerkzaamheden en de aanleg van kabels en leidingen en het daarbij horende grondverzet. De diepte van de ‘mogelijke verstoringen’ is niet bepaald
Kronenburg te Arnhem, gemeente Arnhem
ADC ArcheoProjecten heeft in juli 2022 een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd op de locatie Kronenburg te Arnhem. De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen gebiedsontwikkeling van de wijk Kronenburg. Hiervoor dient een omgevingsvergunning te worden aangevraagd waarbij het onderdeel archeologie beoordelingsfactor is.
Uit het bureauonderzoek blijkt dat vanaf de IJzertijd tot in de Vroege Middeleeuwen rivierafzettingen zich hebben gevormd in de Malburgse polder. Daarna heeft de loop van de Rijn zich verlegd. Archeologische waarden kunnen daarom vanaf de IJzertijd kunnen worden verwacht in het plangebied. Mogelijke oudere resten zijn door de rivieren geërodeerd. In de periode de IJzertijd-Romeinse tijd zijn de verwachte archeologische resten gerelateerd aan bewoning, rituelen en begravingen. De resten kunnen zich manifesteren in vuursteen, aardewerkfragmenten, bot, houtskool en resten van metaalbewerking. Vanaf de Middeleeuwen-Nieuwe tijd worden ook archeologische resten verwacht. Uit het bureauonderzoek blijkt dat in het plangebied een boerderij (De Koppel) aanwezig was, met de daarbij horende grond. De archeologische resten zullen zich manifesteren in funderingsresten en overige gebouwsporen, kuilen, waterputten, greppels, houtskool, aardewerkfragmenten en akkerlagen.
In het plangebied kunnen mogelijk ook resten worden verwacht uit de WOII. Deze resten kunnen zich manifesteren in munitieartikelen.
Voor de verwachte resten uit de genoemde perioden geldt dat deze onder een recente ophogingslaag van 50 a 100 cm dik, aanwezig zullen zijn. Daarnaast is de kans aanwezig dat de archeologische resten zijn verstoord tijdens de aanleg van de wijk Kronenburg.
De beddingafzettingen die in het plangebied zijn aangetroffen kunnen vanwege de onderlinge kleine diepte verschillen niet aan een specifieke stroomgordel worden toegewezen. De geulafzettingen met de daarbij horende beddingafzettingen die zijn aangetroffen behoren in het plangebied tot een oude Rijngeul. Op basis van de resultaten is de loop van de geul in meer detail gereconstrueerd. Bovenop de beddingafzettingen zijn (kalkloze) oeverafzettingen aanwezig. De afzettingen worden afgedekt door een opgebracht pakket dat soms afwisselt met een verstoord pakket. Boven op het opgebrachte pakket en het verstoorde pakket is over het algemeen de bouwvoor aanwezig.
In het plangebied kunnen archeologische waarden worden bedreigd indien de geulafzettingen en de kalkloze oeverafzettingen worden verstoord. De top van de geulafzettingen zijn aanwezig vanaf 150-165 cm-mv (8,38-8,96 m + NAP). De top van de kalkloze oeverafzettingen is aanwezig vanaf 135-190 cm -mv. (8,82-8,93 m -NAP). Voor de verstoringsdiepte is er een buffer van 20 cm aangehouden. De verstoring dient dus minimaal 20 cm boven de potentiële archeologische lagen te blijven. Indien de verstoring op de locatie van de fossiele Rijngeul dieper reikt dan 130 cm – mv. en ter hoogte van de kalkloze oeverafzettingen dieper dan 115 cm -mv, worden mogelijk archeologische waarden bedreigd
Provincialeweg 38 te Gouda
ADC ArcheoProjecten heeft in augustus en september 2022 een inventariserend onderzoek in de vorm van een karterend booronderzoek uitgevoerd op de locatie Provincialeweg 38 te Gouda uitgevoerd. De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen stabilisatie van de fundamenten van de aanwezige monumentale boerderij (Rijksmonumentnummer 517635). Hierbij zullen 63 funderingspalen worden geplaatst. Daarnaast zal er in de toekomst ook nieuwbouw in het plangebied worden gerealiseerd.
Ten noordoosten van het plangebied is in 2021-2022 een karterend booronderzoek uitgevoerd. In de boringen zijn ook nu archeologische indicatoren aangetroffen. Deze indicatoren betreffen bewerkt vuursteen, aardewerk, gebroken kwarts, knappersteen, verbrande klei, verbrand bot en verkoolde hazelnootdoppen. Het onderzoek heeft daarmee bevestigd dat er een vindplaats aanwezig is op de Zuidplas stroomgordel. Op basis van de resultaten van het karterend onderzoek wordt verwacht dat de vindplaats zich nog naar zuidelijke richting uitstrekt tot in onderhavig plangebied. Het onderzoek heeft bevestigd dat er een vindplaats aanwezig is op de stroomgordel.
Het betreft de Zuidplas stroomgordel.
Voorafgaand van het huidig onderzoek is een karterend booronderzoek inpandig uitgevoerd in de monumentale boerderij. De karterende boringen hebben geen archeologische indicatoren opgeleverd. Echter vanwege de slechte omstandigheden voor het bemonsteren van de bodemlagen en de aanwezigheid van kalkloze oeverafzettingen kan op basis van het uitgevoerde onderzoek de aanwezigheid van een archeologische vindplaats niet worden uitgesloten.
In het kader van de beoogde nieuwbouw in het plangebied en om de karterende fase van het onderzoek in de monumentale boerderij af te ronden is in het plangebied een karterend booronderzoek uitgevoerd. In het plangebied zijn de beddingafzettingen aanwezig van de Zuidplas stroomgordel. Boven op de beddingafzettingen zijn overwegend oeverafzettingen aanwezig.. De top van deze oeverafzettingen is over het algemeen kalkloos. Geulafzettingen zijn in het oostelijkeen het zuidwestelijke deel van het plangebied aanwezig De oeverafzettingen worden afgedekt door een rietveenpakket dat tot het Hollandveen Laagpakket behoord. Vervolgens wordt het veen afgedekt door wadafzettingen. Deze wadafzettingen behoren tot het Laagpakket van Wormer.
Hierboven op is in het plangebied over het algemeen een veraard veenpakket aanwezig. Op een aantal locaties is het veenpakket niet aanwezig of verstoord. Daarnaast is op boven op het veraard veenpakket af en toe een opgebracht zandpakket aanwezig
Mennistensteeg te Oudleusen, gemeente Dalfsen
ADC ArcheoProjecten heeft in juli 2023 een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uitgevoerd op de locatie Mennistensteeg te Oudleusen. De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen natuuraanleg.
Door de gemeentelijk adviseur inzake archeologie is op basis van een quick scan geadviseerd om een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uit te voeren.
Het plangebied is gelegen op dekzandwelvingen. De welvingen vormden een hoger gelegen gebied in het landschap, dat mogelijk een interessante verblijfslocatie vormde voor jagers en verzamelaars uit het Laat-Paleolithicum en Mesolithicum. Voor deze perioden geldt een hoge verwachting. Vanaf het Neolithicum vind een geleidelijke overgang plaats van het jagen en verzamelen naar het boeren bestaan.. Tijdens deze periode blijft men nog steeds gebonden aan de hoger gelegen delen. Dit wordt bevestigd door de vondsten uit deze periode, die rondom het plangebied zijn gedaan. Voor het aantreffen van archeologische resten uit de periode Neolithicum-Vroege Middeleeuwen geldt dus ook een hoge archeologische verwachting. Voor archeologische resten uit de Late Middeleeuwen en de Nieuwe tijd geldt een lage tot middelhoge verwachting. Omdat het plangebied voornamelijk een agrarische functie heeft gehad.
Teneinde deze verwachting te toetsen en aan te vullen is in het plangebied een verkennend booronderzoek uitgevoerd. In het plangebied is dekzand aanwezig dat tot een pleistoceen landschap behoort. Het dekzand wordt gerekend tot de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden. In het overgrote deel van het plangebied kan de bodem gerekend worden tot gooreerdgronden. In het plangebied bestaat het dekzand enkel uit een C-horizont. De top van de oorspronkelijke C-horizont is in vier boringen verstoord. De C-horizon is afgedekt door de bouwvoor.
De archeologische verwachting voor de perioden Laat Paleolithicum tot en met het Neolithicum was hoog. Deze verwachting kan worden bijgesteld. In het plangebied zijn gooreerdgronden waargenomen, dat op een natter gebied duidt en wordt hiermee niet gezien als een interessante b Daarnaast is waargenomen dat de oorspronkelijke top van het dekzand niet meer intact is. Daarom geldt ook voor de perioden Vroege Middeleeuwen tot en met de Nieuwe tijd een lage archeologische verwachting
Voorplein-Kerkstraat te Bodegraven, gemeente Bodegraven-Reeuwijk
ADC ArcheoProjecten heeft in oktober 2022 een bureauonderzoek uitgevoerd naar de kans op de aanwezigheid van archeologische waarden op de locatie Voorplein – Kerkstraat te Bodegraven (afb. 1 en afb. 2).Het plangebied is gelegen in de dorpskern van Bodegraven. De westkant van het plangebied wordt begrensd door het Voorplein waar de St. Galluskerk is gesitueerd. Aan de noordzijde is het plangebied gedeeltelijk door het Voorplein begrensd en bebouwing. De oostzijde is begrensd door bebouwing en tot slot is aan de zuidzijde de Kerkstraat gelegen. Het plangebied is momenteel is momenteel bebouwd met woonhuizen en voormalige winkelpanden. Op basis van het bureauonderzoek is een gespecificeerde verwachting opgesteld de archeologische resten daterend uit de IJzertijd - Romeinse tijd kunnen worden verwacht in of op de oeverwalafzettingen van de Oude Rijn. Voor de aanwezigheid van de archeologische resten daterend uit de IJzertijd - Romeinse tijd geldt een middelhoge verwachting. Archeologische resten daterend uit de Middeleeuwen – Nieuwe tijd worden op de oeverafzettingen van de Oude Rijn verwacht en in een antropogeen ophogingspakket. De verwachting is dat de vindplaats bestaat uit een huisplaats, dijklichaam, begravingen en archeologische resten met betrekking tot de St. Galluskerk. Op basis van eerder onderzoek dient voornamelijk rekening te worden gehouden met vondstmateriaal afkomstig van begravingen. Voor de aanwezigheid van archeologische resten daterend uit de Middeleeuwen – Nieuwe tijd geldt een hoge verwachting
Den Hoek 1 te Sint Anthonis, gemeente Land van Cuijk
ADC ArcheoProjecten heeft in september 2023 een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uitgevoerd op de locatie Den Hoek 1 te Sint Anthonis, gemeente Land van Cuijk. De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen bouw van een bijgebouw en de herinrichting van het terrein. Hiervoor is een omgevingsvergunning nodig.
Op basis van het bureauonderzoek is een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. Hieruit volgt dat het plangebied op een dekzandwelving is gesitueerd die wordt doorsneden door het beekdal van Oploosche Molenbeek. Voor archeologische resten daterend uit de periode Laat-Paleolithicum tot en met Mesolithicum geldt een hoge archeologische verwachting. Jager-verzamelaars hadden voor de vestiging van hun jachtkampen in het algemeen de voorkeur voor de flanken van dekzandwelvingen of -ruggen nabij open of stromend water. De archeologische resten kunnen bestaan uit een strooiing van vuursteen en houtskool en ondiep ingegraven grondsporen (met name haardkuilen). Indien aanwezig zullen de resten zich in de top van het onverstoorde dekzand en in het onderste deel van het bovenliggende plaggendek bevinden.
In het Neotlithicum verdwenen de jager-verzamelaars geleidelijk en werden ze vervangen door vroege landbouwers die meer permanent op één plaats bleven wonen. Tot en met de Vroege Middeleeuwen bleef men nog steeds gebonden aan de hoger gelegen delen van het landschap. Een vindplaats kan bestaan uit een nederzetting. Hiervoor geldt een hoge archeologische verwachting. De archeologische resten kunnen bestaan uit een vondstlaag en onderliggende grondsporen. Voor resten uit deze periode geldt een hoge archeologische verwachting. Indien het bovenliggende plaggendek niet is vergraven, kunnen eventuele archeologische resten goed geconserveerd zijn.
Vanaf de periode Volle/Late Middeleeuwen tot en met Nieuwe tijd geldt een zeer hoge archeologische verwachting vanwege de ligging aan een doorgaande weg en de aanwezigheid van historische bebouwing op oude kaarten. Een vindplaats zal zich eveneens manifesteren als een vondstlaag en onderliggende grondsporen. De archeologische resten worden direct onder het maaiveld verwacht.
Teneinde de hierboven beschreven verwachting te toetsen en aan te vullen is in het plangebied een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Hieruit blijkt dat in de ondergrond van het plangebied dekzand aanwezig is. De top van het dekzand is niet meer intact en is opgenomen in het bovenliggende plaggendek dat (sub)recent is omgewerkt. Dit betekent dat archeologische resten uit de periode periode Laat-Paleolithicum tot en met Mesolithicum die zich manifesteren door een vondstlaag en ondiepe grondsporen niet meer intact zullen zijn. De hoge archeologische verwachting voor resten uit deze periode kan daarom naar een lage verwachting worden bijgesteld.
Voor resten uit de periode Neolithicum tot en met Nieuwe tijd die zich niet alleen door een vondstlaag, maar ook door dieper ingegraven grondsporen manifesteren dient echter de hoge tot zeer hoge verwachting te worden gehandhaafd.
De realisatie van de huidige plannen zal niet leiden tot aantasting van mogelijk aanwezige archeologische waarden. De nieuwbouw wordt in het oostelijk deel van het plangebied gerealiseerd. In deze zone is het onverstoorde dekzand (C-horizont) op 90-110 cm -mv vastgesteld. De strokenfundering voor de nieuwbouw zal op 60 cm – mv worden aangelegd, (ruim) boven het niveau waarop het onverstoorde dekzand is aangetroffen. Ook de graafwerkzaamheden ten behoeve van de herinrichting van het erf zullen geheel binnen het reeds verstoorde pakket plaatsvinden
Vlaardingenstraat 6 en 10, Almere
ADC ArcheoProjecten heeft een inventariserend veldonderzoek (verkennende en karterende fase) uitgevoerd op de locatie Vlaardingenstraat 6 en 10. Het gebied ligt binnen een op de Archeologische Beleidskaart Almere (ABA) aangegeven gebied waarvoor conform de vastgestelde Archeologieverordening 2016 een onderzoeksplicht geldt. Uit het verkennend booronderzoek is gebleken dat een podzolbodem aanwezig is. De top van het dekzand kan worden beschouwd als een potentieel archeologisch niveau. Bovenop het dekzand is rietveen gelegen en daarboven een grijs matig siltig kleipakket. Het kleipakket kan worden geïnterpreteerd als Oude Getijde Afzettingen. Deze afzettingen worden opgevolgd door een riet- bosveenpakket, die vervolgens wordt opgevolgd door een detritus gyttja pakket. Door de eroderende werking is het materiaal van de Flevomeer Laag in de Almere Laag opgenomen. Hierboven is een uiterst siltig, grijs kleipakket aanwezig, waar zich veel wisselende zandlagen in bevinden. Vervolgens gaat het pakket over in een zeer fijn, matig siltig, zandpakket dat licht grijs van kleur is. Het klei- en het zandpakket behoren tot het Laagpakket van Walcheren, Zuiderzee Laag. Boven op de Zuiderzee Laag is een matig fijn tot matig grof zandpakket aanwezig. Het pakket loopt door tot aan het maaiveld en het betreft een opgebracht zandpakket. In de top van het zandpakket bevinden zich enkele puinfragmenten. De top van het dekzand vormt een potentieel archeologisch niveau. Daarom zijn in het plangebied drie karterende boringen gezet. De bovenste 50 cm van het dekzand is bemonsterd en gezeefd. In de zeefresiduen zijn zeer kleine gefragmenteerde houtskoolresten aangetroffen en kleine afgeronde kwartsfragmenten. Overige archeologische indicatoren ontbreken in de residuen. Vanwege de grote hoeveelheid organisch materiaal dat in de residuen aanwezig is en het ontbreken van overige archeologische indicatoren, wordt het houtskool niet als archeologische indicator gerekend
Vlaardingenstraat 6 en 10, Almere
ADC ArcheoProjecten heeft een inventariserend veldonderzoek (verkennende en karterende fase) uitgevoerd op de locatie Vlaardingenstraat 6 en 10. Het gebied ligt binnen een op de Archeologische Beleidskaart Almere (ABA) aangegeven gebied waarvoor conform de vastgestelde Archeologieverordening 2016 een onderzoeksplicht geldt. Uit het verkennend booronderzoek is gebleken dat een podzolbodem aanwezig is. De top van het dekzand kan worden beschouwd als een potentieel archeologisch niveau. Bovenop het dekzand is rietveen gelegen en daarboven een grijs matig siltig kleipakket. Het kleipakket kan worden geïnterpreteerd als Oude Getijde Afzettingen. Deze afzettingen worden opgevolgd door een riet- bosveenpakket, die vervolgens wordt opgevolgd door een detritus gyttja pakket. Door de eroderende werking is het materiaal van de Flevomeer Laag in de Almere Laag opgenomen. Hierboven is een uiterst siltig, grijs kleipakket aanwezig, waar zich veel wisselende zandlagen in bevinden. Vervolgens gaat het pakket over in een zeer fijn, matig siltig, zandpakket dat licht grijs van kleur is. Het klei- en het zandpakket behoren tot het Laagpakket van Walcheren, Zuiderzee Laag. Boven op de Zuiderzee Laag is een matig fijn tot matig grof zandpakket aanwezig. Het pakket loopt door tot aan het maaiveld en het betreft een opgebracht zandpakket. In de top van het zandpakket bevinden zich enkele puinfragmenten. De top van het dekzand vormt een potentieel archeologisch niveau. Daarom zijn in het plangebied drie karterende boringen gezet. De bovenste 50 cm van het dekzand is bemonsterd en gezeefd. In de zeefresiduen zijn zeer kleine gefragmenteerde houtskoolresten aangetroffen en kleine afgeronde kwartsfragmenten. Overige archeologische indicatoren ontbreken in de residuen. Vanwege de grote hoeveelheid organisch materiaal dat in de residuen aanwezig is en het ontbreken van overige archeologische indicatoren, wordt het houtskool niet als archeologische indicator gerekend
- …
